Facetten van het Boeddhisme


naar Index

5.0.a. De Pali Canon - Lijst van de suttas


Lijst van de suttas

in de Pali Canon 

______________________________________________

Copyright ©  2026 / 2569

Het is toegestaan om elektronisch of in gedrukte vorm fragmenten van dit overzicht of het overzicht in zijn geheel over te nemen voor eigen gebruik, of ook met als doel het met anderen te delen, uitsluitend voor gratis verspreiding en zonder commercieel oogmerk.

_______________________________________________

Inhoud

Ten geleide - Vinaya Pitaka - Sutta Pitaka - Digha Nikaya  - Majjhima Nikaya - Samyutta Nikaya - Anguttara Nikaya - Khuddaka Nikaya - Khuddhakapatha - Dhammapada - Udana - Itivuttaka - Sutta-nipata - Vimanavatthu - Petavatthu - Theragatha - Therigatha - Jataka - Niddesa - Pathisambhidamagga - Apadana - Buddhavamsa - Cariyapitaka - Abhidhamma Pitaka

Ten geleide

Om het mezelf - en de lezers van deze website - gemakkelijker te maken om een bepaalde leerrede (sutta) in de Pali Canon te vinden, is een lijst gemaakt van die suttas.

Vinaya Pitaka

1. Sutta Vibhangha

     1.1. Mahāvibhangha (= Bhikkhu vibhangha) - de regels voor de monniken met het Patimokkha. - verdeeld in 8 groepen, 8 soorten overtredingen. 

     1.2. Bhikkhunī-vibhanga - de regels voor de nonnen.

2. Khandaka - regels voor de leden van de Orde. Ze regelen hoe harmonisch met elkaar en met de leken te leven. Deze sectie is verdeeld in twee delen:

      2.1. Mahavagga (10 delen)

      In dit deel staat ook de leerrede over de vier edele waarheden:

      Vin.Mv.Kh.1. – Dhammacakkappavattana sutta 

      2.2. Cullavagga. - 12 boeken met diverse regels

3. Parivāra - soort handboek.

        

Sutta Pitaka

Digha Nikāya

Digha Nikaya sectie 1. Sīlakkhanda-vagga (D.1-13)

D.1. Brahmajala sutta – "Het net van Brahma” of het volmaakte net 

// De raad om bij lofprijzing zich niet verheugd te tonen noch zich te ergeren als kwaad wordt gesproken. Verder weerlegging van alle 62 ketterse vormen van speculatie betreffende de wereld en het zelf

D.2. Samaññaphala sutta – Het loon van een leven in ascese

// Het eerste deel van deze leerrede gaat over de leerstellingen van zes ketterse leraren. Het tweede deel gaat over "De vruchten van het huisloze leven". De Boeddha legt aan koning Ajātasattu de voordelen uit van het leven als monnik en van het verzaken van de wereld.

D.3. Ambattha sutta – Over Ambattha // De ware brahmaan

D.4. Sonadanda sutta – Over Sonadanda // De ware brahmaan

D.5. Kutadanta sutta – Over Kutadanta // dierenoffers

D.6. Mahali sutta – Over Mahali // goddelijk horen en goddelijk zien

D.7. Jaliya sutta – Over Jaliya // ziel-lichaam

D.8. Mahasihanada sutta – De roep van de leeuw // zelfkwelling

D.9. Potthapada sutta – Over Potthapada // concentratie

D.10. Subha sutta – Over Subha // concentratie; inzicht, wijsheid

D.11. Kevaddha sutta – Over Kevaddha // waar komen de vier grondstoffen tot vernietiging; Brahmā is niet almachtig

D.12. Lohicca sutta – Over Lohicca // soorten leraren

D.13. Tevijja sutta – De drievoudige wijsheid // brahma-vihara; drievoudige wijsheid

Digha Nikaya sectie 2. Mahā-vagga (D.14-23)

D.14. Mahapadana sutta – De openbaring // Boeddhas; oorzakelijk ontstaan

D.15. Mahanidana sutta – Over afstamming. Het zelf // atta; keten van oorzakelijkheid

D.16. Mahaparinibbana sutta – De grote uitdoving, het definitieve heengaan

D.17. Mahasudassana sutta – De grote heerlijke // vroegere grootheid van Kusinara

D.18. Janavasabha sutta – Over Janavasabha // bijeenkomsten in de deva-wereld; uposatha; vertrouwen in het Drievoudige Juweel

D.19. Mahagovinda sutta – Over Govinda // brahma-vihara

D.20. Mahasamaya sutta – De bijeenkomst van de goden

D.21. Sakkapañha sutta – Vragen van Sakka // oorzaak van afgunst en van egoïsme, van vijandschap en van geweld; verwijdering van illusies; ontstaan-vergaan

D.22. Mahasatipatthana sutta – De vier grondslagen van oplettendheid

D.23. Payasi sutta – Over Payasi // Pāyāsi, gouverneur, leraar en filosoof; juist geven van offergaven

Digha Nikaya sectie 3. Pātika-vagga (D.24-34)

D.24. Patika sutta – Over de zoon van Patika // ontwikkeling van het universum

D.25. Udumbarika sutta – Over de vogelvrije

D.26. Cakkavatti sutta – De keizer // universele koning

D.27. Aggañña sutta – Over de oertijd // de ware brahmaan

D.28. Sampasadaniya sutta – Om helder te worden // volle vertrouwen van Sariputta

D.29. Pasadika sutta – Bevredigend // soorten leraren

D.30. Lakkhana sutta – De 32 kentekenen

D.31. Sigalovada sutta – De leerrede tot de jonge Sigāla // gedragsregels voor leken

D.32. Atanatiya sutta – Ondeerbare bescherming // bescherming tegen kwaadwillende geesten (yakkhas)

D.33. Sangiti sutta – Overeenstemming // raad van Sariputta; hoofdlijnen van de Dhamma

D.34. Dasuttara sutta – De serie van tien // hoofdlijnen van de Dhamma

Majjhima Nikāya

Maj.Nik. sectie I. Mūlapariyāya-vagga: M.1-10 (M.I.1-10)

M.1. (M.I.1) Mūlapariyāya sutta - De wortel van alle verschijnselen (dukkha; anattā)

M.2. (M.I.2) Sabbāsava sutta -  Het opgeven van de neigingen, het verdwijnen van alle waan door juiste oplettendheid; hoe de geest te reinigen van de smetten

M.3. (M. I.3.) Dhammadāyāda sutta -  Erfgenamen van de leer en het beoefenen van eenzaamheid

M.4. (M.I.4) Bhayabherava sutta - Onzuivere gedachten, woorden en daden brengen schade; overwinning van angst en vrees.

M.5. (M.I.5) Anangana sutta - Vier soorten mensen; Schuldig–onschuldig

M.6. (M.I.6) Ākankheyya sutta -  Wees op de hoede voor de geringste fout

M.7. (M.I.7) Vattha sutta (Vatthūpama sutta) - De gelijkenis van smerige stuk stof en de bevuilde geest

M.8. (M.I.8) Sallekha sutta - Opheffing van verkeerde inzichten - Uitwissing

M.9. (M.I.9) Sammāditthi sutta - Juist inzicht; vier soorten voedsel

M.10. (M.I.10) Satipatthāna sutta - De grondslagen van oplettendheid

Maj.Nik. sectie II. Sīhanāda-vagga: M.11-20 (M.II.1-10)

M.11. (M.II.1) Cūlasīhanāda sutta - De ware monnik; vier soorten van asceten

M.12. (M.II.2) Mahāsīhanāda sutta - De kippenvel-leerrede; over de bovennatuurlijke krachten, over de tien krachten van een Boeddha, over vier soorten van zekerheid, de vijf sferen van bestaan; de ascetische oefeningen van de Bodhisatta

M.13. (M.II.3) Mahādukkhakkhandha sutta - Over onvoldaanheid, lijden

M.14. (M.II.4) Cūladukkhakkhandha sutta - Korte toespraak over onvoldaanheid, lijden

M.15. (M.II.5) Anumāna sutta - Over de waarde van zelfonderzoek

M.16. (M.II.6) Cetokhila sutta - Over de vijf geestelijke boeien

M.17. (M.II.7) Vanapattha sutta - De voor- en nadelen van het leven in het bos

M.18. (M.II.8) Madhupindika sutta - Het einde van hechten

M.19. (M.II.9) Dvedhāvitakka sutta - Hoe slechte gedachten overwonnen kunnen worden

M.20. (M.II.10) Vitakkasanthāna sutta - Vijf methoden om onheilzame gedachten te verdrijven

Maj.Nik. sectie III. Tatiya-vagga: M.21-30 (M.III.1-10)

M.21. (M.III.1) Kakacūpama sutta - de koppige monnik; de gelijkenis van de zaag; verdraagzaamheid; liefdevolle vriendelijkheid; voordeel van eenmaal eten per dag 

M.22. (M.III.2) Alagaddūpama sutta - Gelijkenis van de slang; gelijkenis van het vlot; anatta

M.23. (M.III.3) Vammīka sutta - De gelijkenis van de smeulende mierenheuvel. Een dergelijke heuvel wordt er vergeleken met het menselijke lichaam

M.24. (M.III.4) Rathavinīta sutta - de zeven halteplaatsen op de weg naar nibbana

M.25. (M.III.5) Nivāpa sutta - De gelijkenis van het voer en de vallenzetter; de vijf soorten van verlangens en Mara, de boze

M.26. (M.III.6) Āriyapariyesana sutta (Pāsarāsi sutta) - het edele streven. De Boeddha vertelt er over zijn ervaringen vanaf het begin van zijn zoektocht, hoe hij de Verlichting bereikte en hoe hij het Wiel der leer in beweging bracht en de vijf asceten bekeerde. Uit het zicht van het kwaad (gedeelte uit M.26)

M.27. (M.III.7) Cūlahatthipadopama sutta - De korte gelijkenis van de olifantenvoetafdruk; beschrijving van iemand die het arahant-ideaal nastreeft.

M.28. (M.III.8) Mahāhatthipadopama sutta. De lange leerrede van het olifantenvoetspoor; alle heilzame toestanden kunnen in de vier edele waarheden worden ingepast.

M.29. (M.III.9) Mahāsāropama sutta. Over het gevaar van winst, eer en roem.

M.30. (M.III.10) Cūlasāropama sutta. Over het bereiken van het wezenlijke van de Dhamma.

Maj.Nik. sectie IV. Mahāyamaka-vagga (M.31-40) (M.IV. 1-10)

M.31 (MN.IV.1) Cūlagosinga sutta. Monniken die in eendracht en harmonie leven, worden geprezen.

M.32 (MN.IV.2) Mahāgosinga sutta. Door de aanwezigheid van een monnik met het vaste voornemen niet eerder op te staan totdat hij de uiteindelijke bevrijding van het kwade had verwerkelijkt, neemt een bos in grootheid toe.  

M.33 (MN.IV.3) Mahāgopālaka sutta. Factoren tot groei in de leer.

M.34 (MN.IV.4) Cūlagopālaka sutta. Gelijkenis van de onbekwame koeherder die zijn kudde vee op een verkeerde plaats de rivier laat oversteken en ze zo tot de dood leidt. Verder de gelijkenis van de bekwame koeherder die zijn kudde vee op een goede plaats de rivier laat oversteken. Zij komen allemaal veilig aan de andere oever. Op gelijke wijze gaat het met de volgelingen van de Boeddha. Wie naar de Boeddha luistert en in hem vertrouwen stelt, dat zal hem of haar lang tot heil en geluk strekken. Besproken worden de niveaus van heiligheid.

M.35 (MN.IV.5) Cūlasaccaka sutta. Klein gesprek tussen de Boeddha en de trotse Jain Niganthaputta Saccaka over de aard van de vijf khandhas. De Boeddha toonde aan dat alles vergankelijk is en dat er geen zelf is.

M.36 (MN.IV.6) Mahāsaccaka sutta. Verblinde en niet-verblinde levenswijze.

M.37 (MN.IV.7) Cūlatanhāsankhaya sutta. De manier waarop iemand door de vernietiging van begeerte bevrijd is.

M.38 (MN.IV.8) Mahātanhāsankhaya sutta. De Boeddha legt uit dat geen enkele factor verhuist van het ene naar het andere lichaam. Het bewustzijn ontstaat door oorzaken, kan zonder oorzaken niet ontstaan.

M.39 (MN.IV.9) Mahā Assapura sutta. Grote toespraak te Assapura over de plichten van een asceet.

M.40 (MN.IV.10) Cūla Assapura sutta. Kleine toespraak te Assapura over de plichten van een asceet.

Maj.Nik. sectie V. Cūlayamaka-vagga: M.41-50 (M.V.1-10) 

M.41 (MN.V.1) Sāleyyaka sutta. Redenen waarom sommigen naar de hemel gaan en anderen naar de hel.

M.42 (MN.V.2) Verañja(ka) sutta. Dezelfde toespraak, nu tot de brahmanen van Verañja.

M.43 (MN.V.3) Mahāvedalla sutta. Toespraak van de eerwaarde Sāriputta tot Makākotthita. De volgende vragen worden er behandeld: Wie is wijs en wie niet? Wat zijn de juiste betekenissen van de termen vedanā (gevoel), saññā (waarneming) en viññāna (bewustzijn)? Ontstaan ze samen of afzonderlijk? Wat is juist inzicht? Wat is leven na de dood? Wat is een jhāna (meditatieve verdieping)? Wat is het bereiken van een ophouden van het proces van bewustzijn? En wat is de bevrijding van de geest?

M.44 (MN.V.4) Cūlavedalla sutta. Korte reeks van vragen en antwoorden over persoonlijkheid.

M.45 (MN.V.5) Cūladhammasamādāna sutta. Korte toespraak over het hebben van een aangenaam of onaangenaam leven in de toekomst.

M.46 (MN.V.6) Mahādhammasamādāna sutta. Vier soorten hoe men een leven kan leiden; lange toespraak over het tot rijping komen van een aangenaam of onaangenaam leven in de toekomst.

M.47 (MN.V.7) Vimañsaka sutta. Over de juiste methode van onderzoek.

M.48 (MN.V.8) Kosambiya sutta. Twist onder de monniken te Kosambi. De Boeddha preekte toen over nadelen van twisten en de voordelen van vrede en vriendschap onder elkaar. Men moet metta beoefenen in daden, woorden en gedachten jegens de medemonniken.

M.49 (MN.V.9) Brahmanimantanika sutta. Een hemelse wereld is niet eeuwig. Het bewustzijn dat niets zijn eigen noemt, is oneindig en helder stralend. Dat niet-indicatieve bewustzijn determineert niets als basis voor de illusie van een "ik". Het is doorzichtig, onvindbaar.

M.50 (MN.V.10) Māratajjaniya sutta. Mara stoort de eerwaarde Mahā Moggallāna. De vier Brahma-viharas, liefdevolle vriendelijkheid, medeleven, medevreugde en gelijkmoedigheid.

Maj.Nik. sectie VI. Gahapati-vagga: M.51-60 (M.VI.1-10)

M.51. (M.VI.1) Kandaraka sutta. Vier soorten mensen: degenen die zichzelf kwellen, degenen die andere kwellen, degenen die zichzelf en anderen kwellen, en degenen die niet kwellen en een heilig leven leiden.

M.52. (M.VI.2) Atthakanāgara sutta. Elf deuren die naar Nibbāna leiden.

M.53. (M.VI.3) Sekha sutta. Over de opleiding van de discipel

M.54. (M.VI.4) Potaliya sutta. De ware betekenis van het opgeven van de wereld.

M.55. (M.VI.5) Jīvaka sutta. Over het eten van vlees.

M.56. (M.VI.6) Upāli sutta. De bekering van de Jain Upāli; de wil of de mentale daad (kamma) is het belangrijkste.

M.57. (M.VI.7) Kukkuravatika sutta. Gesprek met twee asceten over vier soorten daden en vier soorten resultaten ervan.

M.58. (M.VI.8) Abhayarājakumāra sutta. Zes manieren waarop woorden geuit kunnen worden.

M.59. (M.VI.9) Bahuvedaniya sutta. Uitleg van de verschillende soorten van gevoel.

M.60. (M.VI.10) Āpannaka sutta. De onbetwistbare leer.

Maj.Nik. sectie VII. Bhikkhu-vagga (M.61-70) (M.VII. 1-10)   

M.61 (MN.VII.1) Ambalatthika-Rāhulovāda sutta. Leerrede tot de zevenjarige Rahula; liegen, het bewust zeggen van de onwaarheid, is niet goed.

M.62 (MN.VII.2) Mahā Rāhulovāda sutta. De Boeddha onderwees er Rahula die toen 18 jaar was. "Vorm is niet zelf; en evenmin gevoel, waarneming, formaties en bewustzijn." De eerwaarde Sariputta gaf verder de raad om oplettendheid te ontwikkelen bij het in- en uitademen.

M.63 (MN.VII.3) Cūla Mālunkya sutta. Gelijkenis van de giftige pijl; de praktijk van het heilige leven hangt niet af van vragen. Dood, ziekte etc. blijven bestaan. De Boeddha onderwijst alleen dukkha, de oorzaak ervan, de opheffing ervan en de weg die leidt naar de opheffing ervan.

M.64 (MN.VII.4) Mahā Mālunkya sutta. De vijf lagere boeien.

M.65 (MN.VII.5) Bhaddālī sutta. Voordelen van niet meer te eten na 12 uur ΄s middags; over regels van discipline.

M.66 (MN.VII.6) Latukikopama sutta. Gelijkenis van de kwartel. Leerrede m.b.t. het navolgen van regels en voorschriften. Vier soorten personen.

M.67 (MN.VII.7) Cātumā sutta. Over de gevaren in een leven als monnik

M.68 (MN.VII.8) Nalakapāna sutta. Zolang de vervoering en gelukzaligheid van de jhanas nog niet bereikt zijn, zolang dringt hebzucht in de geest binnen; maar wanneer de vervoering en gelukzaligheid van de jhanas verkregen zijn, dringen hebzucht en de andere smetten van de geest niet binnen.

M.69 (MN.VII.9) Gulissāni sutta. Leerrede over 18 dhammas die een in het bos levende monnik moet navolgen.

M.70 (MN.VII.10) Kītāgiri sutta. Over de voordelen van eten vóór 12:00 uur en het nadeel van eten in de avond; de zevenvoudige indeling van de edele volgelingen.

Maj.Nik. sectie VIII. Paribbājaka-vagga: M.71-80 (M.VIII.1-10)

M.71 (MN.VIII.1) Tevijja-Vacchagotta sutta. De Boeddha is niet alwetend, maar heeft wel het drievoudige weten (tevijja).

M.72 (MN.VIII.2) Aggi-Vacchagotta sutta. Het gevaar van theorieën opstellen over de wereld en over atta, een zelf. De gelijkenis van een uitgedoofd vuur en de bestemming van een volmaakte heilige.

M.73 (MN.VIII.3) Mahā Vacchagotta sutta. Over het heilzame en het onheilzame.

M.74 (MN.VIII.4) Dīghanakha sutta. Ten gevolge van een meningsverschil kan er ruzie ontstaan, en daaruit ontstaat frustratie. Daarom moet men eigen visies overwinnen. Het lichaam is samengesteld uit de vier grote elementen, het is ontstaan, is vergankelijk, is aan verval onderhevig.

M.75 (MN.VIII.5) Māgandiya sutta. Over zintuiglijk genot; het geluk van volmaakte heiligheid is veel hoger.

M.76 (MN.VIII.6) Sandaka sutta. De eerwaarde Ānanda onderwijst de dolende asceet Sandaka en diens volgelingen en weerlegt hun verkeerde meningen.

M.77 (MN.VIII.7) Mahāsakuludāyi sutta. Deugden op grond waarvan de Boeddha wordt geëerd.

M.78 (MN.VIII.8) Samanamandikā sutta. Heilzame en onheilzame gewoonten.

M.79 (MN.VIII.9) Cūlasakuludāyi sutta. De praktijk van de leer.

M.80 (MN.VIII.10) Vekhanassa sutta. Geluk ontsproten uit geestelijke niveaus is hoger dan geluk verkregen door zintuiglijke genietingen.

Maj.Nik. sectie IX. Rāja-vagga: M.81-90 (M.IX.1-10)

M.81 (MN.IX.1) Ghatīkāra sutta. Over het vorige leven van de Verhevene ten tijde van de Boeddha Kassapa als Jotipāla.

M.82 (MN.IX.2) Ratthapāla sutta. Het verhaal over Ratthapāla, wiens ouders tevergeefs probeerden hem ervan af te houden in de Sangha in te treden.

M.83 (MN.IX.3) Makhādeva sutta. Het verhaal van het vroegere leven van de Boeddha als koning Maghādeva.

M.84 (MN.IX.4) Madhura sutta. Over de ware brahmaan en de ware betekenis van kaste.

M.85 (MN.IX.5) Bodhirājakumāra sutta. Het verhaal van de Boeddha over zijn opgeven van de wereld en zijn Verlichting.

M.86 (MN.IX.6) Angulimāla sutta. Bekering van de moordenaar Angulimala (Ahimsaka), diens intrede in de Orde en bereiking van volmaakte heiligheid.

M.87 (MN.IX.7) Piyajātika sutta. Innig geliefde personen brengen verdriet.

M.88 (MN.IX.8) Bāhitikā sutta. Onheilzame daden, woorden en gedachten zijn afkeurenswaardig. Heilzame daden, woorden en gedachten zijn prijzenswaardig.

M.89 (MN.IX.9) Dhammacetiya sutta. Koning Pasenadi van Kosala eert de Boeddha.

M.90 (MN.IX.10) Kannakatthala sutta. Over alwetendheid, over goden, het kaste-systeem met de vier klassen van personen en hun bestemming na de dood, en over de wereld van de Brahmas.

Maj.Nik. sectie X. Brāhmana-vagga (M.91-100) (M.X. 1-10)

M.91. (M.X.1) Brahmāyu sutta. De 32 kenmerken van een groot man; bekering van de oude brahmaan Brahmāya.

M.92. (M.X.2) Sela sutta. De 32 kentekenen van een Groot Man; bekering van de brahmaan Sela en zijn leerlingen.

M.93. (M.X.3) Assalāyana sutta. Over het kastensysteem: bekering van de jonge brahmaan Assalāyana.

M.94. (M.X.4) Ghotamukha sutta. De praktijk van het heilige leven; vier soorten personen; bekering van de brahmaan Ghotamukha.

M.95. (M.X.5) Cankī sutta. De gelijkenis van een rij blinde mannen van wie de een op de voorganger vertrouwde zonder zelf te zien.

M.96. (M.X.6) Esukāri sutta. Over de vier klassen; de ware brahmaan.

M.97. (M.X.7) Dhānañjāni sutta. De plichten voor een gezin zijn geen excuses om verkeerd te handelen.

M.98. (M.X.8) Vāsettha sutta. Over de aard van de ware brahmaan.

M.99. (M.X.9) Subha sutta. Niet alleen gezinshoofden kunnen verdienstelijke daden op de juiste manier uitvoeren, maar ook monniken en nonnen.

M.100. (M.X.10) Sangārava sutta. Verkeerde meningen en de weerlegging ervan.

Maj.Nik. sectie XI. Devadaha-vagga: M.101-110 (M.XI.1-10) 

M.101. (M.XI.1) Devadaha sutta. Niganthas hadden verkeerde meningen over wilsacties (kamma); weerlegging ervan door de Boeddha.

M.102. (M.XI.2) Pañcattaya sutta. Verschillende visies over verleden en toekomst; de weg naar bevrijding (nibbāna) hangt af van geen enkele theorie ervan.

M.103. (M.XI.3) Kinti sutta. De leer van de Boeddha is er voor het verkrijgen van hogere kennis die leidt naar het einde van dukkha.

M.104. (M.XI.4) Sāmagāma sutta. Onvolmaakte en volmaakte leraren.

M.105. (M.XI.5) Sunakkhatta sutta. De gelijkenis van het uittrekken van de pijl van begeerte.

M.106. (M.XI.6) Ānañjasappāya sutta. De gevaren van zinnelijke genietingen.

M.107. (M.XI.7) Ganaka-Moggallāna sutta. Geleidelijke oefening in het temmen van de geest.

M.108. (M.XI.8) Gopaka-Moggallāna sutta. De Sangha kan in harmonie en eendracht blijven bestaan omdat zij hun toevlucht hebben genomen tot de leer, omdat de leer hun leidraad is; elke 14 dagen wordt de Pātimokkha gereciteerd, de samenvatting van disciplinaire regels.

M.109. (M.XI.9) Mahā Punnama sutta. Persoonlijkheid; de vijf groepen van bestaan waaraan men hecht.

M.110. (M.XI.10) Cūla Punnama sutta. De onrechtschapen mens en de rechtschapen mens.

Maj.Nik. sectie XII. Anupada-vagga: M.111-120 (M.XII.1-10)

M.111. (M.XII.1) Anupada sutta. Lofprijzing van de eerwaarde Sariputta door de Boeddha; het intreden in de meditatieve toestanden, de een nade andere. 

