Facetten van het Boeddhisme


naar Index


9.5. Oorzakelijk ontstaan - De edele weg naar het opheffen van lijden

 

Copyright ©  2025 / 2568

        Het is toegestaan om elektronisch of in gedrukte vorm fragmenten van deze compilatie of de compilatie in zijn geheel over te nemen voor eigen gebruik, of ook met als doel ze met anderen te delen, uitsluitend voor gratis verspreiding en zonder commercieel oogmerk.

Inhoud

Inleiding

Overdenking van de wet van oorzakelijk ontstaan

- ouderdom en dood -

- geboorte -

- worden -

- grijpen -

- dorst -

- gevoel, gewaarwording -

- aanraking -

- de zes bereiken van de zintuigen -

- naam en vorm, geest en lichaam -

- bewustzijn (1) -

- bewustzijn (2, uitgebreide versie) -

- bewustzijn (3) -

- formaties -

- gevolgtrekking -

Overweging in omgekeerde volgorde

- opheffing van ouderdom en sterven -

- opheffing van geboorte -

- opheffing van worden -

- opheffing van grijpen -

- opheffing van dorst -

- opheffing van gevoel -

- opheffing van aanraking -

- opheffing van zes bereiken van de zintuigen -

- opheffing van naam en vorm -

- opheffing van bewustzijn -

- opheffing van formaties -

- gevolgtrekking -

Beschouwing van de vijf groepen van hechten

de oude weg en de antieke stad

Genot van en ontsnapping aan de wereld

De onwankelbare bevrijding van de geest

Het middenpad en de vier edele waarheden

I. De waarheid van dukkha, het niet tevreden stellende van dit bestaan

II. De waarheid van het ontstaan van dukkha

III. De waarheid van het beëindigen van dukkha

IV. De waarheid van het pad dat leidt naar het beëindigen van dukkha – het middenpad

Overweging van oorzakelijk ontstaan ná de Verlichting

De wet van oorzakelijk ontstaan in regulaire volgorde

Overweging in omgekeerde volgorde

Overweging in regulaire en omgekeerde volgorde

Bekendmaking van oorzakelijk ontstaan en van de dingen die oorzakelijk zijn ontstaan

Analyse van oorzakelijk ontstaan

ouderdom

sterven, dood

geboorte

ontstaan van dukkha

worden

inbezitname, grijpen, hechten

Zinnelijkheid

Meningen

Deugdzame werken

Eigen persoonlijkheid

dorst, begeerte

voedsel

bestaansdorst

gevoel, gewaarwording

aanraking, contact

de zes bereiken van de zintuigen, de zes zintuiglijke sferen

naam en vorm, geest en lichaam

De elementen

bewustzijn

formaties, vormingen

onwetendheid

het weten van de waarheid

Is het lijden zelf veroorzaakt?

Hoe geboorte, ouder worden en dood overwonnen kunnen worden

Aan de poort van Nibbana

Afhankelijke vernietiging van de wereldse invloeden

Hoe de wijze zich van de dwaas onderscheidt

Juist inzicht

Eindoverdenking

Geraadpleegde bronnen

Afkortingen

Oorzakelijk ontstaan 

(paticcasamuppāda)

De edele weg naar het opheffen van lijden

Inleiding

De leer van oorzakelijk ontstaan (paticcasamuppāda) - ook als de leer van afhankelijk ontstaan bekend - wordt de edele weg genoemd. Deze wet van oorzakelijk ontstaan van de dingen en hoe ze tot uitdoving komen is het wezenlijke van de leer van de Boeddha.[1]

Volgens de overlevering wordt de overweging van de wet van oorzakelijk ontstaan ook toegeschreven aan de vroegere Boeddhas Vipassin, Sikhin, Vessabhū, Kakusandha, Konāgamana en Kassapa.[2] Zij waren de Boeddhas vóór de Boeddha Gotama. Zij overwogen dit toen zij nog een Bodhisatta waren, en wel op gelijke manier als de overweging van de Bodhisatta Gotama.[3] Een parallel ervan is in sutta S.12.65.

De Boeddha Gotama overwoog de wet van oorzakelijk ontstaan ook op het einde van de eerste week na de Verlichting. Hij sprak er meerdere keren over met monniken, asceten en leken. En de eerwaarden Sariputta en Ananda spraken erover met hun medemonniken. Een compilatie van die leerreden volgt hier.

De Boeddha heeft het overdenken van de wet van oorzakelijk ontstaan nadrukkelijk aanbevolen: "Ze strekt tot heil en zegen; ze leidt binnen in het pad van heiligheid.”[4] Door het overdenken en inzien van oorzakelijk ontstaan kan men een of meer van de niveaus van heiligheid bereiken, en ook Nibbana.

Overdenking van de wet van oorzakelijk ontstaan vóór de Verlichting

Toen de Bodhisatta alleen, in afzondering vertoefde, overlegde hij in de geest het volgende:

“Diep is deze wet van oorzakelijk ontstaan. Ten gevolge van het niet begrijpen ervan is dit geslacht in de war geraakt zoals een verwaarloosd stuk weefsel of een knot garen vol knopen. Daarom komt dit geslacht niet uit boven de kringloop der wedergeboorten.”[5] 

“Deze wereld is waarlijk in problemen en ontberingen gekomen, is tot een toestand van lijden vervallen. Men wordt geboren, men wordt ouder en sterft, gaat heen uit het bestaan en wordt wedergeboren. Maar men kent geen bevrijding van dit lijden, van ouder worden en sterven. Men vindt geen uitweg uit dit lijden. Bestaat er wel een bevrijding van dit lijden, van ouder worden en sterven? Wanneer zal er een ontkomen aan dit lijden, ouder worden en sterven gevonden worden?“[6] 

Toen kwam bij de Bodhisatta de gedachte op: “Wat is de oorzaak van dit veelvuldige lijden in de wereld? Wat is de oorsprong en oorzaak van ouderdom en dood? Wat moet aanwezig zijn, dat ouderdom en sterven ontstaan; uit welke oorzaak verschijnen ouderdom en sterven?”[7] 

- ouderdom en dood -

Na rijp overwegen kwam hij tot het inzicht: “Als geboorte aanwezig is, ontstaan ouderdom en sterven; uit de geboorte als oorzaak verschijnen ouderdom en dood; geboorte is de oorzaak dat ouderdom en sterven ontstaan.”

- geboorte -

Toen kwam bij de Bodhisatta de gedachte op: “Uit welke oorzaak verschijnt geboorte? Wat moet aanwezig zijn dat geboorte ontstaat, wat is de oorzaak voor geboorte?”

Na rijp overwegen kwam hij tot het inzicht: “Als worden aanwezig is, ontstaat geboorte; uit het worden als oorzaak verschijnt geboorte; worden is de oorzaak dat geboorte ontstaat.”

- worden -

Toen kwam bij de Bodhisatta de gedachte op: “Uit welke oorzaak verschijnt worden? Wat moet aanwezig zijn dat worden ontstaat, wat is de oorzaak voor het worden?”

Na rijp overwegen kwam hij tot het inzicht: “Als grijpen, hechten, inbezitname aanwezig is, ontstaat worden, uit het grijpen als oorzaak verschijnt worden; grijpen is de oorzaak dat worden ontstaat.”

- grijpen -

Toen kwam bij de Bodhisatta de gedachte op: “Uit welke oorzaak verschijnt grijpen? Wat moet aanwezig zijn dat grijpen ontstaat, wat is de voorwaarde voor het grijpen?”

Na rijp overwegen kwam hij tot het inzicht: “Als dorst aanwezig is, ontstaat grijpen, uit de dorst als oorzaak verschijnt grijpen; dorst is de voorwaarde dat grijpen ontstaat.”

- dorst -

Toen ontstond bij de Bodhisatta de gedachte: “Uit welke oorzaak verschijnt dorst? Wat moet aanwezig zijn dat dorst ontstaat, wat is de voorwaarde voor de dorst?”

Na rijp overwegen kwam hij tot het inzicht: “Als gevoel aanwezig is, ontstaat dorst, uit het gevoel als oorzaak verschijnt dorst; gevoel is de voorwaarde dat dorst ontstaat.”

- gevoel, gewaarwording -

Toen ontstond bij de Bodhisatta de gedachte: “Uit welke oorzaak verschijnt gevoel, gewaarwording? Wat moet aanwezig zijn dat gevoel ontstaat, wat is de voorwaarde voor gevoel?”

Na rijp overwegen kwam hij tot het inzicht: “Als aanraking aanwezig is, ontstaat gevoel, uit de aanraking als oorzaak verschijnt gevoel; aanraking is de oorzaak dat gevoel ontstaat.”

- aanraking -

Toen ontstond bij de Bodhisatta de gedachte: “Uit welke oorzaak verschijnt aanraking? Wat moet aanwezig zijn dat aanraking ontstaat, wat is de voorwaarde voor aanraking?”

Na rijp overwegen kwam hij tot het inzicht: “Als de zes bereiken van de zintuigen aanwezig zijn, ontstaat aanraking; uit de zes bereiken van de zintuigen als oorzaak verschijnt aanraking; het zesvoudige bereik van de zintuigen is de voorwaarde dat aanraking ontstaat.”

- de zes bereiken van de zintuigen -

Toen ontstond bij de Bodhisatta de gedachte: “Uit welke oorzaak verschijnen de zes bereiken van de zintuigen? Wat moet aanwezig zijn, dat de zes bereiken van de zintuigen ontstaan; uit welke oorzaak verschijnen de zes bereiken van de zintuigen; wat is de voorwaarde voor het zesvoudige bereik van de zintuigen?”

Na rijp overwegen kwam hij tot het inzicht: “Als geest en lichaam, naam en vorm aanwezig zijn, ontstaan de zes bereiken van de zintuigen, uit naam en vorm als oorzaak verschijnen de zes bereiken van de zintuigen; geest en lichaam zijn de voorwaarde dat het zesvoudige bereik van de zintuigen ontstaat.”

- naam en vorm, geest en lichaam -

Toen ontstond bij de Bodhisatta de gedachte: “Uit welke oorzaak verschijnt naam en vorm? Wat moet aanwezig zijn dat geest en lichaam, naam en vorm, ontstaan, uit welke oorzaak verschijnt naam en vorm; wat is de voorwaarde voor geest en lichaam?”

Na rijp overwegen kwam hij tot het inzicht: “Als bewustzijn aanwezig is, ontstaan geest en lichaam, uit bewustzijn als oorzaak verschijnt naam en vorm; bewustzijn is de voorwaarde dat geest en lichaam ontstaan.”[8] 

- bewustzijn (1) -

Toen ontstond bij de Bodhisatta de gedachte: “Uit welke oorzaak verschijnt bewustzijn? Wat moet aanwezig zijn dat bewustzijn ontstaat, wat is de voorwaarde voor bewustzijn?”

Na rijp overwegen kwam hij tot het inzicht: “Als geest en lichaam aanwezig zijn, ontstaat bewustzijn, geest en lichaam zijn de voorwaarden dat bewustzijn ontstaat.”[9] 

- bewustzijn (2, uitgebreide versie) -

Toen ontstond bij de Bodhisatta de gedachte: “Uit welke oorzaak verschijnt bewustzijn?"

Na rijp overwegen kwam hij tot het inzicht: “Bewustzijn wordt veroorzaakt door geestlichamelijkheid en geestlichamelijkheid door bewustzijn. Het bewustzijn keert terug naar geest en lichaam, het gaat niet verder.[10] Op deze manier wordt men geboren, wordt men ouder, sterft men, gaat men heen, wordt men wedergeboren, namelijk dat hier uit geest en lichaam als oorzaak het bewustzijn ontstaat.

Zo is het bewustzijn afhankelijk van geest en lichaam, en geest en lichaam zijn afhankelijk van bewustzijn.[11] 

Uit het bewustzijn als oorzaak ontstaat ​​geest en lichaam; de voedingsstof bewustzijn is de oorzaak voor toekomstige wedergeboorte en nieuw ontstaan.

Uit ​​geest en lichaam als oorzaak ontstaan ​​de zes bereiken van de zintuigen; het zesvoudige rijk van de zintuigen is afhankelijk van geest en lichaam. Uit ​​de zes bereiken van de zintuigen als oorzaak ontstaat de aanraking; afhankelijk van het zesvoudige bereik van de zintuigen is de aanraking. Uit ​​de aanraking als oorzaak ontstaat de gewaarwording; afhankelijk van de aanraking is het gevoel. Uit ​​de gewaarwording als oorzaak ontstaat de dorst; afhankelijk van het gevoel is de dorst. Uit ​​de dorst als oorzaak ontstaat het grijpen; afhankelijk van de dorst is het grijpen. Uit ​​het grijpen als oorzaak ontstaat het worden; afhankelijk van het grijpen is het worden.[12] 

Uit ​​het worden als oorzaak ontstaat de geboorte; afhankelijk van het worden is de geboorte. Afhankelijk van de geboorte ontstaan ouderdom, sterven, leed, geweeklaag, pijn, leed en wanhoop. Op deze manier ontstaat de hele massa van lijden.[13] 

‘Precies zo is het ontstaan,’ zo ging bij hem het oog open voor de nooit eerder gehoorde waarheden, weten ontstond, wijsheid ontstond, inzicht ontstond, Verlichting ontstond.[14] 

- bewustzijn (3) -

Een andere versie is in S.12.4 en S.12.10 en wel dat de gedachte ontstond: “Uit welke oorzaak verschijnt bewustzijn? Wat moet aanwezig zijn, dat bewustzijn ontstaat; uit welke oorzaak verschijnt bewustzijn?”

Na rijp overwegen kwam hij tot het inzicht: ‘Als formaties aanwezig zijn, ontstaat bewustzijn; uit de formaties als oorzaak verschijnt bewustzijn.’[15] 

- formaties -

Toen ontstond bij de Bodhisatta deze gedachte: “Uit welke oorzaak verschijnen de formaties? Wat moet aanwezig zijn, dat formaties[16] ontstaan?”

Na rijp overwegen kwam hij tot het inzicht: “Als onwetendheid aanwezig is, ontstaan de formaties; uit onwetendheid als oorzaak verschijnen de formaties.”[17] 

- gevolgtrekking -

En de Bodhisatta maakte de gevolgtrekking:

“Uit het niet weten als oorzaak ontstaan de formaties; uit de formaties als oorzaak ontstaat het bewustzijn; uit het bewustzijn als oorzaak ontstaat naam en vorm, het geestelijke en het lichamelijke; uit naam en vorm als oorzaak ontstaan de zes bereiken of grondslagen van de zintuigen; uit de zes bereiken van de zintuigen als oorzaak ontstaat aanraking, de zintuiglijke indruk; uit aanraking als oorzaak ontstaat waarneming, gevoel; uit gevoel als oorzaak ontstaat dorst, begeerte; uit dorst als oorzaak ontstaat grijpen, inbezitname, hechten; uit grijpen, inbezitname als oorzaak ontstaat worden; uit worden als oorzaak ontstaat geboorte; uit geboorte als oorzaak ontstaan ouderdom en dood.”

“Op deze manier komt de oorsprong van de hele massa van lijden tot stand.”[18] 

“De oorsprong, de oorsprong”: daarmee ontstond bij de Bodhisatta inzicht met betrekking tot nooit eerder gehoorde dingen, ontstond bij hem begrip, inzicht, weten en helderheid.[19] 

Overweging in omgekeerde volgorde

- opheffing van ouderdom en sterven -

Hierna ontstond bij de Bodhisatta de gedachte: “Wat moet niet aanwezig zijn dat ouderdom en sterven niet ontstaan; uit de opheffing waarvan verschijnt de opheffing van ouderdom en dood?”

Na rijp overwegen kwam hij tot het inzicht: “Als geboorte niet aanwezig is, ontstaan ouderdom en sterven niet; uit de opheffing van de geboorte verschijnt de opheffing van ouderdom en dood.”[20] 

- opheffing van geboorte -

Toen ontstond bij de Bodhisatta de gedachte: “Wat moet niet aanwezig zijn dat geboorte niet ontstaat, uit de opheffing waarvan verschijnt de opheffing van geboorte?”

Na rijp overwegen kwam hij tot het inzicht: “Als worden niet aanwezig is, ontstaat er geen geboorte; uit de opheffing van het worden verschijnt opheffing van de geboorte.” 

- opheffing van worden -

Toen ontstond bij de Bodhisatta de gedachte: “Wat moet niet aanwezig zijn dat worden niet ontstaat, uit de opheffing waarvan verschijnt de opheffing van worden?”

Na rijp overwegen kwam hij tot het inzicht: “Als grijpen, hechten, inbezitname niet aanwezig is, ontstaat er geen worden; uit de opheffing van het grijpen verschijnt opheffing van het worden.”

- opheffing van grijpen -

Toen ontstond bij de Bodhisatta de gedachte: “Wat moet niet aanwezig zijn dat grijpen niet ontstaat; uit de opheffing waarvan verschijnt de opheffing van grijpen?”

Na rijp overwegen kwam hij tot het inzicht: “Als dorst, verlangen, begeerte niet aanwezig is, ontstaat er geen grijpen; uit de opheffing van de dorst verschijnt de opheffing van het grijpen.”

- opheffing van dorst -

Toen ontstond bij de Bodhisatta de gedachte: “Wat moet niet aanwezig zijn dat dorst niet ontstaat; uit de opheffing waarvan verschijnt de opheffing van dorst?”

Na rijp overwegen kwam hij tot het inzicht: “Als gevoel niet aanwezig is, ontstaat er geen dorst; uit de opheffing van het gevoel verschijnt de opheffing van de dorst.”

- opheffing van gevoel -

Toen ontstond bij de Bodhisatta de gedachte: “Wat moet niet aanwezig zijn dat gewaarwording, gevoel niet ontstaat; uit de opheffing waarvan verschijnt de opheffing van gevoel?”

Na rijp overwegen kwam hij tot het inzicht: “Als aanraking niet aanwezig is, ontstaat er geen gevoel; uit de opheffing van de aanraking verschijnt opheffing van het gevoel.”

- opheffing van aanraking -

Toen ontstond bij de Bodhisatta de gedachte: “Wat moet niet aanwezig zijn, dat aanraking niet ontstaat; uit de opheffing waarvan verschijnt de opheffing van aanraking?”

