Facetten van het Boeddhisme



naar Index

5.2.5.4. Itivutthaka


Inleiding   Ekaka-nipāta, 1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11   12   13   14   15   16   17   18   19   20   21   22   23   24   25   26   27   Duka-nipāta, 28   29   30   31   32   33   34   35   36   37   38   39   40   41   42   43   44   45   46   47   48   49   Tika-nipāta,   50   51   52   53   54   55   56   57   58   59   60   61   62   63   64   65   66   67   68   69   70   71   72   73   74   75   76   77   78   79   80   81   82   83   84   85   86   87   88   89   90   91   92   93   94   95   96   97   98   99   Catukka-nipāta,   100   101   102   103   104   105   106   107   108   109   110   111   112   geraadpleegde bronnen   afkortingen


zomerpaleis, Bang Pa, Thailand


Itivuttaka

Zo is het gezegd

Inleiding

            De naam Itivuttaka betekent: “Zo is het gezegd.” Het werk bestaat uit 112 korte stukken. Volgens het commentaar zijn de suttas verzameld door de vrome lekenvolgelinge Uttarā. Haar bijnaam was Khujjutāra, de gebochelde. 

Uttarā was de dienares van koningin Sāmāvatī en kreeg van koning Udena dagelijks acht munten om bloemen voor de koningin te kopen. Maar zij kocht slechts bloemen voor vier munten. Toen de Boeddha naar Kosambī kwam, werd Uttarā door de tuinman Sumana, bij wie zij altijd de bloemen kocht, uitgenodigd om de leerrede van de Boeddha bij te wonen. Na het horen daarvan bereikte Uttarā de stroomintrede (sotāpanna). Op die dag van de stroomintrede kocht zij bloemen voor het volledige bedrag, bracht ze naar koningin Sāmāvatī en bekende dat zij voordien slechts bloemen voor vier munten had gekocht. Op verzoek van koningin Sāmāvatī herhaalde Uttarā de hele leerrede voor haar en de andere hofdames, zoals zij die van de Boeddha had gehoord.

De koningin kon het paleis niet verlaten om naar de leerreden van de Boeddha te luisteren. Daarom ging Uttarā in haar plaats. Regelmatig ging zij naar de Boeddha luisteren wanneer hij de monniken onderwees. Zij zat dan achter een gordijn. Wat zij van de Boeddha leerde, herhaalde zij voor de koningin en de andere vrouwen in het paleis. Zo zou het Itivuttaka zijn ontstaan. En wat zij in het paleis herhaalde, werd daar natuurlijk uitvoerig besproken.[1]

De Boeddha prees Uttarā als de beste van zijn vrouwelijke lekenvolgelingen met veel weten. Zij was ook een goede lerares, want toen later de binnenvertrekken van het paleis afbrandden en de koningin en haar gevolg stierven, zei de Boeddha dat al die vrouwen minstens het eerste niveau van heiligheid bereikt hadden. (Zie Udana VII.10)

Uttarā legde er de nadruk op dat wat zij in het paleis herhaalde, niet haar eigen woorden waren maar de woorden van de Boeddha. Daarom begon zij elk sutta steeds met de zin: “Dit is gezegd (vuttam) door de Heer, ... zo (iti) heb ik gehoord”. Daarom kreeg deze collectie de naam Itivuttaka, de “zo is het gezegd” suttas.

En na het proza-gedeelte zei zij steeds: “Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:” En zij sluit dan elk sutta af met de woorden: “Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.”

Beide passages zijn in Woodward 1985, Ireland 1991, en ook in Thānissaro 2018, als volgt vertaald: “Dit is de betekenis van wat de Heer zei”; en “Ook dit is de betekenis van wat werd gezegd.” Die vertaling geeft m.i. aan dat niet wordt aangenomen dat mevrouw Uttarā alles letterlijk heeft onthouden maar alleen de betekenis van wat zij heeft vernomen heeft doorgegeven. In die tijd evenwel hadden de mensen een heel goed geheugen. En mevrouw Uttarā zal dan ook alles wat zij hoorde, letterlijk hebben herhaald. Dat blijkt ook uit de aanhef van het sutta: “Bhikkhus”, terwijl zij toch spreekt tot de vrouwen in het paleis. Daarom heb ik de vertaling van Seidenstücker gevolgd.

      Woodward wees erop dat niet alle suttas door de Boeddha zelf gesproken kunnen zijn, bijvoorbeeld wanneer de (veronderstelde) Leraar zichzelf buitengewoon prijst.[2]

Het is opmerkelijk dat alle vertalingen direct vanuit het Pali toch op meerdere plaatsen van elkaar verschillen wat de betekenis betreft. Ik heb dan een keuze moeten maken.

 

In het Itivuttaka is hetzelfde idee zowel in proza als in vers verteld. Het schijnt dat het proza een verklaring is van de verzen. Soms passen proza en verzen niet goed bij elkaar.[3]

Wat de inhoud betreft omvat het Itivuttaka alle thema’s over de praktijk van de leer van de Boeddha, vanaf de basis t/m de gevorderde niveaus. Veel uitspraken staan alleen in het Itivuttaka en nergens anders in de Pali Canon. Als Uttarā ze niet had onthouden en verder had verteld, was het weten over de leer armer geweest. Wij moeten daarom Uttarā erg dankbaar zijn.[4] En ook moeten wij koningin Sāmāvatī dankbaar ervoor zijn dat zij haar dienares Uttarā verzocht om naar de leerreden van de Boeddha te gaan luisteren en ze dan in het paleis te herhalen.

De collectie van dese suttas is verdeeld in vier nipātas of groepen die handelen over de ethische leer van de Boeddha.[5]  Die vier nipātas zijn: Ekaka-nipāta, Duka-nipāta, Tika-nipāta en Catukka-nipāta.

Elke groep is weer onderverdeeld in vaggas, die meestal bestaan uit tien suttas.

   

Ekaka-nipāta. Deze collectie is verdeeld in drie secties (vaggas). Begeerte, kwaadwil, illusie, toorn, wrok, hoogmoed, onwetendheid, vurig verlangen, tweespalt, liegen, gierigheid worden er veroordeeld. En oplettendheid, omgang met de wijze, eendracht, geestelijke vrede, geluk, vlijt, edelmoedigheid en liefdevolle vriendelijkheid worden er geprezen.[6]

Duka-nipāta. Deze collectie is verdeeld in twee secties (vaggas). Toegelicht wordt er dat men waakzaam moet zijn wat betreft de zintuigen en dat men gematigd moet zijn met eten. Eveneens worden er toegelicht bekwame daden, gezonde gewoontes en juiste inzichten, kalmte en afzondering, schaamte en vrees, de twee soorten van Nibbāna en de deugden die verkregen worden door een energiek ascetisch leven.[7]

Tika-nipāta. Deze collectie is verdeeld in vijf secties (vaggas). Omschreven worden er factoren die drievoudig zijn: slechte grondslagen, elementen, gevoelens, verlangens, smetten, etc. En verkondigd wordt er het ideale leven van een bhikkhu.[8]

Catukka-nipāta. In deze collectie wordt de nadruk gelegd op factoren die viervoudig zijn: benodigdheden voor een bhikkhu, de vier edele waarheden, etc. Eveneens wordt er benadrukt dat een bhikkhu zuiverheid van geest moet cultiveren.[9]

Een groot deel van het vierde nipata schijnt ontleend te zijn aan passages elders in de canon. Dit doet vermoeden dat deze collectie later is toegevoegd.[10]

De suttas worden hier genummerd in doorlopende volgorde, zoals in de uitgave van de Pali Text Society. De indeling in vaggas wordt door de heer Dubois strikt nagevolgd. Door mij is de indeling in nipata en vagga vermeld na het doorlopende nummer.

Een aantal suttas en verzen is ook aangetroffen in andere delen van de Sutta Pitaka, maar veel suttas zijn alleen hier te vinden. Dat maakt het Itivuttaka tot een unieke verzameling teksten waarin de hele leer van de Boeddha uiteengelegd is.[11]

Bij de voetnoten wordt steeds vermeld waar ik die ontleend heb.

N. Moonen, Saraburi 2563 / 2020


Namo tassa bhagavato arahato

samma-sambuddhassa

1. Ekaka-nipata. De groep van een

It.1. (1.1.1.)  Begeerte - Lobha sutta

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord: 

Geef één ding op,[12] bhikkhus, en ik garandeer jullie voor de niet-wederkeer.[13] Wat is dat ene ding? Begeerte[14] is dat ene ding, bhikkhus. Geef dit ene ding op en ik garandeer jullie voor de niet wederkeer.[15] 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

Wezens die begeren met hevig verlangen

gaan naar wedergeboorte in een slechte bestemming.[16]

Maar wanneer zij begeerte juist hebben begrepen,

geven degenen met inzicht ze op.

Nadat zij begeerte hebben opgegeven

komen zij nooit meer terug in deze wereld.

        

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

It.2. (1.1.2)  Haat - Dosa sutta

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord: 

Geef één ding op, bhikkhus, en ik garandeer jullie voor de niet-wederkeer. Welk ene ding? De haat, kwaadwil, afkeer. Geef dit ene ding op en ik garandeer jullie voor de niet wederkeer.

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

Wezens bedorven door haat, kwaadwil, afkeer,

gaan naar wedergeboorte in een slechte bestemming.

Maar wanneer zij haat juist hebben begrepen,

geven degenen met inzicht hem op.

Nadat zij de haat hebben opgegeven

keren zij nooit meer terug naar deze wereld.

        

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

It.3. (1.1.3)  Verblinding - Moha sutta

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord: 

Geef één ding, bhikkhus en ik garandeer jullie voor de niet-wederkeer. Welk ene ding? De verblinding. Geef dit ene ding op, ik garandeer jullie voor de niet wederkeer.

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

Wezens verward door verblinding

gaan naar wedergeboorte in een slechte bestemming.

Maar wanneer zij verblinding juist hebben begrepen,

geven degenen met inzicht die op.

Nadat zij de verblinding hebben opgegeven

komen zij nooit meer terug naar deze wereld.

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

It.4. (1.1.4)  Woede - Kodha sutta

        

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord: 

Geef één ding op, bhikkhus en ik garandeer jullie voor de niet-wederkeer. Welk ene ding? De woede. Geef dit ene ding op en ik garandeer jullie voor de niet wederkeer.

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

Wezens in woede ontvlamd,

gaan naar wedergeboorte in een slechte bestemming.

Maar wanneer zij woede juist hebben begrepen,

geven degenen met inzicht ze op.

Nadat zij de woede hebben opgegeven

komen zij nooit meer terug naar deze wereld.