M.112. (M.XII.2) Chabbisodhana sutta. Hoe iemand te testen die beweert de volmaakte heiligheid bereikt te hebben.

M.113. (M.XII.3) Sappurisa sutta. Over het karakter van een rechtschapen monnik en dat van een onrechtschapen monnik.

M.114. (M. XII.4) Sevitabba sutta. Over wat wel en wat niet gedaan moet worden.

M.115. (M.XII.5) Bahudhātuka sutta. Raad van de Boeddha aan de monniken om wijze mensen te zijn, om onderzoekenden te zijn; meester in de elementen; meester in de basis van de zintuigen; meester in oorzakelijk ontstaan; meester in wat mogelijk en wat onmogelijk is.

M.116. (M.XII.6) Isigili sutta. De toespraak op de Isigili-heuvel; de namen van Paccekaboeddhas.

M. 117. (M.XII.7) Mahacattarisa sutta. Over juiste concentratie en de ondersteunende factoren ervan.

M.118. (M.XII.8) Anāpānasati sutta.  Ānāpānassati, ontwikkeling van oplettendheid bij de ademhaling.

M.119. (M.XII.9) Kāyagatāsati sutta. Meditatie over het lichaam.

M.120. (M.XII.10) Sankhāruppatti sutta. Over wedergeboorte.

Maj.Nik. sectie XIII. Suññata-vagga (M.121-130) (M.XIII. 1-10)

M.121 (MN.XIII.1) Cūlasuññata sutta. De bevrijding van leegheid is de bevrijding door inzicht dat alles leeg is van een zelf.

M.122 (MN.XIII.2) Mahāsuññata sutta. Meditatie over leegheid.

M.123 (MN.XIII.3) Accharlyabbhutadhamma sutta. Verslag over de wonderbaarlijke gebeurtenissen voor en tijdens de geboorte van de Bodhisatta en de 20 wonderbaarlijke eigenschappen van de Boeddha.

M.124 (MN.XIII.4) Bakkula sutta. De wonderbaarlijke eigenschappen van een arahant.

M.125 (MN.XIII.5) Dantabhūmi sutta. De verschillen van een arahant en een gewoon niet onderwezen persoon; de gelijkenis van de tamme en de wilde olifant; hoe men de geest temt.

M.126 (MN.XIII.6) Bhūmija sutta. Heiligheid kan alleen worden bereikt door de navolging van het edele achtvoudige pad; verkeerde manieren van praktijk leveren geen resultaat op.

M.127 (MN.XIII.7) Anuruddha sutta. Soorten van bevrijding.

M.128 (MN.XIII.8) Upakkilesa sutta. Troebelingen van de geest.

M.129 (MN.XIII.9) Bālapandita sutta. De dwaas en de wijze; werelden van bestaan; hel; het dierenrijk; gelijkenis van blinde zeeschildpad; hemel; een universeel heerser.

M.130 (MN.XIII.10) Devadūta sutta. Het lot van degenen die de boodschappers van de dood negeren; slechte daden hebben slechte gevolgen; details over de hellen, de sferen van ellende.

Maj.Nik. sectie XIV. Vibhanga-vagga: M.131-142 (M.XIV.1-12)

M.131 (MN.XIV.1) Bhaddekaratta sutta. De ideale liefhebber van eenzaamheid.

M.132 (MN.XIV.2) Ānandabhaddekaratta sutta. Ānanda's uitleg van M.131.

M.133 (MN.XIV.3) Mahākaccānabhaddekratta sutta. Mahākaccāna’s uitleg van M.131.

M.134 (MN.XIV.4) Lomasakangiyabhaddekaratta sutta. De Boeddha legt M.131 uit aan Lomasakangiya.

M.135 (MN.XIV.5) Cūlakammavibhanga Sutta. Korte uitleg over kamma, wilsacties.

M.136 (MN.XIV.6) Mahākammavibhanga sutta. Grote uiteenzetting over kamma, wilsacties.

M.137 (MN.XIV.7) Salāyatanavibhanga sutta. Uitleg van de zesvoudige basis.

M.138 (MN.XIV.8) Uddesavibhanga sutta. Onderzoek van de leer.

M.139 (MN.XIV.9) Aranavibhanga sutta. Uiteenzetting van vrijheid van conflicten.

M.140 (MN.XIV.10) Dhātuvibhanga sutta. De uiteenzetting van de elementen.

M.141 (MN.XIV.11) Saccavibhanga sutta. De analyse van de leer.

M.142 (MN.XIV.12) Dakkhināvibhanga sutta. Soorten van donaties.

Maj.Nik. sectie XV. Salāyatana-vagga: M.143-152 (M.XV.1-10)

M.143 (MN.XV.1) Anāthapindikovāda sutta. Leerrede van de eerwaarde Sāriputta tot Anāthapindika op diens sterfbed.

M.144 (MN.XV.2) Channovāda sutta. Zelfdoding en volmaakte heiligheid van de Thera Channa.

M.145 (MN.XV.3) Punnovāda sutta. Raad van de Boeddha aan de eerwaarde Punna voordat deze naar het land van een wild, onbeschaafd volk vertrok.

M.146 (MN.XV.4) Nandakovāda sutta. Raad van Nandaka aan 500 bhikkhunis over vergankelijkheid, het frustrerende ervan, en over niet-zelf.

M.147 (MN.XV.5) Cūlarāhulovāda sutta. Kleine aansporing tot Rahula over de vergankelijke aard van de 12 zintuiglijke bases; Rāhula bereikte arahantschap.

M.148 (MN.XV.6) Chachakka sutta. De zesvoudige zesheid; zes inwendige gebieden; zes uitwendige gebieden; zes bewustbare rijken; zes aanraakbare rijken; zes voelbare rijken; zes dorstbare rijken; niet-zelf; persoonlijkheid.

M.149 (MN.XV.7) Mahāsalāyatanika sutta. De grote zesvoudige basis.

M.150 (MN.XV.8) Nagaravindeyya sutta. Leerrede tot de mensen van Nagaravinda.

M.151 (MN.XV.9) Pindapātapārisuddhi sutta. De zuivering van aalmoezen.

M.152 (MN.XV.10) Indriyabhāvanā sutta. Over het in bedwang hebben van de zintuigen.

Samyutta Nikāya

Sam.Nik. vagga 1 = sagatha vagga met 11 samyuttas (1-11)

Devatā-Samyutta = S.1 = S.I = S.I.1.

- Vragen of uitingen van godheden. 81 suttas.

Najavagga, de groep van het riet

S.1.1. De vloed

S.1.2. Bevrijding

S.1.3. Het bestaan vergaat

S.1.4. Dagen en nachten vergaan

S.1.5. De vloed

S.1.6. Belemmeringen

S.1.7-8. De waarheden

S.1.9. De reddende oever

S.1.10. Vredig en stralend

Nandanavagga, de groep van het Nandana park

S.1.11. Zinnelijke genietingen

S.1.12. Levensbenodigdheden brengen zorgen

S.1.13. Het eigen zelf en inzicht

S.1.14. De beste

S.1.15. Gelukzaligheid

S.1.16. Traagheid en luiheid

S.1.17. Moeilijk te volbrengen

S.1.18. Nauwgezetheid

S.1.19. Zonder verlangen

S.1.20. Samiddhi

Sattivagga, de groep van het spit

S.1.21. Niet blijvend

S.1.22. Als stof tegen de wind

S.1.23. Het kluwen

S.1.24. Terughouden van de geest

S.1.25. De Volmaakte

S.1.26. Vier lichtpunten

S.1.27. Opheffing van naam en vorm

S.1.28. Wie heeft begeerte opgegeven?

S.1.29. Nibbana

S.1.30. Nibbana

Satullapakāyikavagga - De sectie over de  Satullapa-Devatās

S.1.31. Met de goeden

S.1.32. Geven

S.1.33. Goed is het geven

S.1.34. Nibbana

S.1.35. De Ujjhānasaññinaka devata

S.1.36. Vertrouwen en nibbana

S.1.37. De bijeenkomst

S.1.38. De splinter en nibbana

Ādittavagga, het gedeelte van de vlammen

S.1.41. In brand

S.1.42. Geven

S.1.43. Geven

S.1.47. Verdienste

S.1.49. Vrij van gierigheid

Jarāvagga, gedeelte over ouderdom

S.1.51. Wat is goed?

Addhavagga, het gedeelte van het beheersen

Chetvāvagga. Het gedeelte van afsnijden

Devaputta Samyutta = S.2 = S.II = S.I.2.

- Vragen van de zonen van godheden. 30 suttas.

Pathama vagga - Het eerste deel

S.2.1. Kassapa (1)

S.2.2. Kassapa (2)

S.2.3. Magha

S.2.4. Māgadha

S.2.5. Dāmali

S.2.6. Kāmada

S.2.7. Pañcālacanda

S.2.8. Tāyana

S.2.9. Candima - De bede van de maangod om bescherming

S.2.10. Suriya paritta - De bede van de zonnegod om bescherming

Anāthapindikavagga - Het gedeelte over Anāthapindika

S.2.11. Candimasa 

S.2.12. Nibbana

S.2.13. Dīghalatthi

S.2.14. Nandana [nibbana]

S.2.15. Candana [nibbana]

S.2.16. Sudatta

S.2.17. Subrahman

S.2.18. Kakudha [nibbana]

S.2.19. Uttara [ouderdom, dood]

S.2.20. Devaputta Anathapindika

Nānātitthiyavagga - Over de leerstellingen van de verschillende scholen

S.2.21. Siva

S.2.22. Khema

S.2.23. Serin [geven]

S.2.24. Ghatīkara

S.2.25. Jantu

S.2.26. Rohitassa [nibbana]

S.2.27. Nanda

S.2.28. Nandivisāla

S.2.29. Susīma

S.2.30. De verschillende sektenleraren

Kosala-Samyutta = S.3 = S.III = S.I.3.

- Verhalen over koning Pasenadi van Kosala. 25 suttas

Pathama vagga - Het eerste deel. S.3. 01-10 

S.3.1. Jong

S.3.2. Tot onheil

S.3.3. Voor iedereen

S.3.4. Eigen vijand

S.3.5. Zelfbeheersing

S.3.6. Tot onheil

S.3.7. Tot onheil

S.3.8. Iedereen is zichzelf het dierbaarst

S.3.9. Het offer

S.3.10. Sterke boei

Dutiya vagga - Het tweede deel. S.3.11-20

S.3.11. Het onderkennen van sterkte van geest

S.3.12. De vijf koningen

S.3.13. Matig bij eten

S.3.14. Overwinning en nederlaag

S.3.15. Overwinning en nederlaag

S.3.16. Een vrouw kan meer waard zijn dan een man

S.3.17. Onvermoeibaarheid

S.3.18. Vriendschap met het goede

S.3.19. Juist gebruik van rijkdom

S.3.20. Wilsacties zijn ons eigendom

Tatiya vagga - Het derde deel. S.3.21-25 

S.3.21. Vier soorten personen

S.3.22. Dood komt voor iedereen

S.3.23. Eigenschappen tot onheil

S.3.24. Geven

S.3.25. Wedergeboorte als mens is moeilijk te bereiken

Māra-Samyutta = S.4 = S.IV = S.I.4.

- De vijandige daden van Māra jegens de Boeddha en zijn discipelen. 25 suttas.

Pathama vagga - Eerste deel. S.4.01-10

S.4.1. Zelfkwelling

S.4.2-3. Verzoeking door Mara

S.4.4. Verzoeking door Mara

S.4.5. Verzoeking door Mara

S.4.6-7. Verzoeking door Mara

S.4.8. Zonder zorgen [nibbana]

S.4.9-10.Het leven is kort

Dutiya vagga - Tweede deel. S.4.11-20 

S.4.11.Verzoeking door Mara

S.4.12. Verzoeking door Mara

S.4.13. De splinter

S.4.14. Onderwijs uit mededogen [nibbana]

S.4.15. Zonder verlangen [nibbana]

S.4.16. “Niet ik” maakt vrij [nibbana]

S.4.17. Buiten het bereik van de dood [nibbana]

S.4.18. [nibbana]

S.4.19. Geen toegang voor Mara [nibbana]

S.4.20. Hechten is een boei

Tatiya vagga - Derde deel. S.4.21-25 

S.4.21. [hechten is een boei]

S.4.22. Samiddhi

S.4.23. Godhika

S.4.24. Zeven jaren

S.4.25. Vergeefse verleiding door de dochters van Mara [nibbana]

Bhikkhunī-Samyutta  = S.5 = S.V = S.I.5.

- De vergeefse verleiding van Māra van nonnen en zijn woordentwist met haar. 10 suttas.

S.5.1-10. Getuigenissen van heilige nonnen [nibbana]

Brahma-Samyutta = S.6 = S.VI = S.I.6.

- Brahmā Sahampati richt tot de Boeddha het verzoek om de leer aan de wereld te verkondigen. 15 suttas.

S.6.1. De leer is moeilijk te begrijpen

S.6.2. Verering

S.6.3. Brahmadeva [nibbana]

S.6.4. vergankelijk

S.6.5. vergankelijk; magische krachten

S.6.6. Brahmās eren de Boeddha

S.6.7-8. Brahmās eren de Boeddha

S.6.9. vijandelijke gezindheid jegens heiligen brengt leed

S.6.10. vijandelijke gezindheid jegens heiligen brengt leed

S.6.11. Sanamkumāra

S.6.12. Brahmā Sahampati spreekt over Devadatta

S.6.13. Lofprijzing

S.6.14. De bhikkhu Abhibhu

S.6.15. mahaparinibbana

Brāhmana-Samyutta = S.7 = S.VII = S.I.7.

- De ontmoeting van de brahmaan Bhāradvāja met de Boeddha; en hun gesprek. 22 suttas.

Arahantavagga - Het gedeelte over de volmaakte heilige

S.7.1. Mevrouw Dhanañjānī

S.7.2. Niet boos worden

S.7.3. Verdraagzaam

S.7.4. Als fijn stof in de wind

S.7.5. Geen letsel toebrengen

S.7.6. Het kluwen

S.7.7. Reinheid niet door afkomst

S.7.8. De ware brahmaan

S.7.9. De ware brahmaan

S.7.10. Geen zorgen 

Upāsakavagga - Het gedeelte over de lekenvolgelingen

S.7.11. het zaaizaad

S.7.12. Udaya [nibbana]

S.7.13. Hoe wordt de gave tot zegen?

S.7.14. ontaarde zonen

S.7.15. Mānatthaddha

S.7.16. Paccanīka

S.7.17. Navakammika

S.7.18. In het bos [nibbana]

S.7.19. Zorgen voor ouders

S.7.20. Bedelmonnik

S.7.21. Zuiverheid niet door water

S.7.22. Vergadering te Khomadussa

Vangīsathera-Samyutta = S.8 = S.VIII = S.I.8.

- Vangisa's uitroeiing van begeerte. 12 suttas.

S.8.1. Vangisa

S.8.2. nibbana

S.8.3. Hoogmoed

S.8.4. Doof de begeerte

S.8.5. Goed gesproken

S.8.6. Sāriputta

S.8.7. de Pavarana ceremonie

S.8.8. Over Nibbana

S.8.9. Aññāsi-Kondañña

S.8.10. Maha Moggallāna

S.8.11. de Verhevene overtreft allen

S.8.12. [nibbana]

Vana-Samyutta = S.9 = S.IX = S.I.9.

- Bos-godheden leiden onontwikkelde monniken op het juiste pad. 14 suttas.

S.9.1. Afzondering in het bos

S.9.2. Uit mededogen

S.9.3. Kassapagotta

S.9.4. bhikkhus leven zonder vaste woonplaats

S.9.5. Ānanda

S.9.6. Anuruddha

S.9.7. Nāgadatta

S.9.8. Uit medelijden

S.9.9. Uit medelijden

S.9.10. [nibbana]

S.9.11. uit mededogen

S.9.12. 's Middags

S.9.13. Hoogmoedige bhikkhus

S.9.14. De lotusbloem

Yakkha-Samyutta = S.10 = S.X = S.I.10.

- De ontmoeting van demonen met de Boeddha en met nonnen. 12 suttas.

S.10.1. de yakkha Indaka

S.10.2. De yakkha met naam Sakka

S.10.3. de yakkha Sūciloma

S.10.4. de yakkha Manibhadda

S.10.5. Sanu bezeten door een yakkha

S.10.6. Een yakkhini luistert naar recitaties

S.10.7. Een yakkhini luistert naar de leer

S.10.8. [nibbana]

S.10.9. Een yakkha spoort de mensen aan

S.10.10. Een yakkha prijst een lekenvolgeling

S.10.11. Een yakkha prijst een lekenvolgeling

S.10.12.Wat is het beste bezit?

Sakka-Samyutta = S.11 = S.XI = S.I.11.

- De Boeddha somt de eigenschappen op van Sakka, de koning der goden. 25 suttas.

Pathama vagga – Eerste deel

S.11.1. strijd tussen goden en demonen [nibbana]

S.11.2. strijd tussen goden en demonen [nibbana]

S.11.3. De vaandelbescherming

S.11.4-5. Verdraagzaamheid

S.11.6. de jonge vogels

S.11.7. geen letsel

S.11.8. Verdraagzaamheid

S.11.9. De geur van gewijde wijzen

S.11.10. De demonenvorst Sambara 

S.11.11. Sakka en de geloften

S.11.12. Sakka

S.11.13. Sakka

S.11.14. De arme man

S.11.15. bekoorlijk

S.11.16. Verwerven van verdienste

S.11.17. Huldiging van de Verhevene

S.11.18. Huldiging door Sakka

S.11.19. Verering door Sakka

S.11.20. Verering door Sakka 

S.11.21. Toorn

S.11.22. Toorn

S.11.23. de demonenvorst Vepacitti

S.11.24. Een fout inzien

S.11.25. Toorn   

Sam.Nik. vagga 2 = nidana vagga met 10 samyuttas (12-21)

Nidāna-Samyutta  = S.12 = S.XII. = S.II.1.

- De uitleg van paticcasamuppāda (de leer van oorzakelijk ontstaan). (S.12.1-93)

Buddhavagga – het gedeelte over de Boeddha

S.12.1. De verkondiging van oorzakelijk ontstaan

S.12.2. Analyse van oorzakelijk ontstaan

S.12.3. De verkeerde en de juiste weg

S.12.4. Vipassin

S.12.5-9. Sikhin, Vessabhū, Kakusandha, Konāgamana, Kassapa

S.12.10. Gotama, de grote wijze van de Sakyas

Āhāra-vagga – over de voedingsstoffen

S.12.11. De voedingsstoffen, voedsel

S.12.12. Vier voedingsstoffen

S.12.13. Die ouderdom en dood niet/wel kennen

S.12.14. Samanas en brahmanen

S.12.15. De telg uit het huis Kaccāyana - Kaccānagotta sutta

S.12.16. De verkondiger der waarheid [nibbana]

S.12.17. Vragen van de naakte asceet Kassapa

S.12.18. De asceet Timbaruka

S.12.19. Hoe de wijze zich van de dwaas onderscheidt

S.12.20. De wet van oorzakelijk ontstaan

Dasabalavagga – Over de 10 krachten

S.12.21. De tien krachten

S.12.22. De tien krachten (2)

S.12.23. Afhankelijk

S.12.24. De asceten met een ander geloof

S.12.25. Bhūmija

S.12.26. Upavāna - het lijden is veroorzaakt door contact

S.12.27. De oorzakelijkheid

S.12.28. De Bhikkhu - de edele discipel

S.12.29. Samanas en brahmanen

S.12.30. Samanas en brahmanen

Kalārakhattiya-Vagga - over de edelman Kalāra

S.12.31. Geworden [bevrijd; nibbana]

S.12.32. Kalāra, de bhikkhu edelman

S.12.33. De onderwerpen van het weten (1)

S.12.34. De onderwerpen van het weten (2)

S.12.35. Uit onwetendheid, het niet-weten als oorzaak ontstaan (1)

S.12.36. Uit onwetendheid, het niet-weten als oorzaak ontstaan (2)

S.12.37. Niet jullie toebehorend [oorzakelijk ontstaan]

S.12.38. Het denken (1)

S.12.39. Het denken (2)

S.12.40. Het denken (3)

S.12. 41-50 Nidāna-Samyutta - Van de oorzaken

Gahapativagga – van het gezinshoofd

S.12.41. Stroomintrede

S.12.43. Het lijden

S.12.44. De wereld

S.12.45. Nātika

S.12.46. Oorzakelijk ontstaan

S.12.47. Oorzakelijk ontstaan

S.12.48. Oorzakelijk ontstaan

S.12.49. [oorzakelijk ontstaan]

S.12.50. oorzakelijk ontstaan

Rukkhavagga – van de boom

S.12.51. Oorzakelijk ontstaan en kamma [nibbana]

S.12.52 [oorzakelijk ontstaan]

S.12.53. [oorzakelijk ontstaan]

S.12.54-56. oorzakelijk ontstaan

S.12.57 [oorzakelijk ontstaan]

S.12.58. [oorzakelijk ontstaan]

S.12.59. [oorzakelijk ontstaan]

S.12.60. [oorzakelijk ontstaan]

Mahāvagga – het grote gedeelte

S.12.61. [nibbana]

S.12.62. [contact]

S.12.63. voedingsstoffen. 1

S.12.64. voedingsstoffen. 2

S.12.66. Overweging

S.12.67. De bundels riet

S.12.68. de eerwaarde Musila, te Kosambi

S.12.69. zoals de oceaan toeneemt of afneemt

S.12.70. De magische krachten

Samana-Brāhmana-Vagga – van samanas en brahmanen 

S.12.71-81

Antara-peyyāla-Vagga – van de afgekorte stukken 

S.12.82-93.

Abhisamaya-Samyutta = S.13. (S.XIII)

- De aansporing om de belemmeringen volledig te verwijderen. (S.13.1-11)

S.13.1-11. Stroomintrede

Dhātu-Samyutta = S.14. [S.XIV]

- De beschrijving van fysieke, mentale en abstracte elementen.

Nānattavagga – het deel van de verscheidenheid

S.14.1. elementen

S.14.2. Contact

S.14.3. verscheidenheid

S.14.4. verscheidenheid

S.14.5. Verscheidenheid

S.14.6. Verscheidenheid der elementen

S.14.7. Verscheidenheid

S.14.8. Verscheidenheid der elementen

Dutiya vagga – het tweede deel

S.14.11. De zeven

S.14.12. Met oorzakelijke basis

S.14.13. Het element onwetendheid

S.14.14. overeenkomstig hun elementen

S.14.15. overeenkomstig hun elementen

S.14.16-29. soort zoekt soort

S.14.30-39. Vier elementen en ontkomen eraan

Anamatagga-Samyutta = S.15. [S.XV]

- Over het ontelbare begin (van samsāra). Twintig suttas. (S.15.1-20)

S.15.1-4. Geen eerste begin bekend

S.15.5-6. Lengte van aeon

S.15.7-8. Aeonen

S.15.9. Begin van de kringloop van bestaan is onbekend

S.15.10. Begin van de kringloop van bestaan is onbekend

S.15.13. begin van de kringloop van bestaan is onbekend

S.15.14-19. Familie in kringloop van bestaan

S.15.20. vergankelijk en troosteloos zijn de formaties

Kassapa-Samyutta = S.16. [S.XVI]

- Over de eerwaarde Kassapa. Dertien suttas. (S.16.1-13)

S.16.1. Tevreden

S.16.2. Niet en wel ijverig en fijngevoelig

S.16.3. Aan de maan gelijk

S.16.4.  Bezoeker van de gezinnen

S.16.5. Maha Kassapa, oud geworden

S.16.6. Vermaning (I)

S.16.7. Vermaning (II)

S.16.8. Vermaning (III)

S.16.9. De meditatieve verdiepingen en de wonderkrachten

S.16.10. Maha Kassapa en Ananda

S. 16.11. Het gewaad

S.16.12. Is de Tathagata na het overlijden?

S.16.13. Vervalsing van de goede leer

Lābhasakkāra-Samyutta = S.17. [S.XVII] 

- Winst, eer en roem zijn een hindernis, een gevaar voor de bhikkhu. (S.17.1-43)

S.17.35. Na de dood van Devadatta - Acirapakkanta Sutta 

Rāhula-Samyutta = S.18. [S.XVIII]

- Instructie van Rāhula. (S.18.1-22)

S.18.1-10.  Toespraak tot Rahula over vergankelijkheid

S.18.11-20. herhaling

S.18.21. Toespraak tot Rahula over niet-ik

S.18.22. niet-ik

Lakkhana-Samyutta = S.19. [S.XIX]

- Vragen van Lakkhana. (S.19.1-21)

Opamma-Samyutta = S.20. [S.XX]

- Gelijkenissen

S.20.2. wedergeboorte

S.20.3. metta

S.20.4. metta (2)

S.20.5. metta (3)

S.20.6. metta (4)

Bhikkhu-Samyutta = S.21. [S.XXI]

- Aanmaningen van de Boeddha en de eerwaarde Maha Moggallāna tot de monniken. (S.21.1-12)

S.21.1. Kolita (Mahā-Moggallāna)

Sam.Nik. vagga 3 = khandha vagga met 13 samyuttas (22-34)

Khandha-Samyutta = S.22. = S.XXII = S.III.1.  

