De Sangha, de Orde van monniken, is een democratische instelling. De Boeddha heeft de suttas (de leertoespraken) en de vinaya (de regels hoe monniken zich moeten gedragen ten opzichte van elkaar en ten opzichte van leken), als richtlijnen aangegeven. Er is geen opperste leider benoemd. Belangrijke besluiten worden genomen door de Sangha, niet door één belangrijk of invloedrijk persoon, zoals een abt.[1]
In de gemeenschap van de monniken heerst volkomen gelijkheid in rechten. De enige rangorde bestaat in de leeftijd (van intrede). De bhikkhu die het langst in de Orde is, heet "de oudste". Hem moet respect betoond worden. Kloosters hebben een abt, maar ook hij moet eer betonen aan iemand die langer in de Orde is.[2]
Pas laat ontwikkelde zich een strenge hiërarchie.[3]
Na zijn wijding krijgt een monnik een nieuwe naam, een chaya. Hij kan dan bekend blijven onder de Thaise generieke term voor een monnik – phra – in combinatie met deze nieuwe naam, bijvoorbeeld Phra Baeng.
Een monnik die na de hogere wijding de Pali-graad 3 (parian 3) heeft behaald, krijgt nog maha erbij, bijvoorbeeld Phra Maha.
Samanera (Thais: nen of samanen) — een novice die nog geen hogere wijding heeft ontvangen.
Navaka — een pas gewijde monnik.
Nissaya-muttaka — een monnik die vijf jaren in de Orde van monniken heeft doorgebracht.
Majjhima — een monnik die tussen de vijf en tien jaar in de Orde heeft doorgebracht (middelste rang).
Thera — een monnik die tien jaren of langer in de Orde heeft doorgebracht en in aanmerking komt om preceptor te worden (upajjhaya, iemand die andere monniken wijdt).
Maha-thera — vaak gebruikt om te verwijzen naar een monnik die twintig jaren of langer in de Orde heeft doorgebracht.
Thaise monniken kunnen uit respect worden aangesproken met:
Bhante. Eerwaarde heer (algemene aanspreektitel)
Phra. Eerwaarde heer. In meer formele situaties.
Ajahn. Leraar (aanspreektitel voor oudere monnik)
Luang Phor. Eerwaarde vader (aanspreektitel voor oudere monnik)
Het Samanasak systeem in Thailand is een systeem van rangen in de Sangha welke rangen door de Thaise monarchie worden toegekend. Ze duiden de positie aan van een monnik binnen de Thaise Sangha en zijn over het algemeen verbonden met wat op administratief of academisch gebied bereikt is.
Dit systeem van rangen zou zijn gevestigd vanaf de Sukhothai periode.[4] De Thaise koning kreeg die traditie toen van Ceylon. Het Samanasak systeem was aanvankelijk eenvoudig: Phra Sangharacha aan de top, daarna Phra Khru, en dan Thera. De rangen werden door de Thaise koning aan monniken gegeven om hen blijvend te eren.
Ten gevolge van Hindoe-Khmer invloed werd in de Ayudhya periode[5] het Samanasak systeem uitgebreid. Het werd verbonden met administratieve posities binnen de Sangha. De rangvolgorde was toen: Somdet Phra Sangharacha, Phraracha kana, Phra khru, en Maha Thera.
Somdet Phra Sangharaja:
De hoogstgeplaatste monnik in Thailand, hoofd van alle monniken in Thailand.
Binnen deze rang waren verschillende graden. Monniken met deze rang waren ofwel Sangha gouverneurs van grotere provincies ofwel de abten van belangrijke koninklijke kloosters, of beide.
Phra Racha Kana:
Een monnik met deze hoge titel kwam in aanmerking om benoemd te worden tot Opperste Patriarch.
Phra Khru:
De monniken met deze titel moesten zorgen voor de aangelegenheden van de Sangha in kleinere provincies en steden.
Maha Thera:
De titel van Maha Thera werd gegeven aan monniken die lang in de Orde waren en een goed gedrag hadden.
Het Samanasak systeem is tot heden blijven bestaan, met enkele wijzigingen. Er zijn thans vier basisgroepen: Somdet Phraracha kana, Rong Somdet Phraracha kana, Phraraja kana, en Phra khru.
Opperste patriarch, de hoogstgeplaatste monnik in Thailand, benoemd vanuit de monniken met de rang Somdet Phra Racha Kana.
Thans zijn alle opperste patriarchen benoemd door de koning van Thailand. Zij hebben de titel Somdet Phra Ariyavamsagatañana.
Een monnik met deze hoge titel komt in aanmerking om benoemd te worden tot Opperste Patriarch. Slechts acht monniken kunnen deze rang hebben, vier van de Maha Nikaya en vier van de Dhammayuttika Nikaya. Zij worden benoemd door de koning.
Een rang onder Somdet Phra Racha Kana. Hoewel deze rang nog steeds de titel "Somdet" draagt, heeft die niet de volledige Somdet-status.
Deze rang is onderverdeeld in twee klassen, de speciale en de gewone. De monniken in de speciale klasse worden benoemd door de koning; de monniken in de gewone klasse worden benoemd door de opperste patriarch.