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

It.5. (1.1.5)  Huichelarij, verachting - Makkha sutta

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

Geef één ding op, bhikkhus, ik garandeer jullie voor de niet-wederkeer. Welk ene ding? De huichelarij en verachting.[17] Geef dit ene ding op en ik garandeer jullie voor de niet wederkeer.

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

Wezens die huichelen en anderen verachten met minachting,

gaan naar wedergeboorte in een slechte bestemming.

Maar wanneer zij huichelarij, verachting juist hebben begrepen,

geven degenen met inzicht ze op.

Nadat zij dat hebben opgegeven komen zij

nooit meer terug naar deze wereld.

Ook dit wat werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

It.6. (1.1.6)  Eigendunk - Māna sutta

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

Geef één ding op, bhikkhus, ik garandeer jullie voor de niet-wederkeer. Welk ene ding? De eigendunk. Geef dit ene ding op en ik garandeer jullie voor de niet wederkeer.

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

Wezens opgeblazen met eigenwaan

gaan naar wedergeboorte in een slechte bestemming.

Maar wanneer zij eigendunk juist hebben begrepen,

geven degenen met inzicht die op.

Nadat zij eigendunk hebben  opgegeven

komen zij nooit meer terug naar deze wereld.

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

It.7. (1.1.7)  Het ‘alles’  - Sabbapariññā sutta

        

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

Bhikkhus, iemand die het "alles"[18] niet direct kent en niet volledig begrijpt,[19] die zijn geest niet ervan heeft losgemaakt en het niet heeft opgegeven, die is niet in staat tot vernietiging van lijden. 

Maar iemand die het "alles" direct kent en volledig heeft begrepen, en die zijn geest ervan heeft losgemaakt en het heeft opgegeven, die is wel in staat tot vernietiging van lijden.”

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

“Iemand die het ‘alles’ op elke manier kent,

die nergens aan gehecht is,

omdat hij het ‘alles’ volledig heeft begrepen,

die heeft alle lijden overwonnen.”

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

It.8. (1.1.8)  Verwaandheid - Mānapariññā sutta

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord: 

         Bhikkhus, iemand die verwaandheid, eigendunk niet direct herkent en volledig heeft begrepen, en die zijn geest er niet van heeft losgemaakt en heeft opgegeven, die is niet in staat tot vernietiging van lijden.

Maar iemand die verwaandheid, eigendunk direct herkent en volledig heeft begrepen, en die zijn geest ervan heeft losgemaakt en heeft opgegeven, die is in staat tot vernietiging van lijden.

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

De mensheid is bezeten door verwaandheid, eigendunk,

is geboeid door verwaandheid en verheugt zich in het bestaan.

Omdat zij verwaandheid niet grondig begrijpen

worden zij steeds weer opnieuw geboren.[20]

Maar zij die verwaandheid hebben opgegeven,

en door het vernietigen van verwaandheid vrij zijn,

die hebben de slavernij van verwaandheid overwonnen

en zijn aan alle lijden ontkomen.

Ook dit wat werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

It.9. (1.1.9)  Begeerte - Lobhapariññā sutta

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

         Bhikkhus, iemand die begeerte niet direct herkent en volledig heeft begrepen, en die zijn geest er niet van heeft losgemaakt en heeft opgegeven, die is niet in staat tot vernietiging van lijden.

Maar iemand die begeerte direct herkent en volledig heeft begrepen, en die zijn geest ervan heeft losgemaakt en heeft opgegeven, die is in staat tot vernietiging van lijden.

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

De mensheid is bezeten door begeerte,

is geboeid door begeerte en verheugt zich in het bestaan.

Omdat zij begeerte niet grondig begrijpen,

worden zij steeds weer opnieuw geboren.

Maar zij die begeerte hebben opgegeven,

en door het vernietigen van begeerte vrij zijn,

die hebben de slavernij van begeerte overwonnen

en zijn aan alle lijden ontkomen.

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

It.10. (1.1.10)  Haat, afkeer - Dosapariññā sutta

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

Bhikkhus, iemand die haat, afkeer, kwaadwil niet direct herkent en volledig heeft begrepen, en die zijn geest er niet van heeft losgemaakt en heeft opgegeven, die is niet in staat tot vernietiging van lijden.

Maar iemand die haat, afkeer, kwaadwil direct herkent en volledig heeft begrepen, en die zijn geest ervan heeft losgemaakt en heeft opgegeven, die is in staat tot vernietiging van lijden.

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

De mensheid is bezeten door haat,

geboeid door haat en verheugt zich in het bestaan. Omdat zij haat niet grondig begrijpen,

worden zij steeds weer opnieuw geboren.

Maar zij die haat hebben opgegeven,

en door het vernietigen van haat vrij zijn,

die hebben de slavernij van haat overwonnen

en zijn aan alle lijden ontkomen.

         

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

It.11. (1.2.1)  Verblinding - Mohapariññā sutta

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord: 

Bhikkhus, iemand die waan, verblinding niet direct herkent en volledig heeft begrepen, en die zijn geest er niet van heeft losgemaakt en heeft opgegeven, die is niet in staat tot vernietiging van lijden.

Maar iemand die waan, verblinding direct herkent en volledig heeft begrepen, en die zijn geest ervan heeft losgemaakt en heeft opgegeven, die is in staat tot vernietiging van lijden.

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

De mensheid is bezeten door waan,

is geboeid door waan en verheugt zich in het bestaan.

Omdat zij waan niet grondig begrijpen,

worden zij steeds weer opnieuw geboren.

Maar zij die waan hebben opgegeven,

en door het vernietigen van waan vrij zijn,

die hebben de slavernij van waan overwonnen

en zijn aan alle lijden ontkomen.

         

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

It.12. (1.2.2)  Toorn - Kodhapariññā sutta

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord: 

Bhikkhus, iemand die toorn niet direct herkent en volledig heeft begrepen, en die zijn geest er niet van heeft losgemaakt en heeft opgegeven, die is niet in staat tot vernietiging van lijden.

Maar iemand die toorn direct herkent en volledig heeft begrepen, en die zijn geest ervan heeft losgemaakt en heeft opgegeven, die is in staat tot vernietiging van lijden.

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

De mensheid is bezeten door toorn,

is geboeid door toorn en verheugt zich in het bestaan.

Omdat zij toorn niet grondig begrijpen,

worden zij steeds weer opnieuw geboren.

Maar zij die toorn hebben opgegeven,

en door het vernietigen van toorn vrij zijn,

die hebben de slavernij van toorn overwonnen

en zijn aan alle lijden ontkomen.

         

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

It.13. (1.2.3)  Makkhapariññā Sutta - huichelarij en verachting

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

Bhikkhus, iemand die huichelarij en verachting niet direct herkent en volledig heeft begrepen, en die zijn geest er niet van heeft losgemaakt en heeft opgegeven, die is niet in staat tot vernietiging van lijden.

Maar iemand die huichelarij en verachting direct herkent en volledig heeft begrepen, en die zijn geest ervan heeft losgemaakt en heeft opgegeven, die is in staat tot vernietiging van lijden.

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

De mensheid is bezeten door huichelarij en verachting,

is geboeid door huichelarij en verachting, en verheugt zich in het bestaan.

Omdat zij huichelarij en verachting niet grondig begrijpen,

worden zij steeds weer opnieuw geboren.

Maar zij die huichelarij en verachting hebben opgegeven,

en door het vernietigen van huichelarij en verachting vrij zijn,

die hebben de slavernij van huichelarij en verachting overwonnen

en zijn aan alle lijden ontkomen.

         

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

It. 14. (1.2.4)  De hindernis van onwetendheid - Avijjānīvarana sutta

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

         Bhikkhus, ik zie geen enkele andere hindernis[21] door welke de wezens lange tijd de kringloop van wedergeboorten doorlopen, dan de hindernis van onwetendheid.[22] Inderdaad, door de hindernis van onwetendheid is de mensheid belemmerd en doorloopt zij een lange tijd de kringloop van wedergeboorten.

        Maar zij die zich van de verblinding hebben ontdaan en de duisternis hebben doorbroken hebben, zij dolen niet meer verder; hun oorzaak is niet meer te vinden.[23]

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

Er bestaat geen enkel ander ding

dan de hindernis van onwetendheid,

waardoor de mensheid zo belemmerd is,

en haar steeds weer het bestaan laat doorlopen.

Maar zij die de onwetendheid hebben opgegeven,

deze hele massa van duisternis doorklievend,

zij lopen niet meer verder rond,

in hen is er geen reden meer voor gevonden.

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

It.15. (1.2.5)  De boei van verlangen - Tanhāsamyojana sutta

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord: 

        Bhikkhus, ik zie geen enkele andere boei[24] dan de boei van het verlangen[25] door welke de wezens zo geboeid zijn en lange tijd de kringloop van wedergeboorten doorlopen. Inderdaad, door de boei van verlangen zijn wezens gebonden en doorlopen zij lange tijd de kringloop van wedergeboorten.

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

Iemand die vergezeld is door verlangen

gaat steeds verder op deze lange reis;[26]

hij kan niet aan de kringloop van bestaan ontsnappen

in deze staat van bestaan of in een andere.

Na het gevaar aldus te hebben begrepen,

dat verlangen de oorsprong is van lijden,

laat een bhikkhu oplettend leven,

vrij van verlangen, zonder te hechten.[27] 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

It.16. (1.2.6)  De lerende - Paṭhamasekha sutta

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

   Bhikkhus, wat betreft innerlijke factoren zie ik geen enkele andere factor dan wijze opmerkzaamheid[28] die zo’n grote hulp is voor een bhikkhu die nog moet leren,[29] die nog niet volmaaktheid heeft bereikt maar die streeft naar de opperste veiligheid van slavernij.[30] Bhikkhus, een bhikkhu die wijs oplettend is, geeft het onheilzame op en ontplooit het heilzame.[31]

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

Voor een bhikkhu die nog moet leren,

is er niets anders dat zoveel helpt

om het hoogste doel te bereiken

dan de factor van wijs opletten.

Een bhikkhu die zich wijs inspant kan

de beëindiging van alle lijden bereiken.

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord. 

It 17. (1.2.7)  De lerende en goede vriendschap - Dutiyasekha sutta

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

Bhikkhus, wat betreft innerlijke factoren zie ik geen enkele andere factor dan goede vriendschap[32] die zo’n grote hulp is voor een bhikkhu die nog moet leren, die nog niet volmaaktheid heeft bereikt maar die streeft naar de opperste veiligheid van slavernij. Bhikkhus, een bhikkhu die een goede vriend heeft, geeft het onheilzame op en ontplooit het heilzame.