Na rijp overwegen kwam hij tot het inzicht: ‘Als de zes bereiken van de zintuigen niet aanwezig zijn, ontstaat aanraking niet; uit de opheffing van de zes bereiken van de zintuigen verschijnt opheffing van de aanraking.’[21] 

- opheffing van zes bereiken van de zintuigen -

Toen ontstond bij de Bodhisatta de gedachte: “Wat moet niet aanwezig zijn, dat de zes bereiken van de zintuigen niet ontstaan; uit de opheffing waarvan verschijnt de opheffing van de zes bereiken van de zintuigen?”

Na rijp overwegen kwam hij tot het inzicht: ‘Als naam en vorm, geest en lichaam, niet aanwezig is, ontstaat er geen bereik van de zes zintuigen; uit de opheffing van naam en vorm verschijnt de opheffing van de zes bereiken van de zintuigen.’

- opheffing van naam en vorm -

Toen ontstond bij de Bodhisatta de gedachte: “Wat moet niet aanwezig zijn, dat naam en vorm, geest en lichaam, niet ontstaat; uit de opheffing waarvan verschijnt de opheffing van naam en vorm?”

Na rijp overwegen kwam hij tot het inzicht: “Als bewustzijn niet aanwezig is, ontstaat geest en lichaam niet; uit de opheffing van het bewustzijn verschijnt opheffing van naam en vorm.”[22] 

- opheffing van bewustzijn -

Toen ontstond bij de Bodhisatta de gedachte: “Wat moet niet aanwezig zijn dat er geen bewustzijn ontstaat, uit de opheffing waarvan verschijnt de opheffing van bewustzijn?”

Na rijp overwegen kwam hij tot het inzicht: “Als geest en lichaam niet aanwezig zijn, ontstaat er geen bewustzijn, als geest en lichaam zijn opgeheven, is bewustzijn opgeheven.”[23]

(Een andere versie:)

Toen ontstond bij de Bodhisatta de gedachte: “Wat moet niet aanwezig zijn, dat bewustzijn niet ontstaat; uit de opheffing waarvan verschijnt de opheffing van bewustzijn?” 

Na rijp overwegen kwam hij tot het inzicht: “Als de geestelijke formaties niet aanwezig zijn, ontstaat bewustzijn niet; uit de opheffing van de geestelijke formaties verschijnt opheffing van het bewustzijn.”

- opheffing van formaties -

Toen ontstond bij de Bodhisatta de gedachte: "Wat moet niet aanwezig zijn, dat geestelijke formaties niet ontstaan; uit de opheffing waarvan verschijnt opheffing van de geestelijke formaties?”

Na rijp overwegen kwam hij tot het inzicht: “Als niet weten, onwetendheid niet aanwezig is, ontstaan de geestelijke formaties niet; uit de opheffing van het niet weten verschijnt opheffing van de formaties.”[24] 

- gevolgtrekking -

En de Bodhisatta maakte de gevolgtrekking:

“Uit de opheffing van onwetendheid, het niet weten ontstaat opheffing van de geestelijke formaties; uit de opheffing van de geestelijke formaties ontstaat opheffing van het bewustzijn; uit de opheffing van het bewustzijn ontstaat opheffing van naam en vorm; uit de opheffing van naam en vorm ontstaat opheffing van de zes bereiken van de zintuigen; uit de opheffing van de zes bereiken van de zintuigen ontstaat opheffing van aanraking; uit de opheffing van aanraking ontstaat opheffing van waarneming, gevoel; uit de opheffing van gevoel ontstaat opheffing van de dorst; uit de opheffing van de dorst ontstaat opheffing van het grijpen, inbezitname; uit de opheffing van het grijpen ontstaat opheffing van het worden; uit de opheffing van het worden ontstaat opheffing van geboorte; uit de opheffing van geboorte ontstaat opheffing van ouderdom en dood. Op die manier komt de opheffing van de hele massa van dukkha, lijden tot stand.”[25] 

“Dat nu is de wet van het oorzakelijk ontstaan.”[26] 

“De opheffing, de opheffing”: daarmee ontstond bij hem inzicht met betrekking tot nooit eerder gehoorde dingen, ontstond bij hem begrip, inzicht, weten en helderheid.[27] 

Toen ontstond bij de Bodhisatta de gedachte: “Ik heb de weg naar de Verlichting bereikt; bereikt heb ik de weg van helder inzicht naar de ontwaking, namelijk:

Als geest en lichaam worden opgeheven, dan wordt bewustzijn opgeheven. Uit het opheffen van geest en lichaam ontstaat het opheffen van het bewustzijn.

Als bewustzijn wordt opgeheven, dan worden geest en lichaam opgeheven. Uit het opheffen van het bewustzijn ontstaat het opheffen van geest en lichaam.

Als geest en lichaam worden opgeheven, dan wordt het zesvoudige bereik van de zintuigen opgeheven. Uit het opheffen van geest en lichaam ontstaat het opheffen van het bereik van de zes zintuigen.

Als het zesvoudige bereik van de zintuigen wordt opgeheven, dan wordt de aanraking opgeheven. Uit het opheffen van het bereik van de zes zintuigen ontstaat het opheffen van de aanraking.

Als de aanraking wordt opgeheven, dan wordt het gevoel opgeheven. Uit het opheffen van de aanraking ontstaat het opheffen van de gewaarwording.

Als het gevoel wordt opgeheven, dan wordt de dorst opgeheven. Uit het opheffen van de gewaarwording ontstaat het opheffen van de dorst.

Als de dorst wordt opgeheven, dan wordt het grijpen opgeheven. Uit het opheffen van de dorst ontstaat het opheffen van het grijpen.

Als het grijpen wordt opgeheven, dan wordt het worden opgeheven. Uit het opheffen van het grijpen ontstaat het opheffen van het worden.

Als het worden is opgeheven, dan wordt de geboorte opgeheven. Uit het opheffen van het worden ontstaat het opheffen van de geboorte.

Als de geboorte wordt opgeheven, worden ouderdom en sterven, leed, geweeklaag, smart, lijden en wanhoop opgeheven. Uit het opheffen van de geboorte ontstaat het opheffen van ouderdom en dood.

‘Op deze manier komt de opheffing van de hele massa van lijden tot stand. Precies zo is de opheffing,’ zo ging bij de Bodhisatta het oog open voor de waarheden en er ontstond begrip, inzicht, weten en duidelijkheid betreffende dingen die hij nooit eerder had gehoord. Weten ontstond, wijsheid ontstond, inzicht ontstond, Verlichting ontstond.[28] 

Beschouwing van de vijf groepen van hechten

Hierna beschouwde de Bodhisatta de vijf groepen van hechten, bij het ontstaan en vergaan ervan: “Dit is het lichaam, zo ontstaat het lichaam, zo vergaat het lichaam. Dit is het gevoel, zo ontstaat het gevoel, zo vergaat het gevoel. Dit is de waarneming, zo ontstaat de waarneming, zo vergaat de waarneming. Dit zijn de wilsuitingen, zo ontstaan de wilsuitingen, zo vergaan de wilsuitingen. Dit is het bewustzijn, zo ontstaat het bewustzijn, zo vergaat het bewustzijn.”

Terwijl hij het ontstaan en vergaan van de vijf groepen van hechten beschouwde, werd zijn gemoed vrij van de neigingen, was het zonder gehechtheden. [29]

de oude weg en de antieke stad

Juist zoals iemand die in een bos over een oude weg liep en een antieke mooie stad ontdekte en liet opbouwen, evenzo zag de Verhevene een oude weg die betreden was door de Boeddhas van vroegere tijden. Die oude weg was het edele achtvoudige pad, namelijk juist inzicht, juiste intentie, juist taalgebruik, juist gedrag, juist levensonderhoud, juiste inspanning, juist overwegen en juiste concentratie van de geest. Dit was de oude weg, betreden door de Boeddhas van vroegere tijden. En terwijl de Verhevene die weg volgde, begreep hij ouderdom en dood, begreep hij de oorsprong van ouderdom en dood, begreep hij de opheffing van ouderdom en dood, begreep hij de weg die leidt naar de opheffing van ouderdom en dood.

Terwijl hij die weg volgde, begreep hij geboorte – begreep hij worden – begreep hij grijpen – begreep hij dorst – begreep hij gewaarwording – begreep hij aanraking – begreep hij de zes bereiken van de zintuigen – begreep hij geest en lichaam – begreep hij bewustzijn.

En terwijl hij die weg volgde, begreep hij de formaties, begreep hij de oorsprong van de formaties, begreep hij de weg die leidt naar het opheffen van de formaties.[30] 

Genot van en ontsnapping aan de wereld

        En de volgende gedachte kwam bij de Boeddha op: “Wat is wel met betrekking tot de wereld het genot, wat is de ellende en wat is de ontsnapping?” En het volgende werd hem duidelijk: “Datgene waardoor in de wereld geluk en vreugde ontstaan, dat is het genot van de wereld. Dat de wereld vergankelijk is, vol lijden en onderhevig aan verandering, dat is de ellende van de wereld. Maar wat met betrekking tot de wereld de beteugeling en opheffing van de begeerte van de wil is, dat is de ontsnapping aan de wereld.”

Zodra de Boeddha dit had ingezien, was hij er zeker van dat hij in de wereld met haar goden en mensen de onovertroffen hoogste Verlichting volledig had verwerkelijkt. En het weten en het inzicht ontstond bij hem: “Onwankelbaar is de bevrijding van mijn geest. Dit is de laatste geboorte, er is geen nieuw bestaan meer.”[31] 

De onwankelbare bevrijding van de geest

Tijdens het inzien van oorzakelijk ontstaan en van de onbestendigheid van de oorzakelijk ontstane dingen, en verder het genot en de ellende van de wereld en de ontsnapping eraan, ontdekte de Verhevene als verdere weten het middenpad en de vier edele waarheden.

Hij zag aan de hand van oorzakelijk ontstaan wat dukkha, lijden, onvoldaanheid is, wat het ontstaan van dukkha is, wat de uitdoving, het beëindigen van dukkha is en wat het pad is dat leidt naar de uitdoving, de beëindiging van dukkha.[32] Dit zijn de vier edele waarheden.[33] 

Hij werd toen de volmaakt Verlichte, de Boeddha van dit tijdperk.

Het middenpad en de vier edele waarheden

Met geconcentreerde geest die gereinigd was, gedwee, standvastig, onwrikbaar, richtte hij de geest op het weten van het verdwijnen van de smetten.[34]

“Afhankelijk van de zes elementen [aarde, water, vuur, lucht, ruimte en geest] heeft de ontvangenis van het embryo[35] plaats. Waar ontvangenis is, daar is het geestelijke en het lichamelijke. Door het geestelijke en het lichamelijke veroorzaakt zijn de zes zintuiglijke grondslagen. Veroorzaakt door de zes zintuiglijke grondslagen is de zintuiglijke indruk (phassa). Door de zintuiglijke indruk veroorzaakt is het gevoel (vedanā). Met betrekking tot degene die voelt[36] is er dukkha, lijden, onvoldaanheid, het ontstaan ervan, de uitdoving, het beëindigen ervan en het pad dat leidt naar de uitdoving, de beëindiging ervan.[37] Dit zijn de vier edele waarheden.”[38] 

I. De waarheid van dukkha, het niet tevreden stellende van dit bestaan

        “Wat nu is de edele waarheid van dukkha, onvoldaanheid, het niet tevreden stellende? - De edele waarheid van dukkha is als volgt: geboorte is dukkha; ouder worden is dukkha; ziekte is dukkha; sterven is dukkha; verdriet, geweeklaag, pijn, leed en wanhoop zijn dukkha; het verenigd zijn met wie of waarmee men een afkeer heeft, is dukkha; het gescheiden zijn van wie of van wat men liefheeft, is dukkha; niet te krijgen wat men graag heeft, is dukkha; kortom de vijf groepen van hechten[39] zijn dukkha. Dat noemt men de edele waarheid van dukkha, onvoldaanheid, het niet tevreden stellende.”[40] 

II. De waarheid van het ontstaan van dukkha

“Wat is de edele waarheid van het ontstaan van dukkha? - De edele waarheid van het ontstaan van dukkha is als volgt: het is de begeerte die wedergeboorte doet ontstaan, die vergezeld gaat van genoegen en lust en die nu eens hier en dan weer daar steeds nieuw behagen schept. Met andere woorden, het is het verlangen naar zinnelijke begeerten, het verlangen naar bestaan en het verlangen naar niet-bestaan.[41] 

Door niet-weten veroorzaakt zijn de karmisch vormende krachten.[42] Door de karmisch vormende krachten veroorzaakt is het [wedergeboorte-] bewustzijn. Door het bewustzijn veroorzaakt is het geestelijke en lichamelijke. Door het geestelijke en lichamelijke veroorzaakt zijn de zes grondslagen van de zintuigen. Door de zes grondslagen van de zintuigen veroorzaakt is de zintuiglijke indruk (het contact, de aanraking). Door de zintuiglijke indruk veroorzaakt is het gevoel. Door het gevoel veroorzaakt is de begeerte. Door de begeerte veroorzaakt is het hechten. Door het hechten veroorzaakt is het proces van worden. Door het proces van worden veroorzaakt is de geboorte. Door de geboorte veroorzaakt ontstaan ouderdom en sterven, zorgen, smart, geweeklaag en wanhoop. Zo ontstaat de hele massa van dukkha. Dat noemt men de edele waarheid van het ontstaan van dukkha.”[43] 

III. De waarheid van het beëindigen van dukkha

“Wat is de edele waarheid van de uitdoving van dukkha?” - “De edele waarheid van het beëindigen van dukkha, onvoldaanheid, is als volgt: het is het volledig wegebben en het volledig uitdoven van die begeerte, het verwerpen, het opgeven en het achterlaten ervan; het is de bevrijding ervan en het zich losmaken ervan.”[44] 

“Door de volledige opheffing en uitdoving van de onwetendheid komt het tot het uitdoven van de karmisch vormende krachten. Door het uitdoven van de karmisch vormende krachten komt het tot het uitdoven van het [wedergeboorte-]bewustzijn. Door het uitdoven van het bewustzijn komt het tot het uitdoven van het geestelijke en lichamelijke. Door het uitdoven van het geestelijke en lichamelijke komt het tot het uitdoven van de zes zintuiglijke grondslagen. Door het uitdoven van de zes zintuiglijke grondslagen komt het tot het uitdoven van de zintuiglijke indruk. Door het uitdoven van de zintuiglijke indruk komt het tot het uitdoven van het gevoel. Door het uitdoven van het gevoel komt het tot het uitdoven van de begeerte. Door het uitdoven van de begeerte komt het tot het uitdoven van het hechten. Door het uitdoven van het hechten komt het tot het uitdoven van het proces van worden. Door het uitdoven van het proces van worden komt het tot het uitdoven van de wedergeboorte. Door het uitdoven van de wedergeboorte doven ouderdom en sterven uit, en ook zorgen, smart, geweeklaag en wanhoop. Zo komt het tot het uitdoven van deze hele massa van onvoldaanheid, het niet tevreden stellende. Dat noemt men de edele waarheid van de uitdoving van dukkha, onvoldaanheid, het niet tevreden stellende.”[45] 

IV. De waarheid van het pad dat leidt naar het beëindigen van dukkha – het middenpad

“Wat is de edele waarheid van het pad dat leidt naar de uitdoving van dukkha, onvoldaanheid, het niet tevreden stellende?” - “De edele waarheid van het pad dat leidt naar het beëindigen van dukkha, is als volgt: het is niets anders dan het edele achtvoudige pad, namelijk: juist inzicht, juist denken, juist spreken, juist handelen, juist levensonderhoud, juiste inspanning, juiste oplettendheid, juiste ontwikkeling van de geest of juiste concentratie.[46] 

Dit is de edele waarheid van het pad dat leidt naar de uitdoving van onvoldaanheid, het niet tevreden stellende.”[47] 

En bij de Boeddha ontstonden ook de inzichten wat de smetten zijn, wat het ontstaan ervan is, wat de vernietiging ervan is en wat het pad is dat leidt naar de vernietiging van de smetten.[48] 

        “Dit is onwetendheid, dit is de ontwikkeling ervan, dit is de opheffing ervan, dit is het pad dat leidt naar de opheffing ervan.”

Met dit inzicht maakte zijn geest zich los van de neiging tot worden, van de waan om te bestaan, van de neiging tot niet-weten. Het inzicht ontstond: “Dit is de bevrijding, vernietigd is geboorte, voltooid is het heilige leven, de opgave is volbracht, hierna is verder niets meer te doen,” zo zag hij onmiddellijk in. Dit had hij in het derde deel van de nacht nog meer als weten bereikt.[49]

Overweging van oorzakelijk ontstaan ná de Verlichting

Kort nadat hij de volledige Verlichting had verwerkelijkt, verbleef de Verhevene te Uruvelā aan de oever van de Nerañjarā aan de voet van de Bodhi-boom. Zeven dagen lang zat de Boeddha er met gekruiste benen en ondervond de zaligheid van de bevrijding. Toen deze zeven dagen waren verstreken, rees de Verhevene op uit deze concentratie, en tijdens de eerste nachtwake overlegde hij in de geest het oorzakelijk ontstaan (paticcasamuppada) in directe volgorde, voorwaarts vanaf het begin tot het einde.[50] 

Toen deze zeven dagen waren verstreken, rees de Verhevene op uit deze concentratie, en tijdens de tweede nachtwake overlegde hij in de geest het oorzakelijk ontstaan in omgekeerde volgorde.[51] 

Toen deze zeven dagen waren verstreken, rees de Verhevene op uit deze concentratie, en tijdens de laatste nachtwake overlegde hij in de geest het oorzakelijk ontstaan in voorwaartse en omgekeerde volgorde.[52] 

De wet van oorzakelijk ontstaan in regulaire volgorde

De wet van oorzakelijk ontstaan is als volgt:

Uit onwetendheid, het niet-weten als oorzaak ontstaan de vormingen, de geestelijke formaties. Afhankelijk van onwetendheid ontstaan wilsformaties. - Uit de vormingen, geestelijke formaties als oorzaak ontstaat het bewustzijn. Afhankelijk van wilsformaties ontstaat gewaarworden, ontstaat bewustzijn dat tot wedergeboorte leidt. - Uit het bewustzijn als oorzaak ontstaat naam en vorm, geest en lichaam. - Uit naam en vorm, geest en lichaam als oorzaak ontstaan de zes bereiken van de zintuigen. Afhankelijk van geest-lichamelijkheid ontstaat de zesvoudige basis. - Uit de zes bereiken van de zintuigen als oorzaak ontstaat de aanraking, het contact. - Uit de aanraking als oorzaak ontstaat de waarneming, het gevoel. - Uit het gevoel als oorzaak ontstaat de dorst, de begeerte, het verlangen. - Uit de dorst als oorzaak ontstaat inbezitname, grijpen, hechten. - Uit het grijpen, de inbezitname als oorzaak ontstaat het worden. - Uit het worden als oorzaak ontstaat de geboorte. - Uit de geboorte als oorzaak ontstaan ouderdom en dood, pijn, verdriet, leed, smart, geweeklaag en wanhoop.

