Facetten van het Boeddhisme


naar Index

6.3. Recitatieteksten, Pali - Nederlands

Voorwoord     0.1. Het belang van reciteren     0.2. Verschillende soorten van recitaties     0.3. Het uitdrukken van respect met lichaam, taalgebruik en gedachten     0.4. De houdingen gebruikt bij het reciteren     0.5. Gebruik van de stem bij het reciteren     0.6. Reciteren en meditatie      0.7. De waarde van reciteren     0.8. Het reciteren van Pali of Nederlands     0.9. De uitspraak van het Pali

1. Morgen-recitatie     1.1. Ratanattayanamakārapātha – Eer aan het Drievoudige Juweel     1.2. Pubbabhāganamakārapātha – Inleidende eer aan de heer Boeddha     1.3. Buddhābhithuti – Eer aan de Boeddha     1.4. Dhammābhithuti – Eer aan de Dhamma     1.5. Sanghābhituti – Eer aan de Sangha     1.6. Ratanattayappanāmagātha – Verzen ter ere aan het Drievoudige Juweel     1.7. Samvegaparikittanapātha – Overwegingen bijdragende tot bedaardheid    1.8. Tankhanikapaccavekkhanapātha - Verzen ter overdenking bij het gebruik van de rekwisieten     1.9. Pattidānagāthā - Overdracht van verdienste 

2. Avond recitatie     2.1. Ratanattaya-vandana – Eerbetuiging aan het Drievoudige Juweel     2.2. Ratanattayanamakārapātha - Eer aan het Drievoudige Juweel     2.3. Pubbabhāganamakārapātha – Inleidende huldebetuiging en een denken aan de Boeddha     2.4. Buddhābhigīti – Lofzang tot de Boeddha     2.5. Dhammānussati - Overdenking van de Dhamma     2.6. Dhammābhigīti - Lofzang tot de leer     2.7. Sanghānussati - Overdenking van de Sangha     2.8. Sanghābhigiti - Lofzang tot de Sangha     2.9. Atītapaccavekkhanapātha - Verzen ter overdenking ná het gebruik van de rekwisieten     2.10. Uddissanagathā - Overdracht van verdiensten     

3. Pali formules voor leken      3.01. Tisarana (of: Saranagamana) - Toevluchtname      3.02. Het vragen van de vijf regels     3.03. Panca sila - De vijf regels     3.04. Het vragen van de acht regels     3.05. De acht regels     3.06. Het opnemen van dhutanga oefening     3.07. Het aanbieden van voedsel aan de Boeddha     3.08. Afstand doen van dhutanga oefening     3.09. Het verzoek om een leerrede     3.10. Voornemen alvorens benodigdheden aan monniken aan te bieden   3.11. Aanbieding aan de algemene Sangha     3.12. Het aanbieden van afval-gewaden    3.13. Het terugvragen van het restant van offergaven     3.14. Overweging na het aanbieden van benodigdheden aan monniken    3.15. Het vragen van vergiffenis voor overtredingen    3.16. Toewijding van verdienste aan gestorven verwanten   

4. Overdenkingen en goede voornemens     4.01. Denken aan het Drievoudige Juweel      4.02.  Abhinhapaccavekkhanapatham – Gebruikelijke overwegingen     4.03. Bespiegeling over godheden     4.04. Dhātūpatikūlapaccavekkhanapātha - Verzen ter overdenking van de elementen         4.05. Dagelijks voornemen     4.06. Pañcasikkhāpādapātha - Herhaling van de vijf regels     4.07. Atthasikkhāpādapātha - Herhaling van de acht regels     4.08. Wens     4.09. anumodanāvidhī - gelukwens    4.10. Overdracht van verdiensten

5. Recitaties voor speciale gelegenheden     5.0. Inleiding     5.1. Traditioneel eerbetoon aan het Drievoudige Juweel     5.2. Uitnodiging     5.3. Vast voornemen      5.4. Magha-punnami - Māgha-Pūjā-dag      5.5. Visakha-punnami – Visākha-Pūjā-dag     5.6. Asalha-punnami – Āsalhā-Pūjā-dag    5.7. Het aanbieden van badkleren voor de regentijd    5.8. Het aanbieden van Kathina-gewaden 

6. Geselecteerde kloosterzegeningen     6.1. Jayamangala atthagatha - De acht verzen over heilzame overwinningen     6.2. Anumodhanārambhagatha - Anumodhanārambha-verzen     6.3. Sāmaññānumodanāgatha - Sāmaññānumodanā-verzen     6.4. ratanattayānubhāvādighāthā - Verzen over de macht van het Drievoudige Juweel     6.5. cullamangalacakkavāla - De kleinere sfeer van zegeningen     6.6. bhojanādānānumodanāgāthā - Verzen van dankzegging bij het aanbieden van voedsel    6.7. Goede wensen 

7. Geselecteerde suttas     7.1. Devārādhana - Uitnodiging van de goden     7.2. Ovādapātimokkhādipātho – De orderegel (tot aansporing)     7.3. maha mangala sutta – De leerrede over de grootste zegeningen     7.4. karaniyā metta sutta – De leerrede over liefdevolle vriendelijkheid     7.5. ratana sutta – De Juweel toespraak     7.6. dhajagga parittam – De vaandelbescherming

8. Paritta – Recitaties ter bescherming      8.1. Het vragen van Paritta-recitatie      8.2. atanatiya paritta    8.3. khandaparitta – Bescherming van de groepen     8.4. angulimala paritta – De bescherming van de eerwaarde Angulimala     8.5. Maha- jayamangala Gatha    8.6.  bojjhanga paritta - bescherming door de factoren van Verlichting     8.7. Jayaparittam - De victorie bescherming     8.8. atanatiyaparitagatha – Verzen van de atanatiya bescherming     

Geraadpleegde bronnen        Alfabetische lijst van de recitaties




Recitatie-teksten

Voorwoord

        In 1986 werd vanuit het Engels een Nederlandse vertaling gemaakt van de recitaties die gebruikt werden in Wat Buddharama te Waalwijk (NL).

        In 1999 volgde een Nederlandse vertaling van het “Dhammadāyāda Chanting Book” en van recitaties die in de Thaise tempel te Waterloo (B) gebruikt werden.

        In 2017 werden de meeste recitatie-teksten die in Wat Dhammaniwasa te Eschweiler (D) gereciteerd worden, in het Nederlands vertaald.

        Iets later kreeg ik van het eerwaarde hoofd van Wat Buddha Vipassana e.V., een meditatiecentrum en Thaise tempel te Wassenach (D), een boek met veel recitatie-teksten Pali en Duits.

        Ik ben het Pali niet machtig. Om een zo goed mogelijke vertaling te kunnen maken van bovenvermelde recitatieteksten, werden nog enkele andere boeken en websites geraadpleegd.

        De vertaalde recitatieteksten heb ik hier samengevoegd. Ik hoop dat deze vertalingen meerderen tot nut zijn bij het zelf reciteren of bij het volgen van de Pali teksten die door de monniken worden gereciteerd.

        

N. Moonen

0.1. Het belang van reciteren

        Als men elke dag reciteert, neemt men een afkorting naar bovenwereldlijke kennis. Want respect, gecultiveerd door recitatie, verbetert iemands mogelijkheid om de geleerde kennis op te nemen en te bestendigen. De Boeddha onderwees dat wij boven alles vol achting moeten zijn jegens de Boeddha, Dhamma, Sangha, opvoeding, meditatie, bezonnenheid en gastvrijheid.

        Reciteren is een middel om achting jegens de Boeddha, de Dhamma en de Sangha te ontwikkelen. Wij hebben achting voor de Boeddha, degene die volledig zelfverlicht is en die onderwijst voor de bevrijding van andere levende wezens, omdat hij van onovertroffen wijsheid is, van onovertroffen mededogen en van onovertroffen reinheid. Wij hebben achting voor de Dhamma, de leer van de Boeddha, omdat de Dhamma de smetteloze en vlekkeloze waarheid is, - wie de Dhamma in praktijk brengt, zal vlug een einde van alle lijden vinden. Ze is zo waardevol dat zelfs de Boeddha eer moet betonen aan de Dhamma, en ook zo waardevol dat de Boeddha, voordat hij heenging in Parinibbāna, de Dhamma uitkoos als zijn opvolger op aarde. Wij eren de Ariyasangha, de heilige volgelingen van de Boeddha, omdat zij de Dhamma hebben uitgeoefend totdat zij verlicht werden, en omdat zij anderen leren in hun voetstappen de Verlichting te bereiken.

Boeddhistische recitatie ter ere van het Drievoudige Juweel heeft twee grote doelen: 1) respect en nederigheid ontwikkelen zodat wij van het Drievoudige Juweel beter de deugden kunnen opnemen die het toelicht; 2) verder te gaan op het pad naar Verlichting en de erfenis van de Boeddha te laten voortduren. Zolang als wij het doel van het ontwikkelen van respect in het oog houden, zullen wij nooit in de valstrik komen die erin bestaat gehecht te worden aan ceremonies als een doel op zich (sīlabbhataparāmāsa) of eenvoudigweg 'neerbuigen voor gouden idolen'.

0.2. Verschillende soorten van recitatie

        Reciteren als een middel om respect te ontwikkelen wordt in bijna alle kloostertradities van de wereld aangetroffen en in het Boeddhisme breidt de traditie zich uit zowel tot leken als monniken. Het volgende is gebaseerd op de Thaise traditie van recitatie welke een hoge mate van systematische ordening heeft ondergaan gedurende de laatste eeuw, meestal als resultaat van koninklijke hervormingen. Oorspronkelijk varieerde het reciteren van tempel tot tempel en was het onderhevig aan niet-boeddhistische toevoegingen. Recitatie zoals het "Traditioneel eerbetoon aan het Drievoudige Juweel" is één van de weinige exemplaren van zuiver Boeddhistische recitatie dat van zulke tijden is overgebleven. De traditie te Wat Paknam Bhasicharoen bestond zelfs tot en met 1959 voor de avond-recitatie uit 108 declamaties van het Tiratananusaranapatha (Itipi so..). Het geheel van de Boeddhistische traditie in Thailand inclusief de ceremonies en recitaties onderging een serie van koninklijke hervormingen die in de achttiende eeuw begonnen met de herziening door koning Rama I van de Siamese Pali Canon (1788). Koning Rama III gaf opdracht de 500 jaar oude parittas van Sri Lanka[1] te vertalen in het Thais. Hij oefende paleispersoneel samen met burgerpersoneel erin dagelijks op dezelfde manier als monniken te reciteren, als voorbeelden voor de rest van zijn onderdanen. Koning Mongut (Rama IV) besteeg de troon in 1851, na eerst 27 jaar Boeddhistisch monnik te zijn geweest. Hij systematiseerde, vatte samen en stelde samen wat wij thans kennen als de dagelijkse morgen- en avondrecitatie, een traditie die zich geleidelijk heeft verspreid over de groepen van Boeddhistische monniken en leken, om een onontwarbaar deel te worden van de Thaise Boeddhistische identiteit van vandaag.

        In de Boeddhistische traditie wordt het reciteren gebruikt voor vele verschillende functies.

0.3. Het uitdrukken van respect met lichaam, taalgebruik en gedachten

        Zoals boven uitgelegd, is het voornaamste doel van het reciteren de deugd van respect te ontwikkelen - een onmisbare voorloper van wijsheid op het pad naar Verlichting. Oprecht respect tijdens het reciteren wordt niet alleen met de stem uitgedrukt, maar ook door de nederigheid van onze lichamelijke houding en onze tegenwoordigheid van geest.

0.4. De houdingen gebruikt bij het reciteren

        Ieder die hulde brengt aan het Drievoudige Juweel moet reciteren terwijl hij of zij knielt (voor eer aan het Drievoudige Juweel of voor het vragen van vergiffenis), of moet neerknielen met de voeten aan een kant (voor andere soorten van recitatie). Mannen zitten op hun opgeheven hielen, in een knielende houding; vrouwen zitten op de zolen van haar voeten bij het reciteren. De handpalmen moeten bij elkaar gebracht worden, vóór de borst. De armen moeten heel ontspannen zijn en de ellebogen niet te dicht bij de borst.

        Buigen is een noodzakelijk deel van hulde aan het Drievoudige Juweel of van het vragen van vergiffenis. Bij het buigen moet de romp energiek (maar zachtjes) voorover gebogen worden om met het voorhoofd de vloer aan te raken, met de handen vlak, de handpalmen naar beneden aan weerskanten van de slapen. Men moet het eerbetoon beëindigen vóórdat men buigt en z'n buiging zó regelen dat ze in eenheid is met de rest van de groep.

        Het is eerbiedig om z'n hoofddeksel af te zetten bij het reciteren - en elk los omhulsel zoals een deken of omslagdoek niet hoger te houden dan het niveau van de borst - iets waaraan gedacht moet worden bij het reciteren in een koude omgeving.

1e fase:

mannen knielen, met hun gewicht op de knieën, terwijl zij op hun gemak op de opgeheven hielen zitten. De handpalmen zijn losjes samengebracht, in een hoek van ongeveer 45° tot het midden van de borst. Rug en hoofd zijn rechtop.

        vrouwen knielen terwijl zij op haar schenen rusten met de voeten plat op de grond. De handpalmen zijn losjes samengebracht in een hoek van ongeveer 45° tot het midden van de borst. Rug en hoofd zijn rechtop.

                

2e fase:

Met het hoofd nog opgeheven, heffen mannen de samengevoegde handpalmen op en raken met beide duimen het punt tussen de wenkbrauwen aan.

Terwijl zij nog neerknielen, moeten vrouwen haar hoofd lichtjes voorover buigen en met de duimen van de samengevoegde handen het punt tussen de wenkbrauwen aanraken.

3e fase:

Mannen moeten voorover buigen terwijl zij geleidelijk aan de handen van elkaar bewegen over een afstand die ongeveer een handpalm breed is. De handpalmen zijn omlaag gericht totdat de ellebogen aan de knieën komen en het voorhoofd tussen de handen de vloer aanraakt.

Vrouwen moeten voorover buigen terwijl zij geleidelijk aan de handen van elkaar bewegen over een afstand die ongeveer een handpalm breed is. De handpalmen zijn omlaag gericht totdat de ellebogen aan de grond komen aan de buitenkant van de knieën en het voorhoofd tussen de handen de vloer aanraakt.

0.5. Gebruik van de stem bij het reciteren

        Wanneer men reciteert, zou men het hardop moeten doen. Het geluid van de stem moet dan vast zijn alsof ze komt vanuit het punt in het centrum van de buik (liever dan vanuit de keel). Beginnelingen moeten nota nemen van de juiste uitspraak van de Pali recitatie. Het reciteren moet levendig klinken en energiek, liever dan uitgerekt en overdadig schijnheilig. Men moet op dezelfde toon reciteren als de persoon die de recitatie leidt (en niet een eigen toon inzetten), zodat het geluid van de hele reciterende groep als één geheel klinkt. Indien een monnik beschikbaar is voor een groep van leken, dan is hij degene die het reciteren leidt. Indien geen monnik beschikbaar is, dan is het gebruikelijk dat een mannelijke leek (indien aanwezig) liever dan een vrouwelijke leek het reciteren leidt. Het is de verantwoordelijkheid van degene die het reciteren leidt om de toon aan te geven en het ritme van het reciteren. De anderen in de groep moeten de leider respecteren in zijn taak en moeten meewerken. Het getuigt van slecht gedrag als men zich bemoeit met de reciterende leider. De toonhoogte van het reciteren zal, als het juist wordt geleid, geschikt zijn voor zowel mannelijke als vrouwelijke stemmen. Alleen voor kinderen is er speciaal doorzettingsvermogen voor nodig om harmonie in een groep van volwassenen te verkrijgen. De juiste snelheid van het reciteren in een groep is in omgekeerde verhouding tot de omvang van een groep. Kleinere groepen kunnen beter snel reciteren dan grote groepen. Voor een geoefende groep zal het geluid aan het begin en einde van elk onderdeel beginnen en eindigen in eenheid met duidelijk waarneembare spaties van stilte tussen de verzen. Waar bij het reciteren geen tussenruimtes zijn om adem te halen (zoals klooster-zegeningen), moeten degenen die reciteren proberen hun ademhaling afwisselend te plaatsen zodat het geluid van de groepsrecitatie onafgebroken is.

