?>

Facetten van het Boeddhisme


naar Index


2.2. De vier edele waarheden

De vier edele waarheden     1. de waarheid van lijden     2. de waarheid van het ontstaan van lijden     3. de waarheid van het beëindigen van lijden     4. de waarheid van het pad naar het beëindigen van lijden      Het middenpad of het edele achtvoudige pad        1. juist inzicht     2. Juist denken    3. Juist spreken    4. Juist handelen     5. Juist levensonderhoud     6. Juiste inspanning    7. Juiste oplettendheid    8. Juiste ontwikkeling van de geest      Waarom men zich moet inspannen    



2.2. De vier edele waarheden en het middenpad

Inleiding


    Toen de Boeddha na de Verlichting alleen vertoefde, kwam deze gedachte bij hem op: “Deze leer die ik heb ontdekt, is diep en moeilijk te zien, is moeilijk te ontdekken, moeilijk te begrijpen. Ze is de meest vredige en is het opperste doel van alles. Deze leer is niet bereikbaar door alleen maar redeneren; ze is subtiel, door de wijze te ervaren.


    Het lijden in de wereld begint met de conceptie, dan de geboorte, dan ziekten, ouderdom en sterven. En dan weer opnieuw geboorte ergens in de een of andere sfeer van bestaan. Is er dan nergens een einde aan deze hele kringloop van geboren worden en sterven?

    Ja, er is een einde. De Boeddha heeft de manier ontdekt hoe er een einde komt aan geboorte en sterven. Dat einde wordt Nibbana, de uitdoving genoemd. Andere namen zijn o.a. het Doodloze en de andere oever.

    Aan deze oever draagt men nog de last mee van onvoldaanheid, frustratie, van voorkeur naar iets of iemand, van afkeer van iets of iemand. Men draagt aan deze oever ook de last mee van te menen dat er een zelf, een ego is.

    Aan de andere oever is men van die last bevrijd. De leer van de Boeddha is een middel om van deze oever naar de andere oever te gaan. Ze is als een vlot. Het vlot wordt niet meegenomen als de andere oever bereikt is. Dat hebben we aan de andere kant niet meer nodig.

    Hoe men aan de andere oever komt, is door de Boeddha op veel manieren uitgelegd. Maar het komt allemaal uit op: de vier edele waarheden en het achtvoudige pad.



De vier edele waarheden


De vier Edele Waarheden zijn als volgt:

1.      Het is de verkondiging van de Edele Waarheid van dukkha, lijden, onvoldaanheid.

2.      Het is de verkondiging van de Edele Waarheid van het ontstaan van lijden.

3.      Het is de verkondiging van de Edele Waarheid van het beëindigen van lijden.

4.      Het is de verkondiging van de Edele Waarheid van het pad dat voert naar het beëindigen van lijden. (M.141; D.22)


1. De waarheid van lijden


De edele waarheid van lijden, onvoldaanheid (dukkha)1 is als volgt: geboorte is lijden; ouder worden is lijden; ziekte is lijden; sterven is lijden; verdriet, geweeklaag, pijn, leed en wanhoop zijn lijden; het verenigd zijn met wie of waarmee men een afkeer heeft, is lijden; het gescheiden zijn van wie of van wat men liefheeft, is lijden; niet te krijgen wat men graag heeft, is lijden; kortom de vijf groeperingen van hechten zijn lijden.” (S.56.11; M.141)


2. De waarheid van het ontstaan van lijden


De edele waarheid van het ontstaan van lijden is als volgt: het is de begeerte die wedergeboorte doet ontstaan, die vergezeld gaat van genoegen en lust en die nu eens hier en dan weer daar steeds nieuw behagen schept. Met andere woorden, het is het verlangen naar zinnelijke begeerten, het verlangen naar bestaan en het verlangen naar niet-bestaan. (S.56.11; M.141)


3. De waarheid van het pad dat leidt naar het beëindigen van lijden


De edele waarheid van het beëindigen van lijden is als volgt: het is het volledig wegebben en het volledig uitdoven van die begeerte, het verwerpen, het opgeven en het achterlaten ervan; het is de bevrijding ervan en het zich losmaken ervan. (M.141)


4. De waarheid van het pad dat leidt naar het beëindigen van lijden – het middenpad


De edele waarheid van het pad dat voert naar het beëindigen van lijden, is als volgt: het is niets anders dan het edele achtvoudige pad, namelijk: juist inzicht, juist denken, juist spreken, juist handelen, juist levensonderhoud, juiste inspanning, juiste oplettendheid, juiste concentratie. (M.141)


Het middenpad, het edele achtvoudige pad


    Zoals eerder vermeld wordt het edele achtvoudige pad ook het Middenpad genoemd. (S.56.11)

    Twee uitersten moeten niet gedaan worden: 1) Hechten aan zin-genot; dat is laag, heilloos, onedel. 2) Zelfkwelling; dat is pijnlijk, heilloos, onedel. – Beoefen het middenpad dat naar rust, ontwaking, Nibbana leidt.