Op die manier komt de hele massa van lijden tot stand; dit heet het ontstaan ervan. Dit is het volledige ontstaan van deze hele massa van lijden.[53] 

Dit noemt men de verkeerde weg.[54] 

Bij het besef van de betekenis hiervan deed de Verhevene toen de volgende korte uitspraak:

“Wanneer de Dhamma wordt onthuld

aan de ijverig mediterende brahmaan,[55]

dan verdwijnen ook de laatste twijfels helemaal,

omdat hij inziet dat alles wat ontstaat,  veroorzaakt is.”[56]

Overweging in omgekeerde volgorde

Bij afwezigheid waarvan is er geen ouderdom en sterven; door het beëindigen waarvan houdt ouderdom en sterven op?

        Als dit niet is, volgt dat niet; met het verdwijnen van het ene verdwijnt het andere,[57] en wel aldus:

Uit het volledig verdwijnen en de opheffing van niet weten, onwetendheid, volgt opheffing van de vormingen, verdwijnen wilsformaties. - Uit de opheffing van de vormingen, geestelijke formaties volgt opheffing van het bewustzijn, verdwijnt gewaarworden. - Uit de opheffing van het bewustzijn volgt opheffing van naam en vorm, geest-lichamelijkheid. - Uit de opheffing van geest-lichamelijkheid, naam en vorm, volgt opheffing van de zes bereiken van de zintuigen, de zesvoudige basis. - Uit de opheffing van de zes bereiken van de  zintuigen volgt opheffing van de aanraking, contact. - Uit de opheffing van de aanraking volgt opheffing van de waarneming, van het gevoel. - Uit de opheffing van het gevoel volgt opheffing van de dorst, begeerte. - Uit de opheffing van de dorst volgt opheffing van grijpen, hechten, inbezitname. - Uit de opheffing van het grijpen, hechten, volgt opheffing van het worden. - Uit de opheffing van het worden volgt opheffing van de geboorte. - Uit de opheffing van de geboorte volgt opheffing van ouderdom en dood, verdwijnen ouder worden en sterven, leed, geweeklaag, pijn, zorg en wanhoop.

De weg die leidt naar de opheffing van ouderdom en dood is het edele achtvoudige pad, namelijk: juiste visie, juist willen, juist taalgebruik, juist handelen, juist gedrag, juiste inspanning; juist overwegen, juiste geestelijke concentratie.[58] 

Op die manier komt de opheffing van de hele massa van dukkha, lijden tot stand. Dit is het volledige opheffen van deze hele massa van lijden.[59] 

Dat is de juiste weg.[60] 

Bij het besef van de betekenis hiervan deed de Verhevene toen de volgende korte uitspraak:

“Wanneer de Dhamma wordt onthuld

aan de ijverig mediterende brahmaan,

dan verdwijnen ook de laatste twijfels helemaal,

omdat hij te weten is gekomen

hoe met de oorzaak ook het resultaat wordt opgeheven.”[61] 

Overweging in regulaire en omgekeerde volgorde

Tijdens de laatste nachtwake overlegde de Boeddha in de geest het oorzakelijk ontstaan in voorwaartse en omgekeerde volgorde op de volgende manier:

“Wanneer dit is, dan is dat; door het ontstaan van het ene ontstaat het andere; wanneer dit niet is, dan is dat niet, door het opheffen van het ene wordt het andere opgeheven, namelijk:

Afhankelijk van onwetendheid ontstaan wilsformaties. Afhankelijk van wilsformaties ontstaat bewustzijn, gewaarworden. Afhankelijk van bewustzijn ontstaat geest-lichamelijkheid. Afhankelijk van geest-lichamelijkheid ontstaat de zesvoudige basis. Afhankelijk van de zesvoudige basis ontstaat contact. Afhankelijk van contact ontstaat gevoel. Afhankelijk van gevoel ontstaat dorst. Afhankelijk van dorst ontstaat inbezitname. Afhankelijk van inbezitname ontstaat worden. Afhankelijk van worden ontstaat geboorte. Afhankelijk van geboorte ontstaan ouder worden en sterven, leed, geweeklaag, pijn, zorg en wanhoop. Dit is het volledige ontstaan van deze hele massa van lijden.

Afhankelijk van het volledig opheffen en verdwijnen van onwetendheid is het opheffen van wilsformaties. Afhankelijk van het opheffen van wilsformaties is het opheffen van bewustzijn, gewaarworden. Afhankelijk van het opheffen van bewustzijn is het opheffen van geest-lichamelijkheid. Afhankelijk van het opheffen van geest-lichamelijkheid is het opheffen van de zesvoudige basis. Afhankelijk van het opheffen van de zesvoudige basis is het opheffen van contact. Afhankelijk van het opheffen van contact is het opheffen van gevoel. Afhankelijk van het opheffen van gevoel is het opheffen van de dorst. Afhankelijk van het opheffen van de dorst is het opheffen van vastgrijpen, hechten. Afhankelijk van het opheffen van vastgrijpen is de opheffing van worden. Afhankelijk van het opheffen van worden is het opheffen van geboorte. Afhankelijk van het opheffen van geboorte verdwijnen ouder worden en sterven, leed, geweeklaag, pijn, zorg en wanhoop. Dit is het volledig opheffen van deze hele massa van lijden.”[62] 

Bij het besef van de betekenis hiervan deed de Verhevene toen [in de 3e nachtwake] de volgende korte uitspraak:

“Wanneer de waarheid wordt onthuld

aan de ijverig mediterende brahmaan,

dan staat hij daar en jaagt het leger van Mara uiteen,[63]

zoals de zon die de hemel verlicht."[64]

Bekendmaking van oorzakelijk ontstaan en van de dingen die oorzakelijk zijn ontstaan

Te Savatthi legde de Verhevene aan de monniken de wet van oorzakelijk ontstaan en de oorzakelijk ontstane dingen uit:

“Monniken, luistert goed en let goed op. Ik zal jullie de wet van oorzakelijk ontstaan leren en de dingen die oorzakelijk zijn ontstaan. Wat nu is de wet van oorzakelijk ontstaan? Uit de geboorte als oorzaak ontstaan ouderdom en dood. Of Tathāgatas nu wel of niet zijn verschenen, deze basiswet staat vast, de wetmatige toestand, het wetmatig verloop, het afhankelijk zijn van iets, het veroorzaakt zijn door een gegeven iets. Maar de Tathāgata onderkent ze en dringt er in door. En wanneer hij ze heeft onderkend en er in is doorgedrongen, deelt hij ze mee, onderwijst ze, maakt ze bekend, stelt ze vast, maakt ze openbaar, analyseert ze, maakt ze duidelijk en zegt: ‘Wel, kijk en zie.’

Monniken, uit de geboorte als oorzaak ontstaan ouderdom en dood; uit het worden als oorzaak ontstaat de geboorte; uit het grijpen als oorzaak ontstaat het worden; uit de dorst als oorzaak ontstaat het grijpen; uit het gevoel als oorzaak ontstaat de dorst; uit de aanraking als oorzaak ontstaat het gevoel; uit de zes bereiken van de zintuigen als oorzaak ontstaat de aanraking; uit naam en vorm als oorzaak ontstaan de zes bereiken van de zintuigen; uit het bewustzijn als oorzaak ontstaat naam en vorm; uit de formaties als oorzaak ontstaat het bewustzijn; uit onwetendheid als oorzaak ontstaan de formaties.

Of Tathāgatas nu wel of niet zijn verschenen, deze basiswet staat vast, de wetmatige toestand, het wetmatig verloop, het afhankelijk zijn van iets, het veroorzaakt zijn door een gegeven iets. Maar de Tathāgata onderkent ze en dringt er in door. En wanneer hij ze heeft onderkend en er in is doorgedrongen, deelt hij ze mee, onderwijst ze, maakt ze bekend, stelt ze vast, maakt ze openbaar, analyseert ze, maakt ze duidelijk en zegt: ‘Wel, kijk en zie.’

Monniken, uit de onwetendheid ontstaan de formaties. Dat is er het zo-zijn, de oorzakelijkheid. Dat noemt men de wet van het oorzakelijk ontstaan.”

(de oorzakelijk ontstane dingen)

        Daarna sprak de Verhevene nog over de  oorzakelijk ontstane dingen.

“Monniken, en wat zijn de oorzakelijk ontstane dingen? Ouderdom en dood zijn onbestendig, (door formaties) tot stand gebracht, oorzakelijk ontstaan, onderworpen aan de wet van vergaan, verdwijnen, ophouden, opheffing.

De geboorte is onbestendig.

Het worden is onbestendig.

Het grijpen is onbestendig.

De dorst is onbestendig.

Het gevoel is onbestendig.

De aanraking is onbestendig.

De zes bereiken van de zintuigen zijn onbestendig.

Naam en vorm is onbestendig.

Het bewustzijn is onbestendig.

De formaties zijn onbestendig.

De onwetendheid, het niet weten, is onbestendig.

Ze zijn allemaal onbestendig, (door formaties) tot stand gebracht, oorzakelijk ontstaan, onderworpen  aan de wet van vergaan, verdwijnen, ophouden, opheffing.[65]

Deze dingen noemt men de oorzakelijk ontstane dingen.

Monniken, wanneer nu een edele discipel deze oorzakelijk ontstane dingen, zoals ze in werkelijkheid zijn, met juist inzicht goed heeft doorzien, zal hij dan terug in het verleden dwalen (met de vraag): ‘Ben ik dan nu in het bestaan getreden in het verleden of ben ik niet in het bestaan getreden in het verleden? Als wat ben ik in het bestaan betreden in het verleden? In welke gedaante ben ik in het bestaan getreden in het verleden? Uit welke bestaansvorm komend ben ik dan nu in het bestaan getreden in het verleden?

Of zal hij vooruit in de toekomst dwalen (met de vraag): ‘Zal ik dan nu in het bestaan treden in de toekomst of zal ik niet in het bestaan treden in de toekomst? Als wat zal ik in het bestaan treden in de toekomst? In welke gedaante zal ik in het bestaan treden in de toekomst? Uit welke bestaansvorm komend zal ik in het bestaan treden in de toekomst?

Of zal hij nu in de tegenwoordige tijd heen en weer overwegen: ‘Ben ik dan nu hier of ben ik niet hier? Als wat ben ik dan nu hier? In welke gedaante ben ik dan nu hier? Ik, dit wezen, van waar is het dan nu gekomen en waarheen zal het gaan?’

Neen, dat geval gebeurt niet. En waarom? Monniken, de edele discipel heeft immers dit oorzakelijk ontstaan en deze oorzakelijk ontstane dingen, zoals ze in werkelijkheid zijn, met juist inzicht goed doorzien.”[66] 

Analyse van oorzakelijk ontstaan

Te Savatthi analyseerde de Boeddha ook de wet van oorzakelijk ontstaan.[67] 

ouderdom 

Wat nu is ouderdom en dood? - Het ouder worden van de verschillende individuen in de verschillende klassen van wezens, hun wegkwijnen, hun gebrekkig worden, het grijs worden van de haren, het verwelken van de huid, het afnemen van de levenskracht, het verval van de zintuigen: dat noemt men ouderdom.[68] 

sterven, dood

Het heengaan en de afscheiding van de verschillende individuele wezens, hun verdwijnen, hun heengaan en sterven, het beëindigen van de levensduur, het uiteenvallen van de bestanddelen van het bestaan (khandha), het afwerpen van de lichamelijkheid: dat noemt men dood, dat heet sterven.

Uit de oorsprong van de geboorte volgt de oorsprong van ouderdom en dood; uit de opheffing van de geboorte volgt opheffing van ouderdom en dood. Het edele achtvoudige pad is de weg die leidt naar de opheffing van ouderdom en dood, namelijk: juiste visie, juist willen, juist taalgebruik, juist handelen, juist gedrag, juiste inspanning; juist overwegen, juiste geestelijke concentratie.[69] 

geboorte

Wat is geboorte, wat is de ontwikkeling ervan, wat is de opheffing ervan en wat is het pad dat leidt naar de opheffing ervan? - Wat hier of elders het voortgebracht worden is, de geboorte van de verschillende individuen in de verschillende klassen van wezens, hun geboren worden, hun intrede in het bestaan, hun weer ontstaan, het verschijnen van de bestanddelen van het bestaan, het verkrijgen van de zintuiglijke organen: dat wordt geboorte genoemd.[70] 

Er is geen ontstaan en oorsprong van geboorte als bewustzijn in geestlichamelijkheid geen basis vindt, als er geen conceptie is, geen worden.[71] 

De ontvangenis van een embryo in een moederschoot vindt plaats wanneer drie dingen samenkomen. Wanneer de paring van vader en moeder plaats heeft maar de moeder niet haar vruchtbare dagen heeft, en de te ontspruiten kiem[72] niet aanwezig is, in dat geval is er geen ontvangenis (conceptie). Wanneer de paring van vader en moeder plaats heeft en de moeder haar vruchtbare dagen heeft, maar de te ontspruiten kiem niet aanwezig is, ook in dat geval is er geen ontvangenis. Maar wanneer de paring van vader en moeder plaats heeft en de moeder haar vruchtbare dagen heeft, en het wezen dat wedergeboren moet worden aanwezig is, in dat geval vindt er een ontvangenis plaats door het samenkomen van die drie dingen. De moeder draagt dan vol zorg het embryo negen of tien [maan]maanden in haar schoot – een zware last. Aan het einde van die periode baart zij het kind.[73] 

Het pad dat leidt naar de opheffing van geboorte is het edele achtvoudige pad.[74] 

ontstaan van dukkha

“Wanneer begeerte naar eetbare spijs of naar aanraking of naar denken van de geest of naar bewustzijn aanwezig is, wanneer vreugde eraan aanwezig is, wanneer dorst ernaar aanwezig is, dan heeft het bewustzijn een steunpunt gevonden en is het tot groei gekomen.[75] Waar het bewustzijn een steunpunt heeft gevonden en tot groei is gekomen, daar verschijnt naam en vorm. Waar naam en vorm verschijnt, daar vindt vermeerdering van de formaties plaats. Waar vermeerdering van de formaties plaatsvindt, daar komt wedergeboorte en nieuw bestaan. Waar wedergeboorte en nieuw bestaan komen, daar verschijnen geboorte, ouderdom en dood. Waar geboorte, ouderdom en dood zijn, dat is met pijn verbonden, met angst en met wanhoop.”[76] 

           Op die manier komt de hele massa van dukkha, lijden tot stand. Zo is het ontstaan van deze hele massa van lijden.[77]        

worden

Worden is het proces van in bestaan treden als embryo of ei. Het bestaat in het actieve en het passieve levensproces, d.w.z. het wedergeboorte producerende kamma proces (kamma-bhava) en als gevolg ervan het wedergeboorte proces (upapatti-bhava).[78]

Er zijn drie soorten van worden: het worden (in de wereld) van de zinnelijkheid, het worden (in de wereld) van de vorm, het worden (in de wereld) van de vormloosheid: dat noemt men 'worden'.

Het vernieuwen van het worden in de toekomst komt tot stand doordat de wezens die door onwetendheid zijn geremd en door begeerte zijn geboeid, zich vermaken aan het een en ander.

Met het verdwijnen van de onwetendheid, met het verschijnen van waar weten, en met het ophouden van begeerte komt er in de toekomst geen vernieuwing van het worden tot stand.[79] 

Uit de oorsprong van het worden volgt de oorsprong van geboorte; uit de opheffing van het worden volgt opheffing van geboorte. Het edele achtvoudige pad is de weg die leidt naar de opheffing van geboorte, namelijk: juiste visie, juist willen, juist taalgebruik, juist handelen, juist gedrag, juiste inspanning, juist overwegen, juiste geestelijke concentratie.[80] 

inbezitname, grijpen, hechten

Wat nu is het grijpen, hechten, inbezitname? Er zijn vier soorten van inbezitname, grijpen: het hechten aan zinnelijkheid; de inbezitname van meningen, het hechten aan (verkeerde) meningen; het grijpen van gewoonten en rituelen, het hechten aan deugdzame werken; het hechten aan de eigen persoonlijkheid, het hechten aan de leer van een ‘zelf’,[81] van een ‘ikheid’.  Dat noemt men grijpen, inbezitname.[82] 

De opheffing van inbezitname van zinnelijkheid bestaat in het opheffen van de begeerte naar lieflijke en mooie objecten.

        De opheffing van de inbezitname van of het hechten aan meningen bestaat hierin: Er zijn twee soorten van meningen, de mening van bestaan en de mening van niet-bestaan. Voor degene die de oorsprong van de wereld overeenkomstig de werkelijkheid met juist begrip beschouwt, bestaat er niet zoiets dat in de wereld "niet-zijn" wordt genoemd; en voor degene die de opheffing van de wereld overeenkomstig de werkelijkheid met juist begrip beschouwt, bestaat er niet zoiets dat in de wereld 'zijn' wordt genoemd. 'Alles is', dat is het ene einde. ‘Alles is niet’, dat is het andere einde. Deze twee einden moeten worden vermeden.[83] 

Uit de oorsprong van grijpen, hechten, inbezitname volgt de oorsprong van worden. Uit de opheffing van grijpen, hechten, inbezitname volgt de opheffing van worden. De weg die leidt naar de opheffing van het worden is het edele achtvoudige pad, namelijk: juiste visie, juist willen, juist taalgebruik, juist handelen, juist gedrag, juiste inspanning, juist overwegen, juiste geestelijke concentratie.[84] 

Zinnelijkheid

De inbezitname van de zinnelijkheid is aldus: Zinnelijkheid (kama), ook zinnelijke lusten genaamd, bestaat in vormen, geluiden, geuren, smaken en lichaamsindrukken die gewenst zijn, plezierig, aangenaam, lieflijk, verrukkelijk, die verlangen opwekken. Die zinnelijke lusten zijn allemaal anders. Dat noemt men het verschil van de zinnelijke lusten.