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

Een bhikkhu met een goede vriend,

naar wie hij luistert en die hij eert,

doordat hij het advies van de vriend opvolgt -

helder bewust, vol oplettendheid -

hij kan steeds meer de vernietiging

van alle boeien bereiken.[33]

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

It.18. (1.2.8)  Verdeeldheid in de Orde - Sanghabheda sutta

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

Bhikkhus, als één ding in de wereld gebeurt, dan gebeurt het tot onheil, ongeluk en onzegen van velen, tot onheil en ongeluk voor goden en mensen. Welk ene ding? De verdeeldheid in de Sangha.[34] Als de Sangha verdeeld is, dan is er aan beide kanten ruzie, verwijten, afbakenen,   verdrijving. En in die situatie worden degenen die niet sympathiek zijn jegens de leer, niet bekeerd en sommigen die welwillend zijn t.o.v. de leer, veranderen van gedachten.[35]

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

Iemand die de Sangha verdeelt

blijft voor de tijd van een aeon[36] 

in een staat van ellende, in de hel.

Blij met ruzie, onrechtvaardigheid,

is hij beroofd van de veiligheid voor slavernij.

Wie een splitsing brengt in een Orde die één is,

hij gaat een aeon naar de hel.

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

It.19. (1.2.9)  Eendracht in de Orde - Sanghasāmaggī sutta

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

Als één ding in de wereld gebeurt, dan gebeurt het tot heil, geluk en zegen van velen, tot heil en geluk voor goden en mensen. Welk ene ding? De eendracht in de Sangha: als de Sangha in eendracht is, dan is er aan beide kanten geen ruzie, veroordelen, afbakenen, verdrijving. En in die situatie worden degenen die niet sympathiek zijn jegens de leer, bekeerd en degenen die welwillend zijn t.o.v. de leer, krijgen meer vertrouwen.

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

Geluk brengend is eendracht in de Sangha.

Iemand die degenen in eendracht steunt,

die met eendracht blij is, en die oprecht is,  

is niet verstoken van veiligheid voor slavernij.[37]

Wie in de Sangha eendracht bewerkstelligt,

verheugt zich een aeon in de hemel.[38] 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

It.20. (1.2.10)  Een verdorven geest - Padutthacitta sutta

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

Bhikkhus, iemand heeft een verdorven geest. Na zijn geest met mijn geest te hebben onderzocht, weet ik dat als hij op dit ogenblik stierf, hij zo snel als men een last afgooit, in de hel zou komen. En wel omdat zijn geest verdorven is. Vanwege een verdorven geest verschijnen sommige wezens bij het verval van het lichaam na de dood in een staat van ellende, op een slecht pad, in verderfenis, in de hel.

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

Omdat hij de verdorven geest begrijpt

van iemand die hier vertoeft,

legde de Ontwaakte de betekenis ervan uit

in tegenwoordigheid van de schare bhikkhus.

En zou die persoon sterven

juist nu in dit ogenblik,

dan zou hij weer verschijnen in de hel,

omdat zijn geest verdorven is.

Juist zoals men eerst iets vastpakt

en het dan weer weggooit,

zo gaan wezens naar een slechte bestemming

vanwege hun verdorven geest.[39]

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

It.21. (1.3.1)  De heldere geest - Pasannacitta sutta

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

Bhikkhus, iemand heeft een heldere geest.[40] Na zijn geest met mijn geest te hebben onderzocht, weet ik dat als hij op dit ogenblik stierf, hij zo snel als men een last afgooit, in de hemel zou komen. En wel omdat zijn geest helder is. Vanwege een heldere geest verschijnen sommige wezens bij het verval van het lichaam na de dood op een goede bestemming, in een hemelse wereld.[41]

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

Omdat hij de heldere geest begrijpt

van iemand die hier vertoeft,

legde de Ontwaakte de betekenis ervan uit

in tegenwoordigheid van de schare bhikkhus.

En zou die persoon sterven

juist nu in dit ogenblik,

dan zou hij weer verschijnen in een goede bestemming,

omdat zijn geest helder is.

Juist zoals men eerst iets vastpakt

en het dan weer weggooit,

zo gaan wezens naar een goede bestemming

vanwege hun heldere geest.

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

It.22. (1.3.2)  Verdienstelijke daden - Metta sutta

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord: 

Bhikkhus, wees niet bang voor verdienstelijke daden. Dit is namelijk een aanduiding voor geluk. Wat gewenst is, waar men naar verlangde, wat dierbaar en aangenaam is, dat is “verdienstelijke daden”. Want ik herinner me heel goed, bhikkhus, dat ik gedurende een lange tijd verlangde, gewenste, dierbare en aangename resultaten ondervond van verdienstelijke daden die vaak verricht werden.

Nadat ik zeven jaren lang een hart met liefdevolle vriendelijkheid[42] had ontwikkeld, keerde ik in de tijd van zeven aeonen van wereldvergaan en wereldontstaan niet naar deze wereld terug. Wanneer de aeon zich samen rolde, verscheen ik onder de Stralenden; wanneer de aeon zich weer uiteen rolde, verscheen ik in een leeg Brahma-paleis. Daar was ik Brahma, de grote Brahma, de onoverwonnen overwinnaar, de alziende, de almachtige.[43] En zesendertig keer was ik Sakka de koning van de goden.[44] En vele honderden keren was ik een wiel-draaiende koning, een rechtvaardige koning van de wet, heerser over de vier kwartieren van de aarde, stabiliteit in het land houdende, in het bezit van de zeven juwelen.[45] Wat moet er dan gezegd worden over alleen maar lokaal koningschap?

Bhikkhus, toen vroeg ik mij af: "Van welke soort van mijn daden is dit de vrucht en rijpheid dat ik nu zo machtig en krachtig ben?" En toen kwam het volgende in mij op: "Van drie soorten van mijn daden is dit de vrucht en rijpheid dat ik nu zo machtig en zo krachtig ben, namelijk daden van vrijgevigheid, van zelfbeheersing, en van beteugeling.[46]

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

Laat men zich oefenen in daden van verdiensten

die langdurend geluk opleveren:

edelmoedigheid, een leven in evenwicht,

en het ontwikkelen van liefdevolle vriendelijkheid.

Door deze drie dingen te cultiveren

brengen daden geluk.

De wijze wordt herboren in gelukzaligheid

in een gelukkige wereld zonder zorgen.[47]

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

It.23. (1.3.3)  Onvermoeibaarheid - Ubhayattha sutta

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

Bhikkhus, door één ding, ontplooid en vaak herhaald, worden beide soorten van welzijn verkregen en gehandhaafd: welzijn hier en nu en welzijn dat behoort tot de toekomst. Door welk ding? Het is onvermoeibaarheid, ijver bij heilzame dingen.[48] Dat is het ene ding waardoor, ontplooid en vaak herhaald, beide soorten van welzijn verkregen en gehandhaafd worden: welzijn hier en nu en welzijn dat behoort tot de toekomst.

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

De wijzen prijzen ijver (onvermoeibaarheid)

bij het doen van daden van verdienste;

want iemand die wijs is en ijverig is (die onvermoeibaar streeft),

krijgt een tweevoudig voordeel:

welzijn in het hier en nu

en welzijn in een toekomstig leven.

En omdat men het goede heeft verwerkelijkt

wordt de verstandige[49] een wijze genoemd.

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

It.24. (1.3.4)  De berg van beenderen - Atthipuñja sutta

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord: 

Bhikkhus, de skeletten van een enkele persoon die een aeon lang het veranderende bestaan doorliep, zou een massa beenderen, een hoeveelheid beenderen teweegbrengen zo groot als de berg Vepulla, als men de beenderen bijeen zou brengen en het verzamelde niet verwoest zou worden.

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

De beenderen van een enkele persoon

verzameld in een enkele aeon

zouden een massa worden als een berg,

zo sprak de grote Ziener.

Hij verklaarde dat die zo groot

als de berg Vepulla zou zijn,

die ten noorden ligt van de Gierepiek

in de heuvel-vesting van Magadhā.[50]

Maar wanneer men met volmaakte wijsheid

de vier edele waarheden ziet zoals zij zijn -

lijden, het ontstaan van lijden en

het overwinnen van lijden,

en dan het edele achtvoudige pad,

dat leidt tot bevrijding van lijden -

maximaal nog zeven keer

zal zo'n man herboren worden,

en dan aan het lijden een einde maken,

door het vernietigen van alle boeien.[51]

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

I.25. (1.3.5)  Bewuste leugen - Musāvāda sutta

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord: 

Bhikkhus, ik zeg dat er voor een persoon die zich bij één ding schuldig maakt aan een overtreding, geen kwade daad is die hij niet zou kunnen begaan. Bij welk ding? Bij het opzettelijk vertellen van een leugen.

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

Een leugenachtig vals mens,

die één gebod slechts overtreedt

en die niet gelooft in een andere wereld:[52]

hij is tot elke fout in staat.[53]

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

It.26. (1.3.6)  Geven -Dāna sutta

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord: 

        Bhikkhus, als de wezens het resultaat van het geven en delen van gaven zouden kennen zoals ik, dan zouden zij niets eten zonder iets ervan gegeven te hebben; en zij zouden de smet van gierigheid niet bezit van hen laten nemen en wortel laten schieten in hun hart. Zelfs de laatste hap, de laatste brok zouden zij niet graag eten zonder die te hebben gedeeld indien er iemand was om mee te delen.[54] Maar bhikkhus, omdat de wezens het resultaat van het geven en delen van gaven niet zo kennen zoals ik, daarom eten zij ook zonder iets gegeven te hebben; en de smet van gierigheid neemt bezit van hen en schiet wortel in hun hart.

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

Als wezens alleen wisten -

zo zei de Grote Ziener -

hoe het resultaat van delen

zo’n grote vrucht heeft,

dan gaven zij met opgewekt gemoed,

vrij van de smet van gierigheid,

naar behoren aan de edelen,

die wat is gegeven vruchtbaar maken.[55]

Degenen die rijkelijk voedsel gaven,

een offer voor de waardigen,

die mensen gaan na de dood

als gevers naar de hemel.

Na veel voedsel te hebben gegeven als offergave

aan degenen die het meest waardige zijn voor gaven,

gaan de gevers naar de hemel

bij het vertrekken uit de menselijke staat.

In de hemel verheugen zij zich

en genieten er aangename dingen,

de onzelfzuchtige ondervindt het resultaat

van edelmoedig te delen met anderen.