0.6. Reciteren en meditatie

        Het goed reciteren zal leiden naar zuivering van de geest. De praktijk van reciteren deelt veel voordelen met de praktijk van zit-meditatie. Ze kan de geest kalmeren en concentreren, wanneer ze uitgeoefend wordt op een geoefende manier, waarbij ze naar vertrouwen en geluk voert. Meditatie zelf kan alle aspecten van het leven binnengaan, en recitatie, verre van een uitzondering te zijn, is een uitstekende aanvulling tot meditatie zowel gedurende als na het reciteren. Het enige vereiste dat een hulp is bij het uitoefenen van meditatie onder het reciteren, is dat men de verzen die men reciteert, van buiten kent. Tijdens het reciteren kan degene die mediteert, verder gaan met het laten rusten van zijn/haar geest in vrede en stilte bij het centrum van het lichaam. Indien de mediterende vindt dat zijn/haar geest tijdens het reciteren afdwaalt, dan kan hij/zij onder het mediteren gebruik maken van beeldvorming bij het centrum van het lichaam – bijvoorbeeld zich een Boeddhabeeld voorstellen bij het centrum van het lichaam tijdens de recitatie van eer aan de Boeddha; zich een heldere en schijnende sfeer voorstellen bij het centrum van het lichaam tijdens de recitatie van eer aan de Dhamma; of zich discipelen van de Boeddha voorstellen tijdens het reciteren van eer aan de Sangha. Mediterenden oefenen ook recitatie uit voordat zij gaan zitten voor meditatie. De combinatie kan vergeleken worden met het besteden van enige tijd aan het scherp maken van een beitel voordat men begint met houtsnijwerk.

0.7. De waarde van reciteren

        Het reciteren van teksten (in Pali en/of Nederlands) kan heilzame gemoedstoestanden teweeg brengen. En die voeren tot gezondheid, materiële en geestelijke vooruitgang. Het reciteren is als een medicijn dat geestelijke en lichamelijke kwalen geneest.

0.8. Het reciteren van Pali of Nederlands

        De taal van de recitaties heet "Pali". In deze oude Indiase taal, die verwant is aan het Sanskriet, zijn de geschriften van de Boeddhistische Theravada Canon opgeschreven. De monniken reciteren in Pali in plaats van in vertaling vanwege de betrouwbaarheid. Maar hier is een vertaling ervan gemaakt omdat de voordelen van het reciteren zullen toenemen als de reciterende de betekenis begrijpt van het vers dat gereciteerd wordt.

         Verder heeft de Boeddha aanbevolen dat de leer in de eigen taal geleerd moet worden (Vin.Cv.Kh.5). Ook daarom zijn de recitatieteksten in het Nederlands vertaald. Men hoeft niet in het Pali te reciteren. Men kan ook de Nederlandse tekst lezen; dat is misschien beter dan te reciteren in een taal die niet begrepen wordt.

0.9. De uitspraak van het Pali

De klinkers:

a         als a in pad ; of e in rekenen                         

ā        als aa in paard; vader                 

e         als e in en ; ten                         

ē        als ei in einde                         

i         als i in kip; pit                                        

ī         als ie in drie; vier

o         als o in kort

ō         als oo in boot ; boter

u         als oe in moe; roede

ū         als oe in boer

De medeklinkers

c         als tsj in het Engelse rich

g         als g in het Engelse get

j         als dzj in jeans; jungle

m        als m in hem

m        op einde van woord, als ng in zing

n        gevolgd door klinker, als n in niet

n        gevolgd door medeklinker, als ng in ring

ñ         als nj in signora

s        als s in streep

ś        als sh in shampoo

v        als w in wiel; want

y        als j in ja; jeugd

De medeklinkers b, d, f, h, k, l, p, r en t worden uitgesproken zoals in het Nederlands.

N.B.

        De klinkers e en o zijn steeds lang, behalve wanneer ze gevolgd worden door een dubbele medeklinker.

        De met h samengestelde medeklinkers: bh, ch, dh, gh, jh, kh, ph en th worden uitgesproken met de h-klank onmiddellijk volgende achter de betreffende medeklinker, zoals bijvoorbeeld in: clubhuis, badhok, leghoen, blokhut, ophouden, eethoek.

1. Morgen-recitatie

        In de hoofdtempel of hal plaatst de leidinggevende bhikkhu de offergaven (kaarsen, geurstokjes en bloemen) op de schrijn voor het Boeddha-beeld. De andere bhikkhus moeten dan gaan staan of neerknielen al naargelang hij dit staande of knielende doet. Wanneer de kaarsen en de geurstokjes aangestoken en de bloemen gerangschikt zijn, zal de leidinggevende bhikkhu de volgende voorbereidende Pali teksten van eerbetoon reciteren, zin voor zin. De andere bhikkhus herhalen ze dan. Die voorbereidende teksten zijn:

1.1. Ratanattayanamakārapātha – Eer aan het Drievoudige Juweel

araham sammā sambuddho bhagavā, buddham bhagavantam abhivādemi.

De Heilige, de volmaakt Ontwaakte, de Verhevene,

nederig buig ik voor de verheven Boeddha.

buig een keer terneer en zeg zachtjes

        Buddho me nātho - De Boeddha is mijn toevlucht.

svākkhāto bhagavatā dhammo, dhammam namassāmi.

De Leer die volmaakt is uitgelegd door de Verhevene, nederig buig ik voor die Leer.

buig een keer terneer en zeg zachtjes

        Dhammo me nātho – De Dhamma is mijn toevlucht.

supatipanno bhagavato sāvakasangho, sangham namāmi.

De Orde van de goed-geoefende discipelen van de Verhevene, nederig buig ik voor de Orde.

buig een keer terneer en zeg zachtjes

Sangho me nātho - De Sangha is mijn toevlucht.

1.2. Pubbabhāganamakārapātha – Inleidende eer aan de heer Boeddha – Vandana

handa mayam buddhassabhagavato pubbabhāganamakāram karoma se

Laten wij allen de inleidende eer brengen aan de Gezegende, de Boeddha

namo tassa bhagavato arahato sammāsambuddhassa.

namo tassa bhagavato arahato sammāsambuddhassa.

namo tassa bhagavato arahato sammāsambuddhassa.

Eer aan de Verhevene, de Heilige, de Volmaakt Ontwaakte.

Eer aan de Verhevene, de Heilige, de Volmaakt Ontwaakte.

Eer aan de Verhevene, de Heilige, de Volmaakt Ontwaakte.

tam kho pana bhagavantam evam kalyāno kittisaddo abbhuggato. itipo so bhagavā araham sammāsambuddho, vijjācaranasampanno sugato lokavidū, anuttaro purisadamma-sārathi satthā, devamanussānam buddho bhagavā ti.

Eer aan de Gezegende, de Heilige, de volledig Verlichte. Zó ver en uitgestrekt is de roem van de Gezegende verspreid. Die Gezegende is heilig, volledig Verlicht, volmaakt in kennis en volmaakt in gedrag. Hij is zó-gegaan, een Kenner van de werelden. Hij is de onvergelijkbare leider van mensen die bedwongen moeten worden en van mensen die volgzaam zijn. Hij is de leraar van goden en van mensen. Hij is de Ontwaakte en Verhevene.

1.3. Buddhābhithuti - Eer aan de Boeddha

handa mayam buddhābhithutim karoma se

Laten wij nu eer brengen aan de Boeddha

yo so tathāgato araham sammāsambuddho, vijjācarana sampanno sugato lokavidū, anuttaro purisadhammasārathi satthā devamanussānam buddho bhagavā, yo imam lokam sadevakam samārakam sabrahmakam, sassamanabrāhmanim pajam sadevamanussam sayam abhiññā sacchikatvā pavedesi, yo dhammam desesi ādikalyānam majjhekalyānam pariyosānakalyānam, sāttham sabyañjanam kevalaparipunnam parisuddham brahmacariyam pakāsesi; tamaham bhagavantam abhipūjayāmi tamaham bhagavantam sirasā namāmi.

Waarlijk, de Verhevene is heilig, volledig verlicht, volmaakt in kennis en volmaakt in gedrag. Hij is gezegend, een Kenner van de werelden. Hij is de onvergelijkbare leider van mensen die bedwongen moeten worden en van mensen die volgzaam zijn. Hij is de leraar van goden en van mensen. Hij is de Ontwaakte en Verhevene. Ik breng eer aan Hem, de Verhevene. Tot de Verhevene breng ik eer met gebogen hoofd.

(buig terneer)

1.4. Dhammābhithuti - Eer aan de Dhamma

handa mayam dhammābhithutim karoma se

Laten wij nu onze eer brengen aan de Leer

yo so svākkhāto bhagavatā dhammo, sanditthiko akāliko ehipassiko, opanayiko paccattam veditabbo viññuhi; tamaham dhammam abhipūjayāmi tamaham dhammam sirasā namāmi.

Duidelijk uitgelegd is de leer door de Verhevene; hier en nu op juistheid te controleren; met onmiddellijk resultaat. Ze nodigt ieder uit alles om zelf te testen; ze leidt naar Nibbana. Ze is te begrijpen door de wijze, ieder voor zichzelf. Ik breng eer aan de Dhamma. Tot de Dhamma breng ik eer met gebogen hoofd.

(buig terneer)

1.5. Sanghābhituti - Eer aan de Sangha

handa mayam sanghābhithutim karoma se

Laten wij nu onze eer brengen aan de Sangha.

yo so supatipanno bhagavato sāvakasangho, ujuparipanno

bhagavato sāvakasangho, ñāyapatipanno bhagavato

sāvakasangho, sāmīcipatipanno bhagavato sāvakasangho

yadidam cattāri purisayugāni attha purisapuggalā, esa

bhagavato sāvakasangho, āhuneyyo pāhuneyyo dakkhineyyo

añjalikaranīyo, anuttaram puññakkhettam lokassa; tamaham

sangham abhipūjayāmi tamaham sangham sirasā nanāmi.

Van goed gedrag is de Orde van de discipelen van de Gezegende. Van oprecht gedrag is de Orde van de discipelen van de Gezegende. Van wijs gedrag is de Orde van de discipelen van de Gezegende. Van plichtsgetrouw gedrag is de Orde van de discipelen van de Gezegende.

Deze Orde van de discipelen van de Gezegende - namelijk de vier paren van personen, de acht soorten individuen, - is offergaven waard, is gastvrijheid waard, is geschenken waard, is waard eerbiedig gegroet te worden, is een onvergelijkbaar veld van verdienste voor de wereld.

Ik breng eer aan die Sangha.

Tot die Sangha breng ik eer met gebogen hoofd.

(buig terneer)

1.6. Ratanattayappanāmagātha – Verzen ter ere aan het Drievoudige Juweel

handa mayam ratanattayappaāmagātho ceva, samvegaparikittanapāthañca, hanāma se

Laten wij nu eer betonen aan het Drievoudige Juweel en dan de teksten reciteren die voeren naar koelheid, bedaardheid.

buddho susuddho karunāmahannavo, yoccantasuddhabbarañānalocano,

lokassa pāpūpakilesaghātako, vandāmi buddham ahamādarenatam.

Zuiver is de Boeddha; uitgestrekt als een oceaan is Zijn al-omvattend mededogen; Hij is begiftigd met inzicht, geheel en al gezuiverd; en Hij is de weergaloze Vernietiger van de bevlekkende euvels van de wereld: - die Boeddha vereer ik vol toewijding.

dhammopadīpo viya tassa satthuno, yo maggapākāmatabhedabhinnako,

lokuttaro yo ca tadatthadīpano, vandāmi dhammam ahamādarenatam.

Zoals een schitterende vlam is die leer van de Boeddha; verschillend als ze is, namelijk het Pad, de verwezenlijking ervan en Nibbana, bovenzinnelijk en verhelderend: die Leer vereer ik vol toewijding.

sangho sukhettābhyatikhettasaññito, yo ditthasanto sugatānubodhako,

lolappahīno ariyo sumedhaso, vandami sangham ahamādarenatam.

Het veld van uitmuntendheid is de Orde van de Boeddha, welke Ariya-Sangha voorgesteld kan worden als het beste veld waarop de zaden van verdienste gezaaid kunnen worden. Deze Orde is, als de staat van Vrede bereikt is, verlicht door de Leer van de Boeddha. En de drie grondslagen van het kwaad, namelijk begeerte, afkeer en onwetendheid, zijn (bij de Heiligen) teniet gedaan. Deze Orde is edel en wijs - die Orde vereer ik vol toewijding.

Iccevamekantabhipūjaneyyakam, vatthuttayam vandayatābhisankhatam,

puññam maya yam mama sabbupaddavā, mā hontu ve tassa pabhāvasiddhiyā.

Na het brengen van deze toegewijde eer aan het Drievoudige Juweel dat hoogste verering waard is, moge door de verdienste die hierdoor verkregen is, geen enkel onheil geschieden.

1.7. Samvegaparikittanapātha - Overwegingen bijdragende tot bedaardheid

idha tathāgato loke uppanno araham sammāsambuddho,

dhammo ca desito niyyāniko upasamiko parinibbāniko

sambodhagāmī sugatappavedito, mayantam dhammam

sutvā evam jānāma, jātipi dukkhā, jarāpi dukkhā, maranampi dukkham, sokaparidevadukkhadomanassupāyāsāpi dukkhā,

appiyehi sampayogo dukkho, piyehi vippayogo dukkho,

yampiccham na labhati tampi dukkham, sankhittena

pañcupādanakkhandhā dukkhā, seyyathīdam,

rūpūpādānakkhandho, vedanūpādānakkhandho, saññūpādānakkhandho, sankharūpādānakkhandho, viññānūpādānakkhandho,

yesam, pariññāya, dharamāno so bhagavā, evam bahulam sāvake vineti, evam bhāgā ca panassa bhagavato sāvakesu anusāsanī, bahula pavattati,

           Geboren in deze wereld is het Grote Wezen, de Heilige en geheel-Verlichte. Door de Wel-Gegane is de Dhamma verkondigd die uit het lijden voert, die bijdraagt tot vrede, die dient tot de volledige uitdoving, die leidt tot Verlichting. Nadat wij aldus die Dhamma gehoord hebben, komen wij te weten:

geboorte is lijden; ouderdom is lijden; dood is lijden; verdriet, geweeklaag, pijn, leed en wanhoop zijn lijden; het verenigd zijn met wie of waarmee men een afkeer heeft, is lijden; het gescheiden zijn van wie of van wat men liefheeft, is lijden; niet te krijgen wat men wenst, is lijden; kortom, de vijf groeperingen van hechten zijn lijden, namelijk:

de groepering van lichamelijke vorm is lijden; de groepering van gevoelens is lijden; de groepering van waarnemingen is lijden; de groepering van geestelijke formaties is lijden; de groepering van bewustzijn is lijden.

        Ten einde de aard van deze zintuiglijke groeperingen te verwerkelijken, was de instructie die het vaakst tot de discipelen gericht werd tijdens het leven van de Boeddha als volgt:

rupam aniccam, vedanā aniccā,

saññā aniccā, sankhārā aniccā, viññānam aniccam,

rūpam anattā, vedanā anattā, saññā anattā, sankhārā anattā, viññānam anattā,

sabbe sankhārā aniccā, sabbe dhammā anattā'ti,

te [tā]*[2] mayam, otinnāmha jātiyā jarāmaranena, sokehi

paridevehi dukkhehi domanassehi upāyāsehi, dukkhotinnā dukkhaparetā, appevanāmimassa kevalassa

dukkhakkhandhassa antakiriyā paññayethā'ti.

           Vorm is niet-blijvend; gevoel is niet-blijvend; waarneming is niet-blijvend; geestelijke formatie is niet-blijvend; bewustzijn is niet-blijvend;

vorm is niet-zelf; gevoel is niet-zelf; waarneming is niet-zelf; geestelijke formatie is niet-zelf; bewustzijn is niet-zelf.

        Alle samengestelde dingen zijn niet-blijvend; alle verschijnselen zijn niet-zelf.

ciraparinibbutampi tam bhagavantam saranam gato [gatā]* dhammañca (bhikkhu)sanghanca, tassa bhagavato sāsanam, yathāsati yathābalam manasikaroma anupatipajjāma, sā sā no patipatti imassa kevalassa dukkhakkhandhassa antakiriyāya samvattatu.

           Wij allen, omringd met geboorte, ouderdom en ook met verdriet, geweeklaag, pijn, leed en wanhoop, overstelpt met lijden, wij allen hebben dit lijden in het vooruitzicht.

           Hoewel het uiteindelijke Heengaan van de Gezegende lang geleden was, nemen wij onze toevlucht tot Hem en tot de Dhamma en de Sangha; en wij streven ernaar de Dhamma van de Gezegende naar beste vermogen na te volgen. Moge deze praktijk van ons bijdragen tot de uitdoving van lijden.

1.8. Tankhanikapaccavekkhanapātha - Verzen ter overdenking bij het gebruik van de rekwisieten

patisankhā yoniso cīvaram patisevāmi, yāvadeva sītassa patighātaya, unhassa patighātaya, amsamakasavātā-tapasirimsapasamphassānam patighātāya, yāvadeva hirikopina paticchādanattham.

