Facetten van het Boeddhisme


naar Index


6.5.  Enkele bekende leken
17. De dienares Khujjutara

Het is toegestaan om elektronisch of in gedrukte vorm fragmenten van deze publicatie of de publicatie in zijn geheel over te nemen voor eigen gebruik, of ook met als doel ze met anderen te delen, uitsluitend voor gratis verspreiding en zonder commercieel oogmerk.



De dienares Khujjutara

Inleiding

Een dienares van koningin Samavatî werd Khujjutara, de gebochelde, genoemd. Haar eigenlijke naam was Uttara. Dagelijks kreeg zij van koning Udena acht munten om bloemen voor de koningin te kopen. Maar zij kocht slechts bloemen voor vier munten. Toen de Boeddha naar Kosambî kwam, werd Khujjutara door de tuinman Sumana, bij wie zij altijd de bloemen kocht, uitgenodigd om de leerrede van de Boeddha bij te wonen. Na het horen daarvan bereikte Khujjutara de stroomintrede (sotapanna). Op die dag van de stroomintrede kocht zij bloemen voor het volledige bedrag, bracht ze naar koningin Samavatî en bekende dat zij voordien slechts bloemen voor vier munten had gekocht. Op verzoek van koningin Samavatî herhaalde Khujjutara de hele leerrede voor haar en de andere hofdames, zoals zij die van de Boeddha had gehoord.

Ontstaan van het Itivuttaka

        De koningin kon het paleis niet verlaten om naar de leerreden van de Boeddha te luisteren. Daarom ging Uttara in haar plaats. Regelmatig ging zij naar de Boeddha luisteren wanneer hij de monniken onderwees. Zij zat dan achter een gordijn. Wat zij van de Boeddha leerde, herhaalde zij voor de koningin en de andere vrouwen in het paleis. En wat zij in het paleis herhaalde, werd daar natuurlijk uitvoerig besproken.

De Boeddha prees Khujjutara als de beste van zijn vrouwelijke lekenvolgelingen met veel weten. Zij was ook een goede lerares, want toen later de binnenvertrekken van het paleis afbrandden en de koningin en haar gevolg stierven, zei de Boeddha dat al die vrouwen minstens het eerste niveau van heiligheid bereikt hadden.

Khujjutara legde er de nadruk op dat wat zij in het paleis herhaalde, niet haar eigen woorden waren maar de woorden van de Boeddha. Daarom begon zij elk sutta steeds met de zin: “Dit is gezegd (vuttam) door de Heer, ... zo (iti) heb ik gehoord”. Daarom kreeg de collectie van de door haar gereciteerde suttas de naam Itivuttaka, de “zo is het gezegd” suttas. Zo zou het Itivuttaka zijn ontstaan.

◻  ◻  ◻

Inleiding

Een dienares van koningin Samavatî werd Khujjutara, de gebochelde, genoemd. Haar eigenlijke naam was Uttara. Dagelijks kreeg zij van koning Udena acht munten om bloemen voor de koningin te kopen. Maar zij kocht slechts bloemen voor vier munten. Toen de Boeddha naar Kosambî kwam, werd Khujjutara door de tuinman Sumana, bij wie zij altijd de bloemen kocht, uitgenodigd om de leerrede van de Boeddha bij te wonen. Na het horen daarvan bereikte Khujjutara de stroomintrede (sotapanna). Op die dag van de stroomintrede kocht zij bloemen voor het volledige bedrag, bracht ze naar koningin Samavatî en bekende dat zij voordien slechts bloemen voor vier munten had gekocht. Op verzoek van koningin Samavatî herhaalde Khujjutara de hele leerrede voor haar en de andere hofdames, zoals zij die van de Boeddha had gehoord.

Ontstaan van het Itivuttaka

        De koningin kon het paleis niet verlaten om naar de leerreden van de Boeddha te luisteren. Daarom ging Uttara in haar plaats. Regelmatig ging zij naar de Boeddha luisteren wanneer hij de monniken onderwees. Zij zat dan achter een gordijn. Wat zij van de Boeddha leerde, herhaalde zij voor de koningin en de andere vrouwen in het paleis. En wat zij in het paleis herhaalde, werd daar natuurlijk uitvoerig besproken.

De Boeddha prees Khujjutara als de beste van zijn vrouwelijke lekenvolgelingen met veel weten. Zij was ook een goede lerares, want toen later de binnenvertrekken van het paleis afbrandden en de koningin en haar gevolg stierven, zei de Boeddha dat al die vrouwen minstens het eerste niveau van heiligheid bereikt hadden.

Khujjutara legde er de nadruk op dat wat zij in het paleis herhaalde, niet haar eigen woorden waren maar de woorden van de Boeddha. Daarom begon zij elk sutta steeds met de zin: “Dit is gezegd (vuttam) door de Heer, ... zo (iti) heb ik gehoord”. Daarom kreeg de collectie van de door haar gereciteerde suttas de naam Itivuttaka, de “zo is het gezegd” suttas. Zo zou het Itivuttaka zijn ontstaan.

◻  ◻  ◻