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

It. 27. (1.3.7)  Ontwikkeling van liefdevolle vriendelijkheid -  Mettābhāvanā sutta

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord: 

“Bhikkhus, wat er bestaat aan velden[56] voor het maken van verdiensten die vruchtbaar zijn in een toekomstige geboorte,[57] dat alles heeft niet de waarde van een zestiende deel van metta, de bevrijding van de geest.[58] De liefdevolle vriendelijkheid, de bevrijding van de geest, overtreft ze allemaal en schittert en vlamt en straalt.

        Juist zoals het stralen van alle sterren niet gelijk is aan een zestiende deel van het stralen van de maan; maar de maneschijn die van de sterren overtreft en schittert en vlamt en straalt, - evenzo, wat er bestaat aan velden voor het maken van verdiensten die vruchtbaar zijn in een toekomstige geboorte, zij alle zijn niet gelijk aan een zestiende deel van metta, de bevrijding van de geest. De liefdevolle vriendelijkheid, de bevrijding van de geest, overtreft ze allemaal en schittert en vlamt en straalt.

             Juist zoals in de laatste maand van de regentijd, in de herfst, wanneer het uitspansel helder is en vrij van wolken, de zon omhoog stijgt en de duisternis die het luchtruim vult, verjaagt, en schittert en vlamt en straalt, - evenzo, alwat er bestaat aan velden voor het maken van verdiensten die vruchtbaar zijn in een toekomstige geboorte, zij alle zijn niet gelijk aan een zestiende deel van metta, de bevrijding van de geest. De liefdevolle vriendelijkheid, de bevrijding van de geest, overtreft ze allemaal en schittert en vlamt en straalt.

             En juist zoals ‘s nachts, ten tijde van het ochtendgloren de de morgenster, de heilbrengende ster[59] schittert en vlamt en straalt, - evenzo, alwat er bestaat aan velden voor het maken van verdiensten die vruchtbaar zijn in een toekomstige geboorte, zij alle zijn niet gelijk aan een zestiende deel van metta, de bevrijding van de geest. De liefdevolle vriendelijkheid, de bevrijding van de geest, overtreft ze allemaal en schittert en vlamt en straalt.

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

     

“Wie volbewust onmetelijke liefdevolle vriendelijkheid ontplooit,

de vernietiging van hechten ziende,

voor hem zijn de boeien weggesleten.[60]

Als hij met onverstoorde geest

slechts één levend wezen doordringt

met gedachten van liefdevolle vriendelijkheid,  

dan maakt hij daardoor verdienste.

Maar een edele produceert

een overvloed aan verdienste

door het hebben van een mededogende geest

ten opzichte van alle levende wezens.[61]

Die koninklijke wijzen die na verovering

van de aarde met haar ontelbare wezens

van land tot land trokken en offers brachten, -

het paard offer, het man offer,

de water rituelen, het soma offer,[62]

 en wat zij het ‘onbelemmerde’ noemden[63] -  

zij delen niet eens de waarde

van een zestiende deel

van een goed gecultiveerde geest

met gedachten van liefdevolle vriendelijkheid,

juist zoals de hele sterrenhemel

gedimd wordt door het stralen van de maan.

Iemand die niet doodt

noch anderen ertoe aanzet om te doden,

wie niet verovert

noch anderen ertoe aanzet te veroveren,[64] 

wie jegens alle wezens liefdevol gezind is,

hij heeft voor niemand vijandschap.[65] 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

2. Duka-nipata. De groep van twee

It.28. (2.1.1)  Leven in ongemak -  Dukkhavihāra sutta

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

Bhikkhus, in het bezit van twee dingen verblijft een bhikkhu al tijdens zijn leven in ongemak; hij brengt dan over zich ergernis, wanhoop en ellende, en bij het verval van het lichaam, na de dood, staat hem de weg naar neergang te wachten. Welke twee dingen? Het onbewaakt zijn wat betreft de deuren van de zintuigen en onmatigheid bij het eten.[66] Met deze twee dingen leeft een bhikkhu al tijdens zijn leven in ongemak; hij brengt dan over zich ergernis, wanhoop en ellende, en bij het verval van het lichaam, na de dood, staat hem de weg naar neergang te wachten.

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

Het oog, het oor, de neus, de tong,

het lichaam en ook het denken, -

een bhikkhu die deze poorten

hier onbewaakt laat,  

onmatig bij de maaltijd,

met onbewaakte zintuigen,

hij ondervindt lijden

zowel lichamelijk als geestelijk.

Gekweld door het lichaam

en gekweld door de geest,

leeft een dergelijk iemand in ongemak

zowel overdag als 's nachts.

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

It.29. (2.1.2)  Leven op zijn gemak - Sukhavihāra sutta

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

Bhikkhus, in het bezit van twee dingen vertoeft een bhikkhu al tijdens zijn leven op zijn gemak; hij brengt dan geen ergernis, wanhoop en ellende over zich, en bij het verval van het lichaam, na de dood, staat hem een goede bestemming te wachten. Welke twee dingen? - Bedwinging van de deuren van de zintuigen en maat houden bij het eten. In het bezit van twee dingen vertoeft een bhikkhu al tijdens zijn leven gelukkig; hij brengt dan geen ergernis, wanhoop en ellende over zich, en bij het verval van het lichaam, na de dood, staat hem een goede bestemming te wachten.

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

Het oog, het oor, de neus, de tong,

het lichaam en ook de geest, -

een bhikkhu bij wie deze poorten

hier goed bewaakt zijn,

matig bij de maaltijd,

met de zintuigen goed bewaakt,

hij ondervindt geluk

zowel lichamelijk als geestelijk.

Niet gekweld door het lichaam,

niet gekweld door de geest

leeft een dergelijk iemand op zijn gemak

zowel overdag als ook 's nachts.

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

It.30. (2.1.3)  Spijt - Tapanīya sutta

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

Er zijn twee dingen waarover men later spijt heeft. Welke twee? Daar heeft iemand niet gedaan wat goed is, heeft niet gedaan wat heilzaam is, heeft niet gedaan wat bevorderlijk is.[67] Maar hij heeft kwade, hardvochtige, verkeerde daden verricht. Bij de gedachte: "Het goede heb ik niet gedaan," heeft hij er spijt van; bij de gedachte "Iets kwaads heb ik gedaan", heeft hij er spijt van. Bhikkhus, over deze twee dingen heeft men later spijt.

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

Wie zich slecht heeft gedragen

met lichaam, met taalgebruik,

wie slecht denken heeft gecultiveerd,

en wat er anders als een fout geldt, -

wie geen goede daad heeft verricht,

maar veel kwaads heeft gedaan, -

die dwaas wordt na de dood

wedergeboren in de hel.

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

It.31. (2.1.4)  Geen spijt - Atapanīya sutta

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

Er zijn twee dingen waarover men later geen spijt heeft. Welke twee? Daar heeft iemand gedaan wat goed is, heeft gedaan wat heilzaam is, heeft gedaan wat bevorderlijk is. En hij heeft geen kwade, hardvochtige, verkeerde daden verricht. Bij de gedachte: "Het goede heb ik gedaan," heeft hij geen spijt; bij de gedachte "Niets kwaads heb ik gedaan", heeft hij geen spijt. Bhikkhus, over deze twee dingen heeft men later geen spijt.

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

Wie slecht gedrag heeft opgegeven

met lichaam en met taalgebruik,

wie slecht denken heeft opgegeven

en wat er verder als een fout geldt, -

wie geen slechte daad heeft verricht,

maar veel goeds heeft gedaan, -

die wijze wordt na de dood

wedergeboren in de hemel.[68]

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

It. 32. (2.1.5)  Gevolg van slecht gedrag - Pathamasīla sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

Bhikkhus, wanneer iemand twee dingen heeft, zal hij zo snel als men een last neergooit, naar de hel gaan. Welke twee dingen? Slecht gedrag en verkeerde opvattingen.[69] Met deze twee dingen zal iemand zo snel als men een last neergooit, naar de hel gaan.

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

Als iemand deze twee dingen heeft -

slecht gedrag en verkeerde visies,

die dwaas wordt na de dood

wedergeboren in de hel.

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

It. 33. (2.1.6)  Gevolg van goed gedrag - Dutiyasīla sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

Bhikkhus, wanneer iemand twee dingen heeft, zal hij zo snel als men een last neergooit, naar de hemel gaan. Welke twee dingen? Goed gedrag en goede opvattingen. Met deze twee dingen zal iemand zo snel als men een last neergooit, in de hemel komen.

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

Als iemand deze twee dingen heeft -

goed gedrag en goede visies,

die wijze wordt na de dood

wedergeboren in de hemel.[70]

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

It.34. (2.1.7)  Inspanning - Ātāpī sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

Bhikkhus, een bhikkhu die zich niet inspant en die geen angst heeft om iets verkeerds te doen, is niet in staat om Verlichting te verkrijgen, is niet in staat om Nibbana te verwerkelijken, is niet in staat om de hoogste bescherming tegen slavernij te verkrijgen.

Maar een bhikkhu die zich inspant en die angst heeft om iets verkeerds te doen, is in staat om Verlichting te verkrijgen, is in staat om Nibbana te verwerkelijken, is in staat om de hoogste bescherming tegen slavernij te verkrijgen.

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

Iemand die zich niet inspant, achteloos,

lui en met weinig energie,

vol loomheid en traagheid,

zonder schaamte en zonder respect -

een dergelijke bhikkhu kan niet

de hoogste Verlichting bereiken.

Maar een oplettend en oordeelkundig meditator,

vurig, nauwgezet en ijverig,[71]

die de boeien van geboorte en verval heeft verbroken,

hij kan zelf hier en nu

de hoogste Verlichting bereiken.

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

It.35. (2.1.8)  Zonder te misleiden - Paṭhamanakuhana sutta

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

Bhikkhus, men leidt dit heilige leven niet om de mensen te bedriegen en te misleiden, niet vanwege geschenken, eer en roem, niet om bij de mensen bekend te zijn. Maar dit heilige leven leidt men omwille van zelfbedwang en het opgeven.[72]

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

De Heer onderwees een heilig leven

dat niet gebaseerd is op traditie,[73] 

tot zelfbedwang en het opgeven,

dat leidt naar en uitmondt in Nibbana.

Dit is het pad dat gevolgd is door de groten,

dat nagestreefd wordt door de verheven wijzen.

Degenen die deze route ingaan

zoals onderwezen door de Verlichte,

zullen, gehoor gevende aan de instructie van de Leraar,

aan het lijden een einde maken.

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

It.36. (2.1.9)  Zonder te misleiden - Dutiyanakuhana Sutta

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

Bhikkhus, men leidt dit heilige leven niet om de mensen te bedriegen en te misleiden, niet vanwege geschenken, eer en roem, niet om bij de mensen bekend te zijn. Maar, bhikkhus, men leidt dit heilige leven omwille van directe kennis en volledig begrip.[74]

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

De Heer onderwees een heilig leven

dat niet gebaseerd is op traditie,

tot zelfbedwang en het opgeven,

dat leidt naar en uitmondt in Nibbana.

