Facetten van het Boeddhisme



naar Index

5.2.5.5.  Sutta-nipata, inleiding   

Inleiding     Indeling van het Sutta Nipata       Geraadpleegde bronnen
 1.Uragavagga     2. Cūlavagga     3. Mahāvagga     4. Atthakavagga     5. Pārāyana-vagga     


Sutta-nipāta


Inleiding


        Het Sutta-Nipāta of de ‘kleine collectie van leringen’ bestaat uit 1149 verzen met enkele prozastukken. Ze zijn geordend in vijf vaggas met in totaal 71 suttas. De suttas zijn zowel in proza als in versvorm. Het Sutta-Nipāta is een van de belangrijkste boeken in de Khuddaka Nikāya. De taal en de stijl ervan liggen dicht bij die van de Vedas.1


        De vijf vaggas zijn: Uragavagga, Cūlavagga, Mahāvagga, Atthakavagga, en Pārāyana. Hiervan zijn het Atthaka-vagga en het Pārāyana-vagga de oudste delen. Zij dateren uit de tijd van de Boeddha. De andere vaggas zijn in hun tegenwoordige vorm jonger dan de laatste twee.2

        Het Maha Niddesa en het Cula Niddesa geven commentaar op de twee laatste hoofdstukken - het Atthaka Vagga en het Pārāyana Vagga. En het Cula Niddesa geeft ook commentaar op het Khaggavisāna Sutta, de neushoorn (Sn.I.3, verzen 35-75). Die commentaren zijn zó belangrijk dat ze in de collectie van deze Nikāya zijn opgenomen.3

        Op grond van taal en inhoud is te concluderen dat sommige van deze suttas teruggaan tot de begindagen van het Boeddhisme. De meeste verzen stammen uit de oudste verkondiging van de leer. En vele ervan moeten zijn ontstaan onder de vroegste discipelen van de Boeddha, niet lang na zijn dood. De hoofdtrekken van de latere Boeddha-legende zijn in het Sutta-Nipāta al aanwezig. Zo kunnen de legenden in het Nalaka sutta (I.3), het Pabbājja sutta (III.1) en het Pandhāna sutta (III.2) niet tot de oudste Boeddhistische traditie behoren. Ze veronderstellen al een lange geschiedenis van de Boeddha-legende. Kortom, het Sutta-Nipāta is een collectie van zeer vroege en van latere teksten.4 De bloemlezing ervan in één boek is laat ontstaan, wellicht in meerdere fasen. Mogelijk is de bloemlezing ontstaan op het tweede concilie ten tijde van keizer Asoka.

        Het Atthaka-vagga en het Parayana-vagga zijn al heel oud. Er wordt in de suttas vaak door de Boeddha naar verwezen.

        De vroegste vorm van het Sutta Nipata bestond ongetwijfeld uit het Atthakavagga (het boek van acht), het Parayana-vagga (de weg naar de andere oever), en het Neushoorn-sutta (I.3). Hier kwamen bij verzen over het muni-ideaal, nl. de muni (I.12), en Nalaka (III.1).

        Ook suttas over het monnikenleven werden toegevoegd (Sariputta sutta, IV.16, Sela sutta, III.7). Het sutta over Sabhiya (III.6) is ook belangrijk. Verder kwamen er nog bij leken-ethiek en verzen ter bescherming. [metta sutta, ratana sutta]. Zo ontstond een vademecum, een handboek voor monniken.5

        Meerdere Duitse en Engelse vertalingen werden geraadpleegd om een betrouwbare Nederlandse vertaling te kunnen maken.

        Miss Horner en Dr. Rahula baseren hun vertaling op de interpretatie gevonden in de traditie van commentaren en andere Pali teksten in de Theravada-traditie.

        Mr. Norman vindt de commentaren niet noodzakelijk de meest betrouwbare getuigen. Hij gebruikte de methoden van historische linguïstiek en zijn ongeëvenaarde kennis van midden Indo-Arische filologie om de originele betekenis te achterhalen.6

        Volgens de eerwaarde Nyanaponika is de vertaling van K.E. Neumann te willekeurig en is er te veel dichterlijke vrijheid. Ik heb Neumanns vertaling daarom niet geraadpleegd.

        De hier volgende vertaling is gebaseerd op de Duitse vertaling van de eerwaarde Nyanaponika en de Engelse vertalingen van de heer Norman. In voetnoten wordt verwezen naar alternatieve vertalingen.

        De meeste voetnoten stammen van de eerwaarde Nyanaponika. Waar dit niet het geval is, wordt dat vermeld.

        Norman heeft niet steeds dezelfde nummering als de andere vertalers. Ik gebruik de gangbare nummering en niet die van Norman.

        Eigen opmerkingen zijn vermeld tussen rechte haakjes [ ]


Indeling van het Sutta-Nipata


I. Uraga Vagga, het boek van de slang

Genoemd naar het eerste sutta.

