Facetten van het Boeddhisme


naar Index

3.2.02. Maha Moggallana



Copyright ©  2021 / 2564

Het is toegestaan om elektronisch of in gedrukte vorm fragmenten van deze tekst of de tekst in zijn geheel over te nemen voor eigen gebruik, of ook met als doel die met anderen te delen, uitsluitend voor gratis verspreiding en zonder commercieel oogmerk.

Enkele bekende en minder bekende discipelen van de Boeddha

Maha Moggallana

De brahmaan Kolita wordt de Arahant Maha Moggallāna

        Kolita, zoon van Moggali, werd geboren in het dorp Kolita nabij Rājagaha en behoorde tot de kaste van de brahmanen. Hij was ouder dan de Boeddha. Voor zijn bekering tot de leer van de Boeddha was hij samen met zijn vriend Upatissa een aanhanger van de rondtrekkende asceet Sañjaya. Toen Upatissa bekeerd was tot de leer van de Boeddha, ging hij naar zijn vriend Kolita en deelde hem het vers mee dat hij van de Arahant Assaji vernomen had: “Van alle dingen die oorzakelijk zijn ontstaan, heeft de Volmaakte de oorzaak uitgelegd. En ook hoe die tot uitdoving komen.” Die woorden waren voldoende om Kolita tot het eerste niveau van heiligheid te brengen. Samen met zijn vriend Upatissa werd hij in de Orde opgenomen. Als monnik kreeg hij de naam Moggallana. Zeven dagen na de wijding bereikte hij de volmaakte heiligheid. Zijn hart werd toen zonder hechten van de neigingen bevrijd op de weg die moeizaam is en die met snel begrijpen verbonden is.[1] Dit betekent dat de drie eerste hoge paden (d.w.z. stroomintrede enz) bij de eerwaarde Mogallāna met moeiteloze vooruitgang en langzaam begrip begeleid waren, maar dat het pad van heiligheid met moeitevolle vooruitgang en snel begrip samenging. Volgens het commentaar bij Ang.Nik. VII.58 bereikte hij de volmaakte heiligheid toen hij erg slaperig was na een week de loop-meditatie uitgeoefend te hebben. De Boeddha onderwees hem toen hoe de slaperigheid overwonnen kan worden.[2]

Beroemd vanwege bovennatuurlijke krachten

Maha Moggallana was een van de hoofddiscipelen van de Boeddha.

Hij was beroemd vanwege zijn bovennatuurlijke krachten. Eens vroeg Sakka, de koning van de goden, aan de Boeddha op welke manier iemand door de vernietiging van begeerte bevrijd is. Het antwoord van de Verhevene luidde: "Wanneer iemand vernomen heeft dat niets waard is zich eraan te hechten, onderkent hij alle dingen direct. Daardoor doorschouwt hij alle dingen; daardoor beoefent hij het beschouwen van de vergankelijkheid van gevoel, hetzij aangenaam of onaangenaam of neutraal. Hij beschouwt de ontzegging, het loslaten, het beëindigen. Hij hecht aan niets in de wereld. Daardoor is hij niet opgewonden. In eigen persoon verkrijgt hij Nibbana.”

De eerwaarde Mahā Moggalāna vroeg zich af of Sakka alles goed begrepen had. Hij ging naar de hemelse sfeer waar hij devoot ontvangen werd door Sakka. Deze leidde hem rond in zijn nieuwe paleis dat gebouwd was na de overwinning over de demonen. Bij de rondleiding was Sakka vervuld van trots. Mahā Moggallāna merkte dit. Om Sakka te helpen vrij te worden van deze ijdelheid gebruikte hij zijn bovennatuurlijke kracht. Met een kleine druk van zijn dikke teen bracht hij het hele paleis tot wankelen. Uit bewondering en devotie bracht Sakka eer aan de ouderling. Nederig luisterde hij naar diens preek over de manier om alle begeerte (tanhā) te overwinnen. De eerwaarde Maha Moggallana merkte dat Sakka begrepen had wat de Boeddha hem had onderwezen. En tevreden keerde hij naar Savatthi terug.[3]

Na het overlijden

Twee weken na het overlijden van de eerwaarde Sāriputta bereikte Maha Moggallana Parinibbāna. Zijn dood was veroorzaakt door een samenzwering van de Niganthas die hem door huurmoordenaars lieten doden.[4] De Boeddha liet te Rajagaha een stoepa oprichten boven de relieken van de eerwaarde Maha Moggallana. Die stoepa werd opgericht in het Veluvana park.

◽ ◽ ◽


[1] A.IV.167.

[2] Zie A.VII.58

[3] M.37.

[4] Zie Dhammapada, verhaal X:7 bij de verzen 137-140.