Maar zelf zijn die dingen geen 'zinnelijke lusten'; ze zijn 'objecten van de zinnelijke lust' (kāmā-gunā). De begeerte van het hart geldt als de zinnelijke lust van de mens, niet de lieflijke objecten van deze wereld. Het mooie in de wereld blijft daarbij altijd hetzelfde, maar wijze mensen wenden hun wil ervan af.[85] 

Het resultaat van de zinnelijke lusten bestaat hierin: Deze of die soort van de bestaansvorm die een persoon die ernaar verlangt, tot ontstaan brengt, hetzij een verdienstelijke hetzij een niet verdienstelijke, dat noemt men het resultaat van de zinnelijke lusten.[86] 

De opheffing van inbezitname van zinnelijkheid bestaat in het opheffen van de begeerte naar lieflijke en mooie objecten.

Meningen

De inbezitname van (het hechten aan) meningen bestaat hierin: Er zijn twee soorten van meningen, de mening van bestaan en de mening van niet-bestaan. 'Alles is', dat is het ene einde. ‘Alles is niet’, dat is het andere einde. Deze twee einden moeten worden vermeden.[87] 

Voor degene die de oorsprong van de wereld overeenkomstig de werkelijkheid met juist begrip beschouwt, bestaat er niet zoiets dat in de wereld "niet-zijn" wordt genoemd; en voor degene die de opheffing van de wereld overeenkomstig de werkelijkheid met juist begrip beschouwt, bestaat er niet zoiets dat in de wereld 'zijn' wordt genoemd.

Deugdzame werken

De inbezitname van deugdzame werken wil zeggen dat men hecht aan gebruiken en rituelen waarvan men hoopt dat ze voordeel brengen.

Eigen persoonlijkheid

De inbezitname van (het hechten aan) de eigen persoonlijkheid bestaat hierin: Men denkt: ‘Het oog, de vormen, het zienbewustzijn, het ziencontact, het gevoel, de dorst - dat is van mij, dat ben ik, dat is mijn zelf.’ Men denkt: ‘Het oor, de geluiden, het hoorbewustzijn, het hoorcontact, het gevoel, de dorst - dat is van mij, dat ben ik, dat is mijn zelf.’ Men denkt: ‘De neus, de geuren, het ruikbewustzijn, het ruikcontact, het gevoel, de dorst - dat is van mij, dat ben ik, dat is mijn zelf.’ Men denkt: ‘De tong, de smaken, het smaakbewustzijn, het smaakcontact, het gevoel, de dorst - dat is van mij, dat ben ik, dat is mijn zelf.’ Men denkt: ‘Het lichaam, de aanrakingen, het aanrakingsbewustzijn, het lichaamscontact, het gevoel, de dorst - dat is van mij, dat ben ik, dat is mijn zelf.’ Men denkt: ‘De geest, de gedachten, het denkbewustzijn, het denkcontact, het gevoel, de dorst, - dat is van mij, dat ben ik, dat is mijn zelf.’[88] 

        Opheffing van persoonlijkheid gaat als volgt: Iemand die het pad naar heiligheid heeft betreden, is niet van mening dat de elementen aarde, water, vuur en lucht hem toebehoren, en schept er geen behagen in. De reden is dat hij het volledig heeft doorzien. Ook is hij niet van mening dat het geziene hem toebehoort en schept er geen behagen in. Evenzo is het met het ondervondene en het vernomene. De reden is dat hij het volledig heeft doorschouwd.[89] 

        Men denkt: ‘Het oog, de vormen, het zienbewustzijn, het ziencontact, het gevoel, de dorst - dat is niet van mij, dat ben ik niet, dat is niet mijn zelf.’ Men denkt: ‘Het oor, de geluiden, het hoorbewustzijn, het hoorcontact, het gevoel, de dorst - dat is niet van mij, dat ben ik niet, dat is niet mijn zelf.’ Men denkt: ‘De neus, de geuren, het ruikbewustzijn, het ruikcontact, het gevoel, de dorst - dat is niet van mij, dat ben ik niet, dat is niet mijn zelf.’ Men denkt: ‘De tong, de smaken, het smaakbewustzijn, het smaakcontact, het gevoel, de dorst - dat is niet van mij, dat ben ik niet, dat is niet mijn zelf.’ Men denkt: ‘Het lichaam, de aanrakingen, het aanrakingsbewustzijn, het lichaamscontact, het gevoel, de dorst - dat is niet van mij, dat ben ik niet, dat is niet mijn zelf.’ Men denkt: ‘De geest, de gedachten, het denkbewustzijn, het denkcontact, het gevoel, de dorst, - dat is niet van mij, dat ben ik niet, dat is niet mijn zelf.’[90] 

Ten gevolge van de verscheidenheid der elementen ontstaat verscheidenheid van de voorstelling. Ten gevolge van de voorstelling ontstaat verscheidenheid van het willen. Ten gevolge van het willen ontstaat verscheidenheid van de begeerte. Ten gevolge van de begeerte ontstaat verscheidenheid van het vurig verlangen. Ten gevolge van het vurig verlangen ontstaat verscheidenheid van het opzoeken. Ten gevolge van het opzoeken ontstaat verscheidenheid van het grijpen.

Hoe ontstaat dat alles?

Ten gevolge van het element vorm ontstaat voorstelling van vorm. Ten gevolge van voorstelling van vorm ontstaat willen van vorm. Ten gevolge van willen van vorm ontstaat begeerte naar vorm. Ten gevolge van begeerte naar vorm ontstaat vurig verlangen naar vorm. Ten gevolge van vurig verlangen naar vorm ontstaat opzoeken van vorm. Ten gevolge van opzoeken van vorm ontstaat het grijpen naar vorm.

Ten gevolge van geluid, geur, smaak, aanraakbaar object, gedachte ontstaat voorstelling van geluid, geur, smaak, aanraakbaar object, gedachte. Ten gevolge daarvan ontstaat willen van geluid, geur, smaak, aanraakbaar object, gedachte. Ten gevolge daarvan ontstaat begeerte naar geluid, geur, smaak, aanraakbaar object, gedachte. Ten gevolge daarvan ontstaat vurig verlangen naar geluid, geur, smaak, aanraakbaar object, gedachte. Ten gevolge daarvan ontstaat opzoeken van geluid, geur, smaak, aanraakbaar object, gedachte. Ten gevolge daarvan ontstaat grijpen naar geluid, geur, smaak, aanraakbaar object, gedachte.

 Op die manier ontstaat ten gevolge van de verscheidenheid der elementen verscheidenheid van de voorstelling, van het willen, van de begeerte, van vurig verlangen, verscheidenheid van opzoeken, verscheidenheid van grijpen. - Maar het is niet andersom.[91] 

dorst, begeerte

Wat nu is dorst? Er zijn zes soorten van dorst: dorst naar vorm, dorst naar geluid, dorst naar geur, dorst naar smaak, dorst naar aanraking, dorst naar gedachten.[92] Dat noemt men dorst.[93] 

Als de dorst aanwezig is, ontstaat een basis; als de dorst niet aanwezig is, ontstaat geen basis.

Waar ontstaat de dorst? Waar dringt de dorst binnen als hij ontstaat? – Wat dierbaar en aangenaam is in de wereld, daar ontstaat de dorst steeds weer, daar dringt hij steeds weer binnen.

Wat is dierbaar en aangenaam in de wereld? – Het zien, het horen, het ruiken, het proeven, het aanraken, het denken is in de wereld dierbaar en aangenaam. Daar ontstaat steeds weer de dorst, daar dringt hij binnen.[94] 

Dorst, begeerte neemt toe bij degene die het aangename van de dingen die met grijpen en met de boeien[95] samenhangen, in het oog heeft.[96] 

        Door begeerte gedreven ontstaan ruzie, oorlog, twist, strijd. Door begeerte gedreven wordt er gedood, worden verdragen verbroken, wordt gestolen en bedrogen, wordt echtbreuk gepleegd. Door begeerte gedreven gaat men de weg van het onrecht. Na de dood komt men op het neerwaartse pad, dat tot onheil leidt.[97] 

Uit de oorsprong van dorst volgt de oorsprong van grijpen; uit de opheffing van dorst volgt de opheffing van grijpen. Het edele achtvoudige pad is de weg die leidt naar de opheffing van grijpen, namelijk: juiste visie, juist willen, juist taalgebruik, juist handelen, juist gedrag, juiste inspanning, juist overwegen, juiste geestelijke concentratie.

De dorst wordt opgeheven door datgene wat dierbaar en aangenaam is, te beschouwen als vergankelijk, als onvoldaan, frustrerend, als iets dat geen zelf is, als ziekte, als gevaar. Zo wordt men vrij van begeerte, haat en onwetendheid, vrij van verlangen en hechten, vrij van voorkeur en afkeer.[98] 

Degenen die geen dorst meer hebben, die niet meer ergens aan hechten, zij die weten, die niet enthousiast noch ontstemd zijn, die geen verscheidenheid behaagt, zij zijn vrij van begeerte, haat en onwetendheid. Zij zijn vrij van verlangen en hechten. Zij hebben inzicht. Zij hebben geen voorkeur en geen afkeer. En zij scheppen geen behagen in het theoretisch buiten de perken gaan. Zij zijn bevrijd van geboorte, ouderdom en dood; ze zijn bevrijd van pijn, leed, geweeklaag, verdriet en wanhoop. Zij zijn vrij van dukkha.[99] 

voedsel

De dorst is de oorzaak, de oorsprong van vier soorten voedsel. Die vier soorten voedsel zijn: eetbare spijzen, grof of fijn; de aanraking; het denkproces van de geest; het bewustzijn. Dat zijn de vier voedingsstoffen die de wezens die (al) geboren zijn, tot onderhoud dienen. En zij dienen de wezens die naar wedergeboorte zoeken, tot steun.[100] 

'Door opheffing van de voedingsstof van datgene wat geworden is, is het gewordene onderhevig aan de wet van beëindigen,' wie dat  overeenkomstig de werkelijkheid ziet, heeft juist inzicht.’[101] 

Als de oorzaak vernietigd is, is ook het gevolg ervan vernietigd.[102] 

Wanneer begeerte naar het voedsel eetbare spijs of naar het voedsel aanraking of naar het voedsel denken van de geest of naar het voedsel bewustzijn aanwezig is, wanneer vreugde eraan aanwezig is, wanneer dorst ernaar aanwezig is, dan heeft het bewustzijn een steunpunt gevonden en is het tot groei gekomen. Waar het bewustzijn een steunpunt gevonden heeft en tot groei gekomen is, daar verschijnt naam en vorm. Waar naam en vorm verschijnt, daar vindt vermeerdering van de formaties plaats. Waar vermeerdering van de formaties plaatsvindt, daar komt wedergeboorte en nieuw bestaan. Waar wedergeboorte en nieuw bestaan komen, daar verschijnen geboorte, ouderdom en dood. Waar geboorte, ouderdom en dood zijn, dat is met pijn verbonden, met angst en met wanhoop.

Wanneer naar eetbare spijs, naar aanraking, naar denken van de geest en naar bewustzijn geen begeerte aanwezig is, wanneer geen vreugde eraan aanwezig is, wanneer geen dorst ernaar aanwezig is, dan heeft het bewustzijn geen steunpunt gevonden en is het niet tot groei gekomen. Waar het bewustzijn geen steunpunt heeft gevonden en niet tot groei is gekomen, daar verschijnt geen naam en vorm. Waar naam en vorm niet verschijnt, daar vindt geen vermeerdering van de formaties plaats. Waar geen vermeerdering van de formaties plaatsvindt, daar komen geen wedergeboorte en nieuw ontstaan. Waar geen wedergeboorte en nieuw bestaan komen, daar komen geen geboorte, ouderdom en dood. Waar geen geboorte, ouderdom en dood zijn, dat is vrij zijn van pijn, angst, wanhoop.[103] 

Vergelijkingen:  

Het is zoals wanneer men van veel hout een vuur maakt en een man gooit er van tijd tot tijd droge koemest of droog hout op. Dan zal dat vuur lang branden omdat er voedingsstof voor het vuur toegevoegd wordt. Maar als men geen voedingsstof van koemest of droog hout toevoegt, dan zal dat vuur uitdoven.[104] 

Een andere vergelijking. Het is zoals wanneer een olielamp brandt vanwege de olie en de lampenpit en een man giet regelmatig olie erbij en voegt nieuwe lampenpit toe. Dan zal die lamp lang branden omdat er voedingsstof toegevoegd wordt. Maar als er geen voedingsstoffen meer toegevoegd worden, zal die lamp uitdoven.[105] 

bestaansdorst

Behalve dorst, verlangen, begeerte naar iets of iemand, is er nog de bestaansdorst. Het begin van bestaansdorst (bhava-tanhā) is niet te kennen. Men kan niet zeggen dat er vóór een bepaald moment geen bestaansdorst was en daarna wel. Maar het moet aldus worden ingezien, dat bestaansdorst veroorzaakt is. Want bestaansdorst moet voedsel hebben, kan zonder voedsel niet bestaan. En wat is het voedsel van bestaansdorst? Het is onwetendheid. En ook onwetendheid heeft voedsel als voorwaarde.[106] 

Omgang met slechte mensen[107] leidt naar het luisteren naar verkeerde leer. Het luisteren naar verkeerde leer leidt naar het zijn zonder vertrouwen. Het zijn zonder vertrouwen leidt naar onwijs nadenken. Onwijs nadenken leidt naar onachtzaamheid en onbezonnenheid. Onachtzaamheid en onbezonnenheid leiden naar het onbeteugeld zijn van de zintuigen. Het onbeteugeld zijn van de zintuigen leidt naar drievoudig slecht gedrag. Het drievoudig slechte gedrag leidt naar het optreden van de vijf hindernissen. De vijf hindernissen leiden naar onwetendheid. De onwetendheid leidt naar bestaansdorst. Zo komt bestaansdorst tot stand.[108] 

Ten gevolge van een zintuig (oog, oor, neus, tong, lichaam of geest) en het zintuiglijk waarneembare object (vorm, geluid, geur, smaak, aanraking of gedachte) ontstaat het zintuig-bewustzijn. De verbinding van de drie is contact. Uit contact als oorzaak ontstaat het gevoel. Uit het gevoel als oorzaak ontstaat de begeerte.[109] 

In afhankelijkheid van gevoel ontstaat dorst, begeerte. In afhankelijkheid van dorst ontstaat zoeken (pariyesana). In afhankelijkheid van zoeken ontstaat inbezitname (labha). In afhankelijkheid van inbezitname ontstaat trachten, beproeven, onderzoeken, besluitvorming (vinicchaya). In afhankelijkheid van trachten, onderzoeken, besluitvorming ontstaat wellustig verlangen (chanda-raga). In afhankelijkheid van wellustig verlangen ontstaat hechten (ajjhosana). In afhankelijkheid van hechten ontstaat gewoontevorming, toeëigening, egoïsme (pariggaha).

In afhankelijkheid van gewoontevorming ontstaat hebzucht (macchariya). In afhankelijkheid van hebzucht ontstaat waken over zijn bezittingen (arakkha). Ten gevolge van waken over zijn bezittingen komt het tot aanwending van geweld, oorlog, tweedracht, strijd en ruzie, tot lasteren en liegen, tot allerhande slechte dingen.

Als er helemaal geen waken over eigen bezittingen was, zou er geen aanwending van geweld kunnen komen, geen oorlog en tweedracht, geen strijd en ruzie, geen lasteren en liegen, geen slechte dingen. Daarom is waken over eigen bezittingen de oorzaak voor geweld en oorlog, ruzie, lasteren en liegen, voor allerlei slechte dingen.

Als er geen egoïsme, hebzucht was, helemaal nergens, zou er geen waken over eigen bezittingen kunnen ontstaan. Daarom is egoïsme, hebzucht de oorzaak voor waken over eigen bezittingen.

 Als er helemaal geen gewoontevorming was, zou er geen hebzucht kunnen ontstaan. Daarom is gewoontevorming de oorzaak voor hebzucht.

Als er helemaal geen hechten was, zou er geen gewoontevorming kunnen ontstaan. Daarom is hechten de oorzaak voor gewoontevorming.

Als er helemaal geen wellustig verlangen was, zou er geen hechten kunnen ontstaan. Daarom is wellustig verlangen de oorzaak voor hechten.

Als er helemaal geen trachten, onderzoeken, besluitvorming was, zou er geen wellustig verlangen kunnen ontstaan. Daarom is besluitvorming de oorzaak voor wellustig verlangen.

Als er helemaal geen inbezitname was, zou er geen trachten, onderzoeken, besluitvorming kunnen volgen. Daarom is inbezitname de oorzaak voor besluitvorming.

Als er helemaal geen zoeken was, zou er geen inbezitname kunnen ontstaan. Daarom is zoeken de oorzaak voor inbezitname.