Dit is het pad dat gevolgd is door de groten,

dat nagestreefd wordt door de verheven wijzen.

Degenen die deze route ingaan

zoals onderwezen door de Verlichte,

zullen, gehoor gevende aan de instructie van de Leraar,

aan het lijden een einde maken.[75]

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

It.37. (2.1.10)  Geluk - Somanassa sutta

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

Bhikkhus, in het bezit van twee dingen vertoeft een bhikkhu hier en nu met veel vreugde en geluk en is hij juist gemotiveerd voor de vernietiging  van de neigingen.[76]  Welke twee? - Bewogen door een gevoel van urgentie bij gelegenheden voor urgentie, en na bewogen te zijn, een juiste inspanning maken. - In het bezit van deze twee dingen vertoeft een bhikkhu hier en nu met veel vreugde en geluk en is hij juist gemotiveerd voor de vernietiging  van de neigingen.[77]

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

Laat een wijs iemand dringend bewogen zijn

bij gelegenheden die voor urgentie zorgen;

als een vurige wijze bhikkhu

moet hij investigeren met wijsheid.[78]

Iemand die aldus vurig leeft,

met een vredig gedrag, niet trots,

die de rust van de geest uitoefent,

kan de vernietiging van lijden bereiken.[79]

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

It.38. (2.2.1)  Twee overwegingen - Vitakka sutta

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

Bhikkhus, bij de Volmaakte,[80] Heilige, volmaakt Ontwaakte ontstaan vaak de volgende twee overwegingen: de overweging van de veiligheid (voor wezens) en de overweging van de afzondering.[81] 

Bhikkhus, de Volmaakte is iemand die zich verheugt in en geniet van niet-kwaadwil.[82] Omdat de Volmaakte zich verheugt in en geniet van niet-kwaadwil, ontstaat vaak deze gedachte bij hem: "Door mijn gedrag belast ik niemand, of hij nu zwak is of sterk."[83] Bhikkhus, de Volmaakte is iemand die zich verheugt in en geniet van afzondering. Omdat de Volmaakte zich verheugt in en geniet van afzondering, ontstaat vaak deze gedachte bij hem: "Wat onheilzaam is, dat is opgegeven."[84]

Bhikkhus, laten jullie daarom ook zo leven dat jullie verheugd zijn in en genieten van niet-kwaadwil. Als jullie zo leven, dan zal vaak deze gedachte bij jullie ontstaan: "Door ons gedrag belasten wij niemand, of hij nu zwak is of sterk."

Bhikkhus, laten jullie ook zo leven dat jullie verheugd zijn in en genieten van afzondering. Als jullie zo leven, dan zal ook vaak deze gedachte bij jullie ontstaan: "Wat is onheilzaam? Wat is nog niet opgegeven? Wat hebben wij opgegeven?"

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

Twee gedachten ontstaan bij hem,

de Tathagata, de Ontwaakte

die verdroeg wat boven verdraagzaamheid uit gaat;[85] veiligheid (voor wezens) was de eerste gedachte waarover gesproken werd,

afzondering was de tweede die vermeld werd.

De verdrijver van duisternis, er bovenuit gegaan,

de grote wijze die verwerkelijking heeft bereikt,

hij werd een meester, bevrijd van de smetten,

die geheel en al is overgestoken,[86]

bevrijd door de vernietiging van begeerte, -

 

die wijze draagt zijn laatste lichaam.

hij liet Mara achter zich,[87] zeg ik,

hij is aan gene zijde van verval.

Zoals iemand die op de top van een hoge berg staat, de mensen beneden in alle richtingen kan zien,

zo ziet de enorm wijze, alziende,

na het Dhamma-paleis omhoog gegaan te zijn,[88]

de mensen van de wereld.

Degene zonder leed ziet beneden

degenen die nog in leed zijn gehuld,

overweldigd door geboorte en verval.

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

It.39. (2.2.2)  Twee leerinstructies - Desanā sutta

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

Bhikkhus, er zijn twee achtereenvolgende leerinstructies van de Tathagata, de, Heilige, de volmaakt Verlichte. Welke twee? "Beschouw het kwaad als kwaad" -  dat is de eerste leerinstructie. "Nadat jullie het kwaad als kwaad hebt onderkend, bevrijdt jullie ervan,[89] neem er afstand van, wees er vrij van", - dat is de tweede leerinstructie.

        Bhikkhus, dit zijn de twee achtereenvolgende leerinstructies van de Tathagata, de, Heilige, de volmaakt Verlichte.

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

Wat betreft de geordende woorden die gesproken werden

door de Tathagata, de Ontwaakte,

met mededogen voor alle wezens,

en de twee dingen die hij verkondigde:

"Zie wat kwaad is" dat is het ene,

 het andere is "Wees er vrij van".[90] 

Met een geest die bevrijd is van kwaad

zullen jullie een einde maken aan lijden.

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

It.40. (2.2.3)  Het weten - Vijjā sutta

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

Bhikkhus, onwetendheid gaat vooraf aan en leidt naar onheilzame dingen, en ze wordt gevolgd door gebrek aan schaamte en gebrek aan morele vrees, angst om iets verkeerds te doen.

 Bhikkhus, het weten gaat vooraf aan en leidt naar  heilzame dingen, en het wordt gevolgd door schaamte en morele vrees, angst om iets verkeerds te doen.[91]

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

Welke slechte bestemmingen er zijn

hier in deze wereld en hierna,

zij hebben allemaal hun wortel in onwetendheid,

geconstrueerd door verlangen en hebzucht.

Omdat iemand met kwade verlangens

schaamteloos is en zonder respect,

stroomt van hem iets kwaads uit,

en gaat hij naar een sfeer van ellende.

Door het verwijderen van verlangen en hebzucht,

samen ook met onwetendheid,

laat een bhikkhu het weten opwekken

en laat hij alle slechte bestemmingen opgeven.

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

It.41. (2.2.4)  Gemis aan wijsheid - Paññāparihīna sutta

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord: 

Bhikkhus, die wezens hebben een groot gemis die de edele wijsheid missen. Ze leven hier en nu al in ongemak, met ergernis, problemen en leed, en bij het vergaan van het lichaam, na de dood, is een slechte bestemming te verwachten.

Die wezens hebben geen gemis die niet de edele wijsheid missen. Zij leven hier en nu op hun gemak, zonder ergernis, problemen en leed, en bij het vergaan van het lichaam, na de dood, is een goede bestemming te verwachten.

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

Zie de wereld met haar devas,

berooid van wijsheid,

gevestigd in naam en vorm,

dit opvattend als de waarheid.[92]

Wijsheid die leidt naar het doordringen[93]

is het beste ding in de wereld;

hierdoor begrijpt men volledig

het einde van zowel geboorte als bestaan.

Goden en menselijke wezens houden dierbaar[94]

degenen die ontwaakten, steeds oplettend,

die vreugdevolle wijsheid bezitten,

die hun laatste lichaam dragen.[95]

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

It.42. (2.2.5)  De heldere beschermers - Sukkadhamma sutta

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

Bhikkhus, twee heldere dingen[96] beschermen de wereld. Welke twee? Schaamte en morele vrees, angst om iets verkeerds te doen.[97] Bhikkhus, als deze twee heldere dingen de wereld niet zouden beschermen, dan zou men geen respect waarnemen voor moeder of voor de tante van moeders kant, of voor de vrouw van een broer van moeders kant, of voor de echtgenote van een leraar, of voor de vrouwen van andere personen die verering waard zijn.

De wereld zou zich dan vermengen zoals geiten, schapen, kippen, varkens, honden en jakhalzen. Maar omdat deze twee heldere dingen de wereld beschermen, daarom kan men respect waarnemen voor moeder of voor de tante van moeders kant, of voor de vrouw van een broer van moeders kant, of voor de echtgenote van een leraar, of voor de vrouwen van andere personen die verering waard zijn. [98]

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

Degenen in wie schaamte en morele vrees, angst om iets verkeerds te doen

niet voortdurend gevonden worden,

zij zijn afgeweken van de heldere wortel

en zijn terug geleid naar geboorte en dood.

Maar degenen in wie schaamte en angst om iets verkeerds te doen

voortdurend aanwezig zijn,

vol vrede, volgroeid in het heilige leven,

zij maken een einde aan hernieuwd bestaan.

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

It.43. (2.2.6)  Het niet geborene -  Ajāta sutta

        

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

Bhikkhus, er is een ongeboren, ongeworden, ongeschapen, niet samengesteld iets. Bhikkhus, als dit ongeboren, ongeworden, ongeschapen, niet samengestelde iets er niet zou zijn, dan was hier geen ontsnapping aan het geborenene, gewordene, geschapen, samengestelde waar te nemen. Maar omdat er een ongeboren, ongeworden, ongeschapen, niet samengesteld iets is, daarom is hier een ontsnapping aan het geborene, gewordene, geschapene, gevormde waar te nemen. [99]

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

“Het geborene, geschapene, geproduceerde,

het gemaakte, samengestelde, het niet blijvende,

verbonden met verval en dood,

een nest van ziekte, aan bederf onderhevig,

voortgekomen uit voedingsstoffen en het snoer van verlangen,[100] -

dat is niet geschikt om er behagen in te scheppen.

Het ontkomen er aan is het vredige,

boven redeneren uitgaande, altijd blijvende,

het niet geborene, het niet geproduceerde,

de leedvrije sfeer die leeg is van smetten,

het beëindigen van staten verbonden met lijden,

het tot stilstand komen van het geconditioneerde - gelukzaligheid.”

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

It. 44. (2.2.7)  Het Nibbana-element - Nibbānadhātu sutta

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

Bhikkhus, er zijn twee elementen van het Nibbana.[101] Welke twee? Het Nibbana-element met een rest (van verbindingen) en het Nibbana-element zonder een rest (van verbindingen).