1.1. (verzen 1-17) Uraga-Sutta, de slang

1.2. (verzen 18-34) Dhaniya Sutta

1.3. (verzen 35-75) Khaggavisāna-Sutta, de neushoorn

1.4. (verzen 76-82) Kasi-Bhāradvāja-Sutta, de ploeger Bharadvaja

1.5. (verzen 83-90) Cunda-Sutta

1.6. (verzen 91-115) Parābhava-Sutta, achteruitgang

1.7. (verzen 116-142) Vasala-Sutta, de verschoppeling

1.8. (verzen 143-152) Mettā-Sutta, liefdevolle vriendelijkheid

1.9. (verzen 153-180) Hemavata-Sutta

1.10. (verzen 181-192) Ālavaka-Sutta

1.11. (verzen 193-206) Kayavicchandanika-Sutta of Vijaya-Sutta, beschouwing van het lichaam

1.12. (verzen 207-221) Muni-Sutta, de wijze


II. Cūla-Vagga, het kleine boek

II.1. (verzen 222-238) Ratana-Sutta, de juwelen;

II.2. (verzen 239-252) Āmagandha-Sutta, ongunstig

II.3. (verzen 253-257) Hiri-Sutta, schaamte;

II.4. (verzen 258-269) Mahā-Mangala-Sutta, de grootste zegeningen

II.5. (verzen 270-273) Sūciloma-Sutta;

II.6. (verzen 274-283) Dhammacariya-Sutta, juist gedrag

II.7. (verzen 284-315) Brāhma-Dhammika-Sutta;

II.8. (verzen 316-323) Nāvā-Sutta, de boot

II.9. (verzen 324-330) Kimsīla-Sutta, hoe moet een mens zich gedragen?

II.10. (verzen 331-334) Utthāna-Sutta, spant u in

II.11. (verzen 335-342) Rāhula-Sutta;

II.12. (verzen 343-358) Vangīsa-Sutta

II.13. (verzen 359-375) Sammā-Paribbājaniya-Sutta;

II.14. (verzen 376-404) Dhammika-Sutta



III. Mahā-Vagga, het grote boek

III.1. (verzen 405-424) Pabbajja-Sutta;

III.2. (verzen 425-449) Padhana-Sutta;

III.3. (verzen 450-454) Subhasita-Sutta;

III.4. (verzen 455-486) Sundarika-Bharadvaja-Sutta;

III.5. (verzen 487-509) Magha-Sutta;

III.6. (verzen 510-547) Sabhiya-Sutta;

III.7. (verzen 548-573) Sela-Sutta;

III.8. (verzen 574-593) Salla-Sutta;

III.9. (verzen 594-656) Vasettha-Sutta;

III.10.(verzen 657-678) Kokalika-Sutta;

III.11. (verzen 679-723) Nalaka-Sutta;

III.12. (verzen 724-765) Dvayatanupassana-Sutta



IV. Atthaka-Vagga, het boek van acht

IV.1. (verzen 766-771) Kāma-Sutta, lust

IV.2. (verzen 772-779) Guhatthaka-Sutta, de grot

V.3. (verzen 780-787) Dutthatthaka-Sutta, boosaardig

IV.4. (verzen 788-795) Suddhatthaka-Sutta, zuiver

IV.5. (verzen 796-803) Paramatthaka-Sutta, het hoogste

IV.6. (verzen 804-813) Jarā-Sutta, ouderdom

IV.7. (verzen 814-823) Tissa-Metteyya-Sutta

IV.8. (verzen 824-834) Pasūra-Sutta

IV.9. (verzen 835-847) Māgandiya-Sutta

IV.10. (verzen 848-861) Purābheda-Sutta, voor het verval

IV.11. (verzen 862-877) Kalaha-Vivāda-Sutta, ruzie en tweedracht

IV.12. (verzen 878-894) Cūla-Viyūha-Sutta, de korte ontmoeting

IV.13. (verzen 895-914) Mahā-Viyūha-Sutta, de grote ontmoeting

IV.14. (verzen 915-934) Tuvataka-Sutta, snel

IV.15. (verzen 935-954) Attadanda-Sutta, geweld

IV.16. (verzen 955-975) Sāriputta-Sutta



V. Pārāyana-Vagga, het boek “weg naar de andere oever”

V.0. (verzen 976-1031) Verhalende verzen; 
V.1. (verzen 1032-1039) Ājita; 
V.2. (verzen 1040-1042) Tissa-Metteyya; 
V.3. (verzen 1043-1048) Punnaka; 
V.4. (verzen 1049-1060) Mettagū; 
V.5. (verzen 1061-1068) Dhotaka; 
V.6. (verzen 1069-1076) Upasīva; 
V.7. (verzen 1077-1083) Nanda; 
V.8. (verzen 1084-1087) Hemaka; 
V.9. (verzen 1088-1091) Todeyya; 
V.10. (verzen 1092-1095) Kappa; 
V.11. (verzen 1096-1100) Jatukannī; 
 V.12. (verzen 1101-1104) Bhadrāyudha; 
V.13. (verzen 1105-1111) Udaya; 
V.14. (verzen 1112-1115) Posāla;
V.15. (verzen 1116-1119) Mogharāja; 
V.16. (verzen 1120-1123) Pingiya; 
Eindverzen  1124-1149. 