Als er helemaal geen (levens)dorst was, zou er geen zoeken kunnen ontstaan. Daarom is dorst de oorzaak voor zoeken.[110] 

Door begeerte is er ruzie tussen koningen, vorsten, brahmanen en burgers. Door begeerte is er ruzie tussen ouders en kinderen, is er ruzie tussen zonen en dochters onderling, en tussen vrienden. Oorlog, ruzie, twist, dat is de ellende van het begeren. Door begeerte gedreven worden verdragen gebroken, steelt men goederen van anderen, wordt er bedrogen en is er echtbreuk. Er worden dan straffen uitgedeeld. Dat is de ellende van begeren. Uit begeerte wordt er onrecht aangedaan. Zo geraakt men op de neerwaartse weg, in het onheil. Dat is de ellende van begeren.[111] 

Allen die in het verleden datgene wat in de wereld dierbaar en aangenaam is, beschouwd hebben als blijvend, als vol lust, als hun zelf, als welzijn, die dat hebben beschouwd als de vrede, die hebben de dorst vergroot. Degenen die de dorst hebben vergroot, hebben de basis vergroot en daarmee ook het lijden. Zij zijn niet bevrijd van geboorte, ouderdom en dood, van pijn, droefheid, leed, zorg en wanhoop. Zij zijn niet bevrijd van lijden.[112] 

gevoel, gewaarwording

Wat nu is gewaarwording, gevoel? Er zijn zes soorten van gevoel: het gevoel dat ontstaan is door de aanraking van het zien, gevoel ontstaan door contact met het oog; het gevoel dat ontstaan is door de aanraking van het horen, gevoel ontstaan door contact met het oor; het gevoel dat ontstaan is door de aanraking van het ruiken, gevoel ontstaan door contact met de neus; het gevoel dat ontstaan is door de aanraking van het proeven, gevoel ontstaan door contact met de tong; het gevoel dat ontstaan is door de aanraking van het voelen, gevoel ontstaan door contact met het lichaam; het gevoel dat ontstaan is door de aanraking van het denken, gevoel ontstaan door contact met de geest. Dat noemt men gewaarwording, gevoel.[113] 

Gevoel, waarneming en bewustzijn zijn met elkaar verbonden. Het is onmogelijk het een van het ander te scheiden. Want wat men voelt, dat neemt men waar; en wat men waarneemt, dat komt men te weten, dat ervaart men, daarvan is men zich bewust.[114] 

Het gevoel voelt; het voelt iets aangenaams, het voelt iets pijnlijks, het voelt iets wat noch aangenaam noch pijnlijk is.[115] 

 Uit de oorsprong van gevoel volgt de oorsprong van dorst; uit de opheffing van gevoel volgt opheffing van de dorst. Het edele achtvoudige pad is de weg die leidt naar de opheffing van dorst, namelijk: juiste visie, juist willen, juist taalgebruik, juist handelen, juist gedrag, juiste inspanning, juist overwegen, juiste geestelijke concentratie.[116] 

De overwinning van gevoelens bestaat in de ontkenning van de prikkel van de wil, de verloochening van de prikkel van de wil.[117] 

verscheidenheid van de elementen, van de contacten en van de soorten van gevoel

Er zijn verschillende elementen:

Het element oog, het element vorm, het element bewustzijn van het zien.

Het element oor, het element geluid, het element bewustzijn van het horen.

Het element neus, het element geur, het element bewustzijn van het ruiken.

Het element tong, het element smaak, het element bewustzijn van het proeven.

Het element lichaam, het element voelbaar voorwerp, het element bewustzijn van het aanraken.

Het element geest (denken), het element gedachte, het element bewustzijn van het denken.[118] 

         Ten gevolge van de verscheidenheid der elementen ontstaat de verscheidenheid van de contacten. En ten gevolge van de verscheidenheid der contacten ontstaat de verscheidenheid van de gevoelens (waarnemingen).

En hoe ontstaat dat alles?

Ten gevolge van het oog (het zien) en de zichtbare vormen ontstaat het bewustzijn van het zien. De verbinding van de drie is het contact van het oog. Ten gevolge van het contact van het oog ontstaat het gevoel dat door het contact van het oog veroorzaakt is. [Dat is mooi, dat is lelijk]

Ten gevolge van het oor (het horen) en de geluiden ontstaat het bewustzijn van het horen. De verbinding van de drie is het contact van het oor. Ten gevolge van het contact van het oor ontstaat het gevoel dat door het contact van het oor veroorzaakt is. [muziek, lawaai]

Ten gevolge van de neus (het ruiken) en de geuren ontstaat het bewustzijn van het ruiken. De verbinding van de drie is het contact van de neus. Ten gevolge van het contact van de neus ontstaat het gevoel dat door het contact van de neus veroorzaakt is. [dat ruikt goed, dat stinkt]

Ten gevolge van de tong (het proeven) en de smaken ontstaat het bewustzijn van het proeven. De verbinding van de drie is het contact van de tong. Ten gevolge van het contact van de tong ontstaat het gevoel dat door het contact van de tong veroorzaakt is. [lekker, niet lekker]

Ten gevolge van het lichaam (het element van voelen, aanraken) en de voelbare voorwerpen ontstaat het bewustzijn van het voelen. De verbinding van de drie is het contact van het lichaam. Ten gevolge van het contact van het lichaam ontstaat het gevoel dat door het contact van het lichaam veroorzaakt is. [hard, zacht]

 Ten gevolge van de geest (het denken) en de gedachten ontstaat het bewustzijn van het denken. De verbinding van de drie is het contact van de geest. Ten gevolge van het contact van de geest ontstaat het gevoel dat door het contact van de geest veroorzaakt is. [aangenaam, onaangenaam]

Op die manier ontstaat ten gevolge van de verscheidenheid der elementen de verscheidenheid van de contacten. En ten gevolge van de verscheidenheid der contacten ontstaat de verscheidenheid van de gevoelens.[119] 

Uit die soorten van gevoel als oorzaak ontstaat de dorst. Uit het volledig verdwijnen en de opheffing van die dorst volgt opheffing van het grijpen. Uit de opheffing van het grijpen volgt opheffing van het worden. Uit de opheffing van het worden volgt opheffing van de geboorte. Door opheffing van de geboorte worden ouderdom en dood, pijn, zorg, leed, droefenis en wanhoop opgeheven. Op zo’n manier komt de opheffing van de hele massa van lijden tot stand.

De Boeddha zei dat deze uitleg van oorzakelijk ontstaan tot heil en zegen strekt, dat ze binnen leidt in het pad van heiligheid.[120] 

aanraking, contact

Wat nu is aanraking, contact? Er zijn zes soorten van aanraking: de aanraking van het oog, contact met het oog; de aanraking van het oor, contact met het oor; de aanraking van de neus, contact met de neus; de aanraking van de tong, contact met de tong; de aanraking van het lichaam, contact met het lichaam; de aanraking van de geest, contact met de geest. Dit noemt men aanraking.[121] 

Contact, aanraking (phassa) is afhankelijk van de zes zintuigen.[122] Alle vormen, verschillen, eigenschappen, bijzonderheden waardoor de geestlichamelijkheid wordt gevormd, als die niet daar waren, dan zou er geen zintuiglijke aanraking, geen zintuiglijk contact zijn. Daarom is geestlichamelijkheid met de zes zintuigen de voorwaarde voor aanraking, contact.[123] 

Ten gevolge van de zes gebieden zijn er verschillende elementen. En ten gevolge van de verscheidenheid der elementen ontstaat de verscheidenheid van de contacten.[124] 

Ten gevolge van het oog (het zien) en de zichtbare vormen ontstaat zien-bewustzijn. De verbinding van de drie is contact.

Ten gevolge van het oor (het horen) en de geluiden ontstaat het hoor-bewustzijn. De verbinding van de drie is contact.

Ten gevolge van de neus (het ruiken) en de geuren ontstaat het ruik-bewustzijn. De verbinding van de drie is contact.

Ten gevolge van de tong (het proeven) en de smaken ontstaat het smaak-bewustzijn. De verbinding van de drie is contact.

Ten gevolge van het lichaam (het voelen, aanraken) en de voelbare (aan te raken) voorwerpen ontstaat het aanrakingsbewustzijn. De verbinding van de drie is contact.

Ten gevolge van de geest (het denken) en de gedachten ontstaat het denk-bewustzijn. De verbinding van de drie is contact.

Op die manier ontstaat ten gevolge van de verscheidenheid der elementen de verscheidenheid van de contacten.[125] 

Contact, aanraking is afhankelijk van de zes zintuigen. Er is geen aanraking, geen contact, als er geen zintuigen zijn. Uit de opheffing van de zesvoudige basis, het bereik van de zes zintuigen, volgt opheffing van de aanraking.[126] 

Uit de oorsprong van aanraking volgt de oorsprong van gevoel; uit de opheffing van aanraking volgt de opheffing van gevoel. Het edele achtvoudige pad is de weg die leidt naar de opheffing van gevoel, namelijk: juiste visie, juist willen, juist taalgebruik, juist handelen, juist gedrag, juiste inspanning, juist overwegen, juiste geestelijke concentratie.[127] 

de zes bereiken van de zintuigen, de zes zintuiglijke sferen

Wat nu zijn de zes bereiken [gebieden] van de zintuigen? Er zijn zes zintuiglijke sferen: Het gebied van het oog, het gebied van het oor, het gebied van de neus, het gebied van de tong, het gebied van het lichaam, het gebied van de geest. Dat noemt men de zes bereiken of gebieden van de zintuigen.[128] 

Ten gevolge van die zes gebieden zijn er verschillende elementen, en wel de zintuigen, zintuiglijk waarneembare objecten en het bewustzijn dat ontstaat ten gevolge van contact van zintuig en object.[129] 

Alle vormen, verschillen, eigenschappen, bijzonderheden waardoor zowel het geestelijke deel als het lichamelijke deel gevormd worden, als die niet daar waren, dan zouden geen geestelijke of lichamelijke symptomen verschijnen.[130] 

Uit de oorsprong van de zes bereiken van de zintuigen volgt de oorsprong van aanraking; uit de opheffing van de zes bereiken van de zintuigen volgt opheffing van aanraking. Het edele achtvoudige pad is de weg die leidt naar de opheffing van aanraking, namelijk: juiste visie, juist willen, juist taalgebruik, juist handelen, juist gedrag, juiste inspanning, juist overwegen, juiste geestelijke concentratie.[131]

Wees bewaakt wat betreft de zin-organen. Als je een materiële vorm gezien hebt met het oog, - of als je een geluid gehoord hebt met het oor, - of als je een geur geroken hebt met de neus, - of als je een smaak geproefd hebt met de tong, - of als je een aanraking gevoeld hebt met het lichaam, - of als je een geestelijke staat onderkend hebt met de geest, wees dan niet in verrukking gebracht door de algemene verschijning ervan noch door het detail. Want als men met het oog, of het oor, of de neus, of de tong, of het lichaam, of de geest onbeheerst vertoeft, kunnen begeerte en ontmoediging, kwade, onheilzame staten van de geest binnenstromen. Blijf daarom de zintuigen beheersen, bewaak ze, verkrijg beheersing over de zintuigen.[132] 

naam en vorm, geest en lichaam

Uit het bewustzijn als oorzaak ontstaat geestlichamelijkheid, naam en vorm, geest en lichaam. Geestlichamelijkheid is afhankelijk van bewustzijn. Wanneer bewustzijn er niet is, is naam en vorm er niet.[133] 

Wat nu is naam en vorm, geest en lichaam? Gevoel, waarneming, mening, gedachte, aanraking, overweging, oplettendheid: dat noemt men naam, geest. De vier grofstoffelijke elementen [aarde, water, vuur en lucht] en de vorm die door die vier elementen bepaald wordt: dat noemt men vorm, lichaam. Samen noemt men dat naam en vorm, geest en lichaam.[134] 

Uit de oorsprong van naam en vorm volgt de oorsprong van de zes bereiken van de zintuigen; uit de opheffing van naam en vorm volgt opheffing van de zes bereiken van de zintuigen. Het edele achtvoudige pad is de weg die leidt naar de opheffing van naam en vorm, namelijk: juiste visie, juist willen, juist taalgebruik, juist handelen, juist gedrag, juiste inspanning, juist overwegen, juiste geestelijke concentratie.[135] 

Dit lichaam behoort ons niet toe, noch behoort het anderen toe. Dit lichaam is te verstaan als het vroegere kamma, (d.w.z. door het vroegere kamma voortgebracht,) door daden voortgebracht, door denken voortgebracht, door gevoel voortgebracht. Daarom overweegt een onderwezen edele volgeling de wet van het oorzakelijk ontstaan, namelijk: als dit is, volgt dat; uit het ontstaan van het ene volgt het ontstaan van het andere. Als dit niet is, volgt dat niet; uit de opheffing van het ene volgt de opheffing van het andere.[136] 

De elementen

Het lichaam is opgebouwd uit de vier elementen aarde, water, vuur en lucht.[137] – Wat is het aangename ervan, wat is het nadelige ervan en wat is het ontkomen eraan? - Lust en welgevallen die ten gevolge van die elementen ontstaan, dat is het aangename ervan. Het onbestendige, smartelijke, veranderlijke, vergankelijke dat van die elementen ontstaat, dat is het nadelige ervan. Het verwijderen van het verlangen en de begeerte ernaar, het opgeven van verlangen en begeerte ernaar, dat is het ontkomen aan die elementen. En ook het opgeven van afkeer is het ontkomen aan de elementen.[138] 

        Als er bij die elementen niets aangenaams was, zouden de wezens er geen welbehagen in vinden. Als er bij die elementen niets nadeligs was, zouden de wezens er geen afkeer van hebben. Als er bij die elementen geen ontkomen was, zouden de wezens er niet aan ontkomen. Maar als men dat overeenkomstig de werkelijkheid begrepen heeft, dan is men volledig verlicht.[139]

Zolang als men dat nog niet overeenkomstig de werkelijkheid heeft begrepen, zolang is men nog niet ontkomen aan de kringloop van bestaan. Maar wanneer men bij die vier elementen het ontkomen als ontkomen heeft begrepen overeenkomstig de werkelijkheid, dan is men ontkomen aan de wereld met haar goden en Brahmas, met haar goden en mensen; men is dan ervan losgeraakt, ervan afgescheiden en men leeft met een gemoed dat vrij is van grenzen.[140] 

        Het ontstaan van de elementen is ontstaan van het lijden, van ziekte, ouderdom en dood. De opheffing van de elementen, het tot rust komen ervan, dat is de opheffing van het lijden, van ziekte, ouderdom en dood.[141] 

        Wie de elementen kent, de oorsprong ervan, de opheffing ervan en het pad dat leidt naar de opheffing ervan, die heeft het doel door eigen inzicht bereikt.[142] 

bewustzijn

Bewustzijn wordt veroorzaakt door geestlichamelijkheid en geestlichamelijkheid door bewustzijn. Dit bewustzijn keert terug naar geestlichamelijkheid. Het gaat niet verder.[143] 

Wat nu is bewustzijn? Er zijn zes soorten van bewustzijn: oog-bewustzijn, het bewustzijn van het zien; oor-bewustzijn, het bewustzijn van het horen; neus-bewustzijn, het bewustzijn van het ruiken; tong-bewustzijn, het bewustzijn van het proeven; lichaam-bewustzijn, het bewustzijn van het voelen [aanraken]; geest-bewustzijn, het bewustzijn van het denken. Dat noemt men bewustzijn.[144] 

Bewustzijn dat naar wedergeboorte leidt, ontstaat afhankelijk van wilsformaties.[145] Er is geen wedergeboorte-bewustzijn als er geen wilsformaties zijn.[146]

Bewustzijn is afhankelijk van geestlichamelijkheid. Als geestlichamelijkheid aanwezig is, is bewustzijn aanwezig.[147] In afhankelijkheid van wilsformaties (kamma) ontstaat bewustzijn dat tot wedergeboorte leidt.[148] Als bewustzijn in geestlichamelijkheid geen basis gevonden had, zou er verder geen ontstaan en oorsprong van geboorte, ouderdom, sterven, lijden zijn. Daarom is geestlichamelijkheid de voorwaarde voor bewustzijn.[149] Het voedsel bewustzijn is de oorzaak voor toekomstige wedergeboorte en nieuw ontstaan.[150] Afhankelijk van het opheffen van wilsformaties, vormingen is het opheffen van gewaarworden, bewustzijn.[151] 

Als bewustzijn in geestlichamelijkheid geen basis[152] gevonden had, zou er verder geen ontstaan en oorsprong van geboorte zijn. Als bewustzijn niet in de schoot van een moeder intrad, zou geestlichamelijkheid niet kunnen ontstaan. Als bewustzijn na in de moederschoot te zijn ingetreden, weer zou uittreden, zou geen geestlichamelijkheid hier in dit leven kunnen ontstaan. Als bewustzijn nog in de jeugd bij een jongen of meisje zou worden afgesneden, dan zou geestlichamelijkheid niet tot ontwikkeling kunnen komen.

 Bewustzijn (viññanam) is de geestelijke bevestiging van indrukken van de zintuigen. Het bewustzijn ervaart; het ervaart "aangenaam", het ervaart "pijnlijk", het ervaart "noch pijnlijk noch aangenaam".