Bhikkhus, wat is het Nibbana-element met een rest? Daar is een bhikkhu een volmaakte heilige, iemand bij wie de smetten zijn vernietigd,[102] die het heilige leven heeft vervuld, die gedaan heeft wat gedaan moest worden, die de last heeft afgelegd, die het doel heeft bereikt, die de boeien van bestaan heeft vernietigd en die volledig bevrijd is door uiteindelijk weten. Maar zijn vijf zintuiglijke vaardigheden blijven onaangetast; daardoor ondervindt hij nog wat aangenaam en wat onaangenaam is, en voelt hij plezier en pijn. Diens opdroging van gehechtheid, haat en waan - dat noemt men het Nibbana-element met een rest.[103]

Bhikkhus, wat nu is het Nibbana-element zonder een rest? Daar is een bhikkhu een volmaakte heilige, iemand bij wie de smetten zijn vernietigd, die het heilige leven heeft vervuld, die gedaan heeft wat gedaan moest worden, die de last heeft afgelegd, die het doel heeft bereikt, die de boeien van bestaan heeft vernietigd en die volledig bevrijd is door uiteindelijk weten. Voor hem zal hier in dit leven alles dat ondervonden wordt, waaraan hij geen enkel genoegen meer heeft, uitgedoofd worden. Bhikkhus, dat noemt men het Nibbana-element zonder een rest.[104] Bhikkhus, dit zijn de twee Nibbana-elementen.

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

Deze twee Nibbana-elementen zijn hier bekend gemaakt

door degene die Ziet, helder[105] en zonder gehechtheid:

het ene is het element dat men hier en nu ziet

met een rest, maar met het koord van bestaan vernietigd;[106]

het andere, dat geen rest heeft voor de toekomst,

is dat waarin alle vormen van bestaan  

geheel en al verdwijnen.

Na de ongeconditioneerde staat begrepen te hebben,

bevrijd in de geest, met het koord van bestaan vernietigd,

zij hebben het wezen van de Dhamma bereikt.

Zich verheugende over de vernietiging (van verlangen)

hebben die serene personen alle bestaan opgegeven.  

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

It.45. (2.2.8)  Afzondering - Paṭisallāna sutta

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

Bhikkhus, leef zo, dat jullie verheugd zijn over afzondering,[107] leef zo, dat jullie blij zijn met afzondering, houdt jullie bezig met het beoefenen van innerlijke geestelijke kalmte, verwaarloos meditatie niet, leef zo dat jullie inzicht hebben,[108] bezoek vaak lege plaatsen.  Wanneer jullie zo leven, kunnen twee vruchten verwacht worden: uiteindelijk weten hier en nu of, als er nog een rest van verontreinigingen is, de staat van niet wederkeer.

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

Degenen met een vredige geest, wijs,

oplettend en toegewijd aan meditatie,

zien de dingen helder en juist,[109]

en verlangen niet naar zintuiglijke genoegens.

Zij die in vrede zijn, die graag ijverig streven,

die gevaar zien in onachtzaamheid,

zij zijn niet in staat om terug te vallen

en zijn dicht bij Nibbana.

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

It.46. (2.2.9)  Zegen van de oefening - Sikkhānisaṃsa sutta

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord: 

Bhikkhus, leef zo, dat jullie de zegen van de oefening[110]  beseffen, het bereiken van hogere wijsheid, de essentie van de bevrijding en het beheersen van oplettendheid. Bhikkhus, als jullie zo leven, dan kunnen twee vruchten verwacht worden: uiteindelijk weten  hier en nu of, als er nog een rest van verontreinigingen is, de staat van niet wederkeer.

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

Iemand die de oefening heeft voltooid,

niet in staat om afvallig te worden,

die hogere wijsheid heeft verkregen,

en het einde van geboorte ziet, -

die wijze draagt zijn laatste lichaam,

en nadat hij eigenwaan heeft achtergelaten,

hem noem ik iemand die boven alle ouderdom en verval uit is gegaan.

Laten jullie daarom altijd graag mediteren,

geconcentreerd, met vurige energie,

bhikkhus, bij het zien van het einde van geboorte,

laten jullie Mara en zijn leger verslaan,[111]

en laten jullie gaan naar gene zijde van geboorte en dood.

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

It.47.(2.2.10)  Waakzaam - Jāgariya sutta

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

Bhikkhus, een bhikkhu moet waakzaam zijn; hij moet oplettend leven, helder bewust, geconcentreerd, gelukkig en kalm, en hij moet weten wanneer het passend is om die dingen te ontplooien die heilzaam zijn.[112] Bhikkhus, wie zo leeft, kan twee vruchten verwachten: uiteindelijk weten hier en nu of, als er nog een rest van verontreinigingen is, de staat van niet wederkeer.

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

Jullie die waakzaam zijn, luistert hiernaar:

jullie die liggen te slapen, ontwaakt.

Waakzaam zijn is beter dan slapen;

voor degene die waakzaam is, er is geen angst.

Degene die waakzaam is en oplettend,

helder bewust, en geconcentreerd,

blij en kalm in zijn gedachten,

hij zal door juist onderzoek van de Dhamma

met verenigde geest op tijd

de duisternis van onwetendheid vernietigen.

Wees daarom toegewijd aan waakzaamheid,

wees een vurig, wijs, mediterende bhikkhu.

Na de boei van geboorte en verval te hebben verbroken

kan men hier en nu Verlichting

bereiken die het hoogste is.

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

It.48. (2.2.11)  Staat van ellende - Āpāyika sutta

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

     Bhikkhus, de volgende twee personen zullen naar een staat van ellende gaan, naar de hel als zij hun gedrag niet opgeven. Welke twee personen? Het is de persoon die, zonder het heilige leven te leiden, voorgeeft een heilig leven te leiden, en het is de persoon die iemand anders die het heilige leven in volledige zuiverheid voert, er vals van beschuldigd dat leven niet te leiden.[113]

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

        

Degene die iemand vals beschuldigt, gaat naar de hel,

en ook degene die de daad die hij deed ontkent.

Zij worden aan elkaar gelijk na de dood:

personen van lage daden in de andere wereld.[114]

Veel bedriegers dragen het gele gewaad

hoewel zij slecht geaard en onbeheerst zijn.

Vanwege hun slechte daden

worden die slechten in de hel geboren.[115]

Voor degene die immoreel en onbeheerst is,

is het veel beter

een vurige hete ijzeren bal in te slikken

dan dat hij de aalmoezen van het land eet.[116]

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

It.49. (2.2.12)  Twee visies - Ditthigata sutta

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

Bhikkhus, door twee soorten van visies blijven sommige goden en mensen achter en sommige van hen gaan te ver; alleen degenen met visie zien.

En hoe, bhikkhus,  blijven sommigen achter? Goden en mensen zijn blij met het bestaan, zijn verheugd over het bestaan, zijn tevreden met het bestaan. Wanneer aan hen de Dhamma is onderwezen voor het beëindigen van het bestaan,[117] dan worden zij niet erdoor aangesproken, zij verkrijgen er geen vertrouwen in, nemen er geen genoegen mee noch zijn zij de Dhamma toegeneigd. Bhikkhus, op deze manier blijven sommigen achter.[118]

Bhikkhus, en hoe gaan anderen te ver? Wel, sommigen zijn verontrust door, beschaamd door en hebben een afkeer van dit bestaan, en zij zijn blij met (de gedachte van) niet-bestaan, waarbij zij beweren: “Beste mensen, in zoverre als dit zelf bij het vergaan van het lichaam bij de dood is vernietigd en verwoest en na de dood niet meer bestaat - dat is vredig, dat is uitstekend, dat is de werkelijkheid.” Bhikkhus, zo gaan sommigen te ver.[119]

En bhikkhus, hoe zien degenen met visie? Daar ziet een bhikkhu het gewordene  als geworden. Nadat hij het gewordene op die manier als geworden heeft gezien, oefent hij zich op de weg om zich af te wenden, voor ontmoediging, voor het beëindigen van wat geworden is. Bhikkhus, zo zien degenen met visie.[120]

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

Na het gewordene als geworden

gezien te hebben,

gaande bovenuit wat geworden is,

is hij bevrijd in overeenstemming met de waarheid,

door het verlangen naar bestaan uit te drogen.

Wanneer een bhikkhu zo volledig datgene

heeft begrepen wat als zodanig is geworden,

vrij van verlangen ernaar dit of dat te zijn,

door de uitdoving van wat geworden is

komt hij niet meer tot vernieuwing van bestaan.

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

3. Tika-nipata. De groep van drie

It.50. (3.1.1)  Wortels van het onheilzame - Mūla sutta

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

Bhikkhus, er zijn drie wortels van het onheilzame? Welke drie? Begeerte is een wortel van het onheilzame en afkeer, haat is een wortel van het onheilzame en onwetendheid, waan is een wortel van het onheilzame. Dat zijn de drie wortels van het onheilzame.[121] 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

Begeerte, haat en onwetendheid,

die binnen in iemand zelf zijn ontstaan,

benadelen een mens die iets kwaads van plan is,

zoals de eigen vrucht

de groei van de bamboestam[122] vernietigt.

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

It.51. (3.1.2)  Drie elementen - Dhātu sutta

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

Bhikkhus, er zijn drie elementen. Welke drie?  Het vorm-element, het vormloze element en het element van beëindiging. Dat zijn de drie bereiken.[123]

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

"Degenen die het vorm-element volledig begrijpen

zonder in het vormloze element te blijven vastzitten,

zij zijn bevrijd in de opheffing

en laten de dood ver achter zich.[124] 

Na met het eigen lichaam[125] het doodloze element

te hebben aangeraakt, dat vrij is van hechten,

na het opgeven te hebben verwerkelijkt

van hechten, met alle smetten verwijderd,

verkondigt de volmaakt Verlichte

het oord zonder zorgen, dat zonder smetten is.[126]

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

It.52. (3.1.3)  Drie gevoelens - Paṭhamavedanā sutta

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

Bhikkhus, deze drie gevoelens zijn er. Welke drie? Aangenaam gevoel, pijnlijk gevoel, en noch aangenaam noch pijnlijk gevoel.

Dat zijn de drie gevoelens.

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

        Een discipel[127] van de Boeddha,

geconcentreerde, helder begrijpend

en oplettend, kent gevoelens

en de oorsprong van de gevoelens,

waar zij verdwijnen, en het pad

dat leidt naar de volledige vernietiging ervan.[128]

Met de vernietiging van gevoel heeft een bhikkhu,

vrij van verlangen,[129] Nibbana bereikt.  

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

It.53. (3.1.4)  Drie gevoelens - Dutiyavedanā sutta

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

Bhikkhus, deze drie gevoelens zijn er. Welke drie? Aangenaam gevoel, pijnlijk gevoel, noch aangenaam noch pijnlijk gevoel.

Bhikkhus, het aangename gevoel is te beschouwen als lijden,[130] het pijnlijke gevoel is te beschouwen als een pijl, het noch aangename noch pijnlijke gevoel is te beschouwen als vergankelijk.

Bhikkhus, wanneer een bhikkhu deze drie gevoelens zo heeft beschouwd, dan noemt men hem een edele die juist ziet. Hij heeft verlangen afgesneden, de boeien  vernietigd, en door volledig eigenwaan te begrijpen heeft hij een einde gemaakt aan het lijden.