- De lichamelijke en geestelijke aggregaten die het “individu” vormen. (S.22.1-158)

S.22.1. Nakulapitā 

S.22.2. Devadaha 

S.22.20. Ik-loze oorzaak

S.22.22. De last

S.22.32. Het onverwoestbare [nibbana]

S.22.53. Naderen 

S.22.57. Volleerd

S.22.59. De kenmerken van anatta

S.22.82. Op de Uposatha dag

S.22.83. Ananda - niet zelf

S.22.85. Yamaka

S.22.88. Assaji

S.22.89. Khemaka

S.22.90. Channa

S.22.96. Koemest

S.22.99. De leren riem

S.22.102. Vergankelijkheid

Rādha-Samyutta = S.23. (S.XXIII)

- Vragen van Rādha. 46 suttas. (S.23.1-46)

Ditthi-Samyutta = S.24. (S.XXIV)

- Misleidende visies ontstaan door het hechten aan de aggregaten. 96 suttas. (S.XXIV.1-96)

Okkantika-Samyutta = S.25 (S.XXV)

- Het betreden van het Pad door vertrouwen (saddhā). (S.25.1-10)

Uppāda-Samyutta = S.26  (S.XXVI).

- Het ontstaan van de aggregaten leidt tot onvoldaanheid, lijden. (S.26.1-10)

Kilesa-Samyutta = S.27. (S.XXVII).

- Verontreinigingen ontstaan vanuit de zesvoudige zintuiglijke basis en zinsbewustzijn. 10 suttas. (S.27.1-10)

Sāriputta-Samyutta = S.28. (S.XXVIII)

- Over de meditatieve verdiepingen. 10 suttas.

Nāga-Samyutta = S.29. (S.XXIX)  

- Opsomming van vier soorten nāgas. 50 suttas. (S.29.1-50)

Supanna-Samyutta = S.30. (S.XXX)

- Opsomming van vier soorten garudas. 46 suttas. (S.30.1-46)

Gandhabbakāya-Samyutta = S.31. (S.XXXI)

- Beschrijving van de gandhabba godheden. 112 suttas. (S.31.1-112)

Valāhaka-Samyutta = S.32. (S.XXXII)

- Beschrijving van de geesten in de wolken. 57 suttas. (S.32.1-57)

Vacchagotta-Samyutta = S.33. (S.XXXIII)

- Vacchagotta's metafysische vragen. 55 suttas. (S.33.1-55)

Samadhi-Samyutta = S.34. (S.XXXIV)

- Opsomming van de vier typen van beoefenaars van de meditatieve verdiepingen (jhanas). 55 suttas. (S.34.1-55)

Sam.Nik. vagga 4 = Salayatana-vagga met 10 Samyuttas (35-44)

Salāyatana-Samyutta = S.35. (S.XXXV)

- De zesvoudige basis der zintuigen en de juiste houding ten opzichte ervan. 207 suttas. (S.35.1-207)

S.35.28.  De vuur-toespraak

S.35.60-62. Doorzien en meesterschap

S.35.63. Alleen vertoeven

S.35.84-85. Verwelken en Leeg

S.35.92. Tweeheid (1)

S.35.93. Tweeheid (2)

Vedanā-Samyutta = S.36. (S.XXXVI)

- De drie soorten van gevoelens en de juiste houding ten opzichte ervan. 29 suttas. (S.36.1-29)

S.36.1-10. vergankelijk

Mātugāma-Samyutta = S.37. (S.XXXVII)

- De bestemmingen en krachten van vrouwen overeenkomstig haar eigenschappen. 34 suttas. (S.37.1-34)

Jambukhādaka-Samyutta = S.38. (S.XXXVIII)

- Vragen van de rondtrekkende asceet, de roze-appel-eter, aan de eerwaarde Sāriputta. 16 suttas. (S.38.1-16)

Sāmandaka-Samyutta = S.39. (S.XXXIX)

- Vragen van de rondtrekkende asceet Sāmandaka aan de eerwaarde Sāriputta. 16 suttas. (S.39.1-16)

Moggallāna-Samyutta = S.40. (S.XL)

- De eerwaarde Maha-Moggallāna legt de meditatieve verdiepingen uit aan de monniken. (S.40.1-9). En hij legt aan Sakka uit dat toevluchtname tot de Boeddha, Dhamma en Ariyasangha heel goed is. (S.40.10-11)

S.40.1 Met overwegingen - Paṭhamajhānapañhā Sutta

S.40.2-8 - Dutiyajhānapañhā, Tatiyajhānapañhā, Catutthajhānapañhā, Ākāsānañcāyatanapañhā, Viññāṇañcāyatanapañhā, Ākiñcaññāyatanapañhā, Nevasaññānāsaññāyatanapañhā Sutta

S.40.9 Zonder voorstelling - Animittapañhā Sutta

S.40.10-11 Sakka II (Goed is toevluchtname) - Sakka Sutta

Citta-Samyutta = S.41 (S.XLI).

- Gezinshoofd Citto. Zintuigen en zinsobjecten zijn niet innerlijk slechts; alleen de onheilzame gedachten (verlangens) die ontstaan door contact ermee zijn slecht. 10 suttas. (S.41.1-10)

Gāmani-Samyutta = S.42. (S.XLII)

- De definities van “toornig” en “vriendelijk”. 13 suttas. (S.42.1-13)

S.42.11. De wil - Bhadraka Sutta

Asankhata-Samyutta = S.43. (S.XLIII)

- Het niet-samengestelde (nibbāna). 44 suttas. (S.43.1-44)

S.43.1-12. Het ongevormde

S.43.13. Het doel

S.43.14-44. Nibbana

Avyākata-Samyutta = S.44. (S.XLIV)

- Bespiegelende (speculatieve) vragen gesteld aan de eerwaarden Khemā, Anuruddha, Sāriputta en Moggallāna. 11 suttas. (S.44.1-11)

Sam.Nik. vagga 5 = maha vagga met 12 samyuttas (45-56)

Magga-Samyutta = S.45. (S.XLV)  

- Het achtvoudige pad. 180 suttas. (S.45.1-180)

S.45.1. Onwetendheid - weten

S.45.2. De helft - het hele

S.45.3. Sāriputta

S.45.4. Eigenschappen naar de overwinning

S.45.5. Het achtvoudige pad I

S.45.6. Het achtvoudige pad II

S.45.7. Nibbana

S.45.8. Het edele achtvoudige pad

S.45.10. Het pad naar Nibbana

S.45.11. Het beleven

S.45.12. Beleven II

S.45.13. Leerling

S.45.35-40. Edele achtvoudige pad en doel

S.45.159. Te overwinnen

S.45.160. Terugkeer niet mogelijk

Bojjhanga-Samyutta = S.46. (S.XLVI)

- De zeven factoren van Verlichting (oplettendheid, onderzoek van de leer, inspanning met volharding, vervoering, kalmte, concentratie, gelijkmoedigheid). 187 suttas. (S.46.1-187)

46.14. Mahā Kassapa Thera bojjhanga

46.15. Mahā Moggallāna Thera bojjhanga

46.16. Mahā Cunda Thera bojjhanga

Satipatthāna-Samyutta = S.47. (S.XLVII)

- De vier grondslagen van oplettendheid. 50 suttas. (S.47.1-50)

S.47.1. De rechtstreekse weg 

S.47.2. Oplettend I

S.47.3. Het begin van heilzame dingen

S.47.4. oefenen in de vier grondslagen van oplettendheid

S.47.5. Vijf hindernissen. Onheilzaam en heilzaam

S.47.6. Verdwaal niet

S.47.7. Raak niet op een verkeerde weg

S.47.8. ontplooiing van de vier grondslagen van oplettendheid

S.47.10. ontplooiing van de vier grondslagen van oplettendheid

S.47.11. Een groot mens

S.47.13. Bij het overlijden van de eerwaarde Sariputta

S.47.14. Na het heengaan van de eerwaarden Sariputta en Maha Moggallana

S.47.15. Bahiya. Korte uitleg van de leer

S.47.17. De vier grondslagen van oplettendheid

S.47.18. Brahma Sahampati

S.47.19. De acrobaat

S.47.21. heilzame deugden

S.47.22-23. Bestaan en verval

S.47.26-27. Ten dele en volledig

S.47.28. Vrucht van het ontplooien van oplettendheid

S.47.29. Het gezinshoofd Sirivaddha

S.47.32-34. Vrucht van de vier grondslagen van oplettendheid

S.47.35. Oplettend

S.47.37. grondslagen van oplettendheid en afnemen van de wil

S.47.38. Doorzien

S.47.40. Uitleg van de vier grondslagen van oplettendheid

S.47.41. Niet het doodloze

S.47.42. Ontstaan en vergaan

S.47.48. Vriendschap

S.47.49. Gevoel

S.47.50. Neigingen

Indriya-Samyutta = S.48. (S.XLVIII)

- Krachten, voornamelijk de vijf vermogens (vertrouwen, energie, oplettendheid, concentratie, wijsheid). 185 suttas. (S.48.1-185)

S.48.1. Vijf krachten

S.48.2-5. heilig

S.48.6-7. Brahmanen en asceten

S.48.8. uitleg

S.48.10. Uitleg 2

S.48.11. Vijf krachten

S.48.12-14. In het kort I-III

S.48.15-17. Uitvoerig

S.48.18. de vijf krachten

S.48.19. meester in de vijf krachten

S.48.20. vijf krachten

S.48.21. niet en wel overeenkomstig de werkelijkheid

S.48.22. Drie krachten

S.48.23. Drie andere krachten

S.48.24. Vijf krachten

S.48.25. Zes krachten

S.48.26-27. Stroomintrede en heiligheid

S.48.29-30. Asceten en brahmanen

S.48.31. Vijf krachten

S.48.36-38. Uiteenzetting

S.48.39. Vijf krachten

S.48.40. vijf krachten

S.48.41. Ouderdom

S.48.42. De brahmaan Unnabha; toevlucht van de zintuigen

S.48.43. Sāketa

S.48.49. Pindola

S.48.50. Vertrouwen

S.48.51. Vermogens

S.48.52. het edele inzicht

S.48.53. De oefenende

S.48.54. In het voetspoor

S.48.55. Kernhout

S.48.56. Ernst

S.48.57. Brahmā Sahampati

S.48.58. Hoogste toeneiging

S.48.59-60. Ontstaan van de vijf vermogens

S.48.61-64. Vijf vermogens

S.48.65-66. Twee vruchten; zeven voordelen

S.48.67-70. Vermogens

Samma-ppadhāna-Samyutta = S.49. (S.IL)

- De vier juiste inspanningen. (Zie ook M.77).

Bala-Samyutta = S.50. (S.L.)  

- De vijf vermogens of krachten, namelijk de kracht van vertrouwen, de kracht van energie, de kracht van oplettendheid, de kracht van concentratie, de kracht van wijsheid. (Zie ook S.48.1-8)

Idhipāda-Samyutta = S.51. (S.LI)  

- Iddhi-pada; wegen naar macht (succes), namelijk de vier psychische vermogens (wil, energie, denken, onderzoek). 86 suttas. (S.51.1-86)

S.51.1. Iddhi-pada

S.51.5-6. magische krachten

S.51.7. bevrijding van het gemoed en bevrijding door wijsheid

S.51.8. De Volmaakt Ontwaakte

S.51.9. De vier wegen naar macht

S.51.11. ontplooiing van geestelijke krachten

S.51.12. De vier wegen naar macht

S.51.13. De wil

S.51.14. Maha Moggallāna

S.51.15. De wil

S.51.16-17. Macht en magie

S.51.18. de vier wegen naar macht

S.51.19. Krachten 

Anuruddha-Samyutta = S.52. (S.LII)

- Bovennatuurlijke krachten verworven door Anuruddha, door oplettendheid. 24 suttas. (S.52.1-24)

Jhāna-Samyutta = S.53. (S.LIII)

- De vier meditatieve verdiepingen (jhānas).

Ānāpāna-Samyutta = S.54. (S.LIV)  

- Oplettendheid bij het ademhalen. 20 suttas. (S.54.1-20)

S.54.1. Meditatie bij in- en uitademen

S.54.2. Oplettend in- en uitademen

S.54.8. concentratie bij het in- en uitademen

S.54.9. Walgelijkheid

S.54.10. Uitleg van de concentratie op de ademhaling

Sotāpatti-Samyutta = S.55. (S.LV)

- Beschrijving van de in de stroom getredene. 74 suttas. (S.55.1-74)

S.55.14. Stroomintrede

S.55.3. Dhigavu. Stroomintrede

S.55.5. Stroomintrede

S.55.6. Stroomintrede

S.55.21-22. Stroomintrede

S.55.24-25. Over de niveaus van heiligheid

S.55.26-27. Stroomintrede

S.55.28. Stroomintrede

S.55.30. Stroomintrede

S.55.31-33. Stroomintrede

S.55.34-35. Stroomintrede

S.55.36. Stroomintrede

S.55.37. De lekenvolgeling

S.55.38. Stroomintrede

S.55.39. Stroomintrede

S.55.40. Stroomintrede

S.55.41-43. Stroomintrede

S.55.44-45. Stroomintrede

S.55.50. Stroomintrede

S.55.52. Niveaus van heiligheid

S.55.53. Stroomintrede

S.55.54. Ziekte; stroomintrede; heiligheid

S.55.55-74. Heiligheid

Sacca-Samyutta = S.56. (S.LVI)  

- De edele waarheden. 131 suttas. (S.56.1-131)

S.56.1-2. Ontwikkel concentratie

S.56.3-4. Tot begrip van de edele waarheden

S.56.5-6. Door middel van de edele waarheden

S.56.7-10. Overdenk de vier edele waarheden

S.56.11. Dhammacakkappavattana vagga - het middenpad

S.56.12-16. De vier edele waarheden

S.56.17-18. onwetend en wetend

S.56.19-21. De edele waarheden

S.56.22. De edele waarheden

S.56.23. De volmaakt Ontwaakte

S.56.29. Te doorzien en te ontplooien

S.56.32. Onmogelijk

S.56.33. Wedergeboorte

S.56.34. Doordringen van de edele waarheden

S.56.35. Geen voorstelbaar begin

S.56.36. Inzien van de edele waarheden

S.56.37. Juist inzicht

S.56.38. Gelijkenis van de zon

S.56.39. Inzien van de edele waarheden

S.56.40. Inzien van de edele waarheden

S.56.41. overdenken van de edele waarheden

S.56.42-44. De vier edele waarheden

S.56.45. Heel moeilijk

S.56.46. Duisternis

S.56.47-48. Gelijkenis van eenogige zeeschildpad. Heel zelden

S.56.52-60. Stroomintrede

S.56.61-131. wedergeboorte; vier edele waarheden

Anguttara Nikāya

verdeeld in elf groepen, (nipātas).

Ang.Nik. 1. Ekaka-nipata; het boek van een.

Het Ekaka-Nipata, het boek van een, is verdeeld in 20 hoofdstukken of vaggas en bevat 37 suttas.

1. rūpādi-vagga (I.1-10)

A. I. 1-10. Vrouw en man

A.I.1. (A.I.1-10) Man en vrouw

2. nīvaranappahāna-vagga (II.1-10)

A.I.2. (A.I.2.1-10) De vijf geestelijke hindernissen

3. akammaniya-vagga (III.1-10)

A.I.3. (A.I.3.1-10) De ongetemde en de getemde geest

4. adanta-vagga (IV.1-7)

A.I.4. (A.I.4.1-7) Temmen van de geest

5. panihita-accha-vagga (V.1-10)

A.I.5. (A.I.5.1-2) Verkeerd en juist gerichte geest

A.I.6. (A.I.5.3-4) Doorschouwen van de geest

A.I.7. (A.I.5.5-6) De poel water

A.I.8. (A.I.5.7) Ontplooide geest

A.I.9. (A.I.5.8) De snelle wisseling van het bewustzijn

A.I.10. (A.I.5.9-10) Het heldere bewustzijn

6. acharā-sanghāta-vagga (VI.1-7)

A.I.11. (A.I.6.1-2) Het heldere bewustzijn II

A.I.12. (A.I.6.3-5) Metta

A.I.13. (A.I.6,6-7) De bron van alle goed en kwaad

7. viriyārambhādi-vagga (VI.10; VII.1-10; VIII.1-3)

A.I.14. (A.I.6,10; A.I.7,1-10; A.I.8,1-3) Verwaarlozing en energie I

8. kalyānamittādi-vagga (VIII.4-10; IX.1)

A.I.15. (A.I.8.4-5) De factoren van Verlichting

A.I.16. (A.I.8.6-10; A.I.9.1) De hoogste winst

9. pamādādi-vagga (IX.2-17)

A.I.17. (A.I.9.2-17) Achteloosheid en deugden II

10. dutiya-pamādādi-vagga (X.1-32)

A.I.18. (A.I.10.1-16) Achteloosheid en deugden III

A.I.19. (A.I.10.17-32) Achteloosheid en deugden IV

11. adhamma-vagga (X.33-42; XI.1-10)

A.I.20. (A.I.10.33-42; A.I.11.1-10) Leer en discipline

12. anāpatti-vagga (XII.1-20)

A.I.21. (A.I.12.1-20) Leer en discipline II

13. ekapuggala vagga – (Pali) (XIII.1-17)

A.I.22. (A.I.13.1-16) Het enige wezen

A.I.23. (A.I.13.17) Sāriputta

14. etadagga vagga – (Pali) (XIV.1-7)

A.I.24. (A.I.14.1-7) De top van de discipelen

15. atthana-pali (XV.1-28)

A.I.25. (A.I.15.1-28) Onmogelijk en mogelijk

16. ekadhamma-pâli – (Pali) (XVI.1-4)

A.I.26. (A.I.16.1. 1-10) De tien overwegingen

A.I.27. (A.I.16.2. 1-8) Juist inzicht en verkeerde opvatting

A. I.28-31. Onontwikkelde en ontwikkelde geest

A.I.28. (A.I.16.2. 9-10) Juist inzicht

A.I.29. (A.I.16.3. 1-3) De invloed van verkeerde opvatting en van juist inzicht

A.I.30. (A.I.16.3. 4) Makkhali Gosâla

A.I.31. (A.I.16.3. 5-12) Goede en slechte heilsleer

A.I.32. (A.I.16.3. 13-14) De gelijkenis van uitwerpselen

A.I.33. (A.I.16.4. 1-44) Wedergeboorte. De gelijkenis van de Indiase aarde

17. pasāda-kara-dhamma-vagga (XVII.1-16)

18. apara-accharāsanghāta-vagga (XVIII)

A.I.35. (A.I.18) Wegen van de meditatie

19. kāyagatāsati-vagga (XIX)

A.I.36. (A.I.19) Beschouwing van het lichaam I

20. amata-vagga (XX)

A.I.37. (A.I.20) Beschouwing van het lichaam II

Ang.Nik. 2. Duka-nipata; het boek van twee.

Het boek van twee is verdeeld in 19 vaggas die 246 suttas bevatten.

1. kammakarana-vagga (A.II.1-10)

A.II.1 (A.II.1.1.)  Vajja sutta - De schuld

A.II.2 (A.II.1.2.) Padhana sutta - Inspanningen

A.II.3-4 (A.II.1.3-4) - Tapaniya sutta en Atapaniya sutta - Dingen met en zonder pijn

A.II.5 (A.II.1.5) Upaññata Sutta - Onophoudelijk streven

A.II.6 (A.II.1.6) Boeien

A.II.7-8 (A.II.1.7-8) Twee eigenschappen - Kanha sutta en Sukka sutta

A.II.9 (A.II.1.9) De beschermers van de wereld - Cariya sutta

A.II.10 (A.II.1.10) De regentijd - Vassupanayika sutta

2. adhikarana-vagga (A.II.11-21)

A.II.11 (A.II.2.1) Overweging en ontplooiing - I

A.II.12 (A.II.2.2) Overweging en ontplooiing - II

A.II.13 (A.II.2.3) Overweging en ontplooiing - III

A.II.14 (A.II.2.4) Manieren van uitleg

A.II.15 (A.II.2.5) Zelfonderzoek bij ruzies [tussen monniken]

A.II.16. (A.II.2.6) Verschillende wedergeboorte

A.II.17. (A.II.2.7) Het gedane en het niet gedane

A.II.18. (A.II.2.8A) Te vermijden en uit te oefenen

A.II.19. (A.II.2.9) Overwinning en opwekking

A.II.20-21. (A.II.2.10-11) Waarheidsgetrouwe overlevering

3. bāla-vagga (A.II.22-32)

A.II.22. (A.II.3.1) Dwazen en wijzen

A.II.23-26. (A.II.3.2-5) Verkeerde beweringen

A.II.27-30. (A.II.3.6-9) Twee soorten resultaat

A.II.31. (A.II.3.10) Eenzaamheid in het bos

A.II.32. (A.II.3.11) Kalmte van geest en inzicht

4. samacitta-vagga (A.II.33-42)

A.II.33. (A.II.4.1) Dankbaarheid

A. II.34. (A.II.4.2) De ouders

A.II.35. (A.II.4.3) Handelen en niet handelen

A.II.36. (A.II.4.4.) Gaven waardig

A.II.37. (A.II.4.5.) De geboeiden

A.II.38. (A.II.4.6) Oorzaken van ruzie

A.II.39. (A.II.4.7) Rang van de rijpen (volgroeiden) en rang van de onrijpen (onvolgroeiden)

A.II.40. (A.II.4.8) De gelijkenis van de rovers

A.II.41. (A.II.4.9) Gezinshoofd en thuisloze

A.II.42 (A.II.4.10) Getrouwe overlevering - II

5. parisa-vagga (A.II.43-52)

A.II.43 (A.II.5.1) Ondiepe en diepzinnige bijeenkomst

A.II.44. (A.II.5.2.) Niet-harmonieuze en harmonieuze bijeenkomst

A.II.45 (A.II.5.3) Edele en onedele bijeenkomst

A.II.46 (A.II.5.4) Niet heilige en heilige bijeenkomst

6. purisa-vagga (A.II.53-64)

A.II.53-56 (A.II.6.1-4) De Verlichte en de wereldheerser

A.II.57 (A.II.6.5) Twee soorten Ontwaakten

A.II.58-60 (A.II.6.6-8) Onwrikbaar

7. sukha-vagga (A.II.67-77)

A. II.65-77. (A.II.7.1-13) Twee soorten geluk

8. sanimitta-vagga (A.II.78-87)

A.II.78-87 (A.II.8.1-10) Oorzakelijk ontstaan van het onheilzame

9. dhamma-vagga (A.II.88-98)

A.II.88-98 (A.II.9.1-11) Twee dingen

10. bāla-vagga (A.II.99-118)

A.II.99-108 (A.II.10.1-10) Dwazen en wijzen

A.II.109-118. De slechte invloeden

11. āsāduppajaha-vagga (A.II.119-130)

A.II.119 (A.II.11.1) Twee soorten dorst

A.II.120-121 (A.II.11.2-3) Zelden te ontmoeten

A.II.122-123 (A.II.11.4-5) Tevreden

A.II.124-125 (A.II.11.6-7) Afhankelijk ontstaan van begeerte en haat

A.II.126-127 (A.II.11.8-9) Voorwaardelijk ontstaan van inzicht

A.II.128-130 (A.II.11.10-12) Fouten, misstappen tegen de discipline

12. āyācana-vagga (A.II.131-141)

A.II.131-134 (A.II.12.1-4) De voorbeelden

A.II.135-136 (A.II.12.5-6) De dwaas en de wijze - I

A.II.137-138 (A.II.12.7-8) De dwaas en de wijze - II

A.II.139-141 (A.II.12.9-11) Twee dingen - II

13. dāna-vagga (A.II.142-151)

A.II.142-151 (A.II.13.1-10) Twee soorten gaven

14. santhāra-vagga (A.II.152-163)

A.II.152-163 (A.II.14.1-12) Twee soorten hulp

15. samāpatti-vagga (A.II.164-180)

A.II.164-180 (A.II.15.1-16) Twee dingen - III

16. kodha-peyyāla A.II.181-190)

A.II.181-190 (A.II.16.1-10) Twee dingen - IV

17. akusala-peyyāla (A.II.191-200)

A.II.191-200 (A.II.17.1-10) Twee dingen - V

18. vinaya-peyyāla (A.II.201-230)

A.II.201-230 (A.II.18.1-30) De discipline van de Orde

19. rāga-peyyāla (A.II.231-246)

A.II.231-246 (A.II.19.1-16) De serie over het herkennen van begeerte

Ang.Nik. 3. Tika-nipata; het boek van drie.