Bewustzijn is een van de aggregaten van de persoonlijkheid (khandha).[153]

Bij degene die het aangename van de dingen die met het grijpen en met de boeien samenhangen, in het oog heeft, verschijnt bewustzijn. Bij degene die het schadelijke van de dingen die met het grijpen en met de boeien samenhangen, in het oog heeft, verschijnt bewustzijn niet.[154] 

Uit de oorsprong van bewustzijn volgt de oorsprong van naam en vorm; uit de opheffing van bewustzijn volgt de opheffing van naam en vorm. Het edele achtvoudige pad is de weg die leidt naar de opheffing van naam en vorm, namelijk: juiste visie, juist willen, juist taalgebruik, juist handelen, juist gedrag, juiste inspanning, juist overwegen, juiste geestelijke concentratie.[155] 

Waartoe dient het voedsel bewustzijn? - De voedingsstof bewustzijn is de oorzaak voor toekomstige wedergeboorte en nieuw ontstaan. Wanneer die geworden zijn, ontstaan de zes bereiken van de zintuigen. Uit de zes bereiken van de zintuigen als oorzaak ontstaat de aanraking. Uit de aanraking als oorzaak ontstaat de gewaarwording, het gevoel. Uit de gewaarwording, het gevoel als oorzaak ontstaat de dorst. Uit de dorst als oorzaak ontstaat het grijpen. Uit het grijpen als oorzaak ontstaat het worden. Zo komt de hele massa van lijden tot stand.[156] 

Als verlangen naar het gebruik van vorm of naar het gebruik van bewustzijn is opgegeven, dan is door dat opgeven de steun afgesneden en is er geen vestiging van bewustzijn. Dat niet gevestigde bewustzijn is bevrijd, omdat het niet groeit en niet samenstelt. Door de vrijheid is het vast en bedaard. Door de vastheid en bedaardheid is het tevreden. Door de tevredenheid is de persoon niet in beroering. Ongestoord van zichzelf is hij volmaakt tot rust gekomen, en hij weet: ‘Uitgeput is geboorte, het heilige leven is geleefd, de taak is volbracht.’ [157]

De volmaakte heilige ziet alleen oorzaken en oorzakelijk ontstaan. Voor hem is er geen maat meer waarmee hij aangeduid kan worden.[158]

Het bewustzijn [citta] dat niets zijn eigen noemt, is oneindig en helder stralend.[159] 

Het vrije bewustzijn is een geestelijke staat die vrij is van begeerte, vrij van afkeer en vrij van onwetendheid, vrij van de mening “ik ben”. Bij zien, horen, ruiken, proeven, aanraken en denken voegt men niets meer toe.[160] 

formaties, vormingen

Wat nu zijn formaties? Er zijn drie soorten van formaties: de formatie van lichamelijke activiteit, het in- en uitademen; de formatie van de taal, de vorming van het spreken; de vorming van gedachten,  de formatie van denken. Dat noemt men formaties.[161] 

Uit de oorsprong van onwetendheid volgt de oorsprong van de formaties; uit de opheffing van onwetendheid volgt de opheffing van de formaties. Het edele achtvoudige pad is de weg die leidt naar de opheffing van ouderdom en dood, namelijk: juiste visie, juist willen, juist taalgebruik, juist handelen, juist gedrag, juiste inspanning; juist overwegen, juiste geestelijke concentratie.[162] 

Degene die volledig de vormingen kent, het ontstaan ervan, het beëindigen ervan en het pad dat leidt naar het beëindigen ervan, hij of zij heeft het weten van de waarheid. Wanneer een edele volgeling(e) dit weten gereinigd en gezuiverd bezit, dan is die persoon met juist inzicht begiftigd, bezit het inzicht van de strevende, is begiftigd met het oog der waarheid. Hij of zij bezit dan het inzicht in de hoogste waarheid en klopt aan aan de poort van Nibbana.[163] 

onwetendheid

Wat nu is niet weten, onwetendheid? Het niet weten van het lijden (dukkha), het niet weten van het ontstaan van het lijden, het niet weten van de opheffing van het lijden, het niet weten van de weg die leidt naar de opheffing van het lijden. Dat noemt men onwetendheid, niet weten.[164] 

Het pad dat leidt naar de opheffing van de neigingen en van onwetendheid is het edele achtvoudige pad.[165]        

Wie de edele waarheden kent, die is wetend.[166] 

Het begin van onwetendheid is niet te kennen. Men kan niet zeggen dat er vóór een bepaald moment geen onwetendheid was en daarna wel. Maar het moet aldus worden ingezien dat onwetendheid veroorzaakt is. Want onwetendheid moet voedsel hebben, kan zonder voedsel niet bestaan. En wat is het voedsel van onwetendheid? Het is begeerte, haat, traagheid etc., slecht gedrag, onbezonnenheid, niets opmerken en om niets iets geven. Hierbij is steeds het ene het voedsel voor het andere. Als laatste voedingsbodem is er slecht gezelschap. Zo wordt onwetendheid gevoed en grootgebracht.[167] 

Onwetendheid wordt gevoed door de vijf hindernissen.[168] Die hindernissen worden gevoed door het drievoudige slechte gedrag (in daden, woorden en gedachten).[169] Dat slechte gedrag wordt gevoed door het onbeteugeld zijn van de zintuigen.[170] Het onbeteugeld zijn van de zintuigen wordt gevoed door onoplettendheid en onbezonnenheid. Onoplettendheid en onbezonnenheid worden gevoed door onwijs nadenken. Onwijs nadenken wordt gevoed door het zijn zonder vertrouwen. Het zijn zonder vertrouwen wordt gevoed door het luisteren naar verkeerde leringen. Het luisteren naar verkeerde leringen wordt gevoed door omgang met slechte mensen.

Omgang met slechte mensen leidt naar het luisteren naar verkeerde leer. Het luisteren naar verkeerde leer leidt naar het zijn zonder vertrouwen. Het zijn zonder vertrouwen leidt naar onwijs nadenken. Onwijs nadenken leidt naar onachtzaamheid en onbezonnenheid. Onachtzaamheid en onbezonnenheid leiden naar het onbeteugeld zijn van de zintuigen. Het onbeteugeld zijn van de zintuigen leidt naar drievoudig slecht gedrag. Het drievoudige slechte gedrag leidt naar het optreden van de vijf hindernissen. De vijf hindernissen leiden naar onwetendheid. De onwetendheid leidt naar bestaansdorst.[171] 

Het element onwetendheid is heel groot.[172] 

Onwetendheid gaat vooraf aan het optreden van onheilzame dingen. Direct erna volgen schaamteloosheid en gebrek aan schroom. Wie onwetendheid volgt, bij hem ontstaat verkeerd inzicht. Wie verkeerd inzicht heeft, bij hem ontstaan verkeerde gezindheid, verkeerd taalgebruik, verkeerd handelen, verkeerd levensonderhoud, verkeerde inspanning, verkeerde oplettendheid en verkeerde concentratie.[173] 

Er zijn drie soorten van neigingen: neiging tot zinnelijkheid, neiging tot bestaan, neiging tot onwetendheid. De ontwikkeling van de neigingen (driften) is oorzaak voor de ontwikkeling van de onwetendheid. De ontwikkeling van de onwetendheid is oorzaak voor de ontwikkeling van de neigingen.[174] 

Zo ontstaan uit de onwetendheid als oorzaak de formaties, uit de formaties als oorzaak ontstaat het bewustzijn, uit het bewustzijn als oorzaak ontstaat naam en vorm, uit naam en vorm als oorzaak ontstaan de zes bereiken van de zintuigen, uit de zes bereiken van de zintuigen als oorzaak ontstaat aanraking, uit aanraking als oorzaak ontstaat waarneming, gevoel, uit gevoel als oorzaak ontstaat de dorst, uit de dorst als oorzaak ontstaat het grijpen, uit het grijpen als oorzaak ontstaat het worden, uit het worden als oorzaak ontstaat de geboorte, uit de geboorte als oorzaak ontstaan ouderdom en dood.

Op een dergelijke manier komt de oorsprong van de hele massa van het lijden tot stand.[175]

Weten gaat vooraf aan het optreden van heilzame dingen. Direct erna volgen schaamte en schroom. Wie het weten navolgt, bij hem ontstaat juist inzicht. Wie juist inzicht heeft, bij hem ontstaan juiste gezindheid, juist taalgebruik, juist handelen, juist levensonderhoud, juiste inspanning, juiste oplettendheid en juiste concentratie.[176] 

Alleen door voedsel kan de vrijheid van het weten tot stand komen, kan zich niet zonder voedsel ontwikkelen. Edel gezelschap is de voedingsbodem; aan edele leer gehoor geven is nuttig voor verdere groei; oplettend, helder bezonnen worden, de zintuigen goed behoeden, zuivere levenswandel uitoefenen, de vier grondslagen van oplettendheid veroveren, de zeven factoren van Verlichting leren verwerkelijken: dat laat tenslotte de vrijheid van het weten ontstaan.[177] 

Ook de bevrijding door weten heeft een voedende voorwaarde, namelijk de zeven factoren van Verlichting.[178] De zeven factoren van Verlichting hebben een voedende voorwaarde, namelijk de vier grondslagen van oplettendheid.[179] De vier grondslagen van oplettendheid hebben een voedende voorwaarde, namelijk het drievoudige goede gedrag.[180] Het drievoudige goede gedrag heeft een voedende voorwaarde, namelijk beteugeling van de zintuigen. Beteugeling van de zintuigen heeft een voedende voorwaarde, namelijk oplettendheid en bezonnenheid. Oplettendheid en bezonnenheid hebben een voedende voorwaarde, namelijk wijs nadenken. Wijs nadenken heeft een voedende voorwaarde, namelijk het vertrouwen.[181] Het vertrouwen heeft een voedende voorwaarde, namelijk het luisteren naar de goede leer. Het luisteren naar de goede leer heeft een voedende voorwaarde, namelijk omgang met edele mensen.

Omgang met edele mensen leidt naar het luisteren naar de goede leer. Het luisteren naar de goede leer leidt naar vertrouwen. Het vertrouwen leidt naar wijs nadenken. Wijs nadenken leidt naar oplettendheid en bezonnenheid. Oplettendheid en bezonnenheid leiden naar beteugeling van de zintuigen. Beteugeling van de zintuigen leidt naar drievoudig goed gedrag. Het drievoudige goede gedrag leidt naar de vier grondslagen van oplettendheid. De vier grondslagen van oplettendheid leiden naar de zeven factoren van Verlichting. De zeven factoren van Verlichting leiden naar bevrijding door weten. Dat is dus de voedende voorwaarde van de bevrijding door weten, zo komt ze tot stand.[182] 

het weten van de waarheid

Wanneer nu een edele discipel op deze manier ouderdom en dood kent, op deze manier de oorsprong van ouderdom en dood kent, op deze manier de opheffing van ouderdom en dood kent, op deze manier de weg kent die naar opheffing van ouderdom en dood leidt,

wanneer hij op die manier de geboorte kent, het worden kent, het grijpen kent, de dorst kent, het gevoel kent, de aanraking kent, de zes bereiken van de zintuigen kent, naam en vorm kent, het bewustzijn kent, de formaties kent, de oorsprong ervan kent, de opheffing ervan kent, de weg kent die leidt naar de opheffing ervan,

dat is voor hem het weten van de waarheid, die aan geen tijd gebonden is. Een edele discipel die dit dubbele weten gereinigd en helder bezit, namelijk het weten van de waarheid en het weten van het gevolg ervan, zo iemand heet een edele discipel die juiste visie en inzicht heeft.[183] 

Wanneer nu een edele discipel aldus de oorzakelijkheid kent, aldus de oorsprong van de oorzakelijkheid kent, aldus de opheffing van de oorzakelijkheid kent, aldus de weg kent die leidt naar de opheffing van oorzakelijkheid, dan klopt hij aan aan de poort van Nibbana."[184] 

Is het lijden zelf veroorzaakt?

Eens vroeg een asceet aan de Verhevene of het lijden zelf veroorzaakt is of door iemand anders of zowel door iemand zelf als door iemand anders of door toeval. De Boeddha legde hem toen de oorzaak van lijden uit.[185]

"Als men beweert dat het dezelfde is die de daad verricht en die de gevolgen ervan ondervindt, dan is er iemand die vanaf het begin bestaat; beweert men dan dat het lijden zelf veroorzaakt is, dan komt men tot de conclusie van een eeuwig blijvend iets.

Als men beweert dat het iemand anders is die de daad verricht en die de gevolgen ervan ondervindt, dan bestaat er iemand die te maken heeft met waarneming, gevoel; beweert men dan dat het lijden door iemand anders veroorzaakt is, dan komt men tot de conclusie van volledige vernietiging.

De Tathagata vermijdt deze beide einden en verkondigt de ware leer van het midden: Uit de onwetendheid als oorzaak ontstaan de formaties, uit de formaties als oorzaak ontstaat het bewustzijn, uit het bewustzijn als oorzaak ontstaat naam en vorm; uit naam en vorm als oorzaak ontstaan de zes bereiken van de zintuigen, uit de zes bereiken van de zintuigen ontstaat aanraking, uit aanraking als oorzaak ontstaat gevoel; uit gevoel als oorzaak ontstaat de dorst, uit de dorst als oorzaak ontstaat het grijpen, uit het grijpen als oorzaak ontstaat het worden, uit het worden als oorzaak ontstaat de geboorte, uit de geboorte als oorzaak ontstaan ouderdom en dood. Op een dergelijke manier komt de oorsprong van de hele massa van lijden tot stand.

        Maar uit het volledig verdwijnen en de opheffing van onwetendheid volgt opheffing van de formaties; uit de opheffing van de formaties volgt opheffing van het bewustzijn; uit de opheffing van het bewustzijn ontstaat opheffing van naam en vorm; uit de opheffing van naam en vorm ontstaat opheffing van de zes bereiken van de zintuigen; uit de opheffing van de zes bereiken van de zintuigen ontstaat opheffing van aanraking; uit de opheffing van aanraking ontstaat opheffing van gevoel; uit de opheffing van gevoel ontstaat opheffing van de dorst; uit de opheffing van de dorst ontstaat opheffing van het grijpen; uit de opheffing van het grijpen ontstaat opheffing van het worden; uit de opheffing van het worden ontstaat opheffing van geboorte; uit de opheffing van geboorte ontstaat opheffing van ouderdom en dood.

        Op die manier komt de opheffing van de hele massa van dukkha, lijden tot stand."

Na deze woorden zei de asceet aan de Verhevene: “Geweldig, Heer, prachtig, Heer. Heel helder is de leer uitgelegd.” En hij nam zijn toevlucht tot de Boeddha, Dhamma en Sangha.[186] 

Hoe geboorte, ouder worden en dood overwonnen kunnen worden

Omdat geboorte, ouder worden en dood in de wereld te vinden zijn, is de Volmaakte, Heilige, volmaakt Verlichte in de wereld verschenen en straalt de wereld door de leer en discipline die door de Volmaakte verkondigd zijn.

Door begeerte, haat en onwetendheid te overwinnen, is men in staat om geboorte, ouder worden en dood te overwinnen.

Door geloof in persoonlijkheid, twijfel, en het gehecht zijn aan regels en rituelen te overwinnen, is men in staat om begeerte, haat en onwetendheid te overwinnen.

Door onwijs nadenken, het volgen van een slecht pad, en geestelijke slapheid te overwinnen, is men in staat om geloof in persoonlijkheid, twijfel, en het gehecht zijn aan regels en rituelen te overwinnen.

Door onachtzaamheid, onbezonnenheid, en geestelijke verwardheid te overwinnen, is men in staat om onwijs nadenken, het volgen van een slecht pad, en geestelijke slapheid te overwinnen.

Door het niet graag naar de edele mensen  gaan, het niet graag naar de edele leer luisteren, en het anderen graag berispen te overwinnen, is men in staat om onachtzaamheid, onbezonnenheid, en geestelijke verwardheid te overwinnen.                                                                                                                                                                                                                                                            

Door opgewondenheid, teugelloosheid, en zedeloosheid te overwinnen, is men in staat om het niet graag naar de edele mensen gaan, het niet graag naar de edele leer luisteren, en het graag anderen berispen, te overwinnen.

Door onvriendelijkheid, traagheid en het hebben van geen vertrouwen te overwinnen, is men in staat om opgewondenheid, teugelloosheid, en zedeloosheid te overwinnen.

Door oneerbiedigheid, onbeleerbaarheid, en slechte omgang te overwinnen, is men in staat om vertrouwenloosheid, onvriendelijkheid, en traagheid te overwinnen.

Door schaamteloosheid, gewetenloosheid, en lichtzinnigheid te overwinnen, is men in staat om oneerbiedigheid, onbeleerbaarheid, en slechte omgang te overwinnen.

De schaamteloze en gewetenloze is lichtzinnig. Omdat hij lichtzinnig is, is hij niet in staat om oneerbiedigheid, onbeleerbaarheid en slechte omgang te overwinnen. Omdat hij slechte omgang heeft, is hij niet in staat om vertrouwenloosheid, onvriendelijkheid en traagheid te overwinnen. Omdat hij traag is, is hij niet in staat om opgewondenheid, teugelloosheid en zedeloosheid te overwinnen. Omdat hij zedeloos is, is hij niet in staat om de onlust tot het bezoeken van de edelen, de onlust tot het luisteren naar de edele leer, en de zucht tot berispen te overwinnen. Omdat hij graag anderen berispt, is hij niet in staat om onachtzaamheid, onbezonnenheid en geestelijke verwardheid te overwinnen. Omdat hij geestelijk verward is, is hij niet in staat om onwijze overwegingen, het volgen van een slecht pad, en geestelijke slapheid te overwinnen. Omdat hij slap van geest is, is hij niet in staat om het geloof in persoonlijkheid, de twijfel, en het hechten aan regels en rituelen te overwinnen. Omdat hij vol twijfel is, is hij niet in staat om begeerte, haat en onwetendheid te overwinnen. Zonder evenwel begeerte, haat en onwetendheid overwonnen te hebben, is hij niet in staat om geboorte, ouder worden en dood te overwinnen.

Maar wie drie dingen heeft overwonnen, die is in staat om geboorte, ouder worden en dood te overwinnen. Die drie dingen zijn: begeerte, haat en onwetendheid. Wanneer men die drie heeft overwonnen, dan is men in staat om geboorte, ouder worden en dood te overwinnen.

Wie geloof in persoonlijkheid, twijfel, en het hechten aan regels en rituelen heeft overwonnen, die is in staat om begeerte, haat en onwetendheid te overwinnen.

Wie onwijs overwegen, het volgen van een slecht pad, en geestelijke slapheid heeft overwonnen, die is in staat om geloof in persoonlijkheid, twijfel, en het hechten aan regels en rituelen te overwinnen.

Wie onachtzaamheid, onbezonnenheid en geestelijke verwardheid heeft overwonnen, die is in staat om onwijs overwegen, het volgen van een slecht pad, en geestelijke slapheid te overwinnen.

Wie onlust tot het bezoeken van de edelen, onlust tot het luisteren naar de edele leer, en zucht tot berispen heeft overwonnen, die is in staat om onachtzaamheid, onbezonnenheid en geestelijke verwardheid te overwinnen.

Wie opgewondenheid, teugelloosheid en zedeloosheid heeft overwonnen, die is in staat om onlust tot het bezoeken van de edelen, onlust tot het luisteren naar de edele leer, en zucht tot berispen te overwinnen.

Wie vertrouwenloosheid, onvriendelijkheid en traagheid heeft overwonnen, die is in staat om opgewondenheid, teugelloosheid en zedeloosheid te overwinnen.

Wie oneerbiedigheid, onbeleerbaarheid en slechte omgang heeft overwonnen, die is in staat om vertrouwenloosheid, onvriendelijkheid en traagheid te overwinnen.

Wie schaamteloosheid, gewetenloosheid en lichtzinnigheid heeft overwonnen, die is in staat om oneerbiedigheid, onbeleerbaarheid en slechte omgang te overwinnen.