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

Men ziet het aangename als lijden,

en ziet pijn als een pijl,

men ziet als vergankelijk het vredige gevoel

dat niet aangenaam noch pijnlijk is.

Een dergelijke bhikkhu die juist ziet,

is daardoor goed bevrijd.

Volmaakt in kennis, in vrede,

die wijze heeft alle banden overwonnen.

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

It.54. (3.1.5)  Drie verlangens - Paṭhamaesanā sutta

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

Bhikkhus, er zijn deze drie verlangens.[131] Welke drie? Het verlangen naar zinnelijke bevrediging, het verlangen naar bestaan, het verlangen naar een heilig leven.[132] Dat zijn de drie verlangens.

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

Een discipel van de Boeddha,

geconcentreerd, helder begrijpend

en oplettend, kent de soorten van verlangens

en de oorsprong ervan,

waar zij eindigen, en het pad

dat naar de volledige vernietiging ervan leidt.

Met de vernietiging van verlangens heeft een bhikkhu,

vrij van verlangen, Nibbana bereikt.

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

It.55.(3.1.6)  Drie wensen - Dutiyaesanā Sutta

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

Bhikkhus, er zijn drie vormen van verlangen. Welke drie? Het verlangen naar zinnelijke bevrediging, het verlangen naar bestaan, het verlangen naar een heilig leven.  

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

Het verlangen naar de zinnelijk genot, het verlangen naar bestaan,

het verlangen naar een heilig leven van iemand

die zijn standpunt inneemt

en dat vast voor de waarheid houdt -

die verlangens zijn opeenhopingen van obstakels.

Voor een bhikkhu die geheel kalm is

en bevrijd door het vernietigen van begeerte,

zijn verlangens opgegeven

en is het standpunt van visies ontworteld.

Met de vernietiging van verlangens is een bhikkhu

vrij van wensen en van twijfel.

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

It.56. (3.1.7)  De smetten (1) - Paṭhamaāsava sutta

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

Bhikkhus, deze drie smetten zijn er. Welke drie? De smet van zinnelijk verlangen, de smet van bestaan, de smet van onwetendheid. Dit zijn de drie smetten.

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

Een discipel van de Boeddha,

Geconcentreerd, helder begrijpend

en oplettend, kent de smetten

en de oorsprong van de smetten,

waar zij eindigen en het pad

dat leidt naar de volledige vernietiging ervan.

Met de vernietiging van de smetten heeft

een bhikkhu, zonder wensen, Nibbana bereikt.

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

It.57. (3.1.8)  De smetten (2) - Dutiyāsava sutta

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

Bhikkhus, deze drie smetten zijn er. Welke drie? De smet van zinnelijk verlangen, de smet van bestaan, de smet van onwetendheid. Dit zijn de drie smetten.

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

Iemand voor wie de smet van wensen

naar zinnelijke genietingen is verwoest,

die onwetendheid heeft geëlimineerd

en de smet van bestaan heeft uitgedroogd -

een dergelijk iemand is bevrijd zonder hechten.

Na Māra en zijn leger[133] verslagen te hebben

draagt hij zijn laatste lichaam.

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

It.58. (3.1.9)  Drie soorten verlangens - Tanhā sutta

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord: 

Bhikkhus, deze drie verlangens zijn er. Welke drie? Het verlangen naar zinnelijke genietingen, het verlangen naar bestaan, het verlangen naar niet-bestaan. Dit zijn de drie verlangens.

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

Degenen die geboeid zijn door de band van verlangen,

wier hart er behagen in schept dit of dat te zijn,[134] 

zij zijn mensen in de slavernij van Mara

die geen vrijheid van slavernij genieten.[135]

Dergelijke wezens blijven in samsara,

gaan verder van geboorte naar dood.

Maar zij die verlangen hebben opgegeven,

die vrij zijn van verlangen naar dit of dat te zijn,[136] 

bereikt hebbende de vernietiging van de smetten,

zijn zij, hoewel in de wereld, naar de overkant gegaan.

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

It.59. (3.1.10)  Māra’s domein - Māradheyya sutta

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

Bhikkhus, in het bezit van drie dingen is een bhikkhu buiten het domein van Mara[137] gekomen en straalt hij als de zon. Welke drie dingen? Daar is een bhikkhu in het bezit van het aggregaat van deugdzaamheid van de niet-lerende,[138] is in het bezit van het aggregaat van concentratie van de niet-lerende, is in het bezit van het aggregaat van wijsheid van de niet-lerende.[139] Dit zijn de drie dingen in het bezit waarvan een bhikkhu buiten het domein van Mara is gegaan en straalt als de zon.

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

Deugdzaamheid, concentratie en wijsheid -  

iemand in wie deze drie goed zijn ontplooid,

straalt als de zon

nadat hij buiten Mara’s domein is gegaan.

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

It.60.(3.2.1)  Verdienste - Puññakiriyavatthu sutta

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

        De volgende drie dingen zijn een basis voor verdienste, namelijk:

het geven is een basis voor verdienste;

de deugdzaamheid is een basis voor verdienste;

het ontwikkelen van de geest is een basis voor verdienste.

Dat zijn de drie dingen die een basis zijn voor verdienste.

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

Oefent u in daden van verdienste,

die langdurend geluk voortbrengen:

edelmoedigheid, een evenwichtig leven,

en een liefdevol gemoed.

Wie deze drie dingen heeft ontwikkeld,

daden die met geluk gezegend zijn,

die wijze persoon wordt herboren in geluk

in een gelukkige wereld zonder zorgen.[140]

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

It.61. (3.2.2)  Drie ogen - Cakkhu sutta

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

Bhikkhus, deze drie ogen zijn er. Welke drie?

Het vleselijke oog, het goddelijke oog en het oog van de wijsheid.[141]

Bhikkhus, dat zijn de drie ogen.

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

Het vleselijke oog, het goddelijke oog,

en het onovertroffen  wijsheids-oog -

deze drie ogen werden bekend gemaakt

door de Boeddha, de hoogste onder mensen.

Het ontstaan van het vleselijke oog

is het pad naar het goddelijke oog,

maar het onovertroffen wijsheids-oog

is dat vanwaar weten ontstaat.

Door het verkrijgen van een dergelijk oog

is men bevrijd van alle lijden.[142]

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

It.62. (3.2.3)  Drie krachten - Indriya sutta

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

Bhikkhus, deze drie krachten zijn er. Welke drie? De kracht van de zekerheid: "Ik zal uiteindelijk te weten komen wat nog niet uiteindelijk te weten is gekomen";[143] de kracht van uiteindelijk weten; en de kracht van degene die uiteindelijk weten heeft.[144] 

Bhikkhus, dat zijn de drie krachten.

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

Voor de lerende die oefent

in overeenkomst met het rechtstreekse pad,[145]

komt kennis van vernietiging als eerste,

en uiteindelijk weten volgt direct daarna.[146]

Door dat uiteindelijk weten bevrijd,

door het vernietigen van de boeien van bestaan

heeft de serene de zekerheid:

wordt dan aldus de boodschap verkondigd:

"Onwankelbaar is mijn bevrijding."

Begiftigd met deze kracht

verheugt de vredige zich in de vredige staat.[147]

Na Māra en zijn leger verslagen te hebben

draagt hij zijn laatste lichaam.

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

It.63.(3.2.4)  De drie tijden - Addhā sutta

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

Bhikkhus, er zijn drie tijden. Welke drie? De verleden tijd, de toekomstige tijd, en de tegenwoordige tijd. Dit zijn de drie tijden.

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

Waarnemende wat door concepten kan worden uitgedrukt,

baseren de wezens zich op wat is uitgedrukt.[148]

door wat is uitgedrukt[149] niet geheel te  begrijpen,

komen zij in de slavernij van de dood.[150]

Maar door volledig te begrijpen wat is uitgedrukt,

begrijpt men de spreker niet verkeerd.[151]

Zijn geest heeft de vrijheid bereikt,

de onovertroffen staat van vrede.

Begrijpende wat is uitgedrukt,

verheugt men zich in de vredige staat.

Zijn standpunt over de Dhamma innemend,[152]

volmaakt in weten, maakt hij vrij gebruik van concepten,

maar hij komt niet meer in het gebied van concepten.[153] 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

It.64.(3.2.5)  Verkeerd gedrag - Duccarita sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

     Bhikkhus, er zijn drie soorten verkeerd gedrag, namelijk: verkeerd gedrag in daden, verkeerd gedrag in woorden en verkeerd gedrag in gedachten. Dat zijn de drie soorten verkeerd gedrag.

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

Als men slecht gedrag heeft uitgevoerd

in daden, slecht gedrag in woorden

slecht gedrag in gedachten, en wat er

verder nog als verkeerd wordt beschouwd, -

als men geen goede daad verrichtte,

en veel slechte dingen deed, -

dan wordt die dwaas na het vergaan van het lichaam

wedergeboren in de hel.

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

It.65. (3.2.6)  Goed gedrag - Sucarita sutta

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

     Bhikkhus, er zijn drie soorten goed gedrag, namelijk goed gedrag in daden, goed gedrag in woorden en goed gedrag in gedachten. Dat zijn de drie soorten goed gedrag.

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

Als men slecht gedrag in daden,

slecht gedrag in woorden,

slecht gedrag in gedachten heeft opgegeven,

en wat er verder als fout wordt beschouwd -

als men geen slechte daad verrichtte

en veel goede dingen deed, -

die wijze wordt na verval van het lichaam

wedergeboren in een hemel.

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

It.66. (3.2.7)  Zuiverheid - Soceyya sutta

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

Bhikkhus, deze drie soorten van zuiverheid zijn er. Welke drie? Zuiverheid van daden, zuiverheid van taalgebruik en zuiverheid van gedachten.[154] Dit zijn de drie zuiveringen.

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

In daden zuiver, zuiver in taalgebruik,

in de geest zuiver en zonder smetten, -  

iemand die een dergelijke zuiverheid bezit

wordt een zuivere genoemd, iemand die alles achterliet.

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

It.67. (3.2.8)  Drievoudig stil zijn - Moneyya sutta

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord: 

Bhikkhus, deze drie soorten van stil zijn[155]  zijn er. Welke drie? Stil zijn in daden,[156] stil zijn in woorden, in taalgebruik en stil zijn in de geest.[157] Dat zijn de drie soorten.

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

In daden stil, in woorden stil,

in de geest stil en zonder smetten,

een wijze die een dergelijk stil zijn bezit,

wordt genoemd iemand die gezuiverd is van het kwaad.