Geraadpleegde bronnen


Jayawickrama: Thupavamsa: Chronicle of the Thupa. PTS, 1971. (Sacred Books of the Buddhists)


Kashyap, Bhikkhu J. (Gen. Ed.) : The Khuddakapātha-Dhammapada-Udāna-Itivuttaka-Suttanipāta [Khuddakanikāya Vol. I]. [s.l.] 1959.


Nârada Thera: The Dhammapada : Pali Text and translation with stories in brief and notes. (3rd ed.). Colombo 2522-1978


Norman, K.R.: Pâli Literature, including the Canonical Literature in Prakrit and Sanskrit of all the Hînayâna Schools of Buddhism. Wiesbaden : Harrassowitz, 1983. (A History of Indian Literature, Vol. 7, Fasc. 2).


Norman, K.R. (tr.): The Group of Discourses (Sutta-Nipâta). Vol. I. With alternative transl. by I.B. Horner and Walpola Rahula. London : PTS, 1984.


Norman, K.R. (tr.): The Group of Discourses (Sutta-Nipâta). Vol. II. Oxford : PTS, 1992. (Pali Text Society Translation Series No. 45). (Revised transl. with introduction and notes).


Nyanaponika (Übers.): Sutta-Nipāta,: Früh-buddhistische Lehr-Dichtungen aus dem Pali-Kanon. Mit Auszügen aus den alten Kommentaren. Konstanz 1977.


Seidenstücker, Karl (übers.): Khuddaka-Pātha - Kurze Texte. Buddhistische Volksbibliothek No. 6.
Eine kanonische Schrift des Pali-Buddhismus, aus dem Pali übersetzt und erläutert von Karl Seidenstücker.

http://www.palikanon.com/khuddaka/khuddaka.htm


Soni, R.L (transl.).: Life's Highest Blessings. The Maha Mangala Sutta. Kandy 1978. The Wheel No. 254/256.


Thomas, Edward J.: The Life of Buddha as Legend and History. (repr.) New Delhi 1992.


Webb, Russell (ed.): An Analysis of the Pali Canon, being the Buddhist Scriptures of the Theravada School. Kandy 1975. The Wheel No. 217/220.


Winternitz, Maurice: A history of India Literature. Vol. II : Buddhist Literature and Jaina Literature, by Maurice Winternitz; a new authoritative English translation by V. Srinivasa Sarma. (revised ed.) Delhi 1983.


www.palikanon.com/english/pali_names/ā/āmagandha.html


www.palikanon.com/khuddaka/sn/vorw1.html  (Nyanaponika)


A Discourse on the Tuvaaka Sutta by The Venerable Mahāsi Sayādaw of Burma, Translated by Daw Kay Mya Wee, p. 36. http://www.aimwell.org/tuvataka.html of https://buddhismforbeginnersgroup.files.wordpress.com/2016/06/mahasi_sayadaw-1976_discourse_on_the_tuvataka_sutta.pdf


Noten


1Kashyap, Bhikkhu J. (Gen. Ed.) : The Khuddakapātha-Dhammapada-Udāna-Itivuttaka-Suttanipāta [Khuddakanikāya Vol. I]. [s.l.] 1959, p. x; Webb, Russell (ed.): An Analysis of the Pali Canon, being the Buddhist Scriptures of the Theravada School. Kandy 1975. The Wheel No. 217/220, p. 33; Thomas, Edward J.: The Life of Buddha as Legend and History. (repr.) New Delhi 1992, p. 273.; Winternitz, Maurice: A history of India Literature. Vol. II : Buddhist Literature and Jaina Literature, by Maurice Winternitz; a new authoritative English translation by V. Srinivasa Sarma. (revised ed.) Delhi 1983, p. 89; Nyanaponika (Übers.): Sutta-Nipāta,: Früh-buddhistische Lehr-Dichtungen aus dem Pali-Kanon. Mit Auszügen aus den alten Kommentaren. Konstanz 1977, p. 14-15; Norman, K.R. (tr.): The Group of Discourses (Sutta-Nipâta), Vol. II. Oxford 1992, p. xxv.

2Kashyap 1959, Kh.I, p. xvi; Webb 1975, p. 33; Thomas 1992, p. 273; Norman 1992, p. xxvii-xxviii; Norman, K.R.: Pâli Literature, including the Canonical Literature in Prakrit and Sanskrit of all the Hînayâna Schools of Buddhism. Wiesbaden 1983, p. 67-68 ; Nyanaponika 1977, p. 18.

3zie noot 1.

4Winternitz 1983, p. 90, 93-96; Norman 1983, p. 63; Nyanaponika 1977, p. 17-22; Norman 1992, p. xxvii-xxix.

5 www.palikanon.com/khuddaka/sn/vorw1.html

6 Norman 1984, voorwoord.



naar boven  of naar 5.2.5.5.1. Uraga Vagga, het boek van de slang  of  naar 5. De Pali canon