Wijs overwegende draag ik het gewaad alleen om mijzelf te beschermen tegen koude, hitte, horzels, muggen, wind en zon en tegen slangen; en ook draag ik het gewaad als een bestendige bedekking van de schaamte-veroorzakende sexuele organen.

patisankhā yoniso pindapātam patisevāmi, neva davāya na madāya na mandanāya na vibhusanāya, yāvadeva imassa kāyassa thitiyā yāpanāya vihimsuparatiyā brahmacariyānuggahāya, iti purānanca vedanam patihankhāmi navañca vedanam na uppādessāmi, yātrā ca me bhavissati anavajjatā ca phāsuvihāro cāti.

Wijs overwegende gebruik ik het voedsel niet voor het plezier ervan, noch voor de ijdelheid (die ontstaat uit de verkrijgbare lichamelijke kracht), noch om dikker te worden, noch om het lichaam mooier te maken, maar enkel om dit lichaam in stand te houden, om de honger te stillen, om het ongedeerd te houden, en om de uitoefening van het heilige leven mogelijk te maken. Ik gebruik het voedsel ook om de oude gevoelens van honger te vernietigen en om geen nieuwe gevoelens van te veel eten op te wekken. Aldus blijf ik vrij van

lichamelijke moeilijkheden en kan ik op mijn gemak leven.

patisankhā yoniso senāsanam patisevāmi, yāvadeva sītassa patighātāya, unhassa patighātāya, damsamakasavātā-tapasirimsapasamphassānam

patighātāya, yāvadeva utuparissayavinodanam patisallānārāmattham.

Wijs overwegende maak ik gebruik van verblijfplaatsen alleen om mij te beschermen tegen koude en hitte, horzels en muggen, wind en zon, en tegen slangen, en eveneens als een bestendige bescherming tegen de guurheid van het klimaat, en ook om in afzondering te leven.

patisankhā yoniso gilānapaccayabhesajjaparikkhāram patisevāmi, yāvadeva uppannānam veyyābadhikānam vedanānam patighātāya,

abyāpajjhaparamatāyā'ti.

Wijs overwegende maak ik gebruik van steun voor de zieken, namelijk medicijnen en gereedschappen, alleen als een hulp om lichamelijke pijnen die zijn ontstaan, te verminderen, en ook om de grootst mogelijke vrijheid van ziekten te behouden.

1.9. Pattidānagāthā - Overdracht van verdiensten

handa mayam pattidānagāthāyo, bhanāma se

Laten wij allen nu de verdienste overdragen.

yā devatā santi vihāravāsinī, thūpe ghare bodhighare tahim tahim,

tā dhammadānena bhavantu pūjitā, sotthim karontedha vihāramandale,

therā ca majjhā navakā ca bhikkhavo, sārāmikā dānapatī upāsakā,

gāmā ca desā nigamā ca issarā, sappānabhūta sukhitā bhavantu te,

jalābujā yepi ca andasambhavā, samsedajātā athavopapātikā,

niyyānikam dhammavaram paticca te, sabbe pi dukkhassa karontu sankhayam,

        Mogen alle hemelse wezens die in deze tempel wonen, met de stoepas ervan en andere verblijfplaatsen, gezegend zijn door deze verdienstelijke recitatie, om in vrede in deze tempel te vertoeven.

        Mogen alle monniken van de heilige Orde, novicen, aalmoezen-gevers en leken van de tempel, en alle dorpelingen, de buitenstaanders, stedelingen, degenen met een hoge rang, en alle levende wezens, - mogen zij allen geïnspireerd worden door de weldadige Dhamma die naar bevrijding leidt; mogen alle wezens bevrijd worden van hun lijden.

thātu ciram satam dhammo, dhammaddharā ca puggalā,

sangho hotu samaggo va, atthāya ca hitāya ca,

amhe rakkhatu saddhammo, sabbe pi dhammacārino,

vuddhim sampāpuneyyāma, dhamme ariyappavedite.

        Moge de leer van alle Boeddhas en van degenen die de Dhamma navolgen, steeds blijven bestaan. Moge de eenheid van de Orde van monniken aan allen heil en geluk brengen. Moge de goede leer ons beschermen en allen die de Dhamma beoefenen. Mogen wij allen voorspoed hebben door het volgen van de leer die door de Boeddha verkondigd is.

Einde van de morgen-recitatie

2. Avond recitatie

2.1. Ratanattayanamakārapātha – Buiging voor het Drievoudige Juweel

araham sammā sambuddho bhagavā,

buddham bhagavantam abhivādemi.

De Heilige, de volmaakt Ontwaakte, de Verhevene,

nederig buig ik voor de verheven Boeddha.

buig terneer en zeg zachtjes

buddho me nātho - De Boeddha is mijn toevlucht.

svākkhāto bhagavatā dhammo,

dhammam namassāmi.

De Leer die volmaakt is uitgelegd door de Verhevene,

nederig buig ik voor die Leer.

buig terneer en zeg zachtjes

dhammo me nātho - De Dhamma is mijn toevlucht.

supatipanno bhagavato sāvakasangho, sangham namāmi.

De Orde van de goed-geoefende discipelen van de Verhevene, nederig buig ik voor de Orde.

buig terneer en zeg zachtjes

sangho me nātho - De Sangha is mijn toevlucht.

2.2. Ratanattaya-vandanā - Eerbetuiging aan het Drievoudige Juweel

yo so bhagavā araham sammāsambuddho

svākkhāto yena bhagavatā dhammo

supatipanno yassa bhagavato sāvakasangho

tammayam bhagavantam sadhammam sasangham

imehi sakkārehi yathāraham āropitehi abhipūjayama

sādhu no bhante bhagava suciraparinibbuti pi

pacchimājanatānukampamānasā

ime sakkāre duggatapannākārabhūte patigganhātu

amhākam dīgharattam hītaya sukhāya

Hij die gezegend is en heilig, volmaakt verlicht; de leer die goed is uitgelegd door de Gezegende; de Orde van de heilige discipelen van de Gezegende, welke Orde van goed gedrag is; tot die Gezegende, die leer en die Orde brengen wij de hoogste eer, met juiste achting.

Het is goed voor ons, Eerwaarde Heer, Gezegende, zo zuiver. Hoewel gij het Uiteindelijke Heengaan hebt bereikt, hebt gij mededogen met de latere generatie. Mogen deze nederige gaven worden aanvaard voor ons blijvend heil en geluk.

2.3. Pubbabhāganamakārapātha - Inleidende huldebetuiging en een denken aan de Boeddha

Handadāni mayantam bhagavantam vācāya abhigāyitum, pubbabhāganamakārañceva buddhānussatinayañca karoma se.

Laten wij allen een inleidende hulde betuigen aan de Boeddha en laten wij aan hem denken.

namo tassa bhagavato arahato sammāsambuddhassa

namo tassa bhagavato arahato sammāsambuddhassa

namo tassa bhagavato arahato sammāsambuddhassa

Eer aan de Verhevene, de Heilige, de Volmaakt Ontwaakte.

Eer aan de Verhevene, de Heilige, de Volmaakt Ontwaakte.

Eer aan de Verhevene, de Heilige, de Volmaakt Ontwaakte.

tam kho pana bhagavantam evam kalyāno kittisaddo abbhuggato. itipo so bhagavā araham sammāsambuddho, vijjācaranasampanno sugato lokavidū, anuttaro purisadamma-sārathi satthā, devamanussānam buddho bhagavā ti.

Eer aan de Gezegende, de Heilige, de volledig Verlichte. Zó ver en uitgestrekt is de roem van de Gezegende verspreid. Die Gezegende is heilig, volledig Verlicht, volmaakt in kennis en volmaakt in gedrag. Hij is zó-gegaan, een Kenner van de werelden. Hij is de onvergelijkbare leider van mensen die bedwongen moeten worden en van mensen die volgzaam zijn. Hij is de leraar van goden en van mensen. Hij is de Ontwaakte en Verhevene.

2.4. Buddhābhigīti - Lofzang tot de Boeddha

Handa mayam buddhābhigītim karoma se

Laten wij allen nu beginnen met onze lofzang tot de Boeddha.

buddhavārahantavaratādigunābhiyutto,

suddhābhinañākarunāhi samāgatatto,

bodhesi yo sujanatam kamalam va sūro,

vandāmaham tamaranam sirasā jinendam,

Begiftigd met zulke zinnebeeldige eigenschappen als Heiligheid is onze Heer, de Boeddha. Begiftigd is hij met absolute zuiverheid, bovenzinnelijke wijsheid en allen-omvattend mededogen. Evenals de zon die de lotus laat bloeien, evenzo maakt hij de mensen wakker tot Verlichting.

buddho yo sabbapāñīnam, saranam khemamuttamam,

pathamānussatitthānam, vandāmi tam sirenaham,

buddhassāhasmi dāso [dāsī]*[3] va, buddho me sāmikissaro,

buddho dukkhassa ghātā ca, vidhātā ca hitassa me,

buddhassāham niyyādemi, sarīrañjīvitañcidam,

vantatoham [vantatīham]* carissāmi, buddhasseva subodhitam,

natthi me saranam aññam, buddho me saranam varam,

etena saccavajjena, vaddheyyam satthu sāsane,

buddham me vandamānena [vandamānāya]* yam puññam pasutam idha, sabbepi antarāyā me, māhesum tassa tejasā.

        De Boeddha is de onovertroffen, opperste en veilige toevlucht; hij is het eerste onderwerp van bezinning en daarom buig ik mijn hoofd vol eerbied voor hem.

        De volgeling van de Boeddha ben ik; de Boeddha is mijn heer en leider; de Boeddha is de vernietiger van leed, en hij is degene die mij voordeel schenkt. Tot de Boeddha wijd ik mijn lichaam en geest. Eer brengende, wil ik mijn leven leiden in overeenstemming met (het pad naar) de Verlichting van de Boeddha.

        Geen andere toevlucht zoek ik, de Boeddha is mijn weergaloze toevlucht; moge ik door de macht van deze waarheid vorderingen maken op de weg van de Meester.

Door mijn vereren van de Boeddha worden verdiensten verkregen; moge door de macht van die verdiensten geen enkel gevaar tot mij komen.

De Boeddha is de onovertroffen, opperste en veilige toevlucht; Hij is het eerste onderwerp van bezinning en daarom buig ik mijn hoofd vol eerbied voor hem.

(buig terneer en zeg zachtjes)

kāyena vācāya va cetasā vā buddhe kukammam pakatam mayā yam,

buddho patigganhatu accayantam, kālantare samvaritum va buddhe.

Wat voor slechte daden ik ooit jegens de Boeddha heb gedaan, - met lichaam, in woord of in de geest, - moge die overtreding vergeven worden door de Boeddha, dat ik in de toekomst oplettender mag worden.

2.5. Dhammānussati - Overdenking van de Dhamma

handa mayam dhammānussatinayam karama se

Laten wij allen nu de Leer overdenken.

svākkhāto bhagavatā dhammo,

sanditthiko akāliko ehipassiko,

opanayiko paccatam veditabbo viññūhī ti.

Duidelijk uitgelegd is de leer door de Verhevene; hier en nu op juistheid te controleren; met onmiddellijk resultaat. Ze nodigt ieder uit alles zelf te testen; ze leidt naar Nibbāna. Ze is te begrijpen door de wijze, ieder voor zichzelf.

2.6. Dhammābhigīti - Lofzang tot de leer

handa mayam dhammābhigītim karoma se

Laten wij allen nu beginnen met de lofzang tot de Leer.

svākkhātatādigunayogavasena seyyo,

yo maggapākapariyattivimokkhabhedo,

dhammo kulokapatanā tadadhāridhārī,

vandāmaham tamaharam varadhammametam.

Uitstekend is de Dhamma omdat ze zulke eigenschappen heeft als goed te zijn uitgelegd door de Boeddha. Ze is verschillend vanwege de fase van studie, de fase van het betreden van het Pad en de fase van Vrucht en bevrijding. Ze houdt de volgeling(e) er vanaf slechte wegen te begaan. Ik breng eer aan deze edele Dhamma, die de duisternis vernietigt.

dhammo ya sabbapānīnam, saranam khemamuttamam,

dutiyānussatitthānam, vandāmi tam sirenaham,

dhammassāhasmi dāso [dāsī]*[4] va, dhammo me sāmikissaro,

dhammo dukkhassa ghātā ca, vidhātā ca hitassa me,

dhammassāham niyyādemi, sarīrañjīvitañcidam,

vantatoham [vantantīham]* carissāmi,

dhammasseva sudhammatam, natthi me saranam aññam,

dhammo me saranam varam, etena saccavajjena,

vaddheyyam satthu sāsane, dhammam me vandamānena [vandamānāya]*  yam puññam pasutam idha, sabbepi antarāyā me, māhesum tassa tejasā.

De Dhamma is de onovertroffen, weergaloze beschermster van alle wezens. Zij is het tweede onderwerp van bezinning en daarom buig ik mijn hoofd vol eerbied ervoor.

Een volgeling van de Dhamma ben ik. Mijn grootste leider is de Dhamma. De Dhamma vernietigt het kwaad. Ook schenkt de Dhamma mij voordeel. Tot de Dhamma wijd ik mijn lichaam en geest. Eer brengende, wil ik mijn leven leiden in overeenstemming met het edele van de Dhamma.

Geen andere toevlucht zoek ik, de Dhamma is mijn weergaloze toevlucht; moge ik door de macht van deze waarheid vorderingen maken in de Dhamma van de Meester.

Door mijn vereren van de Dhamma worden verdiensten verkregen; moge door de macht van die verdiensten geen enkel gevaar tot mij komen.

(buig terneer en zeg zachtjes)

kāyena vācāya va cetasā vā dhamme kukammam pakatam mayā yam, dhammo patigganhatu accayantam, kālantare samvaritum va dhamme.

Wat voor slechte daden ik ooit jegens de Dhamma heb gedaan, - met lichaam, in woord of in de geest, - moge die overtreding vergeven worden door de Dhamma, dat ik in de toekomst oplettender mag worden.

2.7. Sanghānussati - Overdenking van de Sangha

handa mayam sanghānussatinayam karoma se

Laten wij allen nu de Sangha overdenken

supatipanno bhagavato sāvakasangho,

ujupattipanno bhagavato sāvakasangho,

ñayapatipanno bhagavato sāvakasangho,

sāmicipatipanno bhagavato sāvakasangho,

yadidam cattāri purisayugāni attha purisapuggalā,

esa bhagavato sāvakasangho,

āhuneyyo pāhuneyyo dakkhineyyo añjalīkaranīyo,

anuttaram puññakkhettam lokassā ti.

Van goed gedrag is de Orde van de discipelen van de Gezegende. Van oprecht gedrag is de Orde van de discipelen van de Gezegende. Van wijs gedrag is de Orde van de discipelen van de Gezegende. Van plichtsgetrouw gedrag is de Orde van de discipelen van de Gezegende.

Deze Orde van de discipelen van de Gezegende, namelijk de vier paren van personen, de acht soorten individuen, is offergaven waard, is gastvrijheid waard, is geschenken waard, is waard eerbiedig gegroet te worden, is een onvergelijkbaar veld van verdienste voor de wereld.

2.8. Sanghābhigiti - Lofzang tot de Sangha

Handa mayam sanghābhigītim karoma se

Laten wij nu beginnen met de lofzang tot de Sangha.

saddhammajo supatipattigunādiyutto,

yotthabbidho ariyapuggalasanghasettho,

sīlādidhammapavarāsayakāyacitto,

vandāmaham tamariyānaganam susuddham,

Geboren uit de Dhamma is de Orde van de Ariyasangha, begiftigd met zulke eigenschappen als oprechtheid; zij vormt de edele groep van de acht heiligen, die met lichaam en geest geleid zijn door zulke edele eigenschappen als moreel goed gedrag. Met gebogen hoofd breng ik eer aan die edele en zuivere Sangha.

sangho yo sabbapānīnam, saranam khemamuttamam,

tatiyānussatitthānam, Vandāmi tam sirenaham,

sanghassāhasmi dāso [dāsī] *[5] va, sangho me samikissaro,

sangho dukkhassa ghātā ca, vidhātā ca hitassa me,

sanghassāham niyyādemi, sarīrañjīvitañcidam,

vantatoham [vantantīham]* carissāmi, sanghassopatipannatam,

natthi me saranam aññam, sangho me saranam varam,

etena saccavajjena, vaddheyyam satthu sāsane,

sangham me vandamānena [vandamānāya]*

yam puññam pasutam idha, sabbepi antarāyā me,

māhesum tassa tejasā.

De Ariyasangha is de onovertroffen, weergaloze beschermer van alle wezens. Zij is het derde onderwerp van bezinning en daarom buig ik mijn hoofd vol eerbied voor hen.

Een volgeling van de Sangha ben ik. Mijn grootste leider is de Sangha. De Sangha vernietigt het kwaad. Ook schenkt de Sangha mij voordeel. Tot de Sangha wijd ik mijn lichaam en geest. Eer brengende, wil ik mijn leven leiden in overeenstemming met de oprechtheid van de Sangha.