Het Tika-Nipāta, het boek van drie, is verdeeld in 18 vaggas, 18 hoofdstukken. Ze bevatten samen 184 suttas.

          Hoofdstuk 1. Bāla Vagga

A.III.1 (A.III.1.1) Bhaya sutta - Gevaar

A.III.2 (A.III.1.2) Lakkhana sutta - De kenmerken van de dwaas en van de wijze

A.III.3 (A.III.1.3) Cintī sutta - De kentekenen van de dwaas en van de wijze

A.III.4 (A.III.1.4) Accaya sutta - Fouten tegen de Orde

A.III.5 (A.III.1.5.) Ayonisa sutta - Vraag en antwoord

A.III.6-8 (A.III.1.6-8) Akusala sutta, Sāvajja sutta, Sabyābajjha sutta - De drie daden

A.III.9 (A.III.1.9) Khata sutta - De onverstandige en de verstandige

A.III.10 (A.III.1.10) Mala sutta - De drie smetten

Hoofdstuk 2. rathakāra-vagga – (A.III.11-20)

A.III.11 (A.III.2.1) Ñata sutta - Slechte en goede invloed

A.III.12 (A.III.2.2) Saraniya sutta - Drie onvergetelijke oorden

A.III.13 (A.III.2.3) Āsamsa sutta - Hoop

A.III.14 (A.III.2.4) Cakkavatti sutta - De koning van de wet

A.III.15 (A.III.2.5) De gelijkenis van de wagenbouwer

A.III.16 (A.III.2.6) Apannaka sutta - De middelen om de neigingen te laten uitdrogen

A.III.17 (A.III.2.7) Attabyābādha sutta - Kwelling brengende

A.III.18 (A.III.2.8) Redenen voor schaamte

A.III.19 (A.III.2.9) De gelijkenis van de koopman

A.III.20 (A.III.2.10) De gelijkenis van de koopman - II

Hoofdstuk 3. puggala-vagga (A.III.21-30)

A.III.21 (A.III.3.1) Samiddha sutta - De edele volgelingen

A.III.22 (A.III.3.2) Gilāna sutta - De drie zieken

A.III.23 (A.III.3.3) Sankhāra sutta - Drie soorten mensen

A.III.24 (A.III.3.4) Bahukara sutta - Drie grote weldoeners

A.III.25 (A.III.3.5) Vajirûpama sutta - De drie harten

A.III.26 (A.III.3.6) Sevitabba sutta - De omgang - I

A.III.27 (A.III.3.7) Jigucchitabba sutta - De omgang - II

A.III.28 (A.III.3.8) Gūthabhānī sutta - Drie soorten gesprekken

A.III.29 (A.III.3.9) Andha sutta - De ogen

A.III.30 (A.III.3.10) Avakujja sutta - Drie soorten toehoorders

Hoofdstuk 4. Devadûta Vagga –  (A.III.31-40)

A.III.31 (A.III.4.1) Sabrahmaka sutta - De ouders - 1

A.III.32 (A.III.4.2) Ānanda sutta - Vrij van de ik-waan I

A.III.33 (A.III.4.3) Sāriputta sutta - Vrij van ik-waan II

A.III.34 (A.III.4.4.) Nidāna sutta - De drie oorzaken voor het ontstaan van de daden

A.III.35 (A.III.4.5) Over de goede slaap

A.III.36 (A.III.4.6) Devadūta sutta - De drie goddelijke boden

A.III.37 (A.III.4.7) Yama, de vorst van de dood

A.III.38a (A.III.4.8) De vastendag, Uposatha - Catumaharaja sutta

A.III.38b (A.III.4.9) Sakka, de koning der goden - I

A.III.38c (A.III.4.10) Sakka, de koning van de goden - II

A.III.39a (A.III.4.11) Drie soorten van roes - I

A.III.39b (A.III.4.12) Drie soorten van roes - II

A.III.40 (A.III.4.13)  De drie beweegredenen tot het goede

Hoofdstuk 5. cūla-vagga (A.III.41-51)

A.III.41 (A.III.5.1) Drie voorwaarden van de vrijgevigheid

A.III.42 (A.III.5.2) Kenmerken van de persoon vol vertrouwen

A.III.43 (A.III.5.3) Voorwaarden voor onderricht van de leer

A.III.44 (A.III.5.4) Recitatie van de leer met succes

A.III.45 (A.III.5.5) Door wijzen geprezen

A.III.46 (A.III.5.6) De invloed van de deugdzamen

A.III.47-48 (A.III.5.7-8) Het gevormde en het ongevormde [nibbana]

A.III.49 (A.III.5.9) De invloed van degene vol vertrouwen

A.III.50 (A.III.5.10) Redenen voor inspanning

A.III.51 (A.III.5.11) De gelijkenis van de bandieten

Hoofdstuk 6. brāhmana-vagga (A.III.52-61)

A.III.52-53 (A.III.6.1-2)  Pathama, Dutiya-dvebrāhmana sutta - Ouderdom, ziekte en dood I-II

A.III.54-55 (A.III.6.3-4) Aññatarabrahmana, Paribbajaka sutta - De zichtbare leer I-II

A.III.56 (A.III.6.5) Nibbuta sutta - Het zichtbare Nibbāna

A.III.57 (A.III.6.6.) Paloka sutta - Oorzaken van de afname van mensen

A.III.58 (A.III.6.7) Vacchagotta sutta - Het geven

A.III.59 (A.III.6.8) Kundig in de drie soorten weten - I

A.III.60 (A.III.6.9) Kundig in de drie soorten weten - II

A.III.61 (A.III.6.10) De drie wonderen

Hoofdstuk 7. mahā-vagga (A.III.62-71)

A.III.62  Titthāyatanādi sutta - De drie standpunten van geloof - 1.

A.III.63 De drie gevaren

A.III.64  De drie verheven rustplaatsen

A.III.65 Sarabha, de dolende asceet

A.III.66 Kālama sutta (Kesamutti sutta)

A.III.67 De toespraak tot de Sālhers

A.III.68 Over praten en discussiëren

A.III.69  (A.III.7.8) De wortels van het onheilzame I - Aññatitthiya sutta

A.III.70 (A.III.7.9) Akusalamala sutta - De wortels van het onheilzame en het heilzame

A.III.71 (A.III.7.10) Uposatha sutta - De vastendag met de acht voornemens

Hoofdstuk 8. Ânanda-vagga (A.III.72-81)

A.III.72 (A.III.8.1) Channa sutta - De wortels van het onheilzame II

A.III.73 (A.III.8.2) Het juiste pad

A.III.74 (A.III.8.3) Concentratie en weten

A.III.75 (A.III.8.4) De weg naar de vernietiging van lijden

A.III.76 (A.III.8.5) Onwrikbaar vertrouwen

A.III.77-78 (A.III.8.6-7) Pathama-, Dutiya-bhava sutta - Wedergeboorte I-II - 6-7

A.III.79 (A.III.8.8) De maatstaf van levenswijze - Silabbata sutta

A.III.80 (A.III.8.9) De geur - Gandhajata sutta

A.III.81 Het machtbereik van een Ontwaakte

Hoofdstuk 9. samana-vagga (A.III.82-92)

A.III.85-89 (A.III.9.5-9) Orderegels

A.III.85 (A.III.9.4) De 150 regels van oefening -  Vajjiputta sutta

A.III.87 (A.III.9.6) Waarin de regels van oefening inbegrepen zijn I –Pathamasikkha sutta

A.III.88 (A.III.9.7) Waarin de regels van oefening inbegrepen zijn II - Dutiyasikkha sutta

A.III.89 (A.III.9.8) Waarin de regels van oefening inbegrepen zijn  III - Tatiyasikkha sutta

A.III.90-91 (A.III.9.9-10) De drie hoge oefeningen - Pathama-, Dutiya-sikkhattaya sutta

A.III.92  Kassapagota

Hoofdstuk 10. lonakapalla-vagga (A.III.93-103)

A.III.93 (A.III.10.1) Gelijkenis van het rijpen van het zaad

A.III. 94 (A.III.10.2) De ontzegging

A.III.95. (A.III.10.3) De herfstzon

A.III.96 (A.III.10.4) Drie bijeenkomsten

A.III.97-99 (A.III.10.5-7) Het koninklijke lijfpaard

A.III.100 (A.III.10.8) Het gewaad van hennep en het gewaad uit Kasi

A.III.101 (A.III.10.9)  Lonakapalla sutta - niet elke daad heeft eenzelfde resultaat

A.III.102 (A.III.10.10) De hogere oefening van de geest I

A.III.103 (A.III.10.11) De hogere oefening van de geest II

Hoofdstuk 11. samboha-vagga (A.III.104-113)

A.III.104 (A.III.11.1) Voor de volledige Ontwaking

A.III.105 (A.III.11.2) Het zoeken

A.III.106 (A.III.11.3) Als er geen genot was

A.III.107 (A.III.11.4) Echte asceten

A.III.108 (A.III.11.5) Zingen en dansen

A.III.109 (A.III.11.6) Onverzadigd

A.III.110 (A.III.11.7) De gelijkenis van het gevelhuis I

A.III.111 (A.III.11.8) De gelijkenis van het gevelhuis II

A.III.112 (A.III.11.9) Het ontstaan van wilsacties en het opdrogen van wilsacties - Pathama-nidāna sutta

A.III.113 (A.III.11.10) Ontstaan en einde van de begeerte - Dutiyanidāna sutta

Hoofdstuk 12. āpāyika-vagga – (Pali) (A.III.114-123)

A.III.114 (A.III.12.1) De weg naar de hel - Āpāyika sutta

A.III.115 (A.III.12.2) Zeldzaam in de wereld

A.III.116 (A.III.12.3) Meetbaar en onmeetbaar

A.III.117 (A.III.12.4) Wereldling en heilige

A.III.118 (A.III.12.5) Falen en meesterschap I

A.III.119 (A.III.12.6) Falen en meesterschap II

A.III.120 (A.III.12.7) Falen en meesterschap III

A.III.121 (A.III.12.8) Drie soorten van reinheid I

A.III.122 (A.III.12.9) Drie soorten van reinheid  II

A.III.123 (A.III.12.10) Het drievoudige stil zijn

Hoofdstuk 13. kusināra-vagga (A.III.124-133)

A.III.124 (A.III.13.1) Bij Kusinara - Kusināra sutta

A.III.125 (A.III.13.2) Eendracht en tweedracht

A.III.126 (A.III.13.3) Gotamaka

A.III.127 (A.III.13.4) In de kluis van Bharandu Kālāma

A.III.128 (A.III.13.5) Hatthaka, de godenzoon

A.III.129 (A.III.13.6) De gelijkenis van de vliegen

A.III.130 (A.III.13.7) De vrouw

A.III.131 (A.III.13.8) Anuruddhas verkrijging van de heiligheid - Dutiya-anuruddha sutta

A.III.132 (A.III.13.9) Heimelijkheid en openheid

A.III.133 (A.III.13.10) De drie afdrukken

Hoofdstuk 14. yodhājīva-vagga (A.III.134-146)

A.III.134 (A.III.14.1) Drie eigenschappen van de monnik

A.III.135 (A.III.14.2) De drie bijeenkomsten

A.III.136 (A.III.14.3) De echte vriend - Mitta sutta

A.III.137 (A.III.14.4) De drie eigenschappen van het bestaan - Uppādā sutta

A.III.138 (A.III.14.5) Makkhali Gosāla - Kesakambala sutta

A.III.139-140 (A.III.14.6-7) Meesterschap en vooruitgang

A.III.141 (A.III.14.8) De drie paarden I

A.III.142-143 (A.III.14.9-10) De drie paarden II-III

A.III.144-146 (A.III.14.11-13) De hoogste volmaaktheid

Hoofdstuk 15. mangala-vagga – Pali (A.III.147-156)

A.III.147-154 (A.III.15.1-8) De weg naar de hel en de weg naar de hemel – Akusala, Sâvajja, Visama, Asuci, Pathama-, Dutiya-, Tatiya-, Catuttha-khata sutta

A.III.155 (A.III.15.9) Drie soorten huldiging

A.III.156 (A.III.15.10) De feestdag - Pubbanha sutta

Hoofdstuk 16. acelaka-vagga (A.III.157-163)

A.III.157-163 (A.III.16.1-7) Drie paden

Hoofdstuk 17. kammapthapeyyāla (A.III.164-183)

A.III.164-183 (A.III.17.1) Resultaat van wilsacties

Hoofdstuk 18. rāga-peyyāla (A.III.184)

A.III.184 (A.III.18.1) het onderkennen van de begeerte

Ang.Nik. 4. Catukka-nipata; het boek van vier.

Anguttara Nikaya, Catukka-Nipāta, het boek van vier, is verdeeld in 28 vaggas, die 271 suttas bevatten.[1]

Hoofdstuk 1. bhandagāma-vagga – (Pali)

A.IV.1. Het niet begrijpen

A.IV.2. Afzijdig van de leer en discipline

A.IV.3. Zonder te onderzoeken

A.IV.4. Slecht en goed gedrag

A.IV.5. De stroom; heiligheid; nibbana

A.IV.8. het zelfvertrouwen van de Volmaakte

A.IV.10. De vier soorten juk, last

Hoofdstuk 2. cara-vagga

A.IV.13. De vier juiste inspanningen

A.IV.20. Voedsel verdelen

Hoofdstuk 3. uruvelā-vagga

A.IV.23. Lof aan de Boeddha, de Volmaakte - Loka Sutta

Hoofdstuk 4. cakka-vagga

A.IV.32. De vier zegeningen

A.IV.33. De leeuw I

A.IV.34. Het hoogste vertrouwen

A.IV.36. Overwinning van de wereld

A.IV.39. Het offer I

A.IV.40. Het offer II

Hoofdstuk 5. rohitassa-vagga

A.IV.42. Vraag en antwoord

A.IV.43.  De leer toegewijd I

A.IV.44. De leer toegewijd II

A.IV.45. Rohitassa I.  Het einde van de wereld

A.IV.47. Vier enorme verten

A.IV.49. Vier verkeerde en vier juiste zienswijzen

Hoofdstuk 6. puññābhisanda-vagga

A.IV.51. Stromen van verdienste I

A.IV.52. Stromen van verdienste II

A.IV.55. Nakulapitā en Nakulamātā

A.IV.56. Onverwoestbaar huwelijk - Dutiya-samajīvī Sutta

A.IV.57. Suppavasa (of: het aanbieden van voedsel)

A.IV.58. Anāthapindika

A.IV.59. De gever - Bhojana sutta

A.IV.60. Het passende pad van de leek

Hoofdstuk 7. pattakamma-vagga

A.IV.61. Over het juiste gebruik van het bezit - Pattakamma sutta

A.IV.62. Het geluk - Ānanya sutta

A.IV.63. De ouders

A.IV.64. De vier slechte daden

A.IV.67. Bescherming van de groepen - Khandha paritta (de macht van metta)

A.IV.68. Devadatta

A.IV.69. De vier inspanningen

A.IV.70. De koningen

Hoofdstuk 8. apannaka-vagga

A.IV.71-72. Middelen voor opdroging van de neigingen

A.IV.73. De onedele en de edele mens

A.IV.76. Het ophelderen van alle twijfels

A.IV.77. Vier niet te vatten dingen

A.IV.78. Zuiverheid van de gave

A.IV.79. De zaak

Hoofdstuk 9. macala-vagga

A.IV.81. Hel en hemel I

A.IV.82. Hel en hemel II

A.IV.83. Lofprijzing en berisping

A.IV.84. De leer toegedaan

A.IV.85. Duisternis en licht

Hoofdstuk 10. asura-vagga

A.IV.91. Vier soorten mensen; demon en deva

A.IV.92-94. Vier soorten mensen; inzicht en vrede van geest [heiligheid]

Hoofdstuk 11. valāhaka-vagga

A.IV.101-102. Gelijkenis van de vier soorten wolken

Hoofdstuk 12. kesi-vagga

A.IV.111. De paardentemmer

A.IV.112. Het koninklijke paard

A.IV.114. De koningsolifant

A.IV.115. Kamma; onaangename en aangename daden

A.IV.118. De vier bezienswaardige plaatsen

Hoofdstuk 13. bhaya-vagga

A.IV.121. Angst

A.IV.122. De vier gevaren - Ūmibhaya Sutta

A.IV.123. Vier soorten mensen; wereldling en heilige; meditatieve verdiepingen

A.IV.124. Vier soorten mensen; wedergeboorte in de Zuivere Verblijven; meditatieve verdiepingen

A.IV.125. Vier soorten mensen; wereldling en heilige; metta

A.IV.126. Wedergeboorte in de Zuivere Verblijven

A.IV.127. Vier wonderbaarlijke dingen

A.IV.128. Vier wonderbaarlijke dingen II (de Volmaakte)

A.IV.129. Vier wonderbaarlijke dingen III [Ananda]

A.IV.130. Vier wonderbaarlijke dingen IV. [Ananda]

Hoofdstuk 14. puggala-vagga

Hoofdstuk 15. ābhā-vagga

A.IV.150. De vier kernpunten van de leer

Hoofdstuk 16. indriya-vagga

A.IV.151. De vier geestelijke vermogens

A.IV.152-155. Vier geestelijke krachten

A.IV.156. De vier onmetelijke wereldperioden

A.IV.159. De genezing van een liefdeszieke non

A.IV.160. Behoud en verdwijnen van de ware leer

Hoofdstuk 17. patipadā-vagga

A.IV.161. Vier soorten vooruitgang

A.IV.164. Vier soorten gedrag

A.IV.167.  Maha-Moggallana's nibbana

A.IV.168. Sariputta's nibana

A.IV.169. Vier soorten mensen; wegen naar bevrijding

Hoofdstuk 18. sañcetaniya-vagga

A.IV.171. Kamma

A.IV.173. De vier soorten analytische kennis

A.IV.174a. De grens van het uitlegbare; nibbana

A.IV.174b. De grens van het uitlegbare II (nibbana)

A.IV.175. Het einde van lijden; nibbana

A.IV.176. De voorbeelden

A.IV.177. Leerrede tot Rahula; de elementen inwendig en uitwendig; niet-zelf; nibbana

A.IV.178. De opheffing van persoonlijkheid; heiligheid

A.IV.180. De vier grote autoriteiten

Hoofdstuk 19. brāhmana-vagga

A.IV.181. De krijger; de waardige monnik

A.IV.182. De wet der natuur

A.IV.183. Praten en zwijgen

A.IV.184. Angst voor de dood

A.IV.185. De waarheden van de brahmaan

A.IV.186. Veel weten

A.IV.189. Vier te verwerkelijken dingen

A.IV.190. Uposatha dag [en meditaties]

Hoofdstuk 20. mahā-vagga

A.IV.192. Mensenkennis

A.IV.193. Bhaddiya

A.IV.194. De vier soorten strijd voor reinheid; nibbana

A.IV.195. De Sakyer Vappa [kamma; nibbana]

A.IV.196. Kastijding

A.IV.197. Koningin Mallikā

A.IV.198. Vier soorten mensen

A.IV.199. De 36 sporen van begeerte

A.IV.200. Liefde en haat

Hoofdstuk 21. sikkhāpada-vagga

A.IV.201. De vijf regels van deugdzaamheid; slechte en goede persoon

A.IV.202. Zeven eigenschappen; de slechte en de goede persoon

Hoofdstuk 22. (A.IV.211-220)

A.IV.212-220. De weg naar de hemel en de weg naar de hel

Hoofdstuk 23. duccarita-vagga (A.IV.221-231)

A.IV.221. Viervoudig gedrag in woorden

A.IV.231. De dichter

Hoofdstuk 24. kamma-vagga A.IV.232a-240

A.IV.232a. Wilsacties (kamma) - I

A.IV.232b. Wilsacties (kamma) - II

A.IV.233. Sonakāyana

A.IV.234a. De vijf regels van deugdzaamheid

A.IV.234b. De donkere daden en heldere daden; de vijf ernstige vergrijpen

A.IV.235-236. Het achtvoudige pad en de zeven factoren van Verlichting

A.IV.240. Viervoudige zegen door omgang met goede mensen

Hoofdstuk 25. āpattibhya-vagga (A.IV.241-250)

A.IV.244. Vier soorten van rusten

A.IV.245. Een stoepa waardig

A.IV.246a. Vier dingen bevorderlijk voor de groei van wijsheid; stroomintrede

A.IV.246b. Vier dingen bevorderlijk voor de groei van wijsheid

A.IV.247-248. Vier uitspraken I

A.IV.249-250. Vier uitspraken II

Hoofdstuk 26. abhiññā-vagga (A.IV.251-260)

A.IV.251. Het weten; wijsheid

A.IV.252. Edele en onedele doelen

A.IV.253. De vier gunsten

A.IV.254. Mālunkyaputta; nibbana

A.IV.255. Tegenspoed en voorspoed van families

A.IV.256-257. Het edele paard; de volmaakte monnik

A.IV.258. Vier geestelijke krachten

Hoofdstuk 27. kammapatha-vagga (A.IV.261-270)

Hoofdstuk 28. rāga-peyyāla (A.IV.271)

Ang.Nik. 5. Pañcaka-nipata; het boek van vijf.

Het boek van vijf is verdeeld in 26 hoofdstukken of vaggas, met in totaal 302 suttas. De hoofdstukken 1-25 hebben elk tien suttas; en vagga 26 heeft 152 suttas.[1]

Hoofdstuk 1. sekhabala-vagga – A.V.1 t/m A.V.10 - De vijf krachten van oefening

A.V.1. De vijf krachten voor oefening

A.V.2. De vijf krachten van oefening II

A.V.3. Een ongelukkig en een gelukkig monnikenleven

A.V.4. De weg naar de hel en de weg naar de hemel

A.V.6.  Vijf voorwaarden voor het heilzame en voor het onheilzame

A.V.7. De Verhevene waakt over zijn leerlingen tot zij zelf mondig zijn

A.V.8. Achteruitgang en vooruitgang in de leer I

A.V.9. Achteruitgang en vooruitgang in de leer II

A.V.10. Achteruitgang en vooruitgang in de leer III

Hoofdstuk 2. Bala Vagga – (Pali)

A.V.11. De vijf krachten van de Volmaakte - 1. Ananussuta sutta

A.V.12. De kracht van onderricht en van wijsheid - Kūta sutta

A.V.13. De vijf geestelijke krachten I - Samkhitta sutta

A.V.14. De vijf geestelijke krachten II - Vitthata sutta

A.V.15. Waaraan herkent men de vijf geestelijke krachten? - Datthabba sutta

A.V.16. De kracht van wijsheid II - Punakūta sutta

A.V.17. Eigen heil en dat van anderen I - Pathama-hita sutta

A.V.18. Eigen heil en dat van anderen II - Dutiya-hita sutta

A.V.19. Eigen heil en dat van anderen III - Tatiya-hita sutta

A.V.20. Eigen heil en dat van anderen IV - Catuttha-hita sutta

Hoofdstuk 3. Pañcangika Vagga – (Pali)

A.V.21. Vooruitgang in etappes I - Pathama-agārava sutta

A.V.22. Vooruitgang in etappes II - Dutiya-agārava sutta

A.V.23. De zes hogere geestelijke krachten - Upakkilesa sutta

A.V.24. Het een gesteund op het andere - Dussīla sutta

A.V.25. Het bevorderen van juist inzicht - Anuggahita sutta

A.V.26. Vijf wegen naar bevrijding - Vimuttāyatana sutta

A.V.27. Vijf soorten weten - Samādhi sutta

A.V.28. De vijfvoudige concentratie - Pañcangika sutta

A.V.29. Voordelen van het heen- en weer lopen - Cankama sutta

A.V.30. Het geluk van de bevrijding - Nāgita sutta

Hoofdstuk 4. sumana-vagga

A.V.31. Het voordeel van aalmoezen geven – Sumana sutta

A.V.32. Hoogste zegen - 2. Cundî sutta

A.V.33. De plichten van de echtgenote - Uggaha sutta

A.V.34. De zichtbare vruchten van aalmoezen geven - Sīhasenāpati sutta

A.V.35.  Vijfvoudige zegen van aalmoezen geven

A.V.36. Te juister tijd geven - Kāladāna sutta

A.V.37. Vijfvoudige zegen door het geven van voedsel - Bhojana sutta

A.V.38. De zegen van vertrouwen - Saddha sutta

A.V.39. Waarom wenst men zich een zoon? - Putta sutta

A.V.40. De invloed van degene vol vertrouwen –  Mahasalaputta sutta

Hoofdstuk 5. mundarāja-vagga – (Pali)