    De middenweg is dit edele achtvoudige pad, namelijk: juist inzicht, juist denken, juist spreken, juist handelen, juiste manier van leven, juiste inspanning, juiste oplettendheid, juiste concentratie. 


1. Juist inzicht

    Juist inzicht is het begin van het pad en het is het einde van het pad.

    Juist inzicht is het weten van lijden, weten van het ontstaan van lijden, weten van het verdwijnen van lijden, weten van het pad dat voert naar het beëindigen van lijden. (M.141) Kortom, het is het inzien van de vier edele waarheden.

    Juist inzicht komt op de eerste plaats. In iemand met juist inzicht ontstaat juist denken. In iemand met juist denken ontstaat juist spreken. In iemand met juist spreken ontstaat juist handelen. In iemand met juist handelen ontstaat juist levensonderhoud. In iemand met juist levensonderhoud ontstaat juiste inspanning. In iemand met juiste inspanning ontstaat juiste oplettendheid. In iemand met juiste oplettendheid ontstaat juiste concentratie. In iemand met juiste concentratie ontstaat juist weten. In iemand met juist weten ontstaat juiste bevrijding.


2. Juist denken


    Juist denken is denken aan verzaking, denken aan welwillendheid, denken aan niet-kwaaddoen. (M.141) Het is het hebben van een onthoudende, vredige, geweldloze gezindheid.


3. Juist spreken


    Het is afzien van onjuiste taal, afzien van geroddel, afzien van harde, ruwe taal, afzien van ijdel geklets. (M.141) Juist spreken is het gebruiken van ware, verzoenende, milde en wijze taal [ook in geschrift]. (A.IV.145-148)


4. Juist handelen


    Juist handelen is afzien van doden, van stelen, en van ongeoorloofd seksueel gedrag. (M.141).

    Volgens het Boeddhisme is verkeerd seksueel gedrag: seksuele omgang met iemand die onder de hoede staat van ouder(s), broer, zuster, verwanten, of met personen die tot een religieuze orde behoren. Ook verkeerd is seksuele omgang met degenen die een echtgenoot (-genote) hebben, met personen die verloofd zijn of met lieden die gevangen zijn. Tot deze laatsten behoren krijgsgevangenen, slaven, gegijzelden en onderhorigen.


5. Juist levensonderhoud

    Juist levensonderhoud bestaat hierin dat een edele volgeling verkeerd levensonderhoud vermijdt en in zijn levensbehoeften voorziet op de juiste manier. (M.141) Men voorziet zodanig in levensonderhoud dat men anderen geen schade of nadeel of letsel toebrengt.2


6. Juiste inspanning


    Juiste inspanning bestaat erin dat men het onheilzame niet laat opkomen, dat het reeds opgekomen onheilzame overwonnen wordt, dat het reeds ontstane heilzame behouden wordt en dat het heilzame dan tot ontwikkeling wordt gebracht.


7. Juiste oplettendheid


    Juiste oplettendheid bestaat in het voortdurend beschouwen van het lichaam, van de gevoelens, van de geest en van de geestelijke objecten. (M.141). 


8. Juiste ontwikkeling van de geest

    Juiste ontwikkeling van de geest of juiste concentratie is o.a. het vertoeven in de vier meditatieve verdiepingen (jhanas). (M.141; S.56.11)


Waarom men zich moet inspannen


    Weinig wezens worden wedergeboren onder de mensen. Veel meer wezens worden buiten de menselijke sfeer wedergeboren. (S.56.61)

    Weinig wezens die als mensen gestorven zijn, worden onder de mensen of bij de goden wedergeboren. Veel meer wezens die als mensen geboren zijn, worden wedergeboren in de hel, in de dierenwereld, in de wereld van de ongelukkige geesten. (S.56.102-107) De reden hiervan is het niet zien van de vier edele waarheden.

    Daarom moet men zich inspannen om te onderkennen: dit is lijden, dit is de ontwikkeling van lijden, dit is de opheffing van lijden, dit is het pad dat voert naar de opheffing van lijden.

naar boven  of  naar 2. De leer


1 Het Pali-woord dukkha betekent niet alleen lichamelijk lijden, maar houdt ook in de frustratie, het geestelijk leed dat veroorzaakt wordt door het feit dat alles hier op aarde onvoldaan is, onvolmaakt. Er is weliswaar vreugde en geluk, maar dat is slechts tijdelijk. En juist dat tijdelijke, dat onvolmaakte is oorzaak voor leed, frustratie. Dat wordt onder dukkha, lijden verstaan.

2Maurice, David: The Greatest Adventure : A Presentation of the Buddha's Teaching to the Youth of the World. Kandy 1961. The Wheel No. 4.