Wie schaamtegevoel en morele vrees heeft, die bezit serieus streven. Omdat hij serieus streeft, is hij in staat om oneerbiedigheid, onbeleerbaarheid en slechte omgang te overwinnen. Omdat hij edele omgang heeft, is hij in staat om vertrouwenloosheid, onvriendelijkheid en traagheid te overwinnen. Omdat hij energiek is, is hij in staat om opgewondenheid, teugelloosheid en zedeloosheid te overwinnen. Omdat hij rein van zeden is, is hij in staat om de onlust tot het bezoeken van de edelen, de onlust tot het luisteren naar de edele leer, en de zucht tot berispen te overwinnen. Omdat hij vrij is van de zucht tot berispen, is hij in staat om onachtzaamheid, onbezonnenheid en geestelijke verwardheid te overwinnen. Omdat hij vrij is van geestelijke verwardheid, is hij in staat om onwijze overwegingen, het volgen van een slecht pad en geestelijke slapheid te overwinnen. Omdat hij vrij is van geestelijke slapheid, is hij in staat om het geloof in persoonlijkheid, twijfel, en het hechten aan regels en rituelen te overwinnen. Omdat hij vrij is van twijfel, is hij in staat om begeerte, haat en onwetendheid te overwinnen. Als hij evenwel begeerte, haat en onwetendheid heeft overwonnen, dan is hij in staat om geboorte, ouder worden en dood te overwinnen.[187] 

Aan de poort van Nibbana

Degene die volledig de vormingen kent, het ontstaan ervan, het beëindigen ervan en het pad dat leidt naar het beëindigen ervan, hij of zij heeft het weten van de waarheid. Wanneer een edele volgeling(e) dit weten gereinigd en gezuiverd bezit, dan is die persoon met juist inzicht begiftigd, bezit het inzicht van de strevende, is begiftigd met het oog der waarheid. Hij of zij bezit dan het inzicht in de hoogste waarheid en klopt aan aan de poort van Nibbana.[188] 

Weten gaat vooraf aan het optreden van heilzame dingen. Direct erna volgen schaamte en schroom. Wie het weten navolgt, bij hem ontstaat juist inzicht. Wie juist inzicht heeft, bij hem ontstaan juiste gezindheid, juist taalgebruik, juist handelen, juist levensonderhoud, juiste inspanning, juiste oplettendheid en juiste concentratie.[189] 

“Een niet onderwezen gewoon mens (d.w.z. iemand die de stroom nog niet heeft betreden) kan ten opzichte van het lichaam dat uit de vier elementen aarde, water, vuur en lucht gevormd is, een afkeer koesteren. Hij kan er onverschillig tegen worden, kan zich ervan losmaken.

En waarom? – Omdat men aan dit lichaam dat uit de vier grove elementen gevormd is, toename en afname ziet, groter en kleiner worden. Daarom kan men er een afkeer van krijgen.

Maar wat denken genoemd wordt en geest en bewustzijn, daartegen is een niet onderwezen gewoon mens niet in staat om afkeer te koesteren, onverschillig ertegen te worden, is niet in staat om zich ervan los te maken. En waarom? – Omdat de niet onderwezen gewone mens lange tijd ernaar heeft gestreefd, gewenst, verlangd: 'Dat behoort mij toe, dat ben ik, dat is mijn zelf.'        

Men kan beter het lichaam als zelf aannemen, maar niet het denken. En waarom? – Men ziet dat het lichaam één jaar, twee jaren, 3 – 4 – 5 - 10 – 20 – 50 – 80 - 100 jaren of nog langer bestaat. Maar wat denken genoemd wordt en geest en bewustzijn, daar ontstaat 's nachts en overdag het ene en iets anders wordt opgeheven.[190]

Zoals een aap een tak grijpt en weer loslaat en een andere tak grijpt. Evenzo is het met denken, geest en bewustzijn. Het ene ontstaat en het andere wordt opgeheven.

Maar een onderwezen vrome volgeling overweegt goed en grondig de wet van oorzakelijk ontstaan. Als dit is, volgt dat; uit het ontstaan van het ene volgt het ontstaan van het andere. Als dit niet is, volgt dat niet. Uit de opheffing van het ene volgt de opheffing van het andere.

Dat wil zeggen: uit onwetendheid als oorzaak ontstaan de formaties, vormingen. Uit de vormingen als oorzaak ontstaat het bewustzijn. Uit het bewustzijn als oorzaak ontstaat naam en vorm. Uit naam en vorm als oorzaak ontstaat het bereik van de zes zintuigen. Uit het bereik van de zes zintuigen als oorzaak ontstaat de aanraking. Uit de aanraking als oorzaak ontstaat het gevoel. Uit het gevoel als oorzaak ontstaat de dorst. Uit de dorst als oorzaak ontstaat het grijpen. Uit het grijpen als oorzaak ontstaat het worden. Uit het worden als oorzaak ontstaat de geboorte. Uit de geboorte als oorzaak ontstaan ouderdom en dood, pijn, leed, gejammer, wanhoop.

Op zo'n manier komt de oorsprong van de hele massa van lijden tot stand.

Uit het volledig verdwijnen en de opheffing van onwetendheid volgt opheffing van de formaties. Uit de opheffing van de formaties volgt opheffing van het bewustzijn. Uit de opheffing van het bewustzijn volgt opheffing van naam en vorm. Uit de opheffing van naam en vorm volgt opheffing van het bereik van de zes zintuigen. Uit de opheffing van het bereik van de zes zintuigen volgt opheffing van de aanraking. Uit de opheffing van de aanraking volgt opheffing van het gevoel. Uit de opheffing van het gevoel volgt opheffing van de dorst. Uit de opheffing van de dorst volgt opheffing van het grijpen. Uit de opheffing van het grijpen volgt opheffing van het worden. Uit de opheffing van het worden volgt opheffing van de geboorte. Door opheffing van geboorte worden ouderdom en dood, pijn, leed, geklaag, gejammer en wanhoop opgeheven.

Op zo'n manier komt de opheffing van de hele massa van lijden tot stand.

Wanneer een onderwezen vrome volgeling zo ziet, vat hij afkeer tegen de vorm, vat hij afkeer tegen het gevoel, vat hij afkeer tegen de waarneming, vat hij afkeer tegen de formaties, vat hij afkeer tegen het bewustzijn.[191]

En wanneer hij afkeer vat, wordt hij kalm, koel, en ten gevolge van de kalmte maakt hij zich los.

Wanneer hij zich heeft losgemaakt, ontstaat in hem het inzicht: 'ik heb me losgemaakt.' Hij ziet in dat geboorte vernietigd is, dat het heilige leven geleefd is. Voltooid is wat te doen was; niets meer heeft hij verder te maken met werelds bestaan.[192] 

Wanneer nu een edele volgeling(e) op deze manier het oorzakelijk ontstaan kent, de oorsprong van het oorzakelijk ontstaan kent, de opheffing van het oorzakelijk ontstaan kent en op die manier de weg kent die leidt naar de opheffing van het oorzakelijk ontstaan, zo iemand heet een edele volgeling(e) die met juist inzicht begiftigd is. Hij of zij bezit het inzicht en het weten van de ijverige, heeft het oog van de waarheid, heeft doordringend inzicht in de hoogste waarheid. Aangekomen is die persoon aan de poort van Nibbana.[193] 

Afhankelijke vernietiging van de wereldse invloeden

Te Savatthi sprak de Verhevene eens: “Monniken, bij de wetende, bij de ziende treedt de vernietiging van de wereldse invloeden (āsavā) op, niet bij de onwetende, niet-ziende.

Monniken, wat nu moet men weten, wat moet men zien, zodat vernietiging van de wereldse invloeden optreedt? - Zo is vorm, zo is de oorsprong van vorm, zo is het vergaan van vorm. Zo is gevoel, zo is de oorsprong van gevoel, zo is het vergaan van gevoel. Zo is waarneming, zo is de oorsprong van waarneming, zo is het vergaan van waarneming. Zo zijn de formaties, zo is de oorsprong van de formaties, zo is het vergaan van de formaties. Zo is bewustzijn, zo is de oorsprong van bewustzijn, zo is het vergaan van bewustzijn. Monniken, dat moet men weten, dat moet men zien zodat vernietiging van de wereldse invloeden optreedt.

Monniken, het weten dat men de wereldse invloeden heeft vernietigd, heeft zijn voorwaarde, het is niet zonder voorwaarde.

Monniken, wat nu is voor het weten van de vernietiging van de wereldse invloeden de voorwaarde? ‘De bevrijding,’ moet men hierop antwoorden. Maar monniken, ook de bevrijding heeft zijn voorwaarde, is niet zonder voorwaarde.

Het weten van de vernietiging van wereldse invloeden is afhankelijk van de bevrijding. De bevrijding is afhankelijk van het verdwijnen. Het verdwijnen is afhankelijk van de afkeer. De afkeer is afhankelijk van het weten en zien van de dingen zoals ze werkelijk zijn. Het weten en zien van de dingen zoals ze werkelijk zijn, is afhankelijk van de geestelijke concentratie. De geestelijke concentratie is afhankelijk van de gelukzaligheid.[194] De gelukzaligheid is afhankelijk van de gemoedsrust (vrede van gemoed). De gemoedsrust is afhankelijk van de vreugde. De vreugde is afhankelijk van het welbehagen. Het welbehagen is afhankelijk van het vertrouwen. Het vertrouwen is afhankelijk van dukkha, het lijden. Het lijden is afhankelijk van geboorte. Geboorte is afhankelijk van worden. Worden is afhankelijk van grijpen. Grijpen is afhankelijk van dorst. Dorst is afhankelijk van gevoel. Gevoel is afhankelijk van contact. Contact is afhankelijk van de zes bereiken van de zintuigen. De zes bereiken van de zintuigen zijn afhankelijk van naam en vorm, geestlichamelijkheid. Naam en vorm is afhankelijk van bewustzijn. Bewustzijn is afhankelijk van de formaties. De formaties zijn afhankelijk van het niet weten (onwetendheid).

Monniken, zo hebben de formaties onwetendheid als voorwaarde; het bewustzijn heeft de formaties als voorwaarde; naam en vorm heeft bewustzijn als voorwaarde; de zes bereiken van de zintuigen hebben naam en vorm als voorwaarde; contact heeft de zes bereiken van de zintuigen als voorwaarde; gevoel heeft contact als voorwaarde; de dorst heeft gevoel als voorwaarde; het grijpen heeft de dorst als voorwaarde; het worden heeft het grijpen als voorwaarde; de geboorte heeft het worden als voorwaarde; het lijden heeft de geboorte als voorwaarde; het vertrouwen heeft het lijden als voorwaarde; het welbehagen heeft het vertrouwen als voorwaarde; de vreugde heeft het welbehagen als voorwaarde; de gemoedsrust heeft de vreugde als voorwaarde; de zaligheid heeft de gemoedsrust als voorwaarde; de geestelijke concentratie heeft de gemoedsrust als voorwaarde; het weten en zien van de dingen zoals ze werkelijk zijn, heeft de geestelijke concentratie als voorwaarde; de afkeer heeft het weten en zien van de dingen zoals ze werkelijk zijn, als voorwaarde; het verdwijnen heeft de afkeer als voorwaarde; de bevrijding heeft het verdwijnen als voorwaarde; het weten van de vernietiging van wereldse invloeden heeft de bevrijding als voorwaarde.

Juist zoals wanneer boven in de bergen hevige regen valt en zoals daar het omlaag stromende water de kloven en spleten vult. Als de kloven vol zijn, worden de kleine poelen gevuld. Als die vol zijn, worden de grote poelen gevuld. Dan worden de kleine rivieren gevuld. Daarna worden de grote stromen gevuld. Dan vullen ze de grote zee, de oceaan.

Juist zo, monniken, hebben de formaties onwetendheid als voorwaarde; het bewustzijn heeft de formaties als voorwaarde; naam en vorm heeft bewustzijn als voorwaarde; de zes bereiken van de zintuigen hebben naam en vorm als voorwaarde; contact heeft de zes bereiken van de zintuigen als voorwaarde; gevoel heeft contact als voorwaarde; de dorst heeft gevoel als voorwaarde; het grijpen heeft de dorst als voorwaarde; het worden heeft het grijpen als voorwaarde; de geboorte heeft het worden als voorwaarde; het lijden heeft de geboorte als voorwaarde; het vertrouwen heeft het lijden als voorwaarde; het welbehagen heeft het vertrouwen als voorwaarde; de vreugde heeft het welbehagen als voorwaarde; de gemoedsrust heeft de vreugde als voorwaarde; de zaligheid heeft de gemoedsrust als voorwaarde; de geestelijke concentratie heeft de gemoedsrust als voorwaarde; het weten en zien van de dingen zoals ze werkelijk zijn, heeft de geestelijke concentratie als voorwaarde; de afkeer heeft het weten en zien van de dingen zoals ze werkelijk zijn, als voorwaarde; het verdwijnen heeft de afkeer als voorwaarde; de bevrijding heeft het verdwijnen als voorwaarde; het weten van de vernietiging van wereldse invloeden heeft de bevrijding als voorwaarde.”[195] 

Hoe de wijze zich van de dwaas onderscheidt

Te Savatthi legde de Boeddha het verschil uit tussen een dwaas en een wijze.

“Monniken de dwaas heeft door de hindernissen van onwetendheid en dorst dit tegenwoordige lichaam gekregen. Zo is dit lichaam van thans ontstaan. Ten gevolge van het aanwezig zijn van de zes zintuigen en door het contact daarmee of door één ervan ondervindt de dwaas lust en lijden.

Maar die onwetendheid is door de dwaas niet opgegeven, en de dorst is niet onderdrukt. Want de dwaas heeft geen heilig leven geleid om het lijden volledig te vernietigen. Daarom gaat de dwaas na de dood weer binnen in een lichaam. En daarom wordt hij niet verlost van geboorte, ouderdom en dood, van pijn, leed, verdriet en wanhoop. Hij wordt niet bevrijd van lijden.

Een wijze heeft door de hindernissen van onwetendheid en dorst dit tegenwoordige lichaam gekregen. Ten gevolge van het aanwezig zijn van de zes zintuigen en door het contact daarmee of door één ervan ondervindt de wijze lust en lijden.

Maar die onwetendheid is door de wijze opgegeven, en de dorst is onderdrukt. Want de wijze heeft een heilig leven geleid om het lijden volledig te vernietigen. Daarom gaat de wijze na de dood niet meer binnen in een lichaam. En daardoor wordt hij bevrijd van geboorte, ouderdom en dood, van pijn, leed, verdriet en wanhoop. Hij wordt bevrijd van dukkha, lijden.

Monniken, daarin dus bestaat de bijzonderheid, daarin bestaat het onderscheid, daarin bestaat het verschil tussen de wijze en de dwaas, namelijk het wel of niet leiden van een heilig leven.”[196] 

Juist inzicht

“Degene die de oorsprong van de wereld overeenkomstig de werkelijkheid met juist begrip beschouwt, denkt niet dat er in de wereld ‘zijn’ of ‘niet-zijn’ bestaat. Maar hij twijfelt niet eraan dat dukkha, lijden alles is wat ontstaat en dat dukkha alles is wat vergaat. Hij heeft vertrouwen in de Boeddha, Dhamma en Ariyasangha. Hij volgt de leer van het midden en de leer van oorzakelijk ontstaan en vergaan. In zoverre is er juist inzicht.”[197] 

Eindoverdenking

De Boeddha ontdekte de keten van oorzakelijk ontstaan. Er zijn oorzaken en gevolgen. Door oorzaken ontstaat iets; door het ontbreken van oorzaken verdwijnt iets.

Hij vroeg zich af hoe men kan ontkomen aan een leven in frustratie, onvoldaanheid, lijden, ouderdom en sterven. Hij zag in dat daaraan pas een einde komt als geboorte afwezig is. En men wordt niet meer geboren als onwetendheid volledig is verdreven, samen met verlangen en afkeer.

Door het niet inzien van de wet van oorzakelijk ontstaan denkt men dat er een blijvende kern is, een “ik”, een ego dat alles veroorzaakt. Maar als men oorzakelijk ontstaan volledig begrijpt, dan ziet men in dat er alleen een ontstaan, even bestaan en dan vergaan is, geen blijvendheid. Men ziet in dat er geen blijvend ego bestaat, maar dat er alleen oorzakelijk ontstane dingen zijn, zonder een blijvende kern. Wie dit inziet, die geeft het hechten aan iets of iemand op. Het gemoed is dan vrij.

Inbegrepen in de wet van oorzakelijk ontstaan en vergaan zijn de drie factoren van het leven: dukkha, anicca en anatta, onvoldaanheid en leed, vergankelijkheid, en niet-zelf. Wat ontstaan is, zal weer vergaan, het heeft geen blijvende kern, geen atta. Als men gehecht is aan iets dat vergankelijk is, ontstaat leed.

Vanwege onwetendheid, het niet weten van de werkelijkheid, is men geremd en door begeerte is men geboeid. Omdat men steeds weer genot vindt en vergezeld gaat van verlangen, daarom komt het tot toekomstige wedergeboorte, daarom gaat men van deze wereld naar de andere wereld en omgekeerd. Er ontstaat door inbezitname de verkeerde mening dat er een blijvend “ik” is.

Het bewustzijn eigent zich de dingen toe waarvan men zich bewust is. Maar het bewustzijn is oorzakelijk ontstaan en vergankelijk, en de dingen die waargenomen worden, waarvan men zich bewust is, zijn eveneens oorzakelijk ontstaan en vergankelijk. In plaats van een zó-bewustzijn (zo is het ontstaan), ontstaat er een ik-bewustzijn: dat is van mij, dat ben ik (ik zie, ik hoor, ik ruik, ik proef, ik raak aan, ik voel, ik denk, ik herinner mij).[198] 

Het ik-bewustzijn dat tot wedergeboorte leidt, ontstaat afhankelijk van wilsformaties, namelijk de wedergeboorte producerende wilsacties (cetanā), of kamma-formaties. Het wedergeboorte veroorzakende bewustzijn krijgt een basis in een moederschoot. Na de conceptie volgt de geboorte. Er komt een lichaam en geest; een lichaam met de zes zintuigen. Door de zintuigen is er contact met de zintuiglijk waarneembare objecten. Ze maken contact met de wereld. Door het contact ontstaat gevoel, gewaarwording, waarneming. Ten gevolge daarvan ontstaat verlangen, begeerte, hechten, inbezitname. Dan ontstaat weer een ik-bewustzijn dat oorzaak is voor wedergeboorte. Er ontstaan weer conceptie, geboorte, ouderdom en dood.

Bewustzijn is niet een onafhankelijk iets. Maar bewustzijn ontstaat en vergaat weer, is niet blijvend. Te veel nadenken over hoe het proces van wedergeboorte geschiedt, is niet goed.[199]

   

        Wanneer onwetendheid, begeerte en haat volledig zijn verdwenen, zal er geen geboorte meer ontstaan en dientengevolge geen ziekte, geweeklaag en dood.