A.V.41. Juist gebruik van vermogen – Ādiya sutta

A.V.42. De invloed van de goede mens - Sappurisa sutta

A.V.43. Vijf gewenste dingen - Ittha sutta

A.V.44. Wie schenkt, krijgt geschenken - Manāpadāyī sutta

A.V.45. Stromen van verdienste - Puññabhisanda sutta

A.V.46. Vijf soorten meesterschap -Sampadā sutta

A.V.47 De vijf schatten - Dhana sutta

A.V.48. Vijf onbereikbare dingen - Alabbhanīyathāna sutta

A.V.49. Mallika’s dood - Kosala sutta

A.V.50. Het uittrekken van de stekel van lijden -  Nārada sutta

Hoofdstuk 6. nīvarana-vagga

A.V.51. De vijf hindernissen - Avarana sutta

A.V.53. De vijf geestelijke krachten  - Padhāniyanga sutta

A.V.54. Gunstige en ongunstige tijd

A.V.55. De valstrik van Māra [de gestalte van de vrouw]

A.V.56. Voorwaarden voor vooruitgang

A.V.57. Vijf overwegingen voor iedereen -  Abhinhapaccavekkhitabbathāna sutta

A.V.58. De zegen van geven

Hoofdstuk 7. Sañña Vagga - (Pali)

A.V.61-62. Vijf zegenrijke overwegingen I-II -  Pathama-, Dutiya-sañña sutta

A.V.63-64. Edele vooruitgang

A.V.67. De wegen naar macht I - iddhi-pada

A.V.69-70. Overwegingen leidende naar Nibbana I - Nibbida, Asavakkhaya sutta

Hoofdstuk 8. yodhājīva-vagga

A.V.71-72. Overwegingen leidende naar nibbana II - Pathama-, Dutiya-cetovimuttiphala sutta

A.V.77.  Gevaren voor de monnik in het bos

A.V.79.  Dreigende gevaren voor de Orde - Tatiya-anagatabhaya sutta

A.V.80. Gevaren voor de monnik - Catuttha-anagatabhaya sutta

Hoofdstuk 9. thera-vagga

Hoofdstuk 10. kakudha-vagga

A.V.91. Meesterschap

A.V.92. Meesterschap II

A.V.94. Welbevinden; jhanas

A.V.95.  Onwrikbaar I

A.V.96-98. Onwrikbaar II-IV

A.V.99. De leeuw; de Volmaakte

Hoofdstuk 11. phāsuvihāra-vagga

A.V.108. Contemplatie over niet-blijvendheid

Hoofdstuk 12. andhakavinda-vagga

Hoofdstuk 13. gilāna-vagga

A.V.123. De moeilijk te verplegen zieke – Pathamaupatthaka sutta

A.V.124. De ongeschikte ziekenverzorger -  Dutiyaupatthaka sutta

A.V.129.  ongeneeslijk; de vijf zware fouten -  Parikuppa sutta

A.V.130. Winst en verlies - Byasana sutta

Hoofdstuk 14. rāja-vagga

A.V.131. Het onverwoestbare rijk. I - Pathama-cakkanuvattana sutta [eigenschappen van de Verhevene]

A.V.132. Het onverwoestbare rijk. I - Dutiya-cakkanuvattana sutta [eigenschappen van de eerwaarde Sariputta]

A.V.133.  De wet als medeheerser - Dhammaraja sutta

A.V.134. De overwinnaar

A.V.135. vijf dingen leidende naar nibbana

A.V.140. De gemakkelijk te onderwijzen koningsolifant; de gemakkelijk te onderwijzen monnik

Hoofdstuk 15. tikanda-vagga

A.V.141. Vijf soorten mensen

A.V.142. Vijf soorten mensen II

A.V.147. Verkeerd en juist geven – Asappurisadana sutta

A.V.148 juist geven - Sappurisadana sutta

Hoofdstuk 16. saddhamme-vagga

A.V.154. Behoud en verval van de leer I -  Pathama-saddhammasammosa sutta

A.V.155. Behoud en verval van de leer II

A.V.156. Behoud en verval van de leer III –  Tatiya-saddhammasammosa sutta

A.V.157. onpassende en passende gesprekken

A.V.158. Innerlijke onzekerheid en zelfvertrouwen

A.V.159. Juiste manier van uitleg van de leer - Udayi sutta

A.V.160. Vijf dingen die moeilijk te verdrijven zijn

Hoofdstuk 17. āghāta-vagga

A.V.161. Vijf manieren om wrok te overwinnen –  Pathama-aghatapativinaya sutta

A.V.162. Vijf middelen om wrok te overwinnen II – Dutiya-aghatapativinaya sutta

A.V.166. Udāyi spreekt Sāriputta tegen

A.V.168. Het een gebaseerd op het andere

A.V.169. Goed inzicht, goed opvattingsvermogen

A.V.170. De vijf beste dingen

Hoofdstuk 18. upāsaka-vagga

A.V.171-173. Zelfvertrouwen en onzekerheid - Sarajja, Visarada, Niraya sutta

A.V.174. Vijf vreselijke wandaden - Vera sutta

A.V.175. De goede en de slechte lekenvolgeling

A.V.176. Vervoering in meditatie

A.V.177. Vijf verwerpelijke beroepen - Vanijja sutta

A.V.179. Het in de stroom getreden gezinshoofd -  Gihi sutta

A.V.180. Streeft steeds hoger

Hoofdstuk 19. arañña-vagga

Hoofdstuk 20. brāhmana-vagga

A.V.193. De vijf hindernissen

A.V.194. De bezielende leer

A.V.196. De vijf dromen van de Bodhisatta - Mahasupina sutta

A.V.198. Het goed gesproken woord

A.V.199. De invloed van de zedenreine monnik

A.V.200. De vijf elementen van ontkomen; nibbana

Hoofdstuk 21. kimbila-vagga

A.V.201. De duur van de leer - Kimila sutta

A.V.202. Voordelen van het luisteren naar de leer

A.V.203. Het koninklijke paard; de waardige monnik

A.V.204. Vijf krachten - Bala sutta

A.V.205. Vijf geestelijke hindernissen

A.V.206. Vijf verwikkelingen van de geest

A.V.207. De goede uitwerking van rijstsoep

A.V.208. Het nut van het reinigen van de tanden

A.V.209. Nadelen van het zingend reciteren van de teksten

A.V.210. Helder bewust inslapen

Hoofdstuk 22. akkosa-vagga

A.V.211. Gevolgen van de belediging

A.V.213. Resultaten van slecht en goed gedrag - Sila sutta

A.V.214. Nadelen en voordelen bij het houden van een toespraak

A.V.215-216. Ongeduld en geduld – Pathama-, Dutiya-akkhanti sutta

A.V.217. Onvriendelijkheid en vriendelijkheid I –  Pathama-apasadika sutta

A.V.218. Onvriendelijkheid en vriendelijkheid II –  Dutiya-apasadika sutta

Hoofdstuk 23. dīghacārika-vagga

A.V.225. Gevaren van omgang met gezinnen

A.V.227. Nadelen en voordelen van bezit - Bhoga sutta

A.V.228. Nadelen van te laat eten

Hoofdstuk 24. āvāsika-vagga

Hoofdstuk 25. duccarita-vagga

A.V.241-248. Gevolgen van slecht en goed gedrag

Hoofdstuk 26. upasampadā-vagga

A.V.251-253. De waardige Orde-leraar

A.V.254-271. Jaloersheid

A.V.272-285. Orde in het klooster

A.V.286-302. De universele wet van kamma

A.V.303. Inzicht van begeerte; leidende naar nibbana

Ang.Nik. 6. Chakka-nipata; het boek van zes.

Het Chakka-Nipāta, het boek van zes van de Anguttara Nikaya, is verdeeld in 12 hoofdstukken. In totaal zijn er 140 suttas in dit boek. Het gaat vooral over onderwerpen betreffende de monnik.

Hoofdstuk 1. Ahuneyya Vagga

A.VI.1-4. De monnik die eer waard is I-IV - Pathama-, Dutiya-ahuneyya, Indriya, Bala sutta

A.VI.5-7. Het standhaftige paard I-III – Pathama-, Dutiya-, Tatiya-ājānīya sutta

A.VI.8. Onovertrefbare goederen

A.VI.9. De zes overwegingen I - Anussatitthana sutta

A.VI.10. De zes overwegingen II - Mahanama sutta

2. Hoofdstuk 2: sāranīya-vagga

A.VI.11-12. Zes dingen die de monnik in acht moet nemen

A.VI.13. De zes elementen van ontkomen. -  Nissāranīya sutta

A.VI.14-15. Slechte en goede dood I-II

A.VI.16. De vrouw als raadgeefster van de man. -  Nakula sutta

A.VI.18. De dieren- en mensendoder - Macchabandha sutta

A.VI.19. Het beschouwen van de dood I.

A.VI.20. Het beschouwen van de dood II

Hoofdstuk 3: anuttariya-vagga

A.VI.23. De ellende van de zinnelijke lusten

A.VI.24. De macht van concentratie

A.VI.25. Zuivering door de zes overwegingen - Anussatitthāna sutta

A.VI.26.  Middelen naar de bevrijding

A.VI.29. Udāyî Sutta - Zes gebieden waaraan men moet denken - [jhanas; contemplaties]

A.VI.30. Onovertroffen

Hoofdstuk 4: devatā-vagga

A.VI.32-33. Zes bevorderlijke dingen

A.VI.34. Hemelse in de stroom getredenen

A.VI.35. Overwegingen leidende naar weten

A.VI.37. Zes voordelen bij het geven van aalmoezen - Chalangadāna sutta

A.VI.38. Eigen en vreemde daad

A.VI.39. Zes redenen van ontstaan van de daden

A.VI.40. De duur van de goede leer

A.VI.41. De boomstam [de elementen]

A.VI.42. Nāgita

Hoofdstuk 5: dhammika-vagga

A.VI.43. De edele Naga [eerbetoon aan de Boeddha]

A.VI.44. Oordeel niet over de mensen

A.VI.45. Armoede

A.VI.47. De zichtbare leer I

A.VI.48. De zichtbare leer II

A.VI.50. Het een gebaseerd op het andere

A.VI.51. Hoe verkrijgt men kennis?

A.VI.53. Ijver

A.VI.54.  Het lot van de slechte mens

Hoofdstuk 6: mahā-vagga

A.VI.55. De gelijkenis van de luit

A.VI.56. De dood van Phagguna; voordelen van het luisteren naar de leer

A.VI.57. Pūrana Kassapa en de zes soorten mensen

A.VI.58. De opdroging van alle neigingen

A.VI.59. De kieskeurige aalmoezengever

A.VI.60. Citta, de zoon van de olifanten-drijver

A.VI.61. De naaister ‘begeerte’

A.VI.62. Het inzicht van de Volmaakte van de menselijke vaardigheden

A.VI.63. De doordringende uiteenzetting

A.VI.64. De zes krachten van de Volmaakte

Hoofdstuk 7: devatā-vagga

A.VI.65. De niet-wederkeer

A.VI.66. De heiligheid

A.VI.67. Het een uit het andere I

A.VI.68. Het een uit het andere II

A.VI.69. Zes bevorderlijke eigenschappen

A.VI.70. De zes hogere geestelijke krachten

A.VI.71. Het vermogen van het verwerkelijken

A.VI.72. Vastheid in de concentratie

A.VI.73. Het bereiken van het eerste jhana

A.VI.74. Het bereiken van het eerste jhana II

Hoofdstuk 8: arahatta-vagga

A.VI.75. Twee soorten einde

A.VI.76. Verwerkelijking van de heiligheid

A.VI.77. Verwerkelijking van het hoogste inzicht

A.VI.78. De middelen tot opdroging van de neigingen

A.VI.79. Het verwerven van het goede

A.VI.80. Geestelijke macht

A.VI.81-82. Hel en hemel

A.VI.83. Het bereiken van heiligheid

A.VI.84. Achteruitgang en vooruitgang

Hoofdstuk 9: sīti-vagga

A.VI.85. De uitdoving

A.VI.86. Het pad van zekerheid I

A.VI.87. Het pad van zekerheid II

A.VI.88. Het pad van zekerheid III

A.VI.89-91. Meesterschap in inzicht I-III

A.VI.92-95. Zes onmogelijkheden I-IV

Hoofdstuk 10: ānisamsa-vagga

A.VI.96. Zes zeldzaamheden

A.VI.97. Voordelen van stroomintrede

A.VI.98. Overtuiging overeenkomstig de leer I

A.VI.99. Overtuiging overeenkomstig de leer II

A.VI.100.  Overtuiging overeenkomstig de leer III

A.VI.101. Overtuiging overeenkomstig de leer IV

A.VI.102. Onbeperkte voorstelling van de vergankelijkheid

A.VI.103.  Onbeperkte voorstelling van dukkha, het lijden

A.VI.104. Onbeperkte voorstelling van de onpersoonlijkheid  [anatta]

A.VI.105. Het einde van dukkha I

A.VI.106. Het einde van dukkha II

Hoofdstuk 11: tika-vagga

A.VI.107-116. Te overwinnen en te ontplooien

Hoofdstuk 12: sāmañña-vagga

A.VI.117. Hindernissen bij de contemplatie over het lichaam

A.VI.118. Hindernissen bij de oefening van oplettendheid

A.VI.119-139. Edele lekenvolgelingen

A.VI.140. Reeks overwegingen

Ang.Nik. 7. Sattaka-nipata; het boek van zeven.

Het boek van zeven, Sattaka-Nipāta, is verdeeld in tien hoofdstukken, vaggas, met in totaal 84 suttas.[1]

Hoofdstuk 1: dhana-vagga

A.VII.1-2. Niet en wel geliefd

A.VII.3. Zeven krachten I

A.VII.4. Zeven krachten II

A.VII.5. Zeven schatten I

A.VII.6. Zeven schatten II

A.VII.7. Twee soorten schatten

A.VII.8. Zeven boeien I

A.VII.9. Zeven boeien II

A.VII.10. Zeven boeien III

Hoofdstuk 2: anusaya-vagga

A.VII.11-12. Zeven neigingen I-II

A.VII.13. Te vermijden gezinnen

A.VII.14. Zeven waardige mensen I

A.VII.15. Degenen die duiken

A.VII.16. Zeven waardige mensen II

A.VII.17. Zeven waardige mensen III

A.VII.18. Zeven grondslagen van eerwaardigheid

Hoofdstuk 3: vajji-sattaka-vagga

A.VII.19. Te Sarandada - Dingen leidende naar voorspoed van een volk

A.VII.20. Vassakāra - Dingen leidende naar voorspoed van een volk II

A.VII.21. Tot voorspoed van de Orde I

A.VII.22-25. Tot voorspoed van de Orde II-V

A.VII.26. Nadelig en voordelig voor de monnik

A.VII.27-30. Nadelig en voordelig voor de lekenvolgeling

Hoofdstuk 4. devatā-vagga

A.VII.31-33. Zeven bevorderlijke dingen I-III

A.VII.34. Zeven bevorderlijke dingen

A.VII.35. De echte vriend I

A.VII.36. De echte vriend II

A.VII.37. De vier soorten analytische kennis

A.VII.38. De zelfbeheerste

A.VII.39. Grondslagen van de eerwaardigheid I

A.VII.40. Grondslagen van de eerwaardigheid II

Hoofdstuk 5. mahā-yañña-vagga

A.VII.41. De zeven sferen van bewustzijn

A.VII.42. De werktuigen van de concentratie

A.VII.43. De zeven vuren

A.VII.44. Het grote offer

A.VII.45-46. Zeven zegenrijke overwegingen

A.VII.47. Het leven in kuisheid

A.VII.48. Verbinding en losmaken

A.VII.49. Het aalmoes

A.VII.50. Nandamātā

Hoofdstuk 6. abyākata-vagga

A.VII.51. De onuitlegbare problemen; nibbana

A.VII.52. De zeven paden van hogere mensen, en Nibbana zonder hechten

A.VII.53. Niet alle goden hebben hoger inzicht

A.VII.54. De vrucht van het geven

A.VII.55. Zonder angst en blaam

A.VII.56. De duur van de leer

A.VII.57. Eigenschappen naar de Verlichting

A.VII.58. Tot overwinning van slaperigheid

A.VII.58. II. De zegen van metta

A.VII.59. De goede echtgenote

A.VII.60. De gevolgen van hatelijkheid

Hoofdstuk 7. mahā-vagga

A.VII.61. Het een gebaseerd op het andere

A.VII.62. Vergankelijkheid

A.VII.63. Zeven goede eigenschappen van de edele

A.VII.64. Zeven eigenschappen van de edele

A.VII.65. De hemelse koraal-boom

A.VII.66. Zeven voorwerpen van eerbied

A.VII.67. Zonder oefening geen vooruitgang

A.VII.68. Het lot van de valse asceet - Aggikkhandha-Sutta

A.VII.69. Het honen, smaden van de edelen

A.VII.70. Heel kort is het leven

Hoofdstuk 8. vinaya-vagga

A.VII.71-78. Beschermer van de discipline

A.VII.79. De juiste leer van de Meester

A.VII.80. Het zevenvoudige bijleggen van geschillen

Hoofdstuk 9. samana-vagga

A.VII.81. De naam monnik waard

A.VII.82. Goede en slechte eigenschappen

Hoofdstuk 10. āhuneyya-vagga

A.VII.83. Zeven mensen die verering waard zijn

A.VII.84. De factoren van Verlichting

Ang.Nik. 8. Atthaka-nipata; het boek van acht.

Het boek van acht bestaat uit elf hoofdstukken met in totaal 92 suttas.

Hoofdstuk 1. mettā-vagga

A. VIII.1. Mettanisamsa sutta - Zegeningen van metta

A.VIII.2. Ontplooiing van de wijsheid

A.VIII.3-4. Niet en wel geliefd

A.VIII.5. De acht wereldwetten I

A.VIII.6. De acht wereldwetten II

A.VIII.7. Devadatta’s ondergang I

A.VIII.8. Devadatta’s ondergang II

A.VIII.9. De voortreffelijke eigenschappen van Nanda

A.VIII.10. Het onkruid

Hoofdstuk 2. mahā-vagga

A.VIII.11. De grote doorbraak

A.VIII.12. De bekering van veldheer Sīha

A.VIII.13. Het edele koningspaard

A.VIII.14. Acht ondeugden van de paarden

A.VIII.15. De acht vlekken

A.VIII.16. De waardige verspreider van de boodschap

A.VIII.17-18. Man en vrouw

A.VIII.19. Gelijkenis van de oceaan

A.VIII.20. Uposatha

Hoofdstuk 3. gahapati-vagga

A.VIII.21. Ugga uit Vesālī

A.VIII.22. Ugga uit Hatthigāma

A.VIII.23. Hatthaka uit Ālavi. I

A.VIII.24. Hatthaka uit Ālavi. II

A.VIII.25. De lekenvolgeling I

A.VIII.26. De lekenvolgeling II

A. VIII.27. Acht krachten

A.VIII.28. Het zelf-inzicht van de heilige

A.VIII.29. De gunstige gelegenheid voor het  heilige leven

A.VIII.30. De acht gedachten van een groot man

Hoofdstuk 4. dāna-vagga

A.VIII.31. Het geven I

A.VIII.32. Het geven II

A.VIII.33. Het geven III

A.VIII.34. Het vruchtbare veld

A.VIII.35. Wedergeboorte afhankelijk van geven

A.VIII.36. De drie soorten van verdienstelijk handelen

A.VIII.37. Hoe een goed mens gaven geeft

A.VIII.38. De invloed van de goede mens

A.VIII.39. De acht stromen van verdienste

A.VIII.40. De gevolgen van het overtreden van de regels van deugdzaamheid

Hoofdstuk 5. uposatha-vagga

A.VIII.41-43. De zegen van de vastendag.  I-III

A.VIII.44. De zegen van de vastendag. IV

A.VIII.45. De zegen van de vastendag. V

A.VIII.46. Wedergeboorte bij de manapakayika deva

A.VIII.47. Visākhā I - Acht goede eigenschappen van een vrouw

A.VIII.48. Nakulamātā

A.VIII.49. Visākhā II

A.VIII.50. De victorie van de vrouw

Hoofdstuk 6. gotamī-vagga

A.VIII.51. De stichting van de Bhikkhuni Sangha

A.VIII.52. De waardige vermaner van de nonnen

A.VIII.53. De kenmerken van de goede leer

A.VIII.54. Vyagghapajja-Sutta - De basis voor welzijn

A.VIII.55. Ujjaya

A.VIII.56. De ellende van de zinnelijke lusten

Hoofdstuk 7. bhūmicāla-vagga

A.VIII.65. Acht overwinningsgebieden

A. VIII.68. Taalgebruik door een edele

A.VIII.69. De acht bijeenkomsten

A.VIII.70. Laatste poging van Mara om de Boeddha tot andere gedachten te brengen

Hoofdstuk 8. yamaka-vagga

A.VIII.71-72. Volmaaktheid in monnikschap

A.VIII.73. De contemplatie over de dood

A.VIII.74. Contemplatie over de dood. II

A.VIII.75-76. Meesterschap I-II

A.VIII.79. Acht nadelige dingen

Hoofdstuk 9. sati-vagga

A.VIII.81. Het een gebaseerd op het andere

A.VIII.83. De wortel van alle dingen

A.VIII.85. De Volmaakte, de Verhevene

Hoofdstuk 10. sāmañña-vagga

Hoofdstuk 11: rāgapeyyāla

A.VIII.92.  De serie over het herkennen van begeerte

Ang.Nik. 9. Navaka-nipata; het boek van negen.

Het Navaka-Nipāta, het boek van negen, heeft tien hoofdstukken (vaggas), met in totaal 93 suttas.

Hoofdstuk 1: sambodhi-vagga

A.IX.1. De basis van de Verlichting

A.IX.2. Volmaakt gesteund

A.IX.3. Meghiya - voorwaarden voor goede concentratie

A.IX.4. De zegeningen van de leertoespraak

A.IX.5. Bevrijd van vijfvoudige angst; vier krachten

A.IX.6. Twee dingen moet men weten

A.IX.7. Onmogelijkheden voor een heilige I

A.IX.8. Onmogelijkheden voor een heilige II

A.IX.9. Negen soorten mensen

A.IX.10. Negen waardige mensen; nibbana

Hoofdstuk 2: sīhanāda-vagga

A.IX.11. Sāriputtas gebrul van de leeuw

A.IX.12. Ontkomen aan de lagere sferen van bestaan

A.IX.13. Het doel van het heilige leven

A.IX.14. het wezenlijke van gedachten-overwegingen

A.IX.15. Het ettergezwel (walgelijkheid van het lichaam)

A.IX.16. Negen contemplaties

A.IX.17. Te vermijden gezinnen

A.IX.18. De zegen van de vastendag

A.IX.19. De berouwvolle godheden

A.IX.20. Het beschouwen van de vergankelijkheid – de hoogste verdienste

Hoofdstuk 3: sattāvāsa-vagga

A.IX.21. De bewoners van Uttarakuru

A.IX.22. De negen paarden

A.IX.23. Dingen die in hevig verlangen wortelen

A.IX.24. De negen vormen van bestaan

A.IX.25. Volmaakte ontwikkeling van de geest I

A.IX.26. Volmaakte ontwikkeling van de geest II

A.IX.27-30 (gelijkluidend)

A.IX.31. Trapsgewijze bevrijding

Hoofdstuk 4: mahā-vagga

A.IX.32. Negen trapsgewijze meditatieve toestanden

A.IX.33. Negen trapsgewijze meditatieve toestanden

A.IX.34. Een geluk hoger dan de gevoelens; nibbana

A.IX.35. De koe in de bergen; de onverstandige monnik

A.IX.36. Kalmte van geest en inzicht

A.IX.37. De wonderbaarlijke leer

A.IX.38. Het einde van de wereld

A.IX.39. De strijd tussen goden en demonen

A.IX.40. De olifant van de eenzaamheid

A.IX.41. De afgrond van de verzaking; meditatieve verdiepingen

Hoofdstuk 5: sāmañña-vagga

A.IX.42. De uitweg uit de benauwdheid

A.IX.43. De lichaamsgetuige

A.IX.44. De door weten bevrijde

A.IX.45. De beiderzijds bevrijde [de tweevoudig bevrijde]

A.IX.46-51. Nibbāna

Hoofdstuk 6: khema-vagga

A.IX.52-61. De vrede

A.IX.62. De heiligheid

Hoofdstuk 7: satipatthāna-vagga

Hoofdstuk 8: sammappadhāna-vagga

Hoofdstuk 9: iddhipada-vagga

A.IX.63-92. Ter overwinning

Hoofdstuk 10: rāgapeyyāla-vagga

A.IX.93. De reeks over het inzien van begeerte

Ang.Nik. 10. Dasaka-nipata; het boek van tien.

Het Dasaka-Nipata, het boek van tien, is verdeeld in 23 vaggas of hoofdstukken, met 219 suttas.