Geen andere toevlucht zoek ik,

de Sangha is mijn weergaloze toevlucht;

moge ik door de macht van deze waarheid

vorderingen maken in de Dhamma van de Meester.

Door mijn vereren van de Sangha

worden verdiensten verkregen;

moge door de macht van die verdiensten

geen enkel gevaar tot mij komen.

(buig terneer en zeg zachtjes)

kāyena vācāya va cetasā vā

sanghe kukammam pakatam mayā yam,

sangho patigganhatu accayantam,

kālantare samvaritum va sanghe.

Wat voor slechte daden ik ooit jegens de Sangha heb gedaan, - met lichaam, in woord of in de geest, - mogen die overtredingen vergeven worden door de Sangha, dat ik in de toekomst oplettender mag worden.

2.9. Atītapaccavekkhanapātha - Verzen ter overdenking ná het gebruik van de rekwisieten

ajja mayā apaccavekkhitvā yam cīvaram paribhuttam, tam yāvadeva sītassa patighātāya, unhassa patighātāya,

damsamakasavātātapasirimsapasamphassānam patighātāya,

yāvadeva hirikopinapaticchādanattham.

ajja mayā apaccavekkhitvā yo pindapāto paribhutto, so neva davāya na madāya na mandanāya na vibhūsanāya, yāvadeva imassa kāyassa thitiyā yāpanāya vihimsuparatiyā brahmacariyānuggahāya, iti purānañca vedanam patihankhāmi navānca vedanam na uppādessāmi, yātrā ca me bhacissati anvajjatā ca phāsuvihāro cāti.

ajja mayā apaccavekkhitvā yam senāsanam paribhuttam, tam yāvadeva sītassa patighātāya, unhassa patighātāya,

damsamakasavātātapasirimsapasamphassānam patighātāya,

yāvadeva utuparissayavinodanam patisallānārāmattham.

ajja mayā apaccavekkhitvā yo gilānapaccayabhesajja-parikkhāro paribhutto, so yāvadeva uppannānam veyyābādhikānam vedanānam patighātāya, abhyāpajjhaparamatāyā ti .

Welk gewaad vandaag ook door mij gedragen is zonder overdenking, het geschiedde alleen om mijzelf te beschermen tegen koude, hitte, horzels, muggen, wind en zon en tegen slangen; en ook als een bestendige bedekking van de schaamte-veroorzakende seksuele organen.

Welk voedsel ook door mij gebruikt is zonder overdenking, het geschiedde niet voor het plezier ervan, noch voor de ijdelheid (die ontstaat uit de verkrijgbare lichamelijke kracht), noch om dikker te worden, noch om het lichaam mooier te maken, maar enkel om dit lichaam in stand te houden, om de honger te stillen, om het ongedeerd te houden, en om de uitoefening van het heilige leven mogelijk te maken. Het geschiedde ook om de oude gevoelens van honger te vernietigen en om geen nieuwe gevoelens van te veel eten op te wekken. Aldus zal ik vrij blijven van lichamelijke moeilijkheden en kan ik op mijn gemak leven.

Welke verblijfplaatsen vandaag ook door mij gebruikt zijn zonder overdenking, het geschiedde alleen om mij te beschermen tegen koude en hitte, horzels en muggen, wind en zon, en tegen slangen, en eveneens als een bestendige bescherming tegen de guurheid van het klimaat, en ook om in afzondering te leven.

Welke steun voor de zieken, namelijk medicijnen en gereedschappen, vandaag ook door mij gebruikt is zonder overdenking, het geschiedde alleen als een hulp om lichamelijke pijnen die waren ontstaan, te verminderen, en ook om de grootst mogelijke vrijheid van ziekten te behouden.

2.10. Uddissanagathā - Overdracht van verdiensten

handa mayam uddissanagāthāyo bhanāma se

Laten wij ons nu concentreren op de overdracht van verdiensten aan alle wezens.

iminā puññakammena, upajjhāyā gunuttarā,ācariyupakārā ca, mātā pitā ca ñātakā piya mamam, suriyo candimā rājā, gunavantā narāpi ca, brahmamārā ca indā ca, lokapālā ca devatā, yamo mittā manussā ca, majjhattā verikāpi ca, sabbe sattā sukhī hontu, puññāni pakatāni me, sukham ca tividham dentu, khippam pāpetha vomatam,

Mogen door dit verdienstelijke reciteren mijn deugdzame leermeesters en behulpzame docenten, mijn dierbare ouders en verwanten, de koningen Suriyo en Candima (de goden van zon en maan), alle deugdzame mensen in mijn omgeving, en de Brahmas, Maras en Indas (Tāvatimsa-goden), de wereldbeschermende goden, Yama (god van de onderwereld), en alle mensen, of ze nu vrienden, ons onverschillig of vijanden zijn, - mogen alle wezens gelukkig zijn en mogen zij deel hebben aan mijn verdiensten.

        Moge het drievoudige geluk (thans, na de dood en uiteindelijk Nibbāna) bereikt worden; mogen allen weldra van het kwaad bevrijd worden door deze verdienstelijke daden en door deze overdracht ervan.

iminā puññakammena, iminā uddisena ca, khippāham sulabhe ceva, tanhupādānachedanam, ye santāne hinā dhammā, yāva nibbānato mamam, nassantu sabbadā yeva, yattha jāto bhave bhave, ujucittam satipaññā, sallekho vīriyamhinā, māra labhantu nokāsam, kātuñca vīriyesu me, buddho dīpavaro nātho, dhammo nātho varuttamo, nātho paccekabuddho ca, sangho nāthottaro mamam, tesottamanubhāvena, mārokāsam labhantu mā.

        Moge ik spoedig het goede bereiken en het slechte verlangen en hechten overwinnen. Mogen de wortels van al mijn slechte neigingen geheel en al uitgeroeid worden, terwijl ik streef naar mijn bevrijding.

        Moge het kwaad dat erin bestaat leven na leven weer te verschijnen, vernietigd worden; moge ik begiftigd zijn met attente wijsheid, zuiverheid en energie (om alle hindernissen te overmeesteren).

        Moge er geen sluipgat zijn waardoor het kwaad, verpersoonlijkt als Māras, kan binnendringen om mij van mijn doel af te leiden. Moge ik door de verheven krachten van de Boeddha, Dhamma, Paccekabuddha en de Sangha steeds beschermd worden tegen het kwaad.

3. Pali formules voor leken                

3.01. Tisarana (of: Saranagamana) - Toevluchtname

 

buddham saranam gacchāmi

dhammam saranam gacchāmi

sangham saranam gacchāmi

Ik neem mijn toevlucht tot de Boeddha;

ik neem mijn toevlucht tot Zijn leer;

ik neem mijn toevlucht tot de gemeenschap van de monniken.*[6]

dutiyampi buddham saranam gacchāmi

dutiyampi dhammam saranam gacchāmi

dutiyampi sangham saranam gacchāmi

Nogmaals neem ik mijn toevlucht tot de Boeddha;

nogmaals neem ik mijn toevlucht tot Zijn leer;

nogmaals neem ik mijn toevlucht tot de gemeenschap van de monniken.

 

tatiyampi buddham saranam gacchāmi

tatiyampi dhammam saranam gacchāmi

tatiyampi sangham saranam gacchāmi

Voor de derde keer neem ik mijn toevlucht tot de Boeddha;

voor de derde keer neem ik mijn toevlucht tot Zijn leer;

voor de derde keer neem ik mijn toevlucht tot de gemeenschap van de monniken.

3.02. Het vragen van de vijf regels

mayam bhante visum visum rakkhanatthāya tisaranena saha pañca sīlāni yācāma,

dutiyam pi mayam bhante visum visum rakkhanatthāya tisaranena saha pañca sīlāni yācāma,

tatiyam pi mayam bhante visum visum rakkhanatthāya tisaranena saha pañca sīlāni yācāma.

Eerwaarde Heer, mag ik de vijf regels van discipline apart nakomen samen met de drievoudige toevluchten.

Voor de tweede keer, Eerwaarde Heer, mag ik de vijf regels van discipline apart nakomen samen met de drievoudige toevluchten.

Voor de derde keer, Eerwaarde Heer, mag ik de vijf regels van discipline apart nakomen samen met de drievoudige toevluchten.

namo tassa bhagavato arahato sammāsambuddhassa

namo tassa bhagavato arahato sammāsambuddhassa

namo tassa bhagavato arahato sammāsambuddhassa

Eer aan de Verhevene, de Heilige, de Volmaakt Ontwaakte.

Eer aan de Verhevene, de Heilige, de Volmaakt Ontwaakte.

Eer aan de Verhevene, de Heilige, de Volmaakt Ontwaakte.

buddham saranam gacchāmi

dhammam saranam gacchāmi

sangham saranam gacchāmi.

Ik neem mijn toevlucht tot de Boeddha.

Ik neem mijn toevlucht tot de Leer.

Ik neem mijn toevlucht tot de Orde (van Heiligen).

dutiyam pi buddham saranam gacchāmi

dutiyam pi dhammam saranam gacchāmi

dutiyam pi sangham saranam gacchāmi.

Voor de tweede keer neem ik mijn toevlucht tot de Boeddha.

Voor de tweede keer neem ik mijn toevlucht tot de Leer.

Voor de tweede keer neem ik mijn toevlucht tot de Orde.

tatiyam pi buddham saranam gacchāmi

tatiyam pi dhammam saranam gacchāmi

tatiyam pi sangham saranam gacchāmi.

Voor de derde keer neem ik mijn toevlucht tot de Boeddha.

Voor de derde keer neem ik mijn toevlucht tot de Leer.

Voor de derde keer neem ik mijn toevlucht tot de Orde.

bhikkhu:                          tisaranagamanam nitthitam.

leken antwoorden:           āma bhante.

3.03. Pañca sila – De vijf regels van goed gedrag

pānātipāta veramanī sikkhāpadam samādiyāmi,

adinnādānā veramanī sikkhāpadam samādiyāmi,

kāmesu micchācārā veramanī sikkhāpadam samādiyāmi,

musāvādā veramanī sikkhāpadam samādiyāmi,

surāmeraya majjapamā datthāna veramanī sikkhāpadam samādiyāmi.

1. Ik neem het vaste voornemen niet te doden.

2. Ik neem het vaste voornemen niet te stelen.

3. Ik neem het vaste voornemen me te onthouden van verkeerd seksueel gedrag.[7]

4. Ik neem het vaste voornemen niet te liegen.

5. Ik neem het vaste voornemen me te onthouden van alcoholische dranken en drugs door welke onoplettendheid veroorzaakt wordt.

bhikkhu:        imāni pañca sikkhāpadāni

                sīlena sugatim yanti

                sīlena bhogasampadā

                sīlena nibbutim yanti

                tasmā sīlam visodhaye.

3.04. Het vragen van de acht regels

mayam bhante tisaranena saha attha sīlāni yācāma,

dutiyam pi mayam bhante tisaranena saha attha sīlāni yācāma,

tatiyam pi mayam bhante tisaranena saha attha sīlāni yācāma.

Eerwaarde Heer, mogen wij de acht regels van discipline nakomen samen met de drievoudige toevluchten.

Voor de tweede keer, Eerwaarde Heer, mogen wij de acht regels van discipline nakomen samen met de drievoudige toevluchten.

Voor de derde keer, Eerwaarde Heer, mogen wij de acht regels van discipline nakomen samen met de drievoudige toevluchten.

namo tassa bhagavato arahato sammā sambuddhassa

namo tassa bhagavato arahato sammā sambuddhassa

namo tassa bhagavato arahato sammā sambuddhassa

Eer aan de Verhevene, de Heilige, de Volmaakt Ontwaakte.

Eer aan de Verhevene, de Heilige, de Volmaakt Ontwaakte.

Eer aan de Verhevene, de Heilige, de Volmaakt Ontwaakte.

buddham saranam gacchāmi

dhammam saranam gacchāmi

sangham saranam gacchāmi.

dutiyam pi buddham saranam gacchāmi

dutiyam pi dhammam saranam gacchāmi

dutiyam pi sangham saranam gacchāmi.

tatiyam pi buddham saranam gacchāmi

tatiyam pi dhammam saranam gacchāmi

tatiyam pi sangham saranam gacchāmi.

Ik neem mijn toevlucht tot de Boeddha.

Ik neem mijn toevlucht tot de Leer.

Ik neem mijn toevlucht tot de Orde (van Heiligen).

Voor de tweede keer neem ik mijn toevlucht tot de Boeddha.

Voor de tweede keer neem ik mijn toevlucht tot de Leer.

Voor de tweede keer neem ik mijn toevlucht tot de Orde.

Voor de derde keer neem ik mijn toevlucht tot de Boeddha.

Voor de derde keer neem ik mijn toevlucht tot de Leer.

Voor de derde keer neem ik mijn toevlucht tot de Orde.

bhikkhu:                          tisaranagamanam nitthitam.

leken antwoorden:          āma bhante.

3.05. De acht regels van goed gedrag

pānātipāta veramanī sikkhāpadam samādiyāmi,

adinnādānā veramanī sikkhāpadam samādiyāmi,

abrahmacariyā veramanī sikkhāpadam samādiyāmi,

musāvādā veramanī sikkhāpadam samādiyāmi,

surāmeraya majjapamā datthāna veramanī sikkhāpadam samādiyāmi.

vikālabhojanā veramanī sikkhāpadam samādiyāmi,

naccagītavādita-visūkadassana-mālāgandha vilepana-dhārana-mandana-vibhūsanatthānā veramanī sikkhāpadam samādiyāmi,

uccāsayana-mahāsayanā veramanī sikkhāpadam samādiyāmi.

1. Ik neem het vaste voornemen geen enkel levend wezen te doden en geen enkel levend wezen te kwellen.

2. Ik neem het vaste voornemen niet te stelen en niet te nemen wat niet is gegeven.

3. Ik neem het vaste voornemen af te zien van elke seksuele wilsactie in daad, woord en gedachte.

4. Ik neem het vaste voornemen juiste taal te gebruiken, dat wil zeggen: niet liegen, niet lasteren, niet kwaadspreken, geen ruwe, geen barse en geen boze taal, geen kletspraatjes, geen euvele woorden, geen onjuiste woorden, geen onware woorden, geen kleinerende woorden; (maar ik zal alleen woorden gebruiken die eenheid bevorderen, onschadelijke woorden, aangenaam voor het oor, vol liefde, hartverwarmend, hoffelijk, waard herinnerd te worden, tijdig, passend, ter zake, vriendelijk en verdraagzaam).

5. Ik neem het vaste voornemen me te onthouden van alle bedwelmende dranken en drugs door welke onoplettendheid veroorzaakt wordt.

6. Ik neem het vaste voornemen geen vast voedsel en bepaalde dranken te gebruiken op een onpassende tijd.[8]

7. Ik neem het vaste voornemen me te onthouden van dansen, zingen, muziek en onpassende shows; van het dragen van sieraden, het gebruik van parfums en crèmes; en van dingen die leiden tot het verfraaien en versieren van de persoon.

8. Ik neem het vaste voornemen geen hoge en luxueuze zetel en geen hoog en luxueus bed te gebruiken.[9]

bhkikhu:        imāni attha sikkhāpadāni

                sīlena sugatim yanti

                sīlena bhogasampadā

                sīlena nibbutim yanti

                tasmā sīlam visodhaye.

3.06. Het opnemen van dhutanga oefening

Handa mayam buddhassa bhagavato pubbabhāganamakāram karoma se.

Namo tassa bhagavato arahato sammāsambuddhassa

Namo tassa bhagavato arahato sammāsambuddhassa

Namo tassa bhagavato arahato sammāsambuddhassa.

Eer aan de Verhevene, de Heilige, de Volmaakt Ontwaakte.

Eer aan de Verhevene, de Heilige, de Volmaakt Ontwaakte.

Eer aan de Verhevene, de Heilige, de Volmaakt Ontwaakte.

Senāsanaloluppam patikkhipāmi

Yathāsanthatikangam samādiyāmi

Dutiyam pi senāsanaloluppam patikkhipāmi

Yathāsanthatikangam samādiyāmi

Tatiyam pi senāsanaloluppam patikkhipāmi

Yathāsanthatikangam samādiyami

Wij zijn bereid de dhutanga oefening op te nemen als onze levenswijze, gelukkig om onze slaapplaats te maken overal waar onze gastheren erin voorzien.

Voor de tweede keer, wij zijn bereid de dhutanga oefening op te nemen als onze levenswijze, gelukkig om onze slaapplaats te maken overal waar onze gastheren erin voorzien.

Voor de derde keer, wij zijn bereid de dhutanga oefening op te nemen als onze levenswijze, gelukkig om onze slaapplaats te maken overal waar onze gastheren erin voorzien.