De dorst, het verlangen, de begeerte zal niet verdwijnen als er steeds voedingsstoffen worden toegediend. Maar als het verlangen of de afkeer volledig is verwijderd, dan is er geen aantrekkingskracht meer en geen afstotende kracht, geen voorkeur en geen afkeer. Er is evenwicht. Het bewustzijn is dan vrij van de metgezellen begeerte, haat en onwetendheid. Het bewustzijn is dan alleen, niet meer samengesteld. Dat is ware vrijheid van de geest.[200]        

        

 Het lichamelijke en ook het geestelijke zijn beide ontstaan door oorzaken. En wat ontstaan is, zal weer vergaan. Het is niet blijvend, is zonder een “zelf”. Wat niet blijvend is, is niet van mij; dat behoort mij niet toe. De bevrijding van dukkha, lijden wordt bereikt door het opheffen van het lichamelijke en het geestelijke. En dat opheffen bestaat niet erin dat het lichamelijke en het geestelijke wordt opgeheven. Maar het bestaat erin dat het verlangen naar en de afkeer van het lichamelijke en het geestelijke wordt opgeven. Zo wordt de bevrijding van lijden bereikt, door de bevrijding van het gemoed en de bevrijding door weten. En die vrijheid kan men onder andere bereiken door begeerte, afkeer en onwetendheid op te geven; door het overwegen van de wet van oorzakelijk ontstaan.

-=oOo=-

Geraadpleegde bronnen

Dahlke, Paul: Buddha. Auswahl aus dem Palikanon. Wiesbaden, s.a.

Geiger, Wilhelm (Übers.) Samyutta-Nikaya. Die in Gruppen geordnete Sammlung aus dem Pali-Kanon der Buddhisten, zum ersten Mal ins Deutsche übertragen von Wilhelm Geiger. Bd.1.München-Neubiberg: Benares-Verlag, 1930;  Bd.2. München-Neubiberg: Oskar Schloss, 1925.

Horner, I.B. (tr.): The Collection of the Middle Length Sayings (Majjhima-Nikāya). Vol. 1. The first fifty discourses (Mūlapannāsa). Translated from the Pāli by I.B. Horner. Oxford: PTS, 2000.

Ireland, John D. (tr.): The Udâna. Inspired Utterances of the Buddha.  Kandy : BPS, 1990.

Der Mahāvagga des Vinayapitaka, aus dem Pāli übersetzt von Maitrimurti / Trätow, Hamburg, 1996. (online versie)

Norman, K.R. (tr.): The Group of Discourses (Sutta-Nipâta). Vol. I. With alternative transl. by I.B. Horner and Walpola Rahula. London : PTS, 1984.

Norman, K.R. (tr.): The Group of Discourses (Sutta-Nipâta), Vol. II.  Oxford : PTS, 1992. (Pali Text Society Translation Series No. 45). (Revised transl. with introduction and notes).

Nyanaponika (Übers.): Sutta-Nipâta : Früh-buddhistische Lehr-Dichtungen aus dem Pali-Kanon. Mit Auszügen aus den alten Kommentaren. (2. revid. Aufl.) - Konstanz: Christiani, 1977. (Buddhistische Handbibliothek; 6).

Nyanasampanno, Maha Bua: The citta of the Arahant is empty.

Het citta en het Doodloze. Verkorte versies van leerreden van de eerwaarde Thaise Arahant Maha Bua Nyanasampanno.

Nyanatiloka: Buddhist Dictionary. Manual of Buddhist Terms and Doctrines. 4th ed. Kandy 1980.

Nyanatiloka: Buddhistisches Wörterbuch. Online versie, sub paticcasamuppada sub 10, Geburt.

Santikaro: Paṭiccasamuppāda. Variationen und Reflektionen zur Bedingten Zusammenentstehung. BGM 2017 (pdf versie.)

Walshe, Maurice (Transl): The Long Discourses of the Buddha. A Translation of the Digha Nikaya. Kandy 1996.

Woodward, F.L. (tr.): Udana. Verses of Uplift; and Itivuttaka. As it was said. (repr.) - London: PTS, 1985. (The Minor Anthologies of the Pali Canon, Part II). (1st ed. 1935).

www.palikanon.de

www.palikanon.com/digha/d.htm; übers. von Karl Eugen Neumann.

www.palikanon.com/majjhima/m_index_new.html; übers. von Kay Zumwinkel.

www.palikanon.com/samyutta/samyutta.html; übers. von Wilhelm Geiger; fortgeführt von Nyanaponika.

Afkortingen

A                Anguttara Nikaya

D                Digha Nikaya

Dhp                Dhammapada

M                Majjhima Nikaya

S                Samyutta Nikaya

Sn                Sutta Nipata

Ud.                Udana

Vin.Pit.Mv.        Vinaya Pitaka, Magahavagga

===================


[1] Vin.Pit. Mv. I.4.24.

[2] S.12.4-9.

[3] S.12.10.

[4] S.12.45.

[5] D.15; S.12.60.

[6] D.14; S.12.4, 10, 65.

[7] S.12.10.

[8] D.14; S.12.4, 10-11, 20, 65.

[9] D.14; S.12.4.

[10] Op dit punt zijn lichaam/geest en bewustzijn van elkaar afhankelijk. Volgens het commentaar is de keten van oorzakelijkheid beperkt tot dit leven, niet tot een vorig leven.

[11] S.12.65.

[12] S.12.12, 65; D.14.

[13] D.14; S.12.65.

[14] D.14.

[15] S.12.4, 10-11, 20.

[16] formaties, de karmisch vormende krachten, sankhara, de wedergeboorte-producerende wilsacties.

[17] S.12.4, 10-11, 20.

[18] S.12.4, 10-11, 15, 17-18, 20-22, 24, 27-28, 35-37, 41, 47; A.III.62.

[19] D.14; S.12.4, 10, 65.

[20] D.14; S.12.4, 10, 65.

[21] D.14; S.12.4, 10.

[22] D.14; S.12.4, 10, 65.

[23] D.14; S.12.65.

[24] S.12.4; S.12.10.

[25] S.12.4, 10-12, 15, 17-18, 21-22, 24, 41, 47.

[26] S.12.10; A.III.62; zie ook S.12.21-22.

[27] S.12.10.

[28] D.14; S.12.65.

[29] D.14.

[30] S.12.65.

[31] A.III.104.

[32] dukkha: onvoldaanheid, het onbevredigende, het niet tevreden stellende van dit bestaan; leed veroorzaakt door onvolkomenheid, onvoldaanheid. Het Pali-woord dukkha wordt vaak vertaald met “lijden”, maar het betekent niet alleen lichamelijk lijden, maar houdt ook in de frustratie, het geestelijk leed dat veroorzaakt wordt door het feit dat alles hier op aarde onvoldaan is, onvolmaakt. Er is weliswaar vreugde en geluk, maar dat is slechts tijdelijk. En juist dat tijdelijke, dat onvolmaakte is oorzaak voor leed, frustratie. Dat wordt onder dukkha, lijden verstaan.

[33] A.III.62; M.141, 36, 4; D.22.

[34] smetten: asava, letterlijk ‘instromingen’. Vertalingen die vaak voorkomen zijn: gezwellen, bedorvenheden, neigingen. - Er is een lijst van vier smetten, namelijk: a) zinnelijk verlangen, b) verlangen naar bestaan, c) verkeerde visies, d) onwetendheid.

[35] gabbhassāvakanti; letterlijk 'neerdalen van het embryo', een uitdrukking gebaseerd op vóór-boeddhistische ideeën.

[36] Dit heeft volgens het commentaar betrekking op degene die het optredende gevoel door juiste oplettendheid heeft leren begrijpen. Want een dergelijk persoon zal in staat zijn de leer uit eigen ervaring te begrijpen, en wel door grondige beschouwing van het proces van het gevoel, zoals onderwezen in 10.1. De vier grondslagen van oplettendheid.

[37] A.III.62.

[38] M.141, 36, 4; D.22.

[39] Omdat deze groepen de hele lichamelijke en geestelijke object-wereld van het respectievelijke individu omvatten, kunnen zij ook als 'groepen van bestaan' worden aangeduid. - Zie 9.8. Khandha, de bestanddelen van bestaan.

[40] S.56.11; M.141; A.III.62.

[41] S.56.11.

[42] 'Karmisch vormende krachten' (sankhāra). Dit betekent in deze samenhang de wilsacties die wedergeboorte produceren.

[43] A.III.62.

[44] S.56.11.

[45] A.III.62.

[46] S.56.11; A.III.62.

[47] A.III.62; M.141; Vin.Pit.Mv.Kh.1; S.56.11.

[48] M.36.

[49] M.36; M.4.

[50] Ud.1.1.

[51] Ud.1.2.

[52] Ud.1.3.

[53] S.12.37; Ud.1.1; Ud.1.3.

[54] S.12.3.

[55] ‘brahmaan’: de Boeddha verwijst hier naar zichzelf als een brahmaan in de zin van een volmaakt mens. Zie Dhp.385-423, en Ud.1.4. {Ireland 1990}

[56] Ud.1.1.

[57] Ud. 1.2.

[58] S.12.27-28, 33.

[59] S.12.1-3, 37; Ud.1.2; Ud.1.3.

[60] S.12.3.

[61] Ud.1.2.

[62] Ud.1.3.

[63] ‘Het leger van Mara’: Mara is in het Boeddhisme de verleider die de krachten verpersoonlijkt die voortgang in het geestelijke leven verhinderen. In Sn.436-439 worden de legers van Mara vermeld. {Ireland 1990} Het eerste leger bestaat uit zintuiglijke genietingen. Het tweede leger wordt tegenzin-en-onbehagen genoemd. Het derde is de honger en de dorst. Het vierde leger heet begeerte. Starheid en traagheid vormen het vijfde leger. Het zesde is de angst. De twijfel is het zevende en huichelarij is het achtste leger. Winst en eer, roem en op verkeerde manier verkregen aanzien, het zichzelf hoogachten en roemen, en anderen verachten, - dat is het leger van Mara, dat zijn de krijgers van de duistere macht.

[64] Ud.1.3.

[65] Door oorzakelijk ontstaan te begrijpen, ontstaat ook inzicht in het kenmerk van aniccā, vergankelijkheid.

[66] S.12.20.

[67] S.12.27-28.

[68] S.12.2, 27-28, 33.

[69] S.12.27-28, 33.

[70] S.12.2, 27-28, 33.

[71] S.12.11.

[72] Andere vertaling: ‘het wezen dat wedergeboren moet worden.’

Oorspronkelijk staat er: ‘Het wezen dat gereed is om bij de betreffende ouders wedergeboren te worden (gantabba).’ Dit is een brahmaanse omschrijving die door de Boeddha of door latere redacteuren is gebruikt. - Als 'kiem' (bīja) duidt het commentaar het producerende, d.w.z. wedergeboorte scheppende bewustzijn aan. (Vgl. Sn. II.1, vers 235) - Het Pali woord gantabba wordt soms verwisseld met gandhabba, waardoor een verkeerde voorstelling van zaken wordt gevormd.

[73] M.38.

[74] M.9.

[75] Het beeld is genomen van een ingeplante boom die wortel heeft geslagen en nu begint te groeien.

[76] S.12.64.

[77] D.14-15.; Ud.1.1, 3; S.12.1-10, 21, 22, 46-49, 65, 67; S.55.28; M.38.

[78] Nyanatiloka: Buddhist Dictionary. Manual of Buddhist Terms and Doctrines. 4th ed. Kandy 1980, p. 158.

[79] M.43.

[80] S.12.2, 27-28, 33.

[81] Over de leer van niet-zelf, zie: 9.2. De kenmerken van het leven -> Anatta, niet-zelf.

[82] M.9; M.11; S.12.2, 27-28, 33.

[83] S.12.15.

[84] S.12.27-28, 33.

[85] Ze eigenen zich die objecten niet toe. 

[86] A.VI.63.

[87] S.12.15.

[88] M.148.

[89] M.1.

[90] M.148.

[91] S.14.7-9.

[92] m.a.w. het verlangen naar de objecten van de zintuigen.

[93] S.12.2, 27-28, 33.

[94] S.12.2; M.9, 13-14; S.22.44.

[95] Boeien: er worden in totaal 10 boeien onderscheiden die de mens aan de wereld ketenen. Daartoe behoren o.a. verkeerd inzicht, twijfel, onwetendheid. – Zie: 9.3.1. De smetten -> de tien boeien.

[96] S.12.52-60.

[97] M.14.

[98] Zie S.12.13, 33, 66; M.11.

[99] M.11.

[100] S.12.11-12, 63-64.

[101] S.12.31.

[102] S.12.32.

[103] S.12.64; vgl. S.12.57-59, 66.

[104] S.12.57.

[105] S.12.58; vgl. S.12.69.

[106] A.X.62.

[107] zie: 6.1.2. Adviezen voor lekenvolgelingen 2 -> De onedele en de edele mens, en  6.1.3. Adviezen voor lekenvolgelingen 3 -> Edele omgang.

[108] A.X.62.

[109] S.12.43-44.

[110] M.9.

[111] M.13.

[112] S.12.13; zie ook S.12.52, 66.

[113] S.12.2, 27-28, 33.

[114] M.43.

[115] M.43-44; vgl. S.45.29; M.59.

[116] S.12.28, 33.

[117] M.13. - Men eigent zich het gevoel niet meer toe. 

[118] S.14.1.

[119] S.14.1-5; S.12.45.

[120] S.12.45.

[121] S.12.2, 27-28, 33.

[122] S.12.1-22, 27, 33, 37-39, 46-48, 50, 52-60, 65; M.9, 38, 141; Ud.I.1 en 3.

[123] M.9.

[124] S.14.2.

[125] S.14.2.

[126] S.12.1; Ud. 1.2-3.

[127] S.12.28, 33.

[128] S.12.2, 27-28, 33.

[129] S.14.1. - Zie boven, de verscheidenheid van de elementen.

[130] M.9.

[131] S.12.28, 33.

[132] M.107; M.125.

[133] S.12.1, 34; Ud.I.1, 3.

[134] S.12.2, 27-28, 33.

[135] S.12.28, 33.

[136] S.12.37.

[137] S.14.30.

[138] Zie M.1.

[139] S.14.31-32.

[140] S.14.33.

[141] S.14.36.

[142] S.14.39; vgl. M.1.

[143] S.12.65.

[144] S.12.2, 27-28, 33; M.38; M.9.

[145] Formaties: het zijn de wezenlijke bestanddelen, elementen, vooral van het denkproces, formaties van de geest, wilsactiviteiten. Formaties, vormingen zijn de bewuste of onbewuste intenties en gedachten die het gedrag bepalen.

[146] M.9.

[147] Ud.1.3.

[148] Ud.I.1 en Ud.1.3.

[149] Ud.1.3.

[150] S.12.11.

[151] S.12.1; S.12.34; Ud. 1.2 en Ud.1.3.

[152] De basis (upadhi) omvat alles waarop ons bestaan rust en wat ons het leven lief en waardevol laat schijnen. In de commentaren worden meestal vier soorten van basis vermeld: [1] de vijf groepen van bestaan (khandha), [2] zinnelijkheid (kama), [3] bevlekkende hartstocht (kilesa), en [4] kamma.

[153] Zie: 9.8. Khandha, de bestanddelen van bestaan

[154] S.12.57-59; vgl. S.12.66.

[155] S.12.28, 33.

[156] S.12.12; vgl. S.12.64.

[157] S.22.53.

[158] zie S.21.2; S.28.1-9. 

[159] M.49. - Over het begrip citta, zie de inleiding van: 9.6. Het citta en het Doodloze. Verkorte versies van leerreden van de eerwaarde Thaise Arahant Maha Bua Nyanasampanno.

[160] Zie hierover: Ud.1.10, Bahia en 9.10. Nibbana -> Ideale eenzaamheid.

[161] S.12.2, 27-28, 33.

[162] S.12.27-28, 33.

[163] S.12.33.

[164] S.12.2.

[165] M.9.

[166] S.56.17-18.

[167] A.X.61.

[168] zie: 9.3.1. De smetten -> De vijf hindernissen.

[169] zie: 6.1.2. Adviezen voor lekenvolgelingen 2 -> Juist gedrag.

[170] Beheersing van de zintuigen begint bij deugdzaamheid. (Zie 6.1.1. Adviezen voor leken 1 -> Deugdzaamheid; zie ook: 9.11 -> De middelen om de neigingen te laten uitdrogen.

[171] A.X.62.

[172] S.14.13.

[173] S.45.1.

[174] M.9.

[175] S.12.2.

[176] S.45.1.

[177] A.X.61.

[178] zie: 9.4. > De zeven factoren van Verlichting.

[179] zie: 10.1. De vier grondslagen van oplettendheid, satipatthana.

[180] zie: 6.1.2. > Juist gedrag.

[181] zie: 6.1.1. De lekenvolgeling 1; zie ook: 10.4. Saddha, vertrouwen.

[182] A.X.62.

[183] S.12.33; vgl. S.12.38-39.

[184] S.12.27-28, 33.

[185] Met het lijden wordt in dit sutta het lijden van de wedergeboorten, samsāra, bedoeld. Is wedergeboorte veroorzaakt door eigen schuld of het gevolg van daden van iemand anders. De Verhevene leert dat de waarheid in het midden ligt. Als men eigen schuld aanneemt, dan volgt daaruit dat een blijvend zelf van bestaan tot bestaan voortduurt. Maar zo’n zelf bestaat niet. Als men aanneemt dat iemand anders het lijden, de wedergeboorte veroorzaakt, dan wordt elke samenhang tussen de afzonderlijke wijzen van bestaan opgeheven. Maar zo’n samenhang bestaat wel. Hij wordt geproduceerd niet door een blijvend atta, maar door de schakels die in de keten van oorzakelijk ontstaan worden vermeld.

[186] S.12.17. Zie ook S.12.18, 24, 26, 67.

[187] A.X.76.

[188] S.12.33.

[189] S.45.1.

[190] Gedachten ontstaan en vergaan weer, door oorzaken. En het citta verandert steeds.

[191] Hij keert zich ervan af, eigent ze zich niet meer toe.

[192] S.12.61.

[193] S.12.27.

[194] De begrippen gelukzaligheid, gemoedsrust, welgevallen, drukken de gevoelens van geluk uit die in verloop van het vorderen op de weg steeds groter worden.

[195] S.12.23.

[196] S.12.19.

[197] S.12.15.

[198] Meer hierover, zie: 9.11. -> Het heldere bewustzijn. 

[199] zie hierover eventueel 9.9. Wedergeboorte.

[200] zie 9.11. > Het heldere, bevrijde bewustzijn.


====

Verantwoording

De opmerkingen in de voetnoten zijn voor het merendeel ontleend aan de vertalingen van de genoemde Pali teksten.