Hoofdstuk 1. ānisamsa-vagga (A.X.1-10)

A.X.1. Zegen van deugdzaamheid

A.X.2. Wetmatigheid van geestelijke ontwikkeling

A.X.6. Concentratie I

A.X.7. Concentratie II

A.X.8. Volmaaktheid in het monnikschap

A.X.9-10. Volmaaktheid in het monnikschap II-III

Hoofdstuk 2. nātha-vagga (A.X.11-20)

     A.X.11. vijf eigenschappen tot steun voor de bevrijding

A.X.12. De meest verheven mens

A.X.13. De tien boeien

A.X.14. Vijf geestelijke hindernissen en vijf verwikkelingen van de geest

A.X.15. Energiek streven - het begin van alle goede dingen

A.X.16. Tien mensen die eer waard zijn

A.X.17. Beschermingen I

A.X.18. Beschermingen II

A.X.20 De tien oorden van de edelen

Hoofdstuk 3. mahā-vagga (A.X.21-30)

A.X.21. Het leeuwengebrul van de Volmaakte – de tien krachten van een Tathagata

A.X.23. Wegen van overwinning

A.X.25 De tien kasina oefeningen

A.X.29. Vergankelijkheid van alles - Pathama-kosala Sutta

A.X.30. Eerbetoon door koning Pasenadi

Hoofdstuk 4. upāli-vagga (A.X.31-40)

A.X.31. Doel van de discipline

A.X.35. Splitsing in de Orde - I (Upāli)

A.X.36. Eensgezindheid in de Orde - I (Upāli)

A.X.37-38. Splitsing in de Orde - II (Ananda)

A.X.39-40. Eensgezindheid in de Orde - II (Ananda)

Hoofdstuk 5. akkosa-vagga (A.X.41-50)

A.X.46. De achtvoudige feestdag; uposatha

A.X.47. Redenen voor slechte en goede daden

A.X.48. Tien contemplaties voor de monnik

A.X.49. Met het lichaam verbonden

Hoofdstuk 6. sacitta-vagga (A.X.51-60)

A.X.51. Zelfonderzoek

A.X.52. Zelfonderzoek II

A.X.53. Achteruitgang en vooruitgang

A.X.56-57. Tien contemplaties

A.X.58. De wortel van alle dingen

A.X.60. Girimānanda sutta - De toespraak tot de eerwaarde Girimānanda [tien contemplaties]

Hoofdstuk 7. yamaka-vagga (A.X.61-70)

A.X.61. Voedsel voor onwetendheid en voor vrijheid van het weten

A.X.62. Voedsel voor bestaansdorst en voor vrijheid van het weten

A.X.63. Zekerheid; volmaaktheid

A.X.64. Onwrikbaar vertrouwen

A.X.65. Wat is geluk, wat is ellende [kenmerken van niet meer geboren worden]

A.X.66. Vreugde over de leer

A.X.67. Vooruitgang en achteruitgang

A.X.69. Onedel en edel gesprek

A.X.70. Redenen voor lofprijzing

Hoofdstuk 8. ākankha-vagga (A.X.71-80)

A.X.71. Vervulling van alle wensen

A.X.72. Storingen bij de concentratie

A.X.73. Zelden in de wereld te verkrijgen

A.X.74. De edele winst

A.X.75. Oordeel niet over andere mensen

A.X.76. Oorzakelijk ontstaan van geboorte, ouder worden en dood

A.X.79-80. Overwinning van wrok

Hoofdstuk 9. thera-vagga (A.X.81-90)

A.X.81. De onbevlekte lotus

A.X.82. Voorwaarden voor vooruitgang

A.X.83. De uitleg van de leer van de Volmaakte

A.X.84. Hoogste weten veinzen - I

A.X.85.  Verworvenheden veinzen

A.X.86. Beweren het hoogste weten te hebben

A.X.87. Redenen voor liefde en respect

A.X.88. Het lot van degene die anderen beschimpt

A.X.89. Kokālika

A.X.90. De tien krachten van een heilige

Hoofdstuk 10. upāli-vagga (A.X.91-100)

A.X.91. De wereldse genieters

A.X.92.  De in de stroom getredene

A.X.93. De ontoereikende visies

A.X.94. De analytische leer

A.X.95. Worden allen bevrijd?

A.X.96. De dolende asceet Kokanuda en diverse meningen

A.X.97. De waardige monnik

A.X.98. Welzijn in de Orde

A.X.99. Het is moeilijk om in eenzaamheid te leven

A.X.100. Verwerkelijking van heiligheid

Hoofdstuk 11. samanasaññā-vagga

A.X.101. Drie overwegingen voor monniken

A.X.102. Werking van de zeven factoren van Verlichting

A.X.103. Het verkeerde en het juiste pad

A.X.104. Bittere en zoete vruchten

A.X.105. Onwetendheid en weten

A.X.106. Naar beëindiging leidend

A.X.107. De edele reiniging

A.X.108. Het afvoermiddel

A.X.109. Het braakmiddel [het juiste behouden, het verkeerde verwijderen]

A.X.110. Tien zuiverende dingen

A.X.111. Degene die vrij van oefening is – I [de heilige]

A.X.112. Degene die de opleiding voltooid heeft

Hoofdstuk 12. paccorohani-vagga

A.X.113. Niet en wel overeenkomstig de leer - I

A.X.114. Niet en wel overeenkomstig de leer - II

A.X.115. Niet en wel overeenkomstig de leer - III

A.X.116. Normen van wetenschap

A.X.117. Deze en de andere oever; nibbana

A.X.118. (Zoals tekst A.X.117)

A.X.119. De edele reiniging II

A.X.120. De edele reiniging IIa

A.X.121. Het ochtendgloren van juist inzicht

A.X.122. Uitdrogen van de neigingen

Hoofdstuk 13. parisuddha-vagga

A.X.123-131. Geen volmaaktheid buiten de leer

A.X.132-133. Het verkeerde en het juiste

Hoofdstuk 14. sādhu-vagga

A.X.134-144. Het slechte en het goede

Hoofdstuk 15. ariya-vagga

A.X.145-154. Het onedele en het edele pad

Hoofdstuk 16. puggala-vagga

A.X.155-166. Slechte en goede omgang

A.X.167. De edele reiniging IV

Hoofdstuk 17. jānussoni-vagga

A.X.168-173. (Gelijkluidend met eerdere teksten)

A.X.174. Drie oorzaken

A.X.175. De uitweg

A.X.176. Drievoudige zuivering

A.X.177. Dodenoffer

Hoofdstuk 18. sādhu-vagga

A.X.178-188. (Gelijkluidend met eerdere teksten)

Hoofdstuk 19. ariyamagga-vagga

A.X.189-198. (Gelijkluidend met eerdere teksten)

Hoofdstuk 20. aparapuggala-vagga

A.X.199. (Gelijkluidend met eerdere teksten)

Hoofdstuk 21. karajakāya-vagga

A.X.200-204. De tien paden van handelen

A.X.205. De manier van wegkruipen [kamma]

A.X.206. De opdroging van daden [kamma]

A.X.207. (Gelijkluidend)

A.X.208. Zegeningen van mettā, karunā, muditā en upekkhā

A.X.209. Twee soorten levenswijze [kamma]

Hoofdstuk 22. sāmañña-vagga

A.X.210-213. Hel en hemel

A.X.214-216. De gevolgen van juist en onjuist handelen [kamma]

Hoofdstuk 23. rāga-peyyāla

A.X.217-219. De reeks over het inzien van begeerte

Ang.Nik. 11. Ekadasaka-nipata; het boek van elf.

Het Ekadasaka-Nipāta, het boek van elf, is verdeeld in vier hoofdstukken. In totaal zijn er maar 24 suttas, waarvan meerdere gelijkluidend zijn met vroegere teksten.

Hoofdstuk 1: nissaya-vagga 

A.XI. 1-5. (Identiek met eerdere suttas)

A.XI. 6. Het lot van degene die anderen beschimpt

A.XI. 7-8. Niet meer gewaarworden

A.XI. 9. Bevrijde overweging

A.XI. 10. Het overwegen van de edelen

A.XI. 11. Het hoogste - Moranivāpa Sutta

Hoofdstuk 2: anussati-vagga 

A.XI. 12-13. Juiste contemplatie voor leken - Contemplatie over de Boeddha, Dhamma en Ariyasangha

A.XI. 14. Nandiya - juiste overwegingen voor de leek - kenmerken van vertrouwen

A.XI. 15. De kenmerken van vertrouwen

A.XI. 16. Mettanisamsa sutta - De zegeningen van liefdevolle vriendelijkheid

A.XI. 17. De elf poorten van het doodloze 

A.XI. 18. De koeherder - I

A.XI. 19-22. (identiek met eerdere teksten)

Hoofdstuk 3: sāmañña-vagga 

A.XI. 23. De koeherder - II

Hoofdstuk 4: rāga-peyyāla 

A.XI. 24. De reeks over het inzien van begeerte 

Khuddaka-nikaya

1. Khuddakapātha

Khp.1. Saranattaya - De drievoudige toevlucht

Khp.2. Dasasikkhāpada - De tien regels van deugdzaamheid

Khp.3. Dvattimsākāra - De 32 delen van het lichaam

Khp.4. Sāmanera pañha - Vragen te beantwoorden door een novice

Khp.5. Mahā mangala sutta - De leerrede over de grootste zegeningen

Khp.6. Ratana Sutta - De Juweel-toespraak

Khp.7. Tirokudda Sutta - Buiten de muren // het geven van gaven aan petas

Khp.8. Nidhikanda Sutta - De verborgen schat // verdiensten

Khp.9. Metta Sutta - De toespraak over liefdevolle vriendelijkheid

2. Dhammapada (verhalen en verzen)

1. Yamaka-vagga - Tweeling-verzen

Verhaal I:1 bij 1 (1:1) De blinde Arahant Cakkhupala

Verhaal I:2 bij 2 (1:2)  De weg naar de hemel

Verhaal I:3 bij 3-4 (1:3-4) Wraak leidt niet naar vrede

Verhaal I:4 bij 5 (1:5) Haat wordt overwonnen door liefdevolle vriendelijkheid

Verhaal I:5 bij 6 (1:6) Verdraagzaamheid

Verhaal I:6 bij 7-8 (1:7-8) Onjuist en juist denken

Verhaal I:7 bij 9-10 (1:9-10) De zuivere is het gele gewaad waard, maar de onzuivere niet

Verhaal I:8 bij 11-12 (1:11-12) Juiste visie; het is moeilijk de waarheid in te zien. Sariputta en Moggallana

Verhaal I:9 bij 13-14 (1:13-14) Vurig verlangen doordringt het hart van de onontwikkelde, maar niet dat van de ontwikkelde

Verhaal I:10 bij 15 (1:15) Boosdoeners lijden hier en hierna

Verhaal I:11 bij 16 (1:16) Gelukkig is de weldoener hier en hierna

Verhaal I:12 bij 17 (1:17) De boosdoener klaagt hier en hierna

Verhaal I:13 bij 18 (1:18) Gelukkig is de rechtvaardige

Verhaal I:14 bij 19 en 20 (1:19-20) Leren zonder praktijk is waardeloos

2. Appamada vagga - Oplettendheid

Verhaal II:1 bij 21-23 (2:1-3) Complot van Magandiya tegen koningin Samavati - De onoplettende sterft, de oplettende sterft niet

Verhaal II:2 bij 24 (2:4) De stem van een rijke man (Kumbha Ghosaka) - De energieke gaat vooruit

Verhaal II:3 bij 25 (2:5) Cula Panthaka bereikt arahantschap - Onafgebroken inspanning

Verhaal II:4 bij 26-27 (2:6-7) Kinderlijk gedrag op een festival - Wees oplettend, niet onoplettend

Verhaal II:5 bij 28 (2:8) Onoplettendheid moet overwonnen worden door oplettendheid

Verhaal II:6 bij 29 (2:9) Het doel van het religieuze leven - De ijverige en de waakzame halen de onnadenkende en de trage in

Verhaal II:7 bij 30 (2:10) Hoe Magha Sakka werd - Serieus streven leidt naar heerschappij

Verhaal II:8 bij 31 (2.11) Het vuur van het edele pad - De waakzame boekt vooruitgang

Verhaal II:9 bij 32 (2:12)  De monnik die tevredenheid ontwikkelde (Tissa) - De oplettende is in de aanwezigheid van Nibbana

3. Citta Vagga – De geest

Verhaal III:1 bij 33-34 (3:1-2) Meghiya die zijn geest niet kon beheersen - Maak de wispelturige geest recht. Beheers uw geest

Verhaal III:2 bij 35 (3:3) Matika Mata leest gedachten van monniken - Beheers de geest

Verhaal III:3 bij 36 (3:4) Bewaak de gedachten

Verhaal III:4 bij 37 (3:5)  De geest kan ver reizen  (Sangha Rakkhita) - Zij die hun geest hebben beheerst, zijn vrij

Verhaal  III:5 bij 38-39 (3:6-7) De monnik met een niet standvastige geest (Citta Hatta) - Voor de waakzame is er geen vrees

Verhaal III:6 bij 40 (3:8) Boomgodheden storen de monniken - Maak de geest sterk en wees niet gehecht

Verhaal III:7 bij 41 (3:9) De monnik met een stinkend lichaam (Putiggatta Tissa) - Vergankelijk is het lichaam

Verhaal III:8 bij 42 (3:10) Nanda de herder - Een slecht gerichte geest is de ergste vijand

Verhaal III:9 bij 43 (3:11)  Moeder van twee en vader van twee (Soreyya) - Een goed gerichte geest is veel groter dan moeder of vader 

4. Puppha vagga – bloemen

Verhaal IV:1 bij 44-45 (4:1-2) Concentreer je op je lichaam - De edele discipel zal zichzelf overwinnen.

Verhaal IV:2 bij 46 (4:3) Dit lichaam is als een luchtspiegeling

Verhaal IV:3 bij 47 (4:4) Vidudabha neemt wraak op de Sakyas - De verwoesting van Kapilavatthu

Verhaal IV:4 bij 48 (4:5) De vrouw die in de Tavatimsa hemel wedergeboren werd (Pati Pujika Kumari)

Verhaal IV:5 bij 49 (4:6) De gierige rijke man (Kosiya) - Heilige monniken veroorzaken voor niemand ongemak

Verhaal IV:6 bij 50 (4:7) Zoek niet de fouten bij anderen maar alleen die van jezelf

Verhaal IV:7 bij 51-52 (4:8-9) Aan wie moet men eer betonen? (Chattapani) - Het in praktijk brengen is beter dan alleen maar onderrichten

Verhaal IV:8 bij 53 (4:10) De zeer devote mevrouw Visakha - Doe veel goeds

Verhaal IV:9 bij 54-55 (4:11-12) De geur van de deugdzamen waait in alle richtingen

Verhaal IV:10 bij 56 (4:13) Sakka geeft aalmoezen aan de eerwaarde Kassapa - De geur van deugdzaamheid is verreweg de beste

Verhaal IV:11 bij 57 (4:14) Godhika bereikt heiligheid bij de poging tot zelfdoding - Het wedergeboorte-bewustzijn van Arahants kan niet opgespoord worden

Verhaal IV:12 bij 58-59 (4:15-16) De wijzen overtreffen wereldlingen (Sirigutta en Garahadinna) - Grootheid kan zelfs onder de laagsten gevonden worden 

5. Bāla vagga – Dwazen

Verhaal V:1 bij 60 (5:1) De koning die de vrouw van een ander begeerde (Pasenadi) - Lang is samsara voor degenen die de dhamma niet kennen

Verhaal V:2 bij 61 (5:2) Een ongehoorzame novice - Vermijdt omgang met de dwazen

Verhaal V:3 bij 62 (5:3) Het lot van een gierige rijke man - Men is niet van zichzelf

Verhaal V:4 bij 63 (5:4) Wijs is hij die zijn dwaasheid erkent

Verhaal V:5 bij 64 (5:5) Een dwaas kan de waarde van de Dhamma niet waarderen

Verhaal V:6 bij 65 (5:6) De wijze kan de waarde van de Dhamma waarderen

Verhaal V:7 bij 66 (5:7) De melaatse Suppabuddha - De vrucht van kwaad is bitter

Verhaal V:8 bij 67 (5:8) Hoe de Boeddha een onschuldige boer redde - Die daad is niet goed gedaan die spijt veroorzaakt

Verhaal V:9 bij 68 (5:9) De sterke devotie van een tuinman - Die daad is goed gedaan die geen spijt veroorzaakt

Verhaal V:10 bij 69 (5:10) De jonge man die een non verkrachtte (Uppala Vanna) - Boosdoeners lijden verdriet

Verhaal V:11 bij 70 (5:11)  De asceet die anderen bedroog - Realisatie is veel hoger dan alleen maar vasten

Verhaal V:12 bij 71 (5:12) Een geest met het hoofd van een mens en het lichaam van een slang - Een onheilzame daad draagt niet onmiddellijk vrucht

Verhaal V:13 bij 72 (5:13) Wees voorzichtig in daden - Kennis en roem hebben de neiging om dwazen te ruïneren

Verhaal V:14 bij 73-74 (5:14-15) Een lekenvolgeling en een koppige monnik - De onwetenden zoeken ongepaste roem

Verhaal V:15 bij 75 (5:16) De novice Tissa die alle harten won - Het pad naar winst is het ene en dat naar Nibbana is een ander

6. Pandita vagga – De wijze

Verhaal VI:1 bij 76 (6:1) Heb omgang met de wijzen die u proberen te corrigeren

Verhaal VI:2 bij 77 (6:2) Raadgevers zijn aangenaam voor de goeden maar niet voor de slechten

Verhaal VI:3 bij 78 (6:3) De koppige monnik  Channa - Koester goede vriendschap

Verhaal VI:4 bij 79 (6:4) Een koning en zijn ministers bereiken heiligheid - Gelukkig leeft hij die van de Dhamma drinkt

Verhaal VI:5 bij 80 (6:5) De bereiking van de jonge novice Pandita - De wijzen beheersen zichzelf

Verhaal VI:6 bij 81 (6:6) Onwrikbaar als een rots zijn de wijzen te midden van lofprijzing en verwijten

Verhaal VI:7 bij 82 (6:7) De wijzen zijn vreedzaam

Verhaal VI:8 bij 83 (6:8) De wijzen zijn noch opgetogen noch gedeprimeerd

Verhaal VI:9 bij 84 (6:9) Succes moet niet gezocht worden met verkeerde middelen - Men moet werken voor zijn eigen bevrijding

Verhaal VI:10 bij 85-86 (6:10-11)  Weinigen gaan naar de overkant - Zij die de Dhamma volgen, kunnen het uiteindelijke doel bereiken

Verhaal VI:11 bij 87-89 (6:12-14) Geef het kwaad op. Koester het goede. Zoek geluk in afzondering. Zij die niet gehecht zijn, zijn in vrede 

7. Arahanta vagga – De waardige

Verhaal VII:1 bij 90. (7:1) Geen lijden voor de bevrijde - De Boeddha en zijn arts Jivaka

Verhaal VII:2 bij 91 (7:2) Een Arahant is vrij van gehechtheid (Maha Kassapa)

Verhaal VII:3 bij 92 (7:3) De monnik die voedsel verzamelde - Wees niet gehecht aan voedsel

Verhaal VII:4 bij 93 (7:4) Anuruddha en de godin - Vrij zijn degenen zonder smetten

Verhaal VII:5 bij 94 (7:5) Sakka betuigt eer aan de eerwaarde Maha Kaccayana - Degenen die hun zintuigen beheersen zijn dierbaar aan allen

Verhaal VII:6 bij 95 (7:6) Zoals de aarde nemen de Arahants geen aanstoot - De monnik die de eerwaarde Sariputta beschuldigde

Verhaal VII:7 bij 96 (7:7) Het verlies van een oog - De gekalmeerden zijn de vreedzamen

Verhaal VII:8 bij 97 (7:8) Edel is hij die niet lichtgelovig is - Vertrouwen alleen kan iemand niet Nibbana laten realiseren

Verhaal VII:9 bij 98 (7:9) Revata, de jongste broer van Sariputta - Heerlijk is de plek waar Arahants wonen

Verhaal VII:10 bij 99 (7:10) Een courtisane verleidt een monnik - Heerlijk zijn de bossen voor degenen zonder passies

8. Sahassa vagga – Duizenden

Verhaal VIII:1 bij 100 (8:1) de beul Tambadatthika - Beter dan duizend nutteloze woorden is één heilzaam woord

Verhaal VIII:2 bij 101 (8:2) Bahiya bereikt heel snel arahantschap - Eén nuttig vers is beter dan duizend nutteloze verzen

Verhaal VIII:3 bij 102-103 (8:3-4) Het rijke meisje dat met een dief trouwde - Beter dan honderd nutteloze woorden is één woord van de Dhamma. Zelfoverwinning is de beste overwinning

Verhaal VIII:4 bij 104-105 (8:5-6) Wees liever een overwinnaar van jezelf dan een overwinnaar van anderen. Niemand kan zelfoverwinning veranderen in nederlaag

Verhaal VIII:5 bij 106 (8:7) De weg naar de Brahma-wereld - Een moment van eer aan de waardige is beter dan lang voortgezette eer aan de onwaardige

Verhaal VIII:6 bij 107 (8:8)  Het aanbidden van vuur is niet de juiste manier - Een moment van eer aan de zuivere is beter dan een eeuw van vuuroffers

Verhaal VIII:7 bij 108 (8:9) Beter dan het offer-slachten van dieren is het eer te brengen aan de zuiveren

Verhaal VIII:8 bij 109 (8:10) Hoe de Boeddha een kind beschermde (Ayu Waddhana) - Gezegend inderdaad zijn zij die degenen eren die eer waard zijn

Verhaal VIII:9 bij 110 (8.11) Het wonder van de jonge novice Samkicca - Een kort maar deugdzaam leven is beter dan een lang maar immoreel leven

Verhaal VIII:10 bij 111 (8:12) De eerwaarde Kondañña en de rovers - Een kort leven van wijsheid is beter dan een lang leven van domheid

Verhaal VIII:11 bij 112 (8:13)  Het bereiken van heiligheid tijdens de zelfmoordpoging van de eerwaarde Sappadasa

Verhaal VIII:12 bij 113 (8:14)  Patacara verliest haar hele familie - Een kort leven van overweging is beter dan een lang leven zonder overweging

Verhaal VIII:13 bij 114 (8:15) Kisagotami - Een dag met ervaring van het doodloze is beter dan een eeuw zonder een dergelijke ervaring

Verhaal VIII:14 bij 115 (8:16) De kinderen die hun moeder verwaarloosden (Bahu Puttika) - Een dag van het waarnemen van de Dhamma is beter dan een eeuw zonder een dergelijke waarneming

9. Pāpa vagga - Het kwaad

Verhaal IX:1 bij 116 (9:1) De grote gave van de arme brahmaan - Wees snel bij het doen van goed; onderdruk kwaad

Verhaal IX:2 bij 117 (9:2) Onthoud je van seksueel wangedrag (Seyyasaka) - Doe niet steeds weer kwaad

Verhaal IX:3 bij 118 (9:3) Een vrouwelijke deva doet diensten voor Maha Kassapa - Doe steeds weer goed

Verhaal IX:4 bij 119-120 (9:4-5) Anathapindika en de beschermgeest - Aan de vrucht kent men het kwade of het goede

Verhaal IX:5 bij 121 (9:6) De slordige monnik -  Denk niet licht over het kwaad

Verhaal IX:6 bij 122 (9:7) De rijke man die weinig gaf (Bilala Padaka) - Denk niet licht over het goede

Verhaal IX:7 bij 123 (9:8) Een reis vol gevaar (Maha Dhana) - Vermijd het kwaad als een gevaarlijk pad

Verhaal IX:8 bij 124 (9:9) Kukkuta Mitta de jager en zijn gezin begrijpen de Dhamma - Geen kwaad voor degenen die geen kwade bedoeling hebben

Verhaal IX:9 bij 125 (9:10) Een jager die werd aangevallen door zijn eigen honden (Koka) - Kwelling van onschuldigen is als stof tegen de wind in

Verhaal IX:10 bij 126 (9:11) De edelsteenslijper die een onschuldige monnik sloeg - Wilsacties bepalen de geboorte

Verhaal IX:11 bij 127 (9:12) Niemand is vrij van de gevolgen van slechte wilsacties

Verhaal IX:12 bij 128 (9:13) Koning Suppabuddha verspert de weg van de Boeddha - De dood kan niet overwonnen worden

10. Danda vagga - De stok of straf

Verhaal X:1 bij 129 (10:1) De monniken die ruzie maakten over een tempel - Doodt niet

Verhaal X:2 bij 130 (10:2) De tweede ruzie - Het leven is dierbaar aan allen

Verhaal X:3 bij 131-132 (10:3-4) De jongelingen die een slang sloegen - Doodt niemand. Breng geen letsel toe

Verhaal X:4 bij 133-134 (10:5-6) De monnik en de fantoomvrouw (Kundadhana) - Spreek niet nors. Breng jezelf tot zwijgen

Verhaal X:5 bij 135 (10:7) De vrouwen die de regels in acht namen voor verschillende doeleinden - Verval en dood zijn universeel

Verhaal X:6 bij 136 (10:8) Betalen voor zijn slechte daden (Lakkhana) - Het kwaad verteert de boosdoener

Verhaal X:7 bij 137-140 (10:9-12) Vroegtijdige dood van de eerwaarde Maha Moggallana - Hem die de onschuldige kwelt, zal het slecht vergaan; kwelling van een Arahant

Verhaal X:8 bij 141 (10:13) De monnik met veel bezittingen (Bahu Bhandika) - Externe kastijdingen kunnen iemand niet zuiveren

Verhaal X:9 bij 142 (10:14) Het bereiken van Nibbana in de kleding van een leek (Santati) - Niet door uiterlijke verschijning wordt men heilig

Verhaal X:10 bij 143-144 (10:15-16) De monnik en de haveloze kleren (Pilotika) - De bescheidenen zijn zeldzaam in deze wereld. Wees deugdzaam en wordt bevrijd van lijden

Verhaal X:11 bij 145 (10:17) Sukha de novice - De goeden beheersen zichzelf

11. Jāra vagga – Ouderdom

Verhaal XI:1 bij 146 (11:1) Visakha en haar dronken metgezellinnen - Zoek het licht

Verhaal XI:2 bij 147 (11:2) Hoe de Boeddha het lijk van Sirima te koop aanbood - Vergankelijk is het lichaam

Verhaal XI:3 bij 148 (11:3) Hoe de Boeddha een oudere non troostte (Uttara) - Het leven eindigt met de dood

Verhaal XI:4 bij 149 (11:4) De monniken met zelfoverschatting - Welke vreugde is er bij het zien van witte beenderen?