De titel chao khun wordt vaak gebruikt voor monniken met de rang van phra rachakhana.
Dit is de laagste rang in de Thaise Sangha. Er is een verdeling in drie klassen:
Sanyabat. Deze eretitel wordt verleend door de koning.
Thananukrom. Deze titel wordt verleend door monniken met de rang van Phra Raja kana.
Prathuan. Verleend door de Thaise Sangha.
Alle monniken met de rang van Phra Khru hebben deze eretitel voorafgaande aan hun andere titels.
De criteria die worden gehanteerd bij de selectie van ontvangers van eretitels zijn in de loop der tijd veranderd.
In de Sukhothai-, Ayudhya- en vroege Bangkok-periodes waren bekwaamheid in onderwijs van de leer van de Boeddha, kennis van de Dhamma en boeddhistische geschriften, en goed gedrag de belangrijkste kwalificaties voor het verkrijgen van eretitels.
Tegenwoordig draagt succes of prestatie op de volgende gebieden aanzienlijk bij aan koninklijke erkenning en het verkrijgen van een eretitel:
> De ontwikkeling van de monnik zelf door het succesvol afleggen van Pali- of Thai-examens in religieuze vakken.
> Het bijdragen aan de opleiding van anderen.
> Een staat van dienst hebben met betrekking tot projecten van sociale dienstverlening.
> Het vermogen hebben om leken te inspireren in de ‘ontwikkelingsgebieden’ (meestal de bouw van kloostergebouwen of zelfs seculiere bouwwerken).
> Erom bekend staan als abt het eigen klooster goed te besturen en goed en ijverig verantwoordelijkheid te dragen.
> Talent hebben in prediken, schrijven of zelfs geneeskunde – als zo’n talent vertrouwen in het Drievoudige Juweel schept onder de mensen.
> Openbaar respect voor het leiden van een correct en deugdzaam leven als boeddhistisch monnik.
> Een aanzien op het gebied van meditatie wordt ook in overweging genomen bij het toekennen van eretitels aan bepaalde monniken.
Wanneer een titel vacant wordt, neemt de Mahatherasamakom (Thaise organisatie van de Sangha) kandidaten met de rang of graad lager dan de vacante titel in overweging, met advies van het Ministerie van Religieuze Zaken. Zodra een besluit is genomen, wordt dit via de minister van Onderwijs voorgelegd aan het kabinet en de premier, en daarna aan de koning ter bekrachtiging.
Elk jaar op de verjaardag van de koning worden de geslaagde kandidaten van Phra Racha kana en hoger naar het paleis ontboden om certificaten en ceremoniële waaiers in ontvangst te nemen van de koning of zijn vertegenwoordiger. Het certificaat vermeldt de rang en status van een bepaalde monnik en houdt een naamswijziging in, waarbij de nieuwe naam meestal wordt gekozen om de kwaliteiten te weerspiegelen waarvoor de titel is toegekend.
Waaiers worden vaak door monniken gebruikt bij ceremonies om hun gezicht erachter te verbergen tijdens het reciteren van canonieke teksten. Zo wordt vermeden dat de woorden van de Boeddha geïdentificeerd worden met het gelaat van de reciterende monnik. Die waaiers worden Talipot waaiers of Talapat genoemd. Oorspronkelijk werden zij gemaakt van de bladeren van de Talipot palm.
Waaiers maken geen deel uit van de verplichte rekwisieten van een novice of monnik. Ze worden gegeven bij de wijding van een nieuwe novice of aan een monnik als hij slaagt voor een religieus examen, of als aan een monnik een rang of eretitel verleend wordt.
Ceremoniële waaiers of waaiers van eer en verering, worden Phatyot genoemd. Die ceremoniële waaier toont aan iemand die ermee bekend is, door zijn vorm, kleur en ontwerp, de rang, status en eer van de eigenaar ervan.
Die waaier wordt alleen gebruikt bij koninklijke ceremonies (Ratcha phithi) en staatsceremonies (Phithi Luang). Bij zo'n ceremonie zitten de monniken in volgorde van de rang die hun waaier vertegenwoordigt.
Bronnen
https://en.wikipedia.org/wiki/Ecclesiastical_peerage_of_Thailand
Phramaha Yanakrit Chakbodin. Organization Development of Thai Sangha in the Age of Globalization. NIDA Case Research Journal 148 Vol. 6 No. 1 (January-June 2014)
Gepubliceerd als NIDA-20150911-164811 PDF
Talipot and ceremonial fans in Thai manuscript art (1), Jana Igunma, Henry Ginsburg Curator for Thai, Lao and Cambodian Collections. Posted by Annabel Gallop.
[1] Khantipalo, Bhikkhu: Banner of the Arahants, Kandy 1979, p. 41.
[2] Khantipalo 1979, p. 79.
[3] Schneider, Ulrich: Einführung in den Buddhismus, Darmstadt 1980, p. 121.
[4] De Sukhothai periode was van 1238-1438 na Chr.
[5] De Ayutthaya periode was van 1351–1767 na Chr.