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

It.68. (3.2.9)  Gehechtheid (1) - Pathamarāga sutta

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

Bhikkhus, in wie gehechtheid[158] niet is opgegeven, in wie haat niet is opgegeven, in wie begoocheling niet is opgegeven, van hem zegt men dat hij in de slavernij is van Mara, dat hij gevangen is in de strik van Mara, en dat hij aan de gunst van het kwaad is overgeleverd.

Bhikkhus, in wie gehechtheid is opgegeven, in wie haat is opgegeven, in wie begoocheling is opgegeven, van hem zegt men dat hij vrij is van de slavernij is van Mara; hij heeft de strik van Mara weggegooid en is niet aan de gunst van het kwaad overgeleverd.

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

Iemand die gehechtheid heeft vernietigd

samen met haat en onwetendheid,

heet iemand die innerlijk ontwikkeld is,[159] 

een opperste Tathagata geworden,[160] 

ontwaakt aan Brahma gelijk,

vrij van vijandschap, angst:

zo noemt men hem die alles achterliet.

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

It.69. (3.2.10)  Gehechtheid (2) - Dutiyarāga sutta

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

           

Bhikkhus, in welke bhikkhu of bhikkhuni gehechtheid niet is opgegeven, haat niet is opgegeven, begoocheling niet is opgegeven, van die persoon zegt men dat hij of zij iemand is die de oceaan niet heeft overgestoken met zijn kleine of grote golven, draaikolken, haaien[161] en demonen.[162] 

Maar in welke bhikkhu of bhikkhuni gehechtheid is opgegeven, haat is opgegeven, begoocheling is opgegeven, van die persoon zegt men dat hij of zij iemand is die de oceaan heeft overgestoken met zijn kleine of grote golven, draaikolken, krokodillen en demonen. Van die persoon zegt men: “De brahmaan is aan de overkant aangekomen, staat op vaste grond.”[163] 

        

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

Iemand die gehechtheid heeft vernietigd

samen met haat en onwetendheid,

hij heeft deze oceaan overgestoken

met zijn haaien en demonen,

en met zijn angstwekkende golven

die zo moeilijk zijn over te steken.

Hij is elke boei te boven gekomen,

heeft de dood achter zich gelaten,

hij is vrij geworden van zich vasthechten,

heeft het lijden opgegeven en de vernieuwing van bestaan.

Verdwenen, hij kan niet omschreven worden, zeg ik,

hij heeft de koning van de dood in de war gebracht.[164] 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

        

It.70. (3.3.1)  Zelf gezien - Micchādiṭṭhika sutta

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

Bhikkhus, ik heb wezens gezien met slecht gedrag in daden, woorden en gedachten, die kwaad spreken over de edelen, die een verkeerde visie hebben en die verschillende daden verrichten vanwege hun verkeerde visie.[165] Na verval van het lichaam, na de dood worden die wezens wedergeboren in een staat van ellende, in een slechte bestemming, een staat van verderf, in de hel. Bhikkhus, Ik zeg dit zonder het van een andere asceet of brahmaan te hebben gehoord.[166] Maar omdat ik het zelf heb ingezien, zelf heb gezien en waargenomen, daarom zeg ik dit over die wezens.

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

Een individu hier met

een verkeerd gerichte geest,

die verkeerde woorden uit,

en verkeerde daden verricht,

iemand met weinig kennis,

die in dit korte leven niets verdienstelijks doet,

die dwaas wordt bij het verval van het lichaam

wedergeboren in de hel.

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

It.71. (3.3.2)  Zelf gezien - Sammādiṭṭhika sutta

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

Bhikkhus, ik heb wezens gezien met goed gedrag in daden, woorden en gedachten, die geen kwaad spreken over de edelen, die een juiste visie hebben en die verschillende daden verrichten vanwege hun juiste visie.[167] Na verval van het lichaam, na de dood worden die wezens wedergeboren in een goede bestemming, een hemelse wereld. Bhikkhus, Ik zeg dit zonder het van een andere asceet of brahmaan te hebben gehoord. Maar omdat ik het zelf heb ingezien, zelf heb gezien en waargenomen, daarom zeg ik dit over die wezens.

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

Een individu hier met

een juist gerichte geest,

die juiste woorden uit,

en goede daden verricht,

iemand met veel kennis,

die in dit korte leven veel verdienstelijks doet,

die wijze wordt bij het verval van het lichaam

wedergeboren in de hemel.

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

It.72. (3.3.3)  Ontsnapping - Nissaraṇiya sutta

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

Bhikkhus, deze drie soorten van ontsnappen zijn er. Welke drie? Het ontsnappen aan zinnelijke begeerten - dat is verzaking.[168]  Het ontsnappen aan vormen - dat is het vormloze.[169]  En het ontsnappen aan wat er ergens is geworden, samengesteld, oorzakelijk ontstaan, - dat is het beëindigen.[170] Bhikkhus, dat zijn de drie ontsnappingen.

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

Als men de ontsnapping aan zinnelijke begeerte kent,

en het overwinnen van vormen,

dan bereikt iemand wiens energie steeds vurig is

het tot stilstand komen van alle formaties.[171] 

Een dergelijke bhikkhu die juist ziet,

is daardoor goed bevrijd;

volmaakt in weten, in vrede,

heeft die wijze alle banden overwonnen.[172] 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

It.73. (3.3.4)  Vrediger - Santatara sutta

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

Bhikkhus, het vormloze is vrediger dan de sfeer met vorm, en beëindiging is vrediger dan het vormloze.

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

Die wezens die tot vorm zijn gekomen,

en die wezens die gevestigd zijn in het vormloze,

als zij beëindiging niet weten,  

komen zij weer tot een nieuw bestaan.

Maar zij die vormen volledig begrijpen,

zonder vast te blijven zitten in het vormloze,  

zij zijn bevrijd in beëindiging

en laten de dood achter zich.[173] 

Na in eigen persoon het doodloze element aangeraakt te hebben, dat vrij is van hechten,

na  het afstand doen van hechten

verwerkelijkt te hebben, vrij van alle smetten,

verkondigt de Volledig Ontwaakte

het oord zonder zorgen, dat leeg is van bezoedelingen.[174]

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

It.74. (3.3.5)  Ouders en zonen - Putta sutta

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

Bhikkhus, deze drie soorten van zonen zijn er in de wereld. Welke drie? De zoon die de ouders overtreft, de gelijkwaardige zoon, de zoon die door de ouders overtroffen wordt.

Bhikkhus, en hoe overtreft een zoon de ouders? Daar heeft een zoon ouders die geen toevlucht hebben genomen tot de Boeddha, tot de Dhamma en tot de Sangha; die zich niet onthouden van doden, stelen, verkeerd gedrag in zinnelijke verlangens, die niet afzien van verkeerd taalgebruik en van het gebruik van bedwelmende drank die naar onachtzaamheid leidt; [175] die ondeugdzaam zijn en een slecht gedrag hebben. De zoon evenwel heeft zijn toevlucht genomen tot de Boeddha, tot de Dhamma en tot de Sangha; hij ziet af van doden, stelen, verkeerd gedrag in zinnelijke verlangens, liegen, en het gebruik van bedwelmende drank die naar onachtzaamheid leidt; hij is deugdzaam en heeft een goed gedrag. Bhikkhus, zo overtreft een zoon zijn ouders.

        Bhikkhus, en hoe is een zoon gelijkwaardig? Daar heeft een zoon ouders die de drievoudige toevlucht hebben genomen, die de vijf regels van goed gedrag navolgen, die deugdzaam zijn en zich goed gedragen. Zij nu hebben een zoon die ook zo is. Bhikkhus, zo is een zoon gelijkwaardig.

Bhikkhus, en hoe wordt een zoon door zijn ouders overtroffen? Daar heeft een zoon ouders die de drievoudige toevlucht hebben genomen, die de vijf regels van goed gedrag navolgen, die deugdzaam zijn en zich goed gedragen. Maar zij hebben een zoon die niet de drievoudige toevlucht heeft genomen, die niet de vijf regels van goed gedrag navolgt, die niet deugdzaam is en een slecht gedrag heeft. Zo wordt een zoon door de ouders overtroffen.

Dit zijn de drie soorten van zonen die er in de wereld zijn.

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

De wijze mensen wensen een zoon

die overtreft of die gelijk is.

Zij wensen niet een zoon

die lager is, die een schande is

voor de familie.

Maar zulke zonen in de wereld als dezen

die toegewijde lekenvolgelingen zijn,

die uitblinken in vertrouwen en deugd,

vrijgevig, zonder egoïsme,

zij stralen in bijeenkomsten

zoals de maan in onbewolkte nacht.

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

It.75. (3.3.6)  Regen - Avuṭṭhika sutta

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

Bhikkhus, deze drie soorten van personen zijn er in de wereld. Welke drie? De persoon die is als een wolk  zonder regen, de persoon die plaatselijk regent en, de persoon die overal regent.

Bhikkhus, welke soort van persoon is als een wolk zonder regen? Daar geeft een persoon niet aan iedereen iets; hij geeft geen eten, drinken, kleding, wagens, guirlanden, geuren, zalven, bedden, onderdak en lampen aan asceten en brahmanen, aan de armen, behoeftigen en hulpbehoevenden. Die soort van persoon is als een wolk zonder regen.

        Bhikkhus, welke soort van persoon regent plaatselijk? Daar geeft een persoon aan sommigen maar aan anderen niet. Eten, drinken, kleding, wagens, guirlanden, geuren, zalven, bedden, onderdak en lampen geeft hij alleen aan sommige asceten en brahmanen, aan sommigen van de armen, behoeftigen en hulpbehoevenden, maar niet aan anderen. Dat is de soort van persoon die plaatselijk regent.

Bhikkhus, welke is de soort van persoon die overal regent? Daar geeft een persoon aan allen. Hij geeft eten, drinken, kleding, wagens, guirlanden, geuren, zalven, bedden, onderdak en lampen aan alle asceten en brahmanen, aan de armen, behoeftigen en hulpbehoevenden. Dit is de soort van persoon die overal regent.

Bhikkhus, deze drie soorten van personen zijn in de wereld te vinden.

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

Aan asceten niet, noch aan brahmanen,

noch aan de armen en behoeftigen

deelt hij uit wat hij bezit

aan eten en drinken en aan goederen;

die lage persoon noemt men

“iemand die is als een regenloze wolk.”

Aan sommigen geeft hij niet,

aan anderen geeft hij aalmoezen;

zo iemand noemen wijze mensen

“iemand die plaatselijk regent.”

Iemand die bekend is voor zijn overvloed,

mededogend jegens alle wezens,

deelt blij aalmoezen uit.