Verhaal XI:5 bij 150 (11:5) Arahantschap door het overwegen van de vergankelijkheid van schoonheid (Rupananda) - Dit lichaam is samengesteld uit vlees en bloed

Verhaal XI:6 bij 151 (11:6) De koningin die spijt had van een kleine fout (Mallika) - Oprechtheid verslijt niet

Verhaal XI:7 bij 152 (11:7) De monnik die altijd het verkeerde zei (Laludayi) - Bij iemand die weinig heeft geleerd, ontbreekt het aan wijsheid

Verhaal XI:8 bij 153-154 (11:8-9) Het loflied gesproken door de Boeddha - Begeerte is de bouwer van dit huis

Verhaal XI:9 bij 155-156 (11:10-11) Hoe Mahadhana zijn rijkdom verkwistte - Zij hebben spijt die niet materieel en geestelijk vooruit gaan

12. Atta vagga – Het zelf

Verhaal XII:1 bij 157 (12:1) Prins Bodhiraja Kumara die geen nakomelingen had - Wees waakzaam

Verhaal XII:2 bij 158 (12:2) De hebzuchtige monnik Upananda - Laat men eerst zichzelf opvoeden

Verhaal XII:3 bij 159 (12:3) De monnik die preekte zonder het gepreekte in de praktijk te brengen (Padhanika Tissa) - Handel zoals je onderwijst

Verhaal XII:4 bij 160 (12:4) De zoon van een bhikkhuni (Kumara Kassapa) - Zelf is men zijn toevlucht

Verhaal XII:5 bij 161 (12:5) De vroegtijdige dood van een devote lekenvolgeling (Mahakala) - Men is verantwoordelijk voor zijn kwaad

Verhaal XII:6 bij 162 (12:6) Het verhaal van Devadatta, de tegenstander van de Boeddha - De verdorvenen veroorzaken hun eigen ondergang

Verhaal XII:7 bij 163 (12:7) Het verhaal van schisma in de Orde - Het kwade is gemakkelijk te doen maar het goede is moeilijk te doen

Verhaal XII:8 bij 164 (12:8) De jaloerse monnik (Kala) - Veracht niet de edelen

Verhaal XII:9 bij 165 (12:9) Een devote leek (Culakala) wordt beschermd door courtisanes - Zuiverheid en onzuiverheid hangen af van iemand zelf

Verhaal XII:10 bij 166 (12:10) De ijverige ouderling Attadattha - Streef naar je geestelijk welzijn

13. Loka vagga – De wereld

Verhaal XIII:1 bij 167 (13:1) Een monnik die ruzie had met een jong meisje - Geef lage verlangens op

Verhaal XIII:2 bij 168-169 (13:2-3)  De Boeddha bezoekt Kapilavatthu - De rechtvaardigen zijn gelukkig; wees rechtvaardig

Verhaal XIII:3 bij 170 (13:4) Als een luchtbel is deze wereld

Verhaal XIII:4 bij 171 (13:5) De wijzen zijn niet gehecht aan de wereld. Hoe de Boeddha de bedroefde prins Abhaya troostte -

Verhaal XIII:5 bij 172 (13:6) De monnik met een bezem (Sammunjjani) - De oplettende verlicht de wereld

Verhaal XIII:6 bij 173 (13:7) De moordenaar Angulimala die heiligheid bereikte - Het kwaad bedekken met het goede

Verhaal XIII:7 bij 174 (13:8) Op de Calika-heuvel en de weversdochter - Weinigen hier zien helder

Verhaal XIII:8 bij 175 (13:9) Dertig monniken die plotseling verdwenen - De wijzen zoeken een ontsnapping uit deze wereld

Verhaal XIII:9 bij 176 (13:10) Cinca Manavika beschuldigt de Boeddha valselijk - Er is geen kwaad dat door een leugenaar niet kan worden verricht

Verhaal XIII:10 bij 177 (13:11) Het wedijveren in het geven van aalmoezen - De gierigen zijn niet gelukkig

Verhaal XIII:11 bij 178 (13.12) Het verhaal van Kala, de zoon van Anathapindika - Geestelijke vooruitgang is beter dan wereldlijke heerschappij

14. Buddha vagga – De Boeddha

Verhaal XIV:1 bij 179-180 (14:1-2) Het  huwelijksvoorstel aan de Boeddha - De Boeddha kan niet omvat worden. De Boeddha is zonder hartstochten

Verhaal XIV:2 bij 181 (14:3) De Boeddha keert terug vanuit de wereld van de Tavatimsa goden - Boeddhas zijn aan allen dierbaar

Verhaal XIV:3 bij 182 (14:4) De koning van de Nagas en zijn dochter - De goeden zijn zeldzaam

Verhaal XIV:4 bij 183-185 (14:5-7) De leer van de Boeddha - Doe goed en wees goed. Geweldloosheid is het kenmerk van een asceet. Leidt een zuiver en edel leven

Verhaal XIV:5 bij 186-187 (14: 8-9) Een ontevreden jonge bhikkhu - Zinnelijke genoegens zijn onheilzaam

Verhaal XIV:6 bij 188-192 (14:10-14) Bevrijding van het lijden wordt verkregen door toevlucht te nemen tot de Boeddha, Dhamma en de Sangha

Verhaal XIV:7 bij 193 (14:15) De edelen zijn zeldzaam

Verhaal XIV:8 bij 194 (14:16) Dingen die naar geluk leiden

Verhaal XIV:9 bij 195-196 (14: 17-18) Eer degenen die eer waard zijn

15. Sukha vagga – Geluk

Verhaal XV:1 bij 197-199 (15:1-3). De twist over water - Wees zonder haat onder degenen die vol haat zijn. Wees in goede gezondheid onder de zieken. Wees zonder hartstocht onder degenen met hartstocht

Verhaal XV:2 bij 200 (15:4) Mara beïnvloedt de dorpelingen tegen de Boeddha - Wees zonder belemmeringen

Verhaal XV:3 bij  201 (15:5) Overwinning brengt haat voort (de koning van Kosala)

Verhaal XV:4 bij 202 (15: 6) Het vuur van lust

Verhaal XV:5 bij 203 (15:7) De Boeddha en een hongerige man - Honger is de grootste kwaal

Verhaal XV:6 bij 204 (15:8) Wees matig bij het eten - Gezondheid is de grootste zegening

Verhaal XV:7 bij 205 (15:9) De juiste manier om de Boeddha te eren - De ouderling Thissa. Gelukkig is hij die de smaak van de waarheid proeft

Verhaal XV:8 bij 206-208 (15: 10-12) Sakka verpleegt de Boeddha - Gezegend is het zien van de edelen. Vol leed is omgang met de dwazen. Ga daarom om met de wijzen

16. Piya vagga – Genegenheid

Verhaal XVI:1 bij 209-211 (16: 1-3) Gehechtheid belemmert geestelijke ontwikkeling - Vermijdt wat gemeden moet worden. Geef op zowel wat dierbaar is als wat niet dierbaar is. Houdt niets dierbaar

Verhaal XVI:2 bij 212 (16.4) De Boeddha troost de bedroefden - Uit genegenheid ontstaat verdriet

Verhaal XVI:3 bij 213 (16: 5) De Boeddha troost Visakha - Verdriet ontstaat uit genegenheid

Verhaal XVI:4 bij 214 (16: 6) De prinsen die vochten om een courtisane - Verdriet ontstaat uit gehechtheid

Verhaal XVI:5 bij 215 (16:7) Anitthi Gandha Kumara verliest zijn bruid - Verdriet ontstaat uit lust

Verhaal XVI:6 bij 216 (16: 8) Verdriet ontstaat uit begeerte

Verhaal XVI:7 bij 217 (16: 9) Maha Kassapa krijgt manden met cakes - De deugdzamen zijn aan allen dierbaar

Verhaal XVI:8 bij 218 (16:10) De bejaarde monnik die herboren werd in de Zuivere Verblijven - Degenen die niet gehecht zijn, gaan stroomopwaarts

Verhaal XVI:9 bij 219-220 (16:11-12) Nandiya bereikt hemelse glorie - Verdiensten verwelkomen de deugdzame

17. Kodha vagga – Boosheid

Verhaal XVII:1 bij 221 (17:1) Mevrouw Rohini die genezen werd van haar huidziekte - Geef boosheid op

Verhaal XVII:2 bij 222 (17:2) Een monnik en de boomgeest - Beheers je woede

Verhaal XVII:3 bij 223 (17:3) Metta beschermt mevrouw Uttara tegen kokende olie - Overwin woede door liefdevolle vriendelijkheid

Verhaal XVII:4 bij 224 (17:4) De weg naar de hemel - Wees eerlijk, verdraagzaam en edelmoedig

Verhaal XVII:5 bij 225 (17:5). Een brahmaan begroet de Boeddha als zijn zoon - Onschuldigen  bereiken het doodloze

Verhaal XVII:6 bij 226 (17:6). De gever maakt de gave (Punna) - Degenen die steeds waakzaam zijn, geven verontreinigingen op

Verhaal XVII:7 bij 227-230 (17:7-10) Niets teveel en te weinig (Atula) - Er is niemand in deze wereld die onberispelijk is

Verhaal XVII:8 bij 231-234 (17:11-14)  Meerdere monniken die houten sandalen droegen - Wees zuiver in daad, woord en gedachte

18. Mala vagga - Onzuiverheden of smetten

Verhaal XVIII:1 bij  235-238 (18:1-4) Het lot van een slager en zijn zoon - De dood is nabij voor u. Streef energiek. Het leven komt tot een einde. Wees zonder passies

Verhaal XVIII:2 bij 239 (18:5) Een brahmaan zorgt voor de benodigdheden van heilige mannen - Zuiver jezelf geleidelijk

Verhaal XVIII:3 bij 240 (18:6). Een monnik die als insect was geboren (Tissa) - Het slechte ruïneert zichzelf

Verhaal XVIII:4 bij 241 (18:7) De monnik die valse beweringen deed (Laludayi) - Oorzaken van smetten

Verhaal XVIII:5 bij 242-243 (18:8-9)  Een man wiens vrouw overspel pleegde - Verontreinigingen zijn slechte dingen. Onwetendheid is de grootste smet

Verhaal XVIII:6 bij 244-245 (18:10-11) De monnik die geneeskunde beoefende (Cula Sari) - Het is gemakkelijk een schaamteloos leven te leiden. Het is moeilijk om een bescheiden leven te leiden

Verhaal XVIII:7 bij 246-248 (18:12-14) Het is niet gemakkelijk om de regels na te volgen

Verhaal XVIII:8 bij 249-250 (18:15-16) Degenen die afgunstig zijn, zijn niet in vrede. Degenen die niet afgunstig zijn, zijn in vrede

Verhaal XVIII:9 bij 251 (18:17) De onoplettende leken-discipelen - Er is geen rivier zoals vurig verlangen

Verhaal XVIII:10 bij 252 (18:18) De rijke man (Mendaka) - Gemakkelijk te zien zijn de fouten van anderen

Verhaal XVIII:11 bij 253 (18:19) De fouten zoekende monnik (Ujjhana Sanni) - Verontreinigingen nemen toe bij degenen die andermans fouten zoeken

Verhaal XVIII:12 bij 254-255 (18:20-21) De zwervende asceet Subhadda - Buiten zijn er geen heiligen die Nibbana hebben verwerkelijkt. Er zijn geen aggregaten die eeuwig zijn

19. Dhamattha vagga – De rechtvaardige

Verhaal XIX:1 bij 256-257 (19:1-2) De rechters die steekpenningen aannamen - De rechtvaardige moet een goed onderzoek doen. De onpartijdigen worden de ware rechtvaardigen genoemd

Verhaal XIX:2 bij 258 (19:3) Degenen die anderen storen, zijn niet wijs -  Men wordt niet verstandig geacht omdat men praatziek is

Verhaal XIX:3 bij 259 (19:4) Kennis is geen realisatie (Ekudana) - Veel praten is geen eigenschap van iemand die de Dhamma kent

Verhaal XIX:4 bij 260-261 (19:5-6) Grijze haren alleen maken iemand geen Thera - Hij is een Thera die smetteloos is

Verhaal XIX:5 bij 262-263 (19:7-8) Niet door een knap uiterlijk wordt men goedmoedig. Goedmoedig is degene die jaloersheid etc. heeft opgegeven

Verhaal XIX:6 bij 264-265 (19:9-10) De monnik die graag ruzie maakte (Hatthaka) - Een geschoren hoofd maakt iemand niet een monnik.  Hij is een monnik die het kwaad heeft overwonnen

Verhaal XIX:7 bij 266-267 (19:11-12) Men wordt geen bhikkhu enkel door te bedelen. Hij die heilig is, heet een bhikkhu

Verhaal XIX:8 bij 268-269 (19:13-14) Zwijgen alleen maakt nog geen wijze - Door het kwaad te onderdrukken wordt men een wijze

Verhaal XIX:9 bij 270 (19:15) Door geen kwaad te doen wordt men een edele (Ariya)

Verhaal XIX:10 bij 271-272 (19:16-17) Het is niet gemakkelijk om een Arahant te worden - Laat een bhikkhu niet tevreden zijn totdat hij alle passies vernietigt

20. Magga vagga – De weg of het pad

Verhaal XX:1 bij 273-276 (20:1-4) Het pad naar volmaaktheid - Het achtvoudige pad is het beste. Volg dit pad voor zuiverheid. Als men dit pad volgt kan men een einde maken aan het lijden. Men moet zich inspannen

Verhaal XX:2 bij 277 (20:5) Meditatie over anicca - Vergankelijk zijn veroorzaakte dingen

Verhaal XX:3 bij 278 (20:6) Meditatie over dukkha - Vol smart zijn alle veroorzaakte dingen

Verhaal XX:4 bij 279 (20:7) Meditatie over anatta - Alles is zonder zelf

Verhaal XX:5 bij 280 (20:8) Wees waakzaam en wees niet lui - De trage verwerkelijkt het pad niet

Verhaal XX:6 bij 281 (20:9) Bewaak en zuiver uw gedachten, woorden en daden

Verhaal XX:7 bij 282 (20:10)  Kennis zonder realisatie is nutteloos (Pothila) - Handel op zo’n manier dat u toeneemt in wijsheid

Verhaal XX:8 bij 283-284 (20:11-12) De oude monniken en de oude vrouw - Wees zonder gehechtheid. De geest is in slavernij zolang als er gehechtheid is.

Verhaal XX:9 bij 285 (20:13) Meditatie over een lotusbloem - Ontwikkel het pad van vrede

Verhaal XX:10 bij 286 (20:14) De nabije dood van een rijke koopman (Mahadhana) - De onwetenden beseffen niet het gevaar van de dood

Verhaal XX:11 bij 287 (20:15) De dood komt over alle wezens (Kisa Gotami) - De dood pakt de suffende mens

Verhaal XX:12 bij 288-289 (20:16-17) Zonen en dochters zijn geen toevlucht (Patacara) - Geen bescherming van iemand op het ogenblik van de dood

21. Pakinnaka vagga – Gemengd

Verhaal XXI:1 bij 290 (21:1) De kracht van het Ratana sutta - Geef het kleinere geluk op terwille van het grotere

Verhaal XXI:2 bij 291 (21:2) Haat wordt alleen gestild door liefdevolle vriendelijkheid

Verhaal XXI:3 bij 292-293 (21:3-4) Monniken die hun sandalen versierden - De smetten van de verwaande nemen toe. De smetten van de oplettende nemen af

Verhaal XXI:4 bij 294-295 (21:5-6)  Lakuntaka Bhaddiya doodde zijn 'ouders' - De Arahant gaat zonder te treuren

Verhaal XXI:5 bij 296-301 (21:7-12) De jongen en de geesten - Mediteer over de Boeddha, Dhamma en Sangha, het lichaam en niet kwaad doen. Zoek vreugde in meditatie

Verhaal XXI:6 bij 302 (21:13) Moeilijk is verzaking

Verhaal XXI:7 bij 303 (21:14) Een deugdzame wordt overladen met rijkdom (Citta) - Devote personen worden overal gerespecteerd

Verhaal XXI:8 bij 304 (21:15) Afstand is niet het probleem (Cula Subhadda) - De goede kan ook van verre  gezien worden

Verhaal XXI:9 bij 305 (21:16) Het is beter om alleen te blijven (Ekavihari)

22. Niraya vagga – Staten van ellende

Verhaal XXII:1 bij 306 (22:1) Een kwaadaardig complot tegen de Boeddha (Sundari) - Leugenaars lijden

Verhaal XXII:2 bij 307 (22:2) Verdorven monniken lijden

Verhaal XXII:3 bij 308 (22:3) Bhikkhus doen alsof zij volmaaktheid hebben bereikt - Wees niet immoreel

Verhaal XXII:4 bij 309-310 (22:4-5) De man van wie vrouwen hielden - Echtbreuk is slecht

Verhaal XXII:5 bij 311-313 (22:6-8) De koppige monnik - Een leven van twijfelachtige heiligheid is niet aan te bevelen. Wat juist is, moet gedaan worden uit alle macht

Verhaal XXII:6 bij 314 (22:9) De jaloerse vrouw die haar dienstmeisje martelde - Slechte daad en goede daad

Verhaal XXII:7 bij 315 (22:10) De monniken die voor zichzelf moesten zorgen - Bescherm jezelf als een versterkte stad

Verhaal XXII:8 bij 316-317 (22:11-12)  De naakte asceten - Schaamte en angst voor wat niet beschamend en niet angstaanjagend is

Verhaal XXII:9 bij 318-319 (22:13-14) Kinderen bezoeken de Boeddha - Zie verkeerd als verkeerd en juist als juist

23. Nāga vagga – De olifant

Verhaal XXIII:1 bij 320-322 (23:1-3) Hoe de Boeddha beledigingen verdraagt (Magandiya) - De meerderheid is niet gedisciplineerd. De gecultiveerde verdraagt beledigingen. Gezegend is degene met zelfbeheersing

Verhaal XXIII:2 bij 323 (23:4) Men moet zichzelf bedwingen - Zelfbeheersing leidt naar iemands doel

Verhaal XXIII:3 bij 324 (23:5) De vader en zijn ondankbare zonen - Een olifant zorgde voor zijn ouders

Verhaal XXIII:4 bij 325 (23:6) Wees matig bij het eten

Verhaal XXIII:5 bij 326 (23:7) De novice en de moeder geest (Sanu) - Beheers je gedachten

Verhaal XXIII:6 bij 327 (23:8) Een oude olifant reageert op oorlogstrommels - Bewaak uw geest

Verhaal XXIII:7 bij 328-330 (23:9-11) Een olifant bedient de Boeddha - Ga om met de wijzen. Als er geen passende metgezel is, ga dan alleen. Een leven in afzondering is beter

Verhaal XXIII:8 bij 331-333 (23:12-14) Mara probeert de Boeddha te verleiden - Gezegend zijn vrienden in de nood. Gezegend is het om voor zijn ouders te zorgen. Gezegend zijn deugd, vertrouwen en wijsheid

24. Tanha vagga - Begeerte

Verhaal XXIV:1 bij 334-337 (24:1-4) De goudvis met stinkende adem (Kapila) - Begeerte ontstaat in de onachtzame. Degenen die begeren, vermenigvuldigen hun verdriet. Er is geen leed voor degene die vrij van verlangen is. Snijdt begeerte vanaf de wortel af. Gehechtheid aan zinnelijke genoegens leiden naar geboorte en verval

Verhaal XXIV:2 bij 338-343 (24:5-10) Uitwerking van goede en slechte daden - Er is lijden zolang als er begeerte is. Lustvolle gedachten ontstaan in hem die begeerte heeft. Snij begeerte af met wijsheid. Geboeid door begeerte komen zij tot smart. Hij die pasieloosheid wenst, moet begeerte verwijderen

Verhaal XXIV:3 bij 344 (24:11) Een man die de dood dapper onder ogen zag - Het is dwaas om terug te keren naar het wereldlijke leven

Verhaal XXIV:4 bij 345-346 (24:12-13) De banden van begeerte - Gehechtheid aan wereldlijke objecten is veel sterker dan ijzeren kettingen. Doe afstand van zinnelijke geneugten

Verhaal XXIV:5 bij 347 (24:14) Schoonheid is slechts huid diep (Khema) - Degenen vol lust zijn gevangen in hun eigen web

Verhaal XXIV:6 bij 348 (24:15) Een acrobaat die een heilige werd (Uggasena) - Bevrijdt uw geest

Verhaal XXIV:7 bij 349-350 (24:16-17) Hoe een jonge vrouw een monnik beïnvloedde - Begeerte groeit in de hartstochtelijke. De oplettende maakt een einde aan begeerte

Verhaal XXIV:8 bij 351-352 (24:18-19) Hoe Mara probeerde de jonge Rahula bang te maken - Hij die vrij is van begeerte, is in zijn laatste leven. De persoon zonder hechten is een grote wijze

Verhaal XXIV:9 bij 353 (24:20) Het is niet gemakkelijk om de Dhamma te waarderen (Upaka) - Geen leraar. De ontmoeting met de asceet Upaka

Verhaal XXIV:10 bij 354 (34:21) Het verzoek van Sakka - De gave van de waarheid overtreft alle andere gaven

Verhaal XXIV:11 bij 355 (24:22) Rijkdom ruïneert de onwetende

Verhaal XXIV:12 bij 356-359 (24: 23-26) Zaden die op vruchtbare grond worden gezaaid, leveren overvloedig op (Ankura) - Lust en haat en illusie en verlangen zijn smetten van de mensheid

25. Bhikkhu vagga – De bhikkhu of bedelmonnik

Verhaal XXV:1 bij 360-361 (25:1-2) Bhikkhus moeten hun zintuigen beheersen - Hij die zijn zintuigen bewaakt, is bevrijd van verdriet

Verhaal XXV:2 bij 362 (25:3) De monnik die een gans doodde - De volledig beheerste persoon wordt een bhikkhu genoemd

Verhaal XXV:3 bij 363 (25:4) Een monnik moet zijn tong beheersen - Zoet is diens spraak die zijn tong beheerst

Verhaal XXV:4 bij 364 (25:5) De manier om de Boeddha te eren (Dhammarama) - Hij die plezier vindt in de Dhamma, valt niet

Verhaal XXV:5 bij 365-366 (25:6-7) Een monnik moet tevreden zijn - Veracht niet wat men krijgt

Verhaal XXV:6 bij 367 (25:8) Alle soorten van aalmoezen zijn hetzelfde - Hij is een bhikkhu die nergens aan gehecht is

Verhaal XXV:7 bij 368-376 (25:9-17) Een vrome dame en de dieven - De bhikkhu die liefdevolle vriendelijkheid uitstraalt, straalt vrede uit. Geef lust en haat op. Iemand die de stroom oversteekt is iemand die de boeien heeft opgegeven. Mediteer serieus. Er is geen wijsheid in degenen die niet denken. Hij die kalm is, ondervindt transcendentale vreugde. Hij is gelukkig die reflecteert over ontstaan en vergaan. Een wijze bhikkhu moet zijn hoofd-deugden bezitten. Een bhikkhu moet helemaal hartelijk zijn

Verhaal XXV:8 bij 377 (25:18) Meditatie over jasmijnbloemen - Leg lust en haat af

Verhaal XXV:9 bij 378 (25:19) Een monnik moet kalm zijn (Santakaya) - Hij is vreedzaam die vrij is van alle wereldlijke dingen

Verhaal XXV:10 bij 379-380 (25:20-21) Gehechtheid aan oude kleren (Nangala Kula) - Hij die zichzelf beheerst, leeft gelukkig. U bent uw eigen redder