3.07. Het aanbieden van voedsel aan de Boeddha

imam, sūpabyañjana sampannam, sālīnam, bhojanānam,

uddakam varam, buddhassa, dhammassa, sanghassa,

niyādema. nibbāna paccayo hotu.

Eensgezind zijn wij bij het aanbieden van voedsel aan U, alle Boeddhas, alle Leringen, alle (Ariya-)sanghas. Heer, wilt Gij dit voedsel aannemen en moge het onverwijld voeren tot ons blijvend heil en geluk, het bereiken door ons van Nibbana.

(versie 2)

imam, sūpabyañjana sampannam, sālīnam, bhojanānam,

uddakam varam, buddhassa pūjema. [pūjemi]*[10]

Eensgezind zijn wij bij het aanbieden van voedsel aan U, alle Boeddhas, alle Leringen, alle (Ariya-)sanghas. Heer, wilt Gij dit voedsel aannemen en moge het onverwijld voeren tot ons blijvend heil en geluk.

3.08. Afstand doen van dhutanga oefening

Handa mayam buddhassa bhagavato pubbabhāganamakāram karoma se.

Namo tassa bhagavato arahato sammāsambuddhassa

Namo tassa bhagavato arahato sammāsambuddhassa

Namo tassa bhagavato arahato sammāsambuddhassa.

Eer aan de Verhevene, de Heilige, de Volmaakt Ontwaakte.

Eer aan de Verhevene, de Heilige, de Volmaakt Ontwaakte.

Eer aan de Verhevene, de Heilige, de Volmaakt Ontwaakte.

Senasanaloluppam patikkhipami

Yathasanthatikangam paccudarami

Dutiyam pi senasanaloluppam patikkhipami

Yathasanthatikangam paccudarami

Tatiyam pi senasanaloluppam patikkhipami

Yathasanthatikangam paccudarami

        Staat ons toe afstand te doen van de dhutanga oefening als onze levenswijze, waar wij voorheen gelukkig waren om onze slaapplaats te maken overal waar onze gastheren erin voorzagen.

        Voor de tweede keer, staat ons toe afstand te doen van de dhutanga oefening als onze levenswijze, waar wij voorheen gelukkig waren om onze slaapplaats te maken overal waar onze gastheren erin voorzagen.

        Voor de derde keer, staat ons toe afstand te doen van de dhutanga oefening als onze levenswijze, waar wij voorheen gelukkig waren om onze slaapplaats te maken overal waar onze gastheren erin voorzagen.

3.09. Het verzoek om een leerrede

brahma ca lokādhipati sahampati

katanjalī andhivaram ayācatha

santīdha sattāpparajakkhajātikā

desetu dhammam anukampimam pajam.

De heer van de wereld, Brahmā Sahampati, bracht hulde aan de Boeddha en deed het volgende nederige verzoek: "Er zijn in deze wereld wezens wier ogen bedekt zijn met slechts een dun laagje stof; Heer, ik verzoek U daarom de leer te verkondigen voor hun heil."

3.10. Voornemen alvorens benodigdheden aan monniken aan te bieden

sudinnam vata me dānam āsavakkhayāvaham hotu.

Mogen deze gaven die ik heden geef, ertoe dienen om aan alle verontreinigingen een einde te maken.

3.11. Aanbieding aan de algemene Sangha

imāni mayam bhante, bhattāni, saparivārāni, bhikkhu-sanghassa, onojayāma, sādu no bhante, bhikkhusangho, imāni bhattāni saparivārāni patigganhātu, amhākam, dīgharattam hitāya, sukhāya, (nibbānāya ca).

Eerwaarde monniken, mogen wij dit voedsel samen met de andere benodigdheden aan de gemeenschap van de monniken aanbieden. Eerwaarde Heer, neemt a.u.b. dit voedsel en de andere benodigdheden aan van ons, voor ons heil, geluk en voorspoed in volgende levens.

3.12. Het aanbieden van afval-gewaden

imāni mayam bhante, pamsukūlacīvarāni, saparivārāni, bhikkhusanghassa, onojayāma, sādhu no bhante, bhikkhu-sangho, imāni pamsukūlacīvarāni saparivārāni, patigganhātu, amhākam, dīgharattam, hitāya, sukhāya, nibbānaya ca.

Eerwaarde monniken, mogen wij deze afval-gewaden samen met de andere benodigdheden aan de gemeenschap van de monniken aanbieden. Eerwaarde Heer, neemt a.u.b. deze afval-gewaden en de andere benodigdheden aan van ons, voor ons heil, geluk en voorspoed in volgende levens.

3.13. Het terugvragen van het restant van offergaven

sesam mangalam yācāma. [yācāmi]*[11]

3.14. Overweging na het aanbieden van benodigdheden aan monniken

Sudinnam vata me dānam āsavakkhayāvaham hotu.

Mogen deze gaven die ik heden heb gegeven, ertoe dienen om aan alle verontreinigingen een einde te maken.

3.15. Vragen om vergiffenis voor overtredingen

ukāsa, accayo no bhante, accaggamā, yathā bāle,

yathā mullahe, yathā akusale, ye mayam karamhā,

evam bhante mayam, accayo no, patigganhatha āyatim samvareyyāma.

Gezegende, wij vragen U ons onze overtredingen te vergeven die wij met lichaam, taal en geest hebben begaan jegens de Boeddha, Dhamma en Sangha. Onze verontreinigde geest heeft ons misleid om de Boeddha, Dhamma en Sangha te beschimpen. Moge de Boeddha, Dhamma en Sangha onze verkeerde daden vanaf vandaag vergeven. Wij zullen voortaan zorgvuldiger zijn met lichaam, taal en geest.

3.16. Toewijding van verdienste aan gestorven verwanten

idam no ñātinam hotu sukhitā hontu nātayo.

Moge deze verdienste al mijn gestorven verwanten ten goede komen.

Mogen al mijn gestorven verwanten gelukkig zijn.

4. Overdenkingen en goede voornemens

4.01. Denken aan het Drievoudige Juweel

namo tassa bhagavato arahato sammā sambuddhassa

namo tassa bhagavato arahato sammā sambuddhassa

namo tassa bhagavato arahato sammā sambuddhassa

Eer aan de Verhevene, de Heilige, de volmaakt Ontwaakte.

Eer aan de Verhevene, de Heilige, de volmaakt Ontwaakte.

Eer aan de Verhevene, de Heilige, de volmaakt Ontwaakte.

itipi so bhagavā araham sammāsambuddho vijjācarana-sampanno sugato lokavidū anuttaro purisadammasārathi satthā devamanussānam buddho bhagavā ti,

        Waarlijk, de Verhevene is heilig, volledig verlicht, volmaakt in kennis en volmaakt in gedrag. Hij is gezegend, een Kenner van de werelden. Hij is de onvergelijkbare leider van mensen die bedwongen moeten worden en van mensen die volgzaam zijn. Hij is de leraar van goden en van mensen. Hij is de Ontwaakte en Verhevene.

svākkhāto bhagavatā dhammo sanditthiko akāliko ehipassiko opanayiko paccatam veditabbo viññūhi ti,

        Duidelijk uitgelegd is de leer door de Verhevene; hier en nu op juistheid te controleren; met onmiddellijk resultaat. Ze nodigt ieder uit om alles zelf te testen; ze leidt naar Nibbāna. Ze is te begrijpen door de wijze, ieder voor zichzelf.

supatipanno bhagavato sāvakasangho ujupatipanno bhagavato sāvakasangho ñāyapatipanno bhagavato sāvakasangho sāmīcipatipanno bhagavato sāvakasangho

yadidam cattāri purisayugāni attha purisapuggalā esa bhagavato sāvakasangho āhuneyyo pāhuneyyo dakkhineyyo añjalīkaranīyo anuttaram puññakkhettham lokassā ti.

Van goed gedrag is de Orde van de discipelen van de Gezegende. Van oprecht gedrag is de Orde van de discipelen van de Gezegende. Van wijs gedrag is de Orde van de discipelen van de Gezegende. Van plichtsgetrouw gedrag is de Orde van de discipelen van de Gezegende. Deze Orde van de discipelen van de Gezegende – namelijk de vier paren van personen, de acht soorten individuen, - is offergaven waard, is gastvrijheid waard, is geschenken waard, is waard eerbiedig gegroet te worden, is een onvergelijkbaar veld van verdienste voor de wereld.

4.02. Abhinhapaccavekkhanapātham - Gebruikelijke overwegingen

Handa mayam abhinhapaccavekkhanapātham bhanāma se

Laten wij nu de gebruikelijke overwegingen reciteren.

jarādhammomhi jaram anatīto [anatita]*

byādhidhammomhi byādhim anatīto [anatita]*

maranadhammomhi maranam anatīto [anatita]*

sabbehi piyehi nānābhāvo vinābhāvo [nānābhāva vinābhāva]*

yam kammam karissanti kalyānam vā pāpakam vā

tassa dāyādā bhavissanti.

_____

*voor vrouwen

Wij zijn van de natuur om oud te worden, wij zijn niet boven oud worden uitgegaan.

Wij zijn van de natuur om ziek te worden, wij zijn niet boven ziek worden uitgegaan.

Wij zijn van de natuur om te sterven, wij zijn niet boven sterven uitgegaan.

Vroeg of laat zullen wij gescheiden worden van wie en van wat ons dierbaar is.

Wat voor wilsakties wij ook hebben verricht, hetzij goede of slechte, daarvan zullen wij de gevolgen ondervinden.

4.03. Bespiegeling over godheden

        “Er zijn de goden in de sfeer van de Vier Grote Koningen. Er zijn de goden in de sfeer van de Drieëndertig. Er zijn de gelukzalige goden. Er zijn de tevreden goden. Er zijn de goden die zich verheugen in scheppen. Er zijn de goden die heersen over de scheppingen van anderen. Er zijn de goden in de sfeer van het gevolg van Brahmā. Er zijn goden hoger dan deze sferen. En die goden bezaten zo'n vertrouwen dat zij na de dood daar wedergeboren werden; en zo'n vertrouwen is ook bij mij aanwezig. En die goden bezaten deugdzaamheid, zij waren leergierig, waren edelmoedig en vrijgevig, en zij bezaten begrip zodat zij na de dood daar wedergeboren werden. En zulke eigenschappen zijn ook bij mij aanwezig.” (A.III.71)

4.04. Dhātūpatikūlapaccavekkhanapātha - Verzen ter overdenking van de elementen en van walgelijkheid

handa mayam dhātupatikulapaccavekkhanapātham bhanāma se

Laten wij nu de verzen reciteren ter overdenking van de elementen en van walgelijkheid.

yathāpaccayam pavattamānam dhātumattamevetam, yadidam cīvaram, tadupabhuñjako ca puggalo dhātumattako nissatto nijjīvo suñño, sabbāni pana imāni cīvarāni ajigucchanīyāni imam pūtikāyam patvā ativiya jigucchanīyāni jāyanti.

Afhankelijk van oorzaken en voorwaarden, enkel de combinatie van verscheidene natuurlijke elementen, zijn zowel dit gewaad als de persoon die het gebruikt. Het is geen wezen, het zijn slechts elementen, niet in het bezit van een blijvend levensbeginsel, vrij van een zelfstandig iets of ziel. Dit hele gewaad is nog niet walgelijk, maar na dit rotte lichaam aangeraakt te hebben, wordt het buitengewoon walgelijk.

yathāpaccayam pavattamānam dhātumattamevetam,

yadidam pindapāto, tadupabhuñjako ca puggalo

dhātumattako nissatto nijjīvo suñño, sabbo panāyam

pindapāto ajigucchanīyo imam pūtikāyam patvā ativiya

jigucchanīyo jāyati.

Afhankelijk van oorzaken en voorwaarden, enkel de combinatie van verscheidene natuurlijke elementen, zijn zowel voedselgaven als de persoon die ze nuttigt. Het is geen wezen, het zijn slechts elementen, niet in het bezit van een blijvend levensbeginsel, vrij van een zelfstandig iets of ziel. Dit geheel van voedselgaven is nog niet walgelijk, maar na dit rotte lichaam aangeraakt te hebben, wordt het buitengewoon walgelijk.

yathāpaccayam pavattamānam dhātumattamevetam,

yadidam senāsanam, tadupaphuñjako ca puggalo

dhātumattako nissatto nijjīvo suñño, sabbāni pana imāni

senāsanāni ajigucchanīyāni imam pūtikāyam patvā ativiya

jigucchanīyāni jāyanti.

Afhankelijk van oorzaken en voorwaarden, enkel de combinatie van verscheidene natuurlijke elementen, zijn zowel dit verblijf als de persoon die er leeft. Het is geen wezen, het zijn slechts elementen, niet in het bezit van een blijvend levensbeginsel, vrij van een zelfstandig iets of ziel. Deze hele verblijfplaats is nog niet walgelijk, maar na dit rotte lichaam aangeraakt te hebben, wordt ze buitengewoon walgelijk.

yathāpaccayam pavattamānam dhātumattamevetam,

yadidam gilanapaccayabhesajjaparikkhāro, tadupabhuñjako

ca puggalo dhātumattako nissatto nijjīvo suñño, sabbo

panāyam gilānapaccayabhesajjaparikkhāro ajigucchanīyo

imam pūtikāyam patvā ativiya jigucchanīyo jāyati.

Afhankelijk van oorzaken en voorwaarden, enkel de combinatie van verscheidene natuurlijke elementen, zijn zowel deze steun voor de zieken, namelijk medicijnen en geneesmiddelen, als de persoon die ze gebruikt. Het is geen wezen, het zijn slechts elementen, niet in het bezit van een blijvend levensbeginsel, vrij van een zelfstandig iets of ziel. Deze hele steun voor de zieken, medicijnen en geneesmiddelen, zijn nog niet walgelijk, maar na dit rotte lichaam aangeraakt te hebben, worden ze buitengewoon walgelijk.

4.05. Dagelijks voornemen

Moge alle goeds van onze daden op deze dag

door de gunst van dit goede

en de verspreiding van dit goede

vlug leiden naar de negen edele sferen.

Beproefd zijn wij - en nog verloren op het wiel van Samsara.

Mogen wij verheven worden, zoals de ware Bodhisatta,

die door de Heer is voorspeld,

om niet meer in de greep

van de achttien beproevingen te zijn.

Mogen wij de oorzaak van vijfvoudige vrees mijden,

en behagen scheppen in het zuiver houden van de voorschriften,

mogen wij de vijfvoudige bekoring van de zinnelijke genietingen weerstaan,

en de vreselijke modderpoel van de zinnelijke genietingen ontwijken.

Mogen wij vrij zijn van verkeerde meningen

en vaste voet zetten op het pad van juist inzicht;

mogen wij alleen wijze mensen als onze vrienden hebben

en de verkeerde mensen als vrienden vermijden.

Mogen wij de bron zijn van zuivere deugd:

trouw, oplettend, volhardend, geduldig,

met schaamte voor verkeerde daden,

met vrees voor verkeerde daden.

Mogen wij niet onder de invloed komen van dwazen;

mogen wij nooit op een dwaalspoor geleid worden

en mogen wij nimmer dwazen zijn.

Mogen wij bedreven zijn in middelen, terwijl wij

scherp en enthousiast de Dhamma zien in alles.

Mogen wij nimmer dwalen in inzicht dat verstaan moet worden als een windvlaag door de grenzeloze ruimte.

4.06. Pañcasikkhāpādapātha - Herhaling van de vijf regels

Handa mayam pañcasikkhāpādapātham bhanāma se

Laten wij nu allen de vijf regels reciteren.

pānātipātā veramanī,

adinnādānā veramani,

kāmesu micchācārā veramanī,

musāvādā veramanī,

surāmeraya-majjapamādatthānā veramanī.

1. Afzien van doden.

2. Afzien van stelen.

3. Afzien van verkeerd seksueel gedrag.

4. Afzien van liegen.

5. Afzien van alcoholische dranken en drugs door welke onoplettendheid veroorzaakt wordt.

4.07. Atthasikkhāpādapātha - Herhaling van de acht regels

Handa mayam atthasikkhāpādapātham bhanāma se

Laten wij nu de acht regels herhalen.

pānātipātā veramanī,

adinnādānā veramani,

abrahmacariyā veramanī,

musāvādā veramanī,

surāmeraya-majjapamādatthānā veramanī,

vikāla-bhojanā veramanī,

nacca-gīta-vādita visūkadassana mālā-gandha

vilepana-dhārana-mandana-vibhūsanatthānā veramanī,

uccāsayana-mahāsayanā veramanī.

1. Afzien van het doden of kwellen van enig levend wezen.

2. Afzien van stelen en van nemen wat niet is gegeven.

3. Afzien van elke seksuele wilsactie in daad, woord en gedachte.

4. Afzien van verkeerd taalgebruik.

5. Afzien van alle bedwelmende dranken en drugs door welke onachtzaamheid veroorzaakt wordt.

6. Afzien van het gebruik van vast voedsel en van bepaalde dranken op een onpassende tijd.

7. Afzien van dansen, zingen, muziek en onpassende shows; van het dragen van sieraden, het gebruik van parfums en crèmes; en van dingen die leiden tot het mooier maken van de persoon.

8. Afzien van het gebruik van een hoge en luxueuze stoel en een hoog en luxueus bed.

4.08. Wens

Moge elke oprechte wens van ons

met gemak waar worden;

en moge elk woord van deugd

dat heden gesproken is

ons in elk bestaan de vrucht ervan brengen.

Moge het tijdperk waarin de (toekomstige) Boeddha

op aarde rondloopt om te onderwijzen,

het tijdperk zijn waarin wij de banden van smart

verbreken en Zijn doel bereiken.

Mogen wij een zuivere, menselijke geboorte aannemen,

het monnikschap van Hem ontvangen:

om de voorschriften lief te hebben,

ze hoog te houden en (ook) Zijn leer.

Mogen wij met gemak tot meditatie komen,

met gemak bereiken, kennen en waar inzicht krijgen

in de vrucht van Arahantschap.

Indien er bij onze geboorte

geen Boeddha op aarde rondloopt,

maar indien onze deugd vol is,

mogen wij dan tenminste voor onszelf

het hoogste doel van de Boeddha bereiken.

4.09. anumodanāvidhī - gelukwens

sabbītiyo vivajjantu sabbarogo vinassatu

mā te bhavatvantarāyo sukhī dīghāyuko bhava

sabbītiyo vivajjantu sabbarogo vinassatu

mā te bhavatvantarāyo sukhī dīghāyuko bhava

sabbītiyo vivajjantu sabbarogo vinassatu

mā te bhavatvantarāyo sukhī dīghāyuko bhava

abhivādanasīlissa niccam vuddhāpacāyino

cattāro dhammā vaddhanti āyu vanno sukham balam.

Moge alle onheil afgeweerd worden. Mogen alle ziekten verdreven worden. Mogen er geen gevaren voor u zijn. Moge u gelukkig zijn, met een lang leven. Bij degene die respect heeft en die steeds de ouderlingen eert, bij hem/haar nemen vier eigenschappen toe: lang leven, schoonheid, geluk en kracht.

4.10. Overdracht van verdiensten

Mogen hemelse en aardse wezens,

Devas en Nagas van grote macht,

delen in deze verdiensten van ons;

mogen zij lang de leer beschermen.

Mogen hemelse en aardse wezens,

Devas en Nagas van grote macht,

delen in deze verdiensten van ons;

mogen zij lang mij en anderen beschermen.

Mogen alle wezens delen in deze verdiensten

die wij aldus hebben verworven.

Moge het grotelijks bijdragen tot hun geluk.

Mogen mijn gestorven verwanten

deelhebben aan deze verdiensten;

mogen zij allen gelukkig zijn.

5. Recitaties voor speciale gelegenheden

5.0. Inleiding

        Er zijn meerdere speciale herdenkingsdagen, namelijk: Magha Puja dag (febr), Visakha Puja dag (mei/juni), Asalha Puja dag met Khao Phansa (juli), het Kathina feest met Oog Pansa (okt/nov).

Magha Puja is op volle maan van de maand Magha (februari/maart). Herdacht wordt dan de spontane bijeenkomst van 1250 Arahants in het Veluvana-park te Rajagaha (Rajgir). De Boeddha zei toen de orde-regels (Patimokkha) op.

        In het eerste jaar na de Verlichting, toen het regenseizoen ten einde liep, sprak de Meester zijn directe discipelen - die allen volledig bekwaam waren om anderen te onderwijzen - toe met de woorden: “Monniken, ik ben bevrijd van alle boeien, zowel menselijke als goddelijke. Gaat nu en trekt rond voor het heil en geluk van velen, uit mededogen met de wereld, tot welzijn, heil en geluk van goden en mensen. Laten niet twee van jullie in dezelfde richting gaan. Verkondigt de leer die uitstekend is in het begin, uitstekend in het midden en uitstekend aan het einde. Verkondigt de leer in haar eigen zin en haar eigen wijze; verkondigt ze naar bedoeling en naar de letter. Toont de leer die volkomen volmaakt is. Verkondigt het leven van zuiverheid, het heilige leven dat volmaakt en zuiver is. Er zijn wezens met weinig stof in hun ogen die verloren zullen gaan als zij de leer niet horen. Zij zullen de leer begrijpen. Ook ik zal op weg gaan en wel naar Uruvela, naar Senanigāma, om de leer te onderwijzen. Na afloop van zes jaar moeten jullie weer samenkomen om op plechtige wijze de orde-regels op te zeggen.”

Toen vertrokken al die monniken, op één en dezelfde dag. En steeds na afloop van een jaar verkondigden godheden dat een jaar verstreken was en hoeveel jaren er nog over waren.

Na afloop van de periode van zes jaren die de Boeddha had vastgesteld, verkondigden godheden aan de Arahants dat de termijn van zes jaren verstreken was en dat het tijd was om weer samen te komen om de Orde-regels plechtig op te zeggen.

Toen begaven die Arahants zich op weg en kwamen samen in het Veluvana-park. Daar zei de Verhevene toen plechtig de Orde-regels op:

“Geduld en verdraagzaamheid is de hoogste boete-oefening;

de Boeddhas noemen Nibbāna het hoogste.

Geen pelgrim is hij die anderen aangrijpt;

geen boeteling is degene die iemand anders schade berokkent.

Het nalaten van alle kwaad,

het constant zich moeite doen voor het goede,

de reiniging van de eigen geest:

dat is de leer en het voorschrift van de Boeddhas.

Zonder te berispen, zonder te strijden,

wel-beschermd door de Orde-regel,

steeds matig bij de maaltijd

en gericht naar afgelegen verblijfplaats

en naar verheven denken:

dat is de leer en het voorschrift van de Boeddhas.” (D.14)

Visakha puja (Vesak-dag): gedenkdag van de geboorte, de Verlichting en het definitieve heengaan (parinibbana) van de Boeddha. Deze dag wordt gevierd op volle maan van de 6e maanmaand (Visakha), meestal april.

In Theravāda landen worden deze drie verjaardagen op één dag gevierd. In Japan en andere Mahāyāna landen wordt de geboorte gevierd op 8 april, de Verlichting op 8 december, en het definitieve heengaan op 15 februari.

Asalha puja dag is op de dag van volle maan van de maand Asalha (juli/aug.) Herdacht wordt dan de eerste leerrede van de Boeddha, het draaien van het Wiel der leer, in het hertenpark te Isipathana (Sarnath), India. En ook wordt herdacht dat toen de Sangha gesticht werd.

Khao Pansa of Phansa is de dag na Asalha puja. Het is het begin van de regenperiode (vassa) van drie maanden. Khao Pansa en Asalha puja dag worden meestal op dezelfde dag gevierd.

        Op Khao Pansa lopen de devote mensen in grote getale in en rond de tempel. Daarna wordt een grote kaars naar binnen gedragen. Vervolgens wordt regenkleding aan de monniken aangeboden.

Kathina met Oog Pansa (okt/nov) wordt gevierd op het einde van de regentijd (meestal in oktober of november). Nieuwe gewaden worden dan aan de monniken aangeboden, en ook geschenken.

        Deze ceremonie vindt zijn oorsprong tijdens het leven van de Boeddha. Toen wilde een groep monniken naar de stad Savatthi gaan om hem te ontmoeten. Omdat de vastentijd net was begonnen, moest men eerst nog drie maanden lang binnen de kloostermuren blijven. Het regende echter nog steeds toen de monniken het klooster mochten verlaten. Daarom werd hun kleding modderig en nat. De Boeddha gaf daarom toestemming om ieder jaar aan het einde van de vastenperiode nieuwe kleren te dragen.

        Tegenwoordig bieden de leken aan monniken niet alleen nieuwe kleren, maar ook religieuze teksten, huishoudelijke voorwerpen, geld en bouwmateriaal aan. Dit alles om het leven van de monniken aangenamer te maken.

        

De regentijd (vassa) is een periode van drie maanden waarin bhikkhus op één plaats verblijven en niet kunnen rondtrekken, ofschoon zij al hun gewoonlijke verplichtingen mogen vervullen als die plichten hen tenminste niet ervan afhouden om 's nachts weer in hun klooster terug te zijn. In speciale omstandigheden mogen zij zelfs gedurende zeven dagen afwezig zijn van hun klooster of van de verblijfplaats waar zij volgens hun gelofte de regentijd moeten doorbrengen. De bhikkhus trekken zich in deze tijd niet meer dan gebruikelijk terug van omgang met leken, tenzij zij al hun tijd aan meditatie besteden.

         Meer dan 2500 jaren geleden verbleef de Boeddha in de Veluvana tempel te Rajagaha. Een groep mensen beklaagde zich toen bij hem dat de Boeddhistische monniken zich niet betamelijk gedroegen. Zij reisden nog rond, ook in het regenseizoen. Zij liepen door de velden en brachten schade toe aan de rijstvelden van de boeren. De Boeddha besprak deze zaak in een bijeenkomst van de monniken. Aan het einde ervan sprak hij de maatregel uit dat alle boeddhistische monniken zich tijdens de regentijd moesten terugtrekken en onderdak moesten vinden op een bepaalde plek. Zij mochten niet rondreizen.

        De Boeddhistische monniken geven dan onderricht aan jongens die tot monnik gewijd willen worden teneinde de boeddhistische leer te bestuderen en om te kunnen preken tot lekenvolgelingen.

        De leken zijn vrij om te gaan waarheen zij willen. Zij bieden aan de monniken offerandes aan, luisteren naar preken en mediteren. In de tempel die in de buurt van de huizen staat, zullen de monniken de offers voor hun verblijf tijdens de regentijd in ontvangst nemen. Ook prediken zij de leer ter versterking van het geloof van de mensen, om verdienste te verwerven. Zij houden zich aan de voorschriften en ontwikkelen het bewustzijn door zittend te mediteren.

5.1. Traditioneel eerbetoon aan het Drievoudige Juweel

yamaham sammāsambuddham bhagavantam saranam gato (gatā)*

iminā sakkārena, tam bhagavantam abhipūjayāmi.

Wij vereren de Boeddha, de volmaakt Verlichte. Moge Hij onze toevlucht zijn door dit eerbetoon, en moge Hij ons voeren naar het einde van lijden.

yamaham svākkhātam bhagavantā dhammam saranam gato (gatā)*,

iminā sakkārena, tam dhammam abhipūjayāmi.

Wij vereren de Dhamma, goed uitgelegd door de Gezegende. Moge de Dhamma onze toevlucht zijn door dit eerbetoon, en moge ze ons voeren naar het einde van gevaar.

yamaham supatipannam sangham saranam gato (gatā)*[12]

iminā sakkārena, tam sangham abhipūjayāmi.

Wij vereren de goed-oefenende Sangha. Mogen de leden ervan onze toevlucht zijn door dit eerbetoon, en mogen zij ons voeren naar het einde van ziekte.

araham sammāsambuddho bhagavā

buddham bhagavantam abhivādemi

De Heilige, de volmaakt Ontwaakte, de Verhevene,

nederig buig ik voor de verheven Boeddha.

(buig een keer terneer)

svākkāto bhagavatā dhammo

dhammam namassāmi

De Leer die volmaakt is uitgelegd door de Verhevene,

nederig buig ik voor die Leer.

(buig een keer terneer)

supatipanno bhagavata sāvakasangho

sangham nanāmi

De Orde van de goed-geoefende discipelen van de

Verhevene, nederig buig ik voor de Orde.

(buig een keer terneer)

Handa mayam buddhassa bhagavata pubbabhāganamakāram karoma se

Laten wij allen de inleidende eer brengen aan de Gezegende, de Boeddha.

namo tassa bhagavato arahato sammāsambuddhassa

namo tassa bhagavato arahato sammāsambuddhassa

namo tassa bhagavato arahato sammāsambuddhassa

Eer aan de Verhevene, de Heilige, de Volmaakt Ontwaakte.

Eer aan de Verhevene, de Heilige, de Volmaakt Ontwaakte.

Eer aan de Verhevene, de Heilige, de Volmaakt Ontwaakte.

ukāsa, accayo no bhante, accaggamā, yathā bāle,

yathā mullahe, yathā akusale, ye mayam karamhā,

evam bhante mayam, accayo no, patigganhatha āyatim

samvareyyāma.

Gezegende, wij vragen U ons onze overtredingen te vergeven die wij met lichaam, taal en geest begaan hebben jegens de Boeddha, Dhamma en Sangha. Onze verontreinigde geest heeft ons misleid om de Boeddha, Dhamma en Sangha te beschimpen. Moge de Boeddha, Dhamma en Sangha onze verkeerde daden vanaf vandaag vergeven. Wij zullen voortaan zorgvuldiger zijn met lichaam, taal en geest.

5.2. Uitnodiging

        

        Ukāsa! Mogen alle verlichte Boeddhas van het verleden, nog talrijker dan de zandkorrels in de vier grote oceanen, en alle Boeddhas die in de toekomst verlicht zullen worden, en alle Boeddhas die in de tegenwoordige tijd verlicht zijn, - mogen zij allen zichzelf openbaar maken door mijn ogen, oren, neus, mond, lichaam en geest, op dit ogenblik mettertijd.

        Ukāsa! Mogen alle negenvoudige bovenwereldse Dhammas, ontelbaar in het verleden, en alle negenvoudige bovenwereldse Dhammas in de toekomst, en alle negenvoudige bovenwereldse Dhammas in de tegenwoordige tijd, zichzelf openbaar maken door mijn ogen, oren , neus, mond, lichaam en geest, op dit ogenblik mettertijd.

        Ukāsa! Mogen allen van de edele Sangha en van de conventionele Sangha, ontelbaar in het verleden, en allen van de edele Sangha en van de conventionele Sangha in de toekomst, en allen van de edele Sangha en van de conventionele Sangha in de tegenwoordige tijd, zichzelf openbaar maken door mijn ogen, oren, neus, mond, lichaam en geest, op dit ogenblik mettertijd.

5.3. Vast voornemen

        Moge de kracht van de Boeddha, Dhamma en Sangha, van mijn leraren en patronen, van mijn ouders, van edelmoedigheid en (het houden van) de voorschriften, van ontzegging en wijsheid, van volharding en verdraagzaamheid, van waarheidlievendheid en vastberadenheid, van welwillendheid en gelijkmoedigheid, moge de kracht van al die zegeningen gedurende talloze levensduren van ontplooiing en in deze tegenwoordige levenstijd vanaf de kindheid, hetzij herinnerd of vergeten, moge die kracht ons verzekeren van het pad en de vrucht naar Nibbāna.

nibbāna paccayo hotu.

5.4. Māgha-Punnamī - Māgha-Pūjā-dag

        

Handa mayam buddhassa bhagavato pubbabhāganamakāram karoma se

Laten wij allen de inleidende eer brengen aan de

Gezegende, de Boeddha.

namo tassa bhagavato arahato sammāsambuddhassa

namo tassa bhagavato arahato sammāsambuddhassa

namo tassa bhagavato arahato sammāsambuddhassa

Eer aan de Verhevene, de Heilige, de Volmaakt Ontwaakte.

Eer aan de Verhevene, de Heilige, de Volmaakt Ontwaakte.

Eer aan de Verhevene, de Heilige, de Volmaakt Ontwaakte.

ajjāyam māghapunnamī sampattā, māghanakkhattena

punnacando yutto, yattha tathāgato araham sammāsam-

buddho, cāturangike sāvakasannipte, ovādapāti-

mokkham uddisi addhaterasāni bhikkhusatāni sabbesam-

yeva khīnāsavānam, sabbete ehibhikkhukā, sabbepi

te anāmantitāva bhagavato santikam āgatā veluvane

kalandakanivāpe, māghapunnamiyam vaddhamānakacchā-yāya, tasmim sannipāte bhagavā visiddhuposatham akāsi, ovādapātimokkham uddisi ayam amhākam bhagavato ekoyeva sāvakasannipāto ahosi, cāturangiko addhaterasāni bhikkhusatāni sabbesamyeva khīnāsavānam, mayandāni imam māghapunnamīnakkhattasamayam

takkālasadisam sampattā, suciraparinibbutampi tam

bhagavantam anussaramānā, imasmim tassa bhagavato

sakkhibhūte cetiye imehi dandadīpadūpapupphādisakkā-

rehi tam bhagavantam tāni ca addhaterasāni bhikkhu-

satāni abhipūjayāma.

Sādhu no bhante bhagavā sāvakasangho suciraparinib-

butopi gunehi dharamāno ime sakkāre duggatapannā-

kārabhūte patigganhātu amhākam dīgharattam hitāya

sukhāya.

Vandaag is de gunstige dag van volle maan in de

derde maan-maand Māgha. Op die dag zette de Boeddha,

de Volmaakt Verlichte, de Ovādapatimokkha uiteen

voor een bijeenkomst van (1250) personen die vier

eigenschappen hadden:

1) allen van hen waren Arahants;

2) allen van hen waren door de Boeddha Zelf ingewijd;

3) zij kwamen vanuit alle richtingen spontaan, zonder

eerdere maatregelen, samen in het Veluvana klooster

(te Rajagaha);

4) en wel tijdens volle maan van de maand Māgha. Op die dag sprak de Boeddha niet alleen over de regels van discipline, de Ovādapatimokkha, maar Hij nam ook de zuivering van de Uposatha in acht.

        Nu wij leven om deze Māgha-Pūjā dag te zien die als de dag is van die grote bijeenkomst, brengen wij ons weer de Verhevene in herinnering hoewel Hij is heengegaan in Parinibbāna. Wij vereren Hem en Zijn 1250 Arahants met deze offergaven van kaarsen, reukwaren en bloemen.

        Mogen de Verhevene en Zijn 1250 Arahants die lang geleden in Parinibbāna zijn heengegaan, ons met deze offergaven blijvend heil en geluk brengen, door hun mededogen en andere deugden.

5.5. Visākha-punnamī - Visākha-Pūjā-dag

Handa mayam buddhassa bhagavato pubbabhāganamakāram karoma se

Laten wij allen de inleidende eer brengen aan de

Gezegende, de Boeddha.

namo tassa bhagavato arahato sammāsambuddhassa

namo tassa bhagavato arahato sammāsambuddhassa

namo tassa bhagavato arahato sammāsambuddhassa

Eer aan de Verhevene, de Heilige, de Volmaakt Ontwaakte.

Eer aan de Verhevene, de Heilige, de Volmaakt Ontwaakte.

Eer aan de Verhevene, de Heilige, de Volmaakt Ontwaakte.

yamamha kho mayam bhagavantam saranam gatā, yo no

bhagavā satthā, yassa ca mayam bhagavato dhammam

rocema, ahosi kho so bhagavā, majjhimesu janapadesu

ariyakesu manussesu uppanno, khattiyo jātiyā gotamo

gottena, sakyaputto sakyakulā pabbajito, sadevake

loke samārake sabrahmake, sassamanabrāhmaniyā pajāya sadevamanussāya, anuttaram sammāsambodhim abhisambuddho, nissa msayam kho so bhagavā, araham sammāsambuddho, vijjācarana-sampanno, sugato, lokavidū, anuttaro purisadammasārathi, satthā devamanussānam, buddho, bhagavā.

        svakkhato kho pana tena bhagavatā dhammo, sanditthiko, akāliko, ehipassiko, opanayiko, paccattam veditabbo viññūhi.

        Supatipanno kho panassa bhagavato sāvakasangho, ujupatipanno bhagavato sāvakasangho, ñāyapatipanno bhagavato sāvakasangho, sāmīcipatipanno bhagavato sāvakasangho, yadidam cattāri purisayugāni, attha purisapuggalā, esa bhagavato sāvakasangho, āhuneyyo, pāhuneyyo, dakkhineyyo, añjalīkaranīyo anuttaram puññakkhettam lokassa.

avam kho pana thūpo*[13] tam bhagavantam uddissa kato*[14]

 yāvadeva dassanena, tam bhagavantam anussaritvā, pasādasamvegapatilābhāya, mayam kho etarahi,

imam visākhapunnamīkālam, tassa bhagavato, jātisam-

bodhinibbānakālasammatam patvā, imam thānam sampattā, ime dandadīpadhūpapupphādisakkāre gahetvā,

attano kāyam sakkārupadhānam karitvat tassa bhagava-

to. yathābhucce gune anusarantā, imam thūpam,*[15]

tikkhattum padakkhinam karissāma, yathāgahitehi

sakkārehi pūjam kurumānā, sādhu no bhante bhagavā

suciraparinibbutopi, ñātabbehi gunehi atītarammana-

tāya paññāyamāno, ime amhehi gahite sakkāre patig-

ganhātu, amhākam dīgharattam hitāya sukhāya.

Wij gaan naar Heer Boeddha als onze leraar en toevlucht. Wij respecteren de leer van de Boeddha Die in een sfeer van weelde was geboren bij de Sākya-stam op de grens van India-Nepal, in de plaats waar de Ariyakas woonden. Van geboorte was Hij prins Siddhattha en Zijn familienaam was Gotama. Hij gaf een wereldlijk leven op om een leven als asceet aan te nemen. Hij verwerkelijkte de Volmaakte Verlichting die de hoogste is in de wereld met haar goden, met haar Māras en Brahmas, in deze wereld met haar goden en mensen.

Hij is de Verhevene, de Heilige, volledig verlicht op eigen kracht. Hij heeft de bovennatuurlijke kennis verkregen en is volmaakt van gedrag. Hij is de beste leider van mensen die bedwongen moeten worden en van mensen die volgzaam zijn. Hij is de leraar van goden en van mensen. Hij is verheven en verlicht.

Duidelijk uitgelegd is de leer door de Verhevene; hier en nu op juistheid te controleren; met onmiddellijk resultaat. Ze nodigt ieder uit om alles zelf te testen; ze voert naar Nibbāna. Ze is te begrijpen door de wijze, ieder voor zichzelf.

Van goed gedrag is de Orde van de discipelen van de Gezegende. Van oprecht gedrag is de Orde van de discipelen van de Gezegende. Van wijs gedrag is de Orde van de discipelen van de Gezegende. Van plichtsgetrouw gedrag is de Orde van de discipelen van de Gezegende.

        Deze Orde van de discipelen van de Gezegende - namelijk de vier paren van personen, de acht soorten individuen, - is offergaven waard, is gastvrijheid waard, is geschenken waard, is waard eerbiedig gegroet te worden, is een onvergelijkbaar veld van verdienste voor de wereld.

        Bij deze stoepa (of bij dit Boeddha-beeld), opgedragen door wijzen en opgericht ter herinnering aan de Verhevene, komen wij Boeddhisten samen op de dag van volle maan van de 6e maan-maand. Deze dag wordt erkend als de dag waarop Prins Siddhattha is geboren, de dag waarop Hij de Volmaakte Verlichting verkreeg, en de dag waarop Hij heenging. Met de bloemen, geurstokjes en kaarsen herdenken wij de deugd van de Verhevene zoals ze werkelijk is en gaan wij drie keer om de stoepa (of het Boeddha-beeld) heen, met de rechter schouder ernaar toe gewend. En met deze gaven betonen wij onze eer. Moge de Verhevene, - hoewel Hij reeds lang geleden Parinibbāna heeft bereikt, maar met volmaakt mededogen, volmaakte wijsheid en zuiverheid, - deze gaven die wij in onze handen hebben, aannemen voor ons blijvend heil en geluk.

5.6. āsālha-punnāmi - Āsalhā-Pūjā-dag

handa mayam buddhassa bhagavato pubbabhāganamakāram karoma se

Laten wij allen de inleidende eer brengen aan de Gezegende, de Boeddha

namo tassa bhagavato arahato sammāsambuddhassa

namo tassa bhagavato arahato sammāsambuddhassa

namo tassa bhagavato arahato sammāsambuddhassa

Eer aan de Verhevene, de Heilige, de Volmaakt Ontwaakte.

Eer aan de Verhevene, de Heilige, de Volmaakt Ontwaakte.

Eer aan de Verhevene, de Heilige, de Volmaakt Ontwaakte.

yamamha kho mayam bhagavantam saranam gatā, yo no

bhagavā satthā, yassa ca mayam bhagavato dhammam

rocema, ahosi kho so bhagavā araham sammāsambuddho, sattesu kāruññam paticca karunāyako hitesī anukampam upādāya, āsālhapunnamiyam bārānasiyam isipatane migadāye pañcavaggiyānam bhikkhūnam anuttaram dhammacakkam pathamam pavattetvā cattāri ariyasaccāni pakāsesi.

tasmiñca kho samaye pañcavaggiyāham bhikkhūnam

pamukho āyasmā aññākondañño bhagavato dhammam sutvā, virajam vītamalam dhammacakkhum patilabhitvā, yan-kiñci samudayadhammam, sabbantam nirodhadhammanti.

bhagavantam upasampadam yācitvā, bhagavatoyeva

santikā ehibhikkhu-upasampadam patilabhitvā bhaga-

vato dhammavinaye ariyasāvakasangho loke pathamam

uppanno ahosi.

tasmiñcāpi kho samaye sangharatanam loke pathamam

uppannam ahosi.

buddharatanam dhammaratanam sangharatanti tiratanam

sampunnam ahosi.

mayam kho etarahi imam āsālhapunnamīkālam tassa

bhagavato dhammacakkappavattanam kālasammatam ariya-sāvakasangha-uppattikālasammatañca ratanattayasampuranakālasammatañca patvā, imam thānam sampattā, ime sakkāre gahetvā, attano kāyam sakkārupadhānam karitvā, tassa bhagavato yathābhucce gune anussarantā imam thūpam tikkhattum padakkhinam karissāma, yathāgahitehi sakkārehi pūjam kurumānā.

sādhu no bhante bhagavā suciraparinibbutopi ñātab-

behi gunehi atī tārammanatāya paññāyamāno, ime

amhehi gahite sakkāre pātigganhātu, amhākam dīgha-

rattam hitāya sukhāya.

        Wij gaan naar de Boeddha als onze leraar en toevlucht. Wij respecteren de leer van de Boeddha Die, ver van verontreinigingen, volmaakt Zelf-Verlicht is. Uit mededogen voor velen heeft Hij het wiel van de Leer in beweging gezet en voor de eerste keer de Vier Edele Waarheden verkondigd aan de vijf asceten in het hertenpark te Isipatana nabij Varanasi, op de vijftiende dag van de wassende maan in de achtste maanmaand.

        Op die tijd luisterde de eerwaarde Aññā-Kondañña, de leider van de vijf asceten, naar de leer van de Boeddha en hij bereikte het stofvrije, smetteloze oog van de waarheid en besefte dat alles wat van nature ontstaat, ook van nature vergaat. De eerwaarde Kondañña vroeg om de hogere wijding en hij was de eerste in de wereld die door de Boeddha gewijd werd.

        Op die tijd was voor het eerst het Juweel van de Sangha in de wereld ontstaan. Het Drievoudige Juweel, namelijk de Boeddha, de Dhamma en de [Ariya-]Sangha, was vanaf toen volledig.

        Nu komen wij samen op de vijftiende dag van de wassende maan op de achtste maanmaand welke beschouwd wordt als de dag waarop de eerste toespraak door de Boeddha werd gehouden, waarop de eerste bhikkhu werd gewijd, waarop door de Boeddha de leer werd verkondigd aan de wereld, waarop het Drievoudige Juweel was voltooid en waarop de eerste discipel het stofvrije, smetteloze oog van de waarheid bereikte. En met deze gaven roepen wij alle deugden van de Verhevene ons voor de geest en gaan wij drie keer om de stoepa heen, met de rechter schouder ernaar toe gewend. En met deze gaven betonen wij onze eer.

        Moge de Verhevene, - hoewel Hij reeds lang geleden Parinibbāna heeft bereikt, maar met volmaakt mededogen, volmaakte wijsheid en zuiverheid, - deze gaven die wij in onze handen hebben, aannemen voor ons blijvend heil en geluk.

5.7. Het aanbieden van badkleren voor de regenperiode

Imāni mayam bhante, vassikasātikāni, saparivārāni,

bhikkhusanghassa, onojayāma, sādhu no bhante, bhikkhusangho, imāni, vassikasātikāni, saparivārāni,

patigganhātu, amhākam, dīgharattam, hitāya, sukhāya,

nibbānāya ca.

Eerwaarde monniken, mogen wij deze badkleren voor de regenperiode samen met de andere benodigdheden aan de gemeenschap van de monniken aanbieden.

Eerwaarde Heer, neemt a.u.b. deze badkleren voor de regenperiode en de andere benodigdheden aan van ons, voor ons heil, geluk en voorspoed in volgende levens.

5.8. Het aanbieden van Kathina-gewaden

Imām mayam bhante, saparivāram, kathinacīvaradussam,

sanghassa, onojayāma, sādhu no bhante, sangho,

imām, saparivāram, kathinadussam, patigganhātu,

patiggahetvā ca, iminā dussena, kathinam, atharatu,

amhākam dīgharattam hitāya sukhāya nibbānāya ca.

Eerwaarde monniken, mogen wij deze Kathina-gewaden samen met de andere benodigdheden aan de gemeenschap van de monniken aanbieden. Eerwaarde Heer, neemt a.u.b. deze Kathina-gewaden en de andere benodigdheden aan van ons, voor ons heil, geluk en voorspoed in volgende levens.

6. Geselecteerde kloosterzegeningen / heilzame verzen

6.1. jayamangala atthagatha - De acht verzen over heilzame overwinningen[16]

1. bāhum sahassamabhinimmitasāvudhantam

grīmekhalam uditaghorasasenamāram

dānādidhammavidhinā jitavā munindo

tantejasā bhavatu te jayamangalāni.

Māra de Boze schiep een vorm met duizend handen, met in elke hand een wapen, en toen kwam hij op z'n olifant Grīmekhala samen met z'n leger. De Heer der wijzen overwon hem door het geven van Dhamma. Moge u door de macht hiervan heilzame overwinningen behalen.

2. mārātirekamabhiyujjhitasabbarattim

ghorampanālavakamakkhamathaddhayakkham

khantīsudantavidhinā jitavā munindo

tantejasā bhavatu te jayamangalāni.

Erger dan Māra die de hele nacht oorlog voerde, was de schrikaanjagendheid van de demon Ālavaka die ongeduldig en agressief was. De Heer der wijzen overwon hem door zelfbeheersing en verdraagzaamheid. Moge u door de macht hiervan heilzame overwinningen behalen.

3. nālāgirim gajavaram atimattabhūtam

dāvaggicakkamasanīva sudārunantam

mettambusekavidhinā jitavā munindo

tantejasā bhavatu te jayamangalāni.

De edele olifant Nālāgiri werd krankzinnig en angstaanjagend als een bosbrand, een werpwapen of een bliksemstraal. De Heer der wijzen overwon hem door het sprenkelen van het water van welwillendheid, liefdevolle vriendelijkheid. Moge u door de macht hiervan heilzame overwinningen behalen.

4. ukkhittakhaggamatihatthasudārunantam

dhāvantiyojanapathangulimālavantam

iddhībisankhatamano jitavā munindo

tantejasā bhavatu te jayamangalāni.

De zeer wrede rover Angulimāla liep met opgeheven zwaard in z'n hand drie mijlen toen hij de Boeddha achtervolgde. De Heer der wijzen overwon hem door het ontwikkelen van Zijn geestelijke krachten. Moge u door de macht hiervan heilzame overwinningen behalen.

5. katvāna katthamudaram iva gabbhinīyā

ciñcāya dutthavacanam janakāyamajjhe

santena somavidhinā jitavā munindo

tantejasā bhavatu te jayamangalāni.

Ciñcā veinsde zwangerschap door een stuk hout aan haar buik te bevestigen. Zij klaagde de Boeddha luid aan bij het volk. De Heer der wijzen overwon haar met zachtheid en eerbaarheid. Moge u door de macht hiervan heilzame overwinningen behalen.

6. saccam vihāya matisaccakavādaketum

vādābhiropitamanam atiandhabhūtam

paññapadīpajalito jitavā munindo

tantejasā bhavatu te jayamangalāni.

Saccaka wiens woorden gewoonlijk verre van waar waren, verkondigde z'n theorieën geheel verblind door de vlag van oneerlijkheid. De Heer der wijzen overwon hem met het helder stralende licht van wijsheid. Moge u door de macht hiervan heilzame overwinningen behalen.

7. nandopanandabhujagam vibudham mahiddhim

puttena therabhujagena damāpayanto

iddhūpadesavidhinā jitavā munindo

tantejasā bhavatu te jayamangalāni.

De machtige slang Nandopananda die een afwijkende leer aanhing, werd getemd door de ouderling Moggallāna, de zoon van de Boeddha. De Heer der wijzen overwon die slang door Zijn instructie (aan Moggallana) om geestelijke krachten te tonen. Moge u door de macht hiervan heilzame overwinningen behalen.

8. duggāhaditthibhujagena sudatthaháttham

brahmam visuddhijutimiddhibakābhidhānam

ñānāgadena vidhinā jitavā munindo

tantejasā bhavatu te jayamangalāni.

Misleid door z'n eigen bovennatuurlijke geestelijke krachten was de Brahma-god Bakā in de greep van verkeerde meningen, zoals in de greep van een slang die zich stevig om de armen geslingerd heeft. De Heer der wijzen overwon hem door het toedienen van het elixier van inzicht. Moge u door de macht hiervan heilzame overwinningen behalen.

etāpi buddhajayamangala-atthagāthā

yo vācano dinadine sarate matandī

hitvānanekavividhāni cupaddavāni

mokkham sukham adhigameyya naro sapañño.

Dit zijn de acht verzen van de Boeddha's heilzame overwinningen die een wijs en vlijtig persoon elke dag zou moeten reciteren en in herinnering brengen. Zo zal men de vele soorten gevaren en obstakels te boven komen en de hoogste zegen van Bevrijding bereiken.

6.2. Anumodanārambhagāthā - Anumodānarambha-verzen

yathā vārivahā pūrā paripūrenti sāgaram

evameva ito dinnam petānam upakappati

icchitam patthitam tumham khippameva samijjhatu

sabbe pūrentu sankappā cando pannaraso yathā

mani jotiraso yathā.

Juist zoals de rivieren vol water de oceaan vullen, evenzo komt datgene wat hier gegeven is, de doden ten goede. Wat ook door u gewenst of verlangd is, moge het spoedig komen. Mogen al uw wensen vervuld worden als de maan op de 15e dag (= volle maan) of als het wensvervullende sieraad.

6.3. sāmaññanumodanāgāthā - sāmaññānumodanā-verzen

sabbītiyo vivajjantu, sabbarogo vinassatu

mā te bhavatvantarāyo, sukhī dīghayuko bhava

sabbītiyo vivajjantu, sabbarogo vinassatu

mā te bhavatvantarāyo, sukhī dīghayuko bhava

sabbītiyo vivajjantu, sabbarogo vinassatu

mā te bhavatvantarāyo, sukhī dīghayuko bhava

abhivādanasīlissa, niccam vuddhāpacāyino

cattāro dhammā vaddhanti, āyu vanno sukham balam.

Moge alle angst en zorg verdreven worden. Mogen alle ziekten verdwijnen. Mogen er geen gevaren voor u zijn. Moge u gelukkig zijn en lang leven.

Moge alle angst en zorg verdreven worden. Mogen alle ziekten verdwijnen. Mogen er geen gevaren voor u zijn. Moge u gelukkig zijn en lang leven.

Moge alle angst en zorg verdreven worden. Mogen alle ziekten verdwijnen. Mogen er geen gevaren voor u zijn. Moge u gelukkig zijn en lang leven.

Bij degene die respect heeft en die steeds de ouderlingen eert, bij hem/haar nemen vier eigenschappen toe: lang leven, schoonheid, geluk en kracht.

6.4. ratanattayānubhāvādighāthā - Verzen over de macht van het Drievoudige Juweel

ratanattayānubhāvena ratanattayatejasā

dukkharogabhayā verā sokā sattu cupaddavā

anekā antarāyāpi vinassantu asesato

jayasiddhi dhanam lābham sotthi bhāgyam sukham balam

siri āyu ca vanno ca bhobam vuddhī ca yasavā

satavassā ca āyū ca jīvasiddhī bhavantu te.

Mogen door de macht van het Drievoudige Juweel, door de kracht van het Drievoudige Juweel, onvoldaanheid, ziekte, vijandschap, verdriet, gevaren en droefheid zonder overblijfsel vernietigd worden, moge er geen enkele belemmering meer zijn.

Mogen overwinning, succes, rijkdom en voordeel, veiligheid, geluk, kracht, fortuin, een lang leven en schoonheid, voorspoed en roem toenemen. En moge u honderd jaar worden en succes hebben in het leven.

bhavatu sabbamangalam rakkhantu sabbadevatā

sabbabuddhānubhāvena sadā sotthī bhavantu te

Mogen alle zegeningen geschieden; mogen de goden hun bescherming geven. Moge u door de macht van alle Boeddhas gezegend zijn met veiligheid voor alle tijden.

bhavatu sabbamangalam rakkhantu sabbadevatā

sabbadhammānubhāvena sadā sotthī bhavantu te

Mogen alle zegeningen geschieden; mogen de goden hun bescherming geven. Moge u door de macht van de gehele leer gezegend zijn met veiligheid voor alle tijden.

bhavatu sabbamangalam rakkhantu sabbadevatā

sabbasanghānubhāvena sadā sotthī bhavantu te.

Mogen alle zegeningen geschieden; mogen de goden hun bescherming geven. Moge u door de macht van alle Ariya-sanghas gezegend zijn met veiligheid voor alle tijden.

6.5. cullamangalacakkavāla - De kleinere sfeer van zegeningen

sabbabuddhānubhāvena sabbadhammānubhāvena sabbasanghānubhāvena buddharatanam dhammaratanam sangharatanam tinnam ratanānam ānubhāvena caturāsītisahassa-dhammakkhandhānubhāvena pitakattayānubhāvena jinasāva-kānubhāvena sabbe te rogā sabbe te bhayā sabbe te antarāyā sabbe te upaddavā sabbe te dunnimittā sabbe te avamangalā vinassantu āyuvaddhako dhanavaddhako sirivaddhako yasavaddhako balavaddhako vannavaddhako sukha vaddhako hotu sabbadā.

Door de macht van alle Boeddhas, door de macht van alle Dhammas, door de macht van alle Sanghas, door het Boeddha-juweel, door het Dhamma-juweel, door het Sangha-juweel, door de drie Juwelen, door de macht ervan, door de macht van de 84.000 onderdelen van de Dhamma, door de macht van de drie Pitakas, door de macht van de discipelen van de Overwinnaar, - mogen daardoor al uw ziekten, alle gevaren en alle hindernissen voor u, al uw leed, alle slechte voortekenen en alle onheil voor u geheel vernietigd zijn.

Moge lang leven toenemen, moge rijkdom toenemen, moge fortuin toenemen, moge roem toenemen, moge invloed toenemen, moge schoonheid toenemen, moge geluk toenemen, - moge dat alles er steeds zijn.

dukkharogabhayā verā sokā sattu cupaddavā

anekā antarāyāpi vinassantu ca tejasā

jayasiddhi dhanam lābham sotthi bhāgyam sukham balam

siri āyu ca vanno ca bhogam vuddhī ca yasavā

satavassā ca āyū ca jīvasiddhī bhavantu te.

Mogen onvoldaanheid, ziekte, vijandschap, verdriet, gevaren en droefheid door de macht hiervan vernietigd worden, moge er geen enkele belemmering meer zijn.

Mogen overwinning, succes, rijkdom en voordeel, veiligheid, geluk, kracht, fortuin, een lang leven en schoonheid, voorspoed en roem toenemen. En moge u honderd jaar worden en succes hebben in het leven.

bhavatu sabbamangalam, rakkhantu sabbadevatā

sabbabuddhānubhāvena, sadā sotthī bhavantu te

Mogen alle zegeningen geschieden; mogen de goden hun bescherming geven. Moge u door de macht van alle Boeddhas gezegend zijn met veiligheid voor alle tijden.

bhavatu sabbamangalam, rakkhantu sabbadevatā

sabbadhammānubhāvena, sadā sotthī bhavantu te

Mogen alle zegeningen geschieden; mogen de goden hun bescherming geven. Moge u door de macht van de gehele leer gezegend zijn met veiligheid voor alle tijden.

bhavatu sabbamangalam, rakkhantu sabbadevatā

sabbasanghānubhāvena, sadā sotthī bhavantu te.

Mogen alle zegeningen geschieden; mogen de goden hun bescherming geven. Moge u door de macht van alle Ariya-sanghas gezegend zijn met veiligheid voor alle tijden.

6.6. bhojanādānānumodanāgāthā - Verzen van dankzegging (door de monniken) bij het aanbieden van voedsel

āyudo balado dhīro, vannado patibhānado

sukhassa dātā medhāvī, sukham so adhigacchati

āyum datvā balam vannam, sukhañca patibhānado

dīghāyu yasavā hoti, yattha yatthūpapajjatī ti.

Moge er voor de wijze een lang leven zijn, kracht, goede geboorte en een goed verstand. Van hem/haar gaat geluk naar anderen, daarom krijgt hij/zij geluk. Bij degene die anderen een lang leven, kracht, goede geboorte en een goed verstand wenst, zal als resultaat ervan eveneens een lang leven, achting, en andere goede dingen toenemen.

6.7. Goede wensen

Moge alle ongeluk afgeweerd worden,

mogen alle kwalen verdwijnen.

Mogen geen rampen U overkomen;

moge U lang in vrede leven.

Mogen alle zegeningen tot U komen.

Mogen alle goden U beschermen.

Door de beschermende macht van alle Boeddhas

moge U steeds in veiligheid zijn.

Mogen alle zegeningen tot U komen.

Mogen alle goden U beschermen.

Door de beschermende macht van de gehele leer

moge U steeds in veiligheid zijn.

Mogen alle zegeningen tot U komen.

Mogen alle goden U beschermen.

Door de beschermende macht van de gehele Orde

moge U steeds in veiligheid zijn.

Door de macht van deze paritta

moge U vrij zijn van alle gevaren

ontstaan uit schadelijke invloeden van de planeten,

demonen en [boze] geesten.

Moge uw ongeluk verdwijnen.

Mogen door de macht van de Boeddha

alle boze voortekenen en ongelukkige omstandigheden,

de onheilspellende roep van vogels,

de schadelijke conjuncties der sterren

en boze dromen krachteloos worden.

Mogen door de macht van de Leer

alle boze voortekenen en ongelukkige omstandigheden,

de onheilspellende roep van vogels,

de schadelijke conjuncties der sterren

en boze dromen krachteloos worden.

Mogen door de macht van de Orde

alle boze voortekenen en ongelukkige omstandigheden,

de onheilspellende roep van vogels,

de schadelijke conjuncties der sterren

en boze dromen krachteloos worden.

Mogen alle wezens die lijden, vrij zijn van lijden.

Mogen alle wezens die bang zijn, vrij zijn van angst.

Mogen alle wezens die verdrietig zijn, vrij zijn van verdriet.

Mogen de regenbuien in het juiste seizoen vallen;

moge er een rijke oogst zijn.

Moge de wereld voorspoedig zijn;

moge het bestuur rechtschapen zijn.

7. Geselecteerde suttas

7.1. Devārādhana - Uitnodiging van de goden

        samantā cakkavālesu

        atrāgacchantu devatā

        saddhammam munirājassa

        sunantu saggamokkhadam

        Mogen goden van alle wereldsystemen hier samenkomen, en mogen zij luis­teren naar die verheven leer van de Grote Wijze waardoor de hemelse zaligheid verleend wordt en bevrijding (Nibbāna).

Parittassavanakālo ayam bhadantā

        Goede vrienden, nu is het tijd om naar de leer te luisteren.

7.2. ovādapātimokkhādipātho - De orderegel tot aansporing (de leer en voorschrift van de Boeddhas)

Handa mayam buddhassa ovādānusāsanīyo bhanāma se

Laten wij allen nu de orderegel tot aansporing reciteren.

Khantā paramam tapo tītikkhā

Nibbānam paramam vadanti buddhā

Na hi pabbajito parūpaghātī

Samano hoti param vihethayanto

Etam buddhānasāsanam.

Geduld en verdraagzaamheid

is de hoogste boete-oefening,

de Boeddhas noemen Nibbāna het hoogste.

Geen pelgrim is hij die anderen aangrijpt;

geen boeteling is degene

die iemand anders schade berokkent.

Sabbapāpassa akaranam

Kusalass'ūpasampadā

Sacittapariyodapanam

Etam buddhānasāsanam.

Het nalaten van alle kwaad,

het constant zich moeite doen voor het goede,

de reiniging van de eigen geest:

dat is de leer en het voorschrift

van de Boeddhas.

Anūpavādo anūpaghāto

Patimokkhe ca samvaro

Mattaññutā ca bhattasmim

Pantañ ca sayanāsanam

Adhicitte ca āyogo

Etam buddhānasāsanan'ti.

Zonder te berispen, zonder te strijden,

wèl-beschermd door de Orde-regel,

steeds matig bij de maaltijd

en gericht naar afgelegen verblijfplaats

en naar verheven denken:

dat is de leer en het voorschrift

van de Boeddhas.

7.3. maha mangala sutta - De leerrede over de grootste zegeningen

evam me suttam. ekam samayam bhagavā. sāvatthiyam viharati, jetavane anāthapindikassa ārāme. atho kno aññatarā devatā abhikkantāya rattiyā, abhikkanta, vannā kevalakappam jetavanam obhāsetvā, yena bhagavā tenupasankami, upasankamitvā bhagavantam abhivādetvā ekamantam atthāsi. ekamantam thitā kho sā devatā bhagavantam gāthāya ajjhabhāsi.

 

        Aldus heb ik gehoord. Toen de Verhevene eens te Savatthi verbleef in het Jetavana-klooster van Anathapindika, kwam ‘s nachts een godheid naar Hem toe. De schittering van die godheid verlichtte het hele klooster. Hij begroette de Boeddha eerbiedig, ging vol respect naast hem staan en sprak Hem toe met de woorden:

bahū devā manussā ca mangalāni acintayum,

ākankhamānā sotthānam brūhi mangalamuttamam.

 

        “Veel goden en mensen die naar geluk verlangen, hebben zich afgevraagd wat de hoogste zegeningen zijn. Vertelt mij a.u.b. wat die zegeningen zijn.”

[De Boeddha gaf in verzen het volgende antwoord].

asevanā ca bālānam, panditānañca sevanā,

pūjā ca pūjanīyānam etam mangalam uttamam.

 

        “Niet met dwazen om te gaan, maar omgang te hebben met de wijzen. Diegenen te eren die eer waard zijn. – Dit is de hoogste zegening.

patirūpadesavāso ca pubbe ca katapuññatā

attasammā panidhi ca etam mangalam uttamam.

 

        Op een gunstige plaats te vertoeven. In het verleden heilzame daden te hebben verricht. Zichzelf in de juiste richting te zetten (naar het hogere te streven). – Dit is de hoogste zegening.

bāhusaccañca sippañca, vinayo ca susikkhito,

subhāsitā ca yā vācā etam mangalam uttamam.

        

        Veel te leren; en welbedreven te zijn in een handwerk. Wèl-geoefend te zijn in deugdzaamheid. Goede woorden te spreken (of te schrijven). - Dit is de hoogste zegening.

mātā pitu upatthānam, puttadārassa sangaho,

anākulā ca kammantā etam mangalam uttamam.

         

        Vader en moeder te ondersteunen. Vrouw (resp. man) en kinderen lief te hebben. Een vreedzaam beroep uit te oefenen. – Dit is de hoogste zegening.

dānañca dhammacariyā ca ñātakānañca sangaho,

anavajjāni kammāni etam mangalam uttamam.

 

        Edelmoedig en vrijgevig te zijn. Oprecht van gedrag te zijn. Zijn verwanten te helpen. Smetteloos van gedrag te zijn. – Dit is de hoogste zegening.

āratī viratī pāpa, majjapānā ca saññamo,

appamādo ca dhammesu etam mangalam uttamam.

 

        Afkerig te zijn van het kwade. Van het kwade af te zien. Geen bedwelmende dranken of drugs tot zich te nemen. Standvastig te zijn in het goede. – Dit is de hoogste zegening.

gāravo ca nivāto ca, santutthī ca kataññutā,

kālena dhammassavanam etam mangalam uttamam.

 

        Respect te tonen. Nederig te zijn. Tevreden te zijn. Dankbaar te zijn. Naar de leer te luisteren op passende tijden. – Dit is de hoogste zegening.

khantī ca sovacassatā, samanānañca dassanam,

kālena dhammasākacchā etam mangalam uttamam.

 

        Verdraagzaam en geduldig te zijn. Gehoorzaam te zijn. Naar monniken te gaan. Religieuze gesprekken te voeren op passende tijden. – Dit is de hoogste zegening.

tapo ca brahmacariyañca, ariyasaccāna dassanam, nibbānasacchikiriyā ca etam mangalam uttamam.

 

        Zelfbedwongen te zijn. Een heilig en zuiver leven te leiden. Het inzien van de Vier Edele Waarheden. Het verwerkelijken van Nibbāna. – Dit is de hoogste zegening.

[En als resultaat daarvan:]

phutthassa lokadhammehi cittam yassa na kampati,

asokam virajam khemam etam mangalam uttamam.

 

Een gemoed te hebben dat niet door de grillen van het leven wordt bewogen; een gemoed te hebben dat vrij is van verdriet; een gemoed te hebben dat bevrijd is van smetten; een gemoed te hebben dat vrij is van angst en dat vol is van vrede. – Dit is de hoogste zegening.

etādisāni katvāna, sabbatthamaparājitā,

sabbattha sotthim gacchanti, tamtesam mangalam uttamam’ti.