Facetten van het Boeddhisme


naar Index

3.2.05. Anuruddha



Copyright ©  2021 / 2564

Het is toegestaan om elektronisch of in gedrukte vorm fragmenten van deze tekst of de tekst in zijn geheel over te nemen voor eigen gebruik, of ook met als doel die met anderen te delen, uitsluitend voor gratis verspreiding en zonder commercieel oogmerk.

Enkele bekende en minder bekende discipelen van de Boeddha

Anuruddha

Inleiding

Anuruddha was een neef van de Boeddha en een van zijn meest uitstekende discipelen. Hij werd in de Orde opgenomen samen met Ānanda, Devadatta, Upāli en enkele anderen.

Bereiken van volmaakte heiligheid

Hoe hij arahantschap bereikte, is verhaald in het Dutiya-anuruddha Sutta.

Eens ging de eerwaarde Anuruddha naar de plek waar de eerwaarde Sâriputta vertoefde. Hij groette hem vriendelijk, wisselde enkele vriendelijke woorden met hem en ging terzijde neerzitten. De eerwaarde Anuruddha zei toen tot de eerwaarde Sâriputta:

“Broeder Sariputta, ik kan met het hemelse oog een duizendvoudig wereldsysteem zien. Mijn kracht is dan ingespannen, de geest geconcentreerd. En toch wordt mijn geest niet zonder hechten bevrijd van de neigingen.”

“Broeder Anuruddha, dat is eigenwaan, een gevoel van superioriteit bij jou dat je eraan denkt dat je met het hemelse oog een duizendvoudig wereldsysteem kunt zien.

Dat jij denkt dat je kracht dan ingespannen is, dat de geest geconcentreerd is, dat is opgewondenheid bij jou.

Dat je denkt dat desondanks de geest niet zonder hechten bevrijd wordt van de neigingen, dat is gewetensonrust bij jou.[1]

Waarlijk, het zou goed zijn als de eerwaarde Anuruddha die drie dingen opgeeft, er geen acht op slaat en zijn geest naar het doodloze element (het Nibbâna) richtte.”

Daarna gaf de eerwaarde Anuruddha die drie dingen op, schonk er geen achting aan en richtte zijn geest op het doodloze element. En eenzaam, afgezonderd, onvermoeibaar, ijverig, vastbesloten vertoevend, kwam de eerwaarde Anuruddha na niet lange tijd in het bezit van dat hoogste doel van het reinheidsleven, omwille waarvan edele jongelingen van huis uit in de huisloosheid gaan, doordat hij het zelf inzag en verwerkelijkte.

"Opgedroogd is de wedergeboorte, vervuld het heilige leven, gedaan is wat gedaan moest worden, er is verder niets meer te doen," zo zag hij in. En de eerwaarde Anuruddha was een van de heiligen geworden. (A.III.131)

Vermogens

De eerwaarde Anuruddha stond op de eerste plaats van degenen die het goddelijk oog (helderziendheid) bezaten. Ook bezat hij andere iddhi-vermogens. Hij legde de nadruk op inzicht-meditatie (satipatthāna). Hij was geen beroemde leraar. In het Sanskriet is zijn naam Aniruddha.

Na het overlijden van de Boeddha

Anuruddha was de Boeddha erg genegen. Hij was aanwezig bij het overlijden van de Boeddha te Kusināra. Bij het eerste concilie zou hij van mening zijn geweest dat Ānanda nog geen arahant was en hem niet hebben toegelaten totdat deze de volmaakte heiligheid bereikt had. Maar dat is een latere toevoeging.

Op het eerste concilie werd hij belast met het bewaren van de Anguttara Nikāya. Hij stierf in de plaats Veluvagāma in het land van de Vajjis.

◻  ◻  ◻


[1] Eigendunk' en 'opgewondenheid', zijn de 8e en 9e boei (samyojana). Ze verdwijnen pas bij intrede in de volmaakte heiligheid. 'Gewetensonrust' is daarentegen al verdwenen bij de niet-wederkerende. Anuruddha had op die tijd dus nog geen van die beide niveaus van heiligheid bereikt.