Verhaal XXV:11 bij 381 (25:22) Bewondering van de Boeddha (Vakkali) - Probeer met vreugde en vertrouwen jouw doel te bereiken

Verhaal XXV:12 bij 382 (25:23) De novice die een wonder verrichtte (Sumana) - Zelfs een jonge monnik kan, indien vroom, de hele wereld verlichten

26. Brāmana vagga - De brahmaan

Verhaal XXVI:1 bij 383 (26:1) Niet alle bhikkhus zijn Arahants

Verhaal XXVI:2 bij 384 (26:2) Cultiveer concentratie en inzicht

Verhaal XXVI:3 bij 385 (26:3) Waar is de andere oever? - De ongebonden persoon is een brahmaan

Verhaal XXVI:4 bij 386 (26:4) Wie is een echte brahmaan? - Hij die mediteert en zuiver is, is een brahmaan

Verhaal XXVI:5 bij 387 (26:5) De Boeddha schijnt dag en nacht

Verhaal XXVI:6 bij 388 (26:6) Niet elke asceet is een bhikkhu - Hij is heilig die alle kwaad heeft afgeworpen

Verhaal XXVI:7 bij 389-390 (26:7-8) Doe een Arahant geen kwaad - Een Arahant neemt geen wraak

Verhaal XXVI:8 bij 391 (26:9) Maha Pajapati Gotami - Hij is een ware brahmaan die goed bedwongen is

Verhaal XXVI:9 bij 392 (26:10) Eer degene die eer waard is

Verhaal XXVI:10 bij 393 (26:11) Een brahmaan is degene die de Dhamma heeft verwerkelijkt - Zuiver is hij die waarheidlievend is en rechtvaardig

Verhaal XXVI:11 bij 394 (26:12) Het is niet gemakkelijk om de wijze te misleiden - Wees van binnen zuiver

Verhaal XXVI:12 bij 395 (26:13) De Boeddha prijst Kisa Gotami - Wie alleen mediteert in het bos is een brahmaan

Verhaal XXVI:13 bij 396 (26:14) Men is geen brahmaan door geboorte - Degene die niets bezit en die nergens aan gehecht is, is een brahmaan

Verhaal XXVI:14 bij 397 (26:15) Een brahmaan is hij die alle boeien heeft vernietigd

Verhaal XXVI:15 bij 398 (26:16) Snij de band van begeerte door - Een brahmaan is hij die geen haat heeft

Verhaal XXVI:16 bij 399 (26:17) Een brahmaan is hij die verdraagzaam is

Verhaal XXVI:17 bij 400 (26:18) De eerwaarde Sariputta wordt door zijn moeder gesmaad - Een brahmaan is hij die niet vertoornd is

Verhaal XXVI:18 bij 401 (26:19) Hij is een brahmaan die niet gehecht is aan zinnelijk genot

Verhaal XXVI:19 bij 402 (26:20) Een slaaf wordt een heilige - Een brahmaan is hij die de last heeft afgelegd

Verhaal XXVI:20 bij 403 (26:21) De Boeddha prijst Khema - Een brahmaan is hij die zijn opperste doel heeft bereikt

Verhaal XXVI:21 bij 404 (26:22) Bhikkhu Tissa wordt beschuldigd van exorcisme -  Een brahmaan is hij die met niemand intiem is

Verhaal XXVI:22 bij 405 (26:23) Een brahmaan is hij die absoluut geen kwaad doet

Verhaal XXVI:23 bij 406 (26:24) Een brahmaan is hij die vriendelijk is onder de vijandigen

Verhaal XXVI:24 bij 407 (26:25) Arahants hebben geen mentale verontreinigingen - Een brahmaan is hij die alle passies heeft verwijderd

Verhaal XXVI:25 bij 408 (26:26) Macht der gewoonte - Een brahmaan is hij die niemand aanstoot geeft

Verhaal XXVI:26 bij 409 (26:27) Een brahmaan is hij die niet steelt

Verhaal XXVI:27 bij 410 (26:28) Sariputta wordt verkeerd begrepen - Een brahmaan is hij die zonder wensen is

Verhaal XXVI:28 bij 411 (26:29) Bhikkhus begrijpen de eerwaarde Maha Moggallana verkeerd - Een brahmaan is hij die geen verlangens heeft

Verhaal XXVI:29 bij 412 (26:30) Een brahmaan is hij die goed en kwaad te boven is gekomen

Verhaal XXVI:30 bij 413 (26:31) De jongeman met een stralend lichaam - Een brahmaan is hij die zuiver is

Verhaal XXVI:31 bij 414 (26:32) Een ongewoon lange zwangerschap - Een brahmaan is hij die nergens aan gehecht is

Verhaal XXVI:32 bij 415 (26:33) Een courtisane probeert een monnik te verleiden - Een brahmaan is hij die zintuiglijke verlangen heeft opgegeven

Verhaal XXVI:33 bij 416 (26:34) Een brahmaan is hij die begeerte heeft opgegeven

Verhaal XXVI:34  Het hemelse herenhuis van Jotika

Verhaal XXVI:35 en 36 bij 417-418 (26:35-36) De monnik die een danser was - Een brahmaan is hij die alle banden opzij heeft gezet, die voorkeur en afkeer heeft opgegeven

Verhaal XXVI:37 bij 419-420 (26:37-38) De schedel-tikker -Een brahmaan is hij die niet gehecht is. Een brahmaan is hij die een Arahant is

Verhaal XXVI:38 bij 421 (26:39) Dhammadinna wordt een bhikkhuni - Een brahmaan is hij die niets vurig verlangt

Verhaal XXVI:39 bij 422 (26:40) Angulimala en de olifant - Een brahmaan is hij die verlicht is

Verhaal XXVI:40 bij 423 (26:41) De gave van Devahita - Een brahmaan is hij die zichzelf heeft vervolmaakt

3. Udāna

Udana hoofdstuk 1. Het ontwaken

Ud. 1.1. Onder de Bodhiboom (1)

Ud. 1.2. Onder de Bodhiboom (2)

Ud. 1.3. Onder de Bodhiboom (3)

Ud. 1.4. Onder de geitenhoedersvijgenboom

Ud. 1.5. De brahmanen

Ud. 1.6. Mahakassapa

Ud. 1.7. Te Pava bij het Ajakalāpaka-gedenkteken

Ud. 1.8. De eerwaarde Sangāmaji

Ud. 1.9. De Jatila-asceten - Zuiverheid

Ud. 1.10. Bahiya - in het geziene is enkel het geziene

Udana hoofdstuk 2. Mucalinda

Ud. 2.1. Mucalinda - afzondering is geluk

Ud. 2.2. De koningen

Ud. 2.3. De stok

Ud. 2.4. Vereerd

Ud. 2.5.  De lekenvolgeling - geluk is, niets zijn eigen te noemen

Ud. 2.6.  De zwangere vrouw

Ud. 2.7.  De enige zoon - geef op wat dierbaar is

Ud. 2.8.  Suppavāsa

Ud. 2.9.  Visākhā

Ud. 2.10. Bhaddiya, de vroegere koning

Udana hoofdstuk 3. Nanda

Ud. 3.1.  Vroegere daad

Ud. 3.2.  Nanda

Ud. 3.3.  Yasoja - zonder verlangens

Ud. 3.4.  Sāriputta  - onwankelbaar

Ud. 3.5.  Mahā Moggallāna - nibbana

Ud. 3.6.  Pilindavaccha - de ware brahmaan

Ud. 3.7.  Kassapa

Ud. 3.8.  Leven van aalmoezenspijs

Ud. 3.9.  Handwerk, kunst

Ud. 3.10. De wereld

Udana hoofdstuk 4. Meghiya

Ud. 4.1.  Meghiya

Ud. 4.2.  Onbewaakt

Ud. 4.3.  De koeherder

Ud. 4.4.  De maannacht

Ud. 4.5.  De olifantenstier

Ud. 4.6.  Pindola

Ud. 4.7.  Sāriputta (1)

Ud. 4.8.  Sundarī

Ud. 4.9.  Upasena Vangantaputta

Ud. 4.10. Sāriputta (2)

Udana hoofdstuk 5. Sona Thera

Ud. 5.1.  De koning

Ud. 5.2.  Een kort leven

Ud. 5.3.  Suppabuddha de lepra zieke

Ud. 5.4.  De jongens

Ud. 5.5.  De Uposatha-dag

Ud. 5.6.  Sona - De staat zonder aanklampen

Ud. 5.7.  Kankha-Revata

Ud. 5.8.  Ananda en Devadatta

Ud. 5.9.  Aanstoot - De lawaai-makers

Ud. 5.10. Cūla Panthaka

Udana hoofdstuk 6. De blindgeborenen

Ud. 6.1. Het afstand nemen van het leven

Ud. 6.2.  De Jatila asceten - geen handel met de dhamma

Ud. 6.3.  Overdenking

Ud. 6.4.  Verschillende sekte-volgelingen (1).  De blinden en de olifant

Ud. 6.5.  Verschillende sekte-volgelingen (2)

Ud. 6.6.  Verschillende sekte-volgelingen (3) eigenwaan

Ud. 6.7.  Subhūti - het vormloze

Ud. 6.8.  De courtisane

Ud. 6.9.  Vliegende insecten

Ud. 6.10. Het verschijnen van Tathāgatas

Udana hoofdstuk 7. Het kleine hoofdstuk

Ud.7.1.  Bhaddiya (1) - Nibbana

Ud. 7.2.  Bhaddiya (2) - het begeerteloze

Ud. 7.3.  Hechten (1)

Ud. 7.4.  Hechten (2)

Ud. 7.5.  Bhaddiya, de dwerg (3)

Ud. 7.6.  Het einde van begeerte

Ud. 7.7.  Het einde van conceptualiseren - Het verdwijnen van de wereld der verschijnselen

Ud. 7.8.  Mahākaccāna

Ud. 7.9.  De bron

Ud. 7.10. Udena - niet eeuwig

Udana hoofdstuk 8. Het dorp Patali

Ud. 8.1. Parinibbana (1)

Ud. 8.2.  Parinibbana (2)

Ud. 8.3.  Nibbana (3)

Ud. 8.4.  Nibbana (4)

Ud. 8.5.  Cunda

Ud. 8.6.  Pātaligāma

Ud. 8.7.  De twee wegen

Ud. 8.8.  Visākhā

Ud. 8.9.  Dabba (1)

Ud. 8.10.  Dabba (2)

4. Itivuttaka

1. Ekaka-nipata. De groep van een

It.1. (1.1.1.)  Begeerte - Lobha sutta

It.2. (1.1.2)  Haat - Dosa sutta

It.3. (1.1.3)  Verblinding - Moha sutta

It.4. (1.1.4)  Woede - Kodha sutta

It.5. (1.1.5)  Huichelarij, verachting - Makkha sutta

It.6. (1.1.6)  Eigendunk - Māna sutta

It.7. (1.1.7)  Het ‘alles’  - Sabbapariññā sutta

It.8. (1.1.8)  Verwaandheid - Mānapariññā sutta

It.9. (1.1.9)  Begeerte - Lobhapariññā sutta

It.10. (1.1.10)  Haat, afkeer - Dosapariññā sutta

It.11. (1.2.1)  Verblinding - Mohapariññā sutta

It.12. (1.2.2)  Toorn - Kodhapariññā sutta

It.13. (1.2.3)  Makkhapariññā Sutta - huichelarij en verachting

It. 14. (1.2.4)  De hindernis van onwetendheid - Avijjānīvarana sutta

It.15. (1.2.5)  De boei van verlangen - Tanhāsamyojana sutta

It.16. (1.2.6)  De lerende - Paṭhamasekha sutta

It 17. (1.2.7)  De lerende en goede vriendschap - Dutiyasekha sutta

It.18. (1.2.8)  Verdeeldheid in de Orde - Sanghabheda sutta

It.19. (1.2.9)  Eendracht in de Orde - Sanghasāmaggī sutta

It.20. (1.2.10)  Een verdorven geest - Padutthacitta sutta

It.21. (1.3.1)  De heldere geest - Pasannacitta sutta

It.22. (1.3.2)  Verdienstelijke daden - Metta sutta

It.23. (1.3.3)  Onvermoeibaarheid - Ubhayattha sutta

It.24. (1.3.4)  De berg van beenderen - Atthipuñja sutta

It.25. (1.3.5)  Bewuste leugen - Musāvāda sutta

It.26. (1.3.6)  Geven -Dāna sutta

It. 27. (1.3.7)  Ontwikkeling van liefdevolle vriendelijkheid -  Mettābhāvanā sutta

2. Duka-nipata. De groep van twee

It.28. (2.1.1)  Leven in ongemak -  Dukkhavihāra sutta

It.29. (2.1.2)  Leven op zijn gemak - Sukhavihāra sutta

It.30. (2.1.3)  Spijt - Tapanīya sutta

It.31. (2.1.4)  Geen spijt - Atapanīya sutta

It. 32. (2.1.5)  Gevolg van slecht gedrag - Pathamasīla sutta

It. 33. (2.1.6)  Gevolg van goed gedrag - Dutiyasīla sutta

It.34. (2.1.7)  Inspanning - Ātāpī sutta

It.35. (2.1.8)  Zonder te misleiden - Paṭhamanakuhana sutta

It.36. (2.1.9)  Zonder te misleiden - Dutiyanakuhana Sutta

It.37. (2.1.10)  Geluk - Somanassa sutta

It.38. (2.2.1)  Twee overwegingen - Vitakka sutta

It.39. (2.2.2)  Twee leerinstructies - Desanā sutta

It.40. (2.2.3)  Het weten - Vijjā sutta

It.41. (2.2.4)  Gemis aan wijsheid - Paññāparihīna sutta

It.42. (2.2.5)  De heldere beschermers - Sukkadhamma sutta

It.43. (2.2.6)  Het niet geborene -  Ajāta sutta

It. 44. (2.2.7)  Het Nibbana-element - Nibbānadhātu sutta

It.45. (2.2.8)  Afzondering - Paṭisallāna sutta

It.46. (2.2.9)  Zegen van de oefening - Sikkhānisaṃsa sutta

It.47.(2.2.10)  Waakzaam - Jāgariya sutta

It. 48. (2.2.11)  Staat van ellende - Āpāyika sutta

It.49. (2.2.12)  Twee visies - Ditthigata sutta

3. Tika-nipata. De groep van drie

It.50. (3.1.1)  Wortels van het onheilzame - Mūla sutta

It.51. (3.1.2)  Drie elementen - Dhātu sutta

It.52. (3.1.3)  Drie gevoelens - Paṭhamavedanā sutta

It.53. (3.1.4)  Drie gevoelens - Dutiyavedanā sutta

It.54. (3.1.5)  Drie verlangens - Pathamaesanā sutta

It.55.(3.1.6)  Drie wensen - Dutiyaesanā Sutta

It.56. (3.1.7)  De smetten (1) - Paṭhamāsava sutta

It.57. (3.1.8)  De smetten (2) - Dutiyāsava sutta

It.58. (3.1.9)  Drie soorten verlangens - Tanhā sutta

It.59. (3.1.10)  Māra’s domein - Māradheyya sutta

It.60.(3.2.1)  Verdienste - Puññakiriyavatthu sutta

It.61. (3.2.2)  Drie ogen - Cakkhu sutta

It.62. (3.2.3)  Drie krachten - Indriya sutta

It.63.(3.2.4)  De drie tijden - Addhā sutta

It.64.(3.2.5)  Verkeerd gedrag - Duccarita sutta

It.65. (3.2.6)  Goed gedrag - Sucarita sutta

It.66. (3.2.7)  Zuiverheid - Soceyya sutta

It.67. (3.2.8)  Drievoudig stil zijn - Moneyya sutta

It.68. (3.2.9)  Gehechtheid (1) - Pathamarāga sutta

It.69. (3.2.10)  Gehechtheid (2) - Dutiyarāga sutta

It.70. (3.3.1)  Zelf gezien - Micchāditthika sutta

It.71. (3.3.2)  Zelf gezien - Sammāditthika sutta

It.72. (3.3.3)  Ontsnapping - Nissaraniya sutta

It.73. (3.3.4)  Vrediger - Santatara sutta

It.74. (3.3.5)  Ouders en zonen - Putta sutta

It.75. (3.3.6)  Regen - Avutthika sutta

It.76. (3.3.7)  Het geluk - Sukhapatthanā sutta

It.77. (3.3.8)  Aan verval onderhevig - Bhidura sutta

It.78. (3.3.9)  Afhankelijk van hun aard - Dhātusosaṃsandana sutta

It.79. (3.3.10)  Achteruitgang - Parihāna sutta

It.80. (3.4.1)  Drie onheilzame gedachten - Vitakka sutta

It.81. (3.4.2)  Eer en niet-eer - Sakkāra sutta

It.82. (3.4.3)  Vreugdevolle uitingen - Devasadda sutta

It.83. (3.4.4.)  De vijf voortekenen - Pañcapubbanimitta sutta

It.84. (3.4.5)  Tot welzijn van velen - Bahujanahita sutta

It.85. (3.4.6)  Drie contemplaties - Asubhānupassī sutta

It.86. (3.4.7)  Overeenkomstig de leer - Dhammānudhammapaṭipanna sutta

It.87. (3.4.8)  Blind makend - Andhakaranna sutta

It.88. (3.4.9)  Innerlijke vlekken - Antarāmala sutta

It.89. (3.4.10)  Devadatta - Devadatta sutta

It.90. (3.5.1)  Hoogste vertrouwen - Aggappasāda sutta

It.91. (3.5.2)  Een middel van bestaan - Jīvika sutta

It.92. (3.5.3)  Wie de leer ziet, ziet mij - Sanghātikanna sutta

It.93. (3.5.4)  De vuren - Aggi sutta

It.94. (3.5.5)  Onderzoeken - Upaparikkha sutta

It.95. (3.5.6)  Zinnelijk verlangen - Kāmūpapatti sutta

It.96. (3.5.7)  De banden - Kāmayoga sutta

It.97. (3.5.8)  Voortreffelijk  - Kalyānasīla sutta

It.98. (3.5.9)  Twee soorten gaven - Dāna sutta

It.99. (3.5.10)  Het drievoudige weten - Tevijja sutta

4. Catukka-nipata. De groep van vier

It.100. (4.1)  De brahmaan - Brāhmanadhammayāga sutta

It.101. (4.2)  Gemakkelijk verkrijgbaar - Sulabha sutta

It.102.(4.3)  De vernietiging van de smetten  - Āsavakkhaya sutta

It.103. (4.4)  Asceten en brahmanen - Samanabrāhmana sutta

It.104. (4.5)  Overtreffen in deugd - Sīlasampanna sutta

It.105. (4.6)  Begeerte - Tanhuppāda sutta

It.106. (4.7)  Met Brahma: Het eren van ouders -  Sabrahmaka sutta

It.107. (4.8)  Met wederzijdse steun - Bahukāra sutta

It.108. (4.9)  Misleidend - Kuha sutta

It.109. (4.10)  De stroom van de rivier - Nadīsota sutta

It.110. (4.11)  In alle lichaamshoudingen - Cara sutta

It.111. (4.12)  Volmaakt in deugd - Sampannasīla sutta

It. 112. (4.13)  De wereld en de Tathāgata - Loka sutta

5. Sutta-nipāta

I. Uraga Vagga, het boek van de slang

Genoemd naar het eerste sutta.

1.1. (verzen 1-17) Uraga-Sutta, de slang

1.2. (verzen 18-34) Dhaniya Sutta

1.3. (verzen 35-75) Khaggavisāna-Sutta, de neushoorn

1.4. (verzen 76-82) Kasi-Bhāradvāja-Sutta, de ploeger Bharadvaja

1.5. (verzen 83-90) Cunda-Sutta

1.6. (verzen 91-115) Parābhava-Sutta, achteruitgang

1.7. (verzen 116-142) Vasala-Sutta, de verschoppeling

1.8. (verzen 143-152) Mettā-Sutta, liefdevolle vriendelijkheid

1.9. (verzen 153-180) Hemavata-Sutta

1.10. (verzen 181-192) Ālavaka-Sutta

1.11. (verzen 193-206) Kayavicchandanika-Sutta of Vijaya-Sutta, beschouwing van het lichaam

1.12. (verzen 207-221) Muni-Sutta, de wijze

II. Cūla-Vagga, het kleine boek

         II.1. (verzen 222-238) Ratana-Sutta, de juwelen

II.2. (verzen 239-252) Āmagandha-Sutta, ongunstig

II.3. (verzen 253-257) Hiri-Sutta, schaamte

II.4. (verzen 258-269) Mahā-Mangala-Sutta, de grootste zegeningen

II.5. (verzen 270-273) Sūciloma Sutta

II.6. (verzen 274-283) Dhammacariya-Sutta, juist gedrag

II.7. (verzen 284-315) Brāhma-Dhammika-Sutta

II.8. (verzen 316-323) Nāvā-Sutta, de boot

II.9. (verzen 324-330) Kimsīla-Sutta, hoe moet een mens zich gedragen?

II.10. (verzen 331-334) Utthāna-Sutta, spant u in

II.11. (verzen 335-342) Rāhula-Sutta

II.12. (verzen 343-358) Vangīsa-Sutta

II.13. (verzen 359-375) Sammā-Paribbājaniya-Sutta

II.14. (verzen 376-404) Dhammika-Sutta

III. Mahā-Vagga, het grote boek

III.1. (verzen 405-424) Pabbajja-Sutta

III.2. (verzen 425-449) Padhana-Sutta

III.3. (verzen 450-454) Subhasita-Sutta

III.4. (verzen 455-486) Sundarika-Bharadvaja-Sutta

III.5. (verzen 487-509) Magha-Sutta

III.6. (verzen 510-547) Sabhiya-Sutta

III.7. (verzen 548-573) Sela-Sutta

III.8. (verzen 574-593) Salla-Sutta

III.9. (verzen 594-656) Vasettha-Sutta

III.10.(verzen 657-678) Kokalika-Sutta

III.11. (verzen 679-723) Nalaka-Sutta

III.12. (verzen 724-765) Dvayatanupassana-Sutta

IV. Atthaka-Vagga, het boek van acht

IV.1. (verzen 766-771) Kāma-Sutta, lust

IV.2. (verzen 772-779) Guhatthaka-Sutta, de grot

V.3. (verzen 780-787) Dutthatthaka-Sutta, boosaardig

IV.4. (verzen 788-795) Suddhatthaka-Sutta, zuiver

IV.5. (verzen 796-803) Paramatthaka-Sutta, het hoogste

IV.6. (verzen 804-813) Jarā-Sutta, ouderdom

IV.7. (verzen 814-823) Tissa-Metteyya-Sutta

IV.8. (verzen 824-834) Pasūra-Sutta

IV.9. (verzen 835-847) Māgandiya-Sutta

IV.10. (verzen 848-861) Purābheda-Sutta, voor het verval

IV.11. (verzen 862-877) Kalaha-Vivāda-Sutta, ruzie en tweedracht

IV.12. (verzen 878-894) Cūla-Viyūha-Sutta, de korte ontmoeting

IV.13. (verzen 895-914) Mahā-Viyūha-Sutta, de grote ontmoeting

IV.14. (verzen 915-934) Tuvataka-Sutta, snel

IV.15. (verzen 935-954) Attadanda-Sutta, geweld

IV.16. (verzen 955-975) Sāriputta-Sutta

V. Pārāyana-Vagga, het boek “weg naar de andere oever”

De vragen van de brahmaan-discipelen

(verzen 976-1031) Verhalende verzen

V.1. (verzen 1032-1039) Ājita

V.2. (verzen 1040-1042) Tissa-Metteyya

V.3. (verzen 1043-1048) Punnaka

V.4. (verzen 1049-1060) Mettagū

V.5. (verzen 1061-1068) Dhotaka

V.6. (verzen 1069-1076) Upasīva

V.7. (verzen 1077-1083) Nanda

V.8. (verzen 1084-1087) Hemaka

V.9. (verzen 1088-1091) Todeyya

V.10. (verzen 1092-1095) Kappa

V.11. (verzen 1096-1100) Jatukannī

V.12. (verzen 1101-1104) Bhadrāyudha

V.13. (verzen 1105-1111) Udaya

V.14. (verzen 1112-1115) Posāla

V.15. (verzen 1116-1119) Mogharāja

V.16. (verzen 1120-1123) Pingiya

Eindverzen 1124-1149.

6. Vimānavatthu 

7. Petavatthu

Offergaven ten behoeve van de geesten van gestorven verwanten (Petavatthu I.5)

Het verhaal over Samkicca (Petavatthu 1, 11)

Het verhaal over Sanuvasin (Petavatthu III.2)

8. Theragāthā

9. Therīgāthā

10. Jātaka

11. Niddesa

12. Patisambhidāmagga

13. Apadāna

14. Buddhavamsa

15. Cariyāpitaka

Abhidhamma Pitaka

1. Dhammasanganī

        2. Vibhanga

        3. Dhātukathā

        4. Puggalapaññatti

        5. Kathāvatthu

6. Yamaka

        7. Patthāna